Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2003:AI0437

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
24-07-2003
Datum publicatie
25-07-2003
Zaaknummer
KG 03/1390
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser, gemeenteraadslid te Amsterdam, eist rectificatie en schadevergoeding van het Parool naar aanleiding van diverse publicaties over eiser. Eiser wordt deels in het gelijk gesteld. Rechtbank acht de publicaties over het intieme privé-leven van eiser onrechtmatig en veroordeelt het Parool tot een immateriele schadervergoeding van 800 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

OdC/IH

vonnis 24 juli 2003

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t r o l n u m m e r KG 03/1390 OdC v a n:

[eiser], wonende te Amsterdam,

e i s e r bij dagvaarding van 8 juli 2003,

procureur mr. H.A. van Hapert,

t e g e n :

de besloten vennootschap HET PAROOL B.V., gevestigd te Amsterdam,

g e d a a g d e ,

procureur mr. W.C. van Manen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 11 juli 2003 heeft eiser, verder te noemen [eiser], gesteld en ge-vorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagde, verder te noemen Het Parool, heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat tussen partijen is het vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. [eiser] is lid van de Amsterdamse gemeenteraad en vertegenwoordigt daarin de politieke partij Leefbaar Amsterdam. Verder exploiteert hij samen met zijn zoon een meubelzaak in Amsterdam.

b. Het Parool B.V. geeft het dagblad Het Parool uit.

c. Op 16 juni 2003 heeft [eiser] een brief naar de kinderrechter te Amsterdam ge-stuurd waarin hij verzoekt de beschikking ten aanzien van de dochter van L.J. [betrokkene] zijn ex-vriendin, op te schorten en [betrokkene] en hem over deze kwestie te horen.

d. Op 26 juni 2003 heeft [betrokkene] aangifte bij de politie gedaan van poging tot doodslag c.q. zware mishandeling door [eiser]. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.

e. Op 28 juni 2003 en 2 juli 2003 heeft C. [betrokkene3], ex-echtgenoot van [betrokkene], aangifte bij de politie gedaan wegens bedreiging door [eiser]. Hiervan zijn ook processen-verbaal opgemaakt.

f. Op 30 juni 2003 heeft de GG&GD Amsterdam een geneeskundige verklaring afge-geven, waarin staat vermeld dat bij [betrokkene] restanten van vingerafdrukken met name rechts naast het strottenhoofd zijn waargenomen.

g. Op 3 juli 2003 heeft Het Parool een artikel van de hand van de journalist B. [betrokkene2] op de voorpagina van Het Parool onder de kop "Aangifte tegen [eiser] na mis-handeling" over [eiser] gepubliceerd. Daarbij is een kleurenfoto van [eiser] ge-plaatst. In dit artikel wordt mededeling gedaan van de door [betrokkene] en [betrokkene3] ge-dane aangiftes wegens poging tot doodslag en/ of zware mishandeling en bedreiging met de dood door [eiser].

In dit artikel zijn de volgende -voor zover hier van belang- passages opgenomen:

"- Henk vertelde mij dat hij persoonlijk mensen kende bij justitie en rechtbank.

- Al snel ontdekte Leilah [betrokkene] echter dat [eiser] er vooral op uit was om van haar, aldus de aangifte, `een soort prive-hoer` te maken. "Ik begrijp nu dat Henk mij als een soort bezit ziet."

- "Ik zal u vertellen dat Henk elke dag op mij inpraatte en ook zelf cocaïne voor mij haalde."

- [eiser] zou zelf overigens ook stevig drinken, `flessen wodka` en rohypnol en vali-um slikken.

- Volgens [betrokkene], inmiddels van de coke af, zag [eiser] haar ten slotte zozeer als zijn `bezit` dat het raadslid dreigde dat als zij bij hem weg zou gaan, hij haar zou 'ver-moorden`. "Als ik terug zou gaan naar mijn ex-man Chris, zou hij die ook vermoor-den." Een paar keer liep [betrokkene] weg bij [eiser] en als straf werd vervolgens haar keel dichtgeknepen.

- [betrokkene3] heeft aangifte gedaan dat [eiser] hem een `kamper` op zijn dak heeft ge-stuurd."

Bovendien bevat de aangifte een omschrijving van sexuele gewoontes van [eiser].

h. Op 4 juli 2003 heeft Het Parool een artikel van de hand van M. [betrokkene4] op de voorpagina van Het Parool onder de kop "Lachen om Henk [eiser] voorbij" over [eiser] gepubliceerd. Daarin staat het volgende:

"Gisteren werd bekend dat tegen [eiser] sr. (63) aangifte is gedaan wegens poging tot doodslag en/of zware mishandeling en bedreiging met de dood. [eiser] zou heb-ben geprobeerd zijn 28-jarige ex-vriendin Leilah [betrokkene], een voormalige raampros-tituee, te wurgen, toen zij bij hem wegliep. Ook zou hij hebben aangekondigd haar en haar ex-man Chris [betrokkene3] te vermoorden als zij elkaar weer zouden zien.

Volgens het duo houdt [eiser] wel van een stevige slok, liefst in combinatie met ro-hypnol en valium. Hij zou zo zijn adresjes hebben om aan drugs te komen of aan een zware jongen om een klusje voor hem op te knappen."

i. Bij brief van zijn raadsman van 4 juli 2003 heeft [eiser] Het Parool aansprakelijk gesteld voor de materiële- en immateriële schade die hij heeft geleden als gevolg van de publicatie op 3 juli 2003. Het Parool is gesommeerd een door [eiser] opge-stelde rectificatie op de voorpagina van Het Parool te publiceren en een bedrag van € 10.000,= wegens geleden schade aan [eiser] te betalen. Aan deze sommatie heeft Het Parool geen gehoor gegeven.

j. Op 5 juli 2003 heeft Het Parool een artikel van de hand van P. [betrokkene5] het vol-gende over [eiser] gepubliceerd:

"Bart [betrokkene2] onthulde de louche praktijken van raadslid Henk [eiser] sr. Be-dreigingen, misbruik van functie. In dat verhaal kwam de relatie ter sprake met Leilah [betrokkene]. Ze liep bij hem weg, hij kneep haar keel dicht. In dat verhaal wordt ook gerept over het drankmisbruik van [eiser] en over enige seksuele praktijken van het tweetal. Leilah: (waarna een omschrijving van die praktijken volgt, de voorzie-ningenrechter).

En

" Bart [betrokkene2]: "Een ethische oprisping kan eens in de zoveel tijd geen hele-maal geen kwaad, maar strafbare zaken en seksuele gewoonten hangen in dit geval nauw samen. De aangifte van [betrokkene] komt er immers op neer dat [eiser] van haar zijn 'bezit` wilde maken, ze gebruikt zelfs de term 'privé-hoer`."

k. Bij brief van 10 juli 2003 heeft het Arrondissementsparket Amsterdam aan Het Pa-rool meegedeeld dat er een onderzoek naar [eiser] gaande is en dat de politie diver-se getuigen heeft gehoord om een beter beeld te krijgen van de aangiftes die tegen [eiser] zijn gedaan.

2. [eiser] vordert -kort gezegd- gedaagde te veroordelen tot het plaatsen van een door haar opgestelde rectificatie in Het Parool en tot betaling van een bedrag van

€ 10.000,= als voorschot op schadevergoeding, één en ander op straffe van een dwangsom.

3. Aan zijn vorderingen heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat Het Parool onrechtma-tig jegens hem heeft gehandeld. Met de publicaties over [eiser] in Het Parool is het recht op bescherming van zijn eer en goede naam en van zijn persoonlijke levens-feer op flagrante wijze geschonden, zowel in zijn hoedanigheid als politicus, als pri-vépersoon en als ondernemer. Van enig zelfstandig onderzoek onafhankelijk van [betrokkene] en [betrokkene3] is niet gebleken. Verder had Het Parool geen enkel zwaarwichtig publiek belang bij het publiceren van het relaas van [betrokkene] en [betrokkene3].

Het Parool heeft zich onvoldoende gedistantieerd van het verhaal van [betrokkene] en [betrokkene3]. Dit blijkt onder meer uit de wijze van inkleding van de publicaties. De reactie van [eiser] op de publicatie van 3 juli 2003 is ondergesneeuwd en bovendien is [eiser], toen er een reactie werd gevraagd, onwetend gehouden over het grootste deel van de beschuldigingen. [eiser] heeft immateriële schade geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Het Parool.

4. Het Parool heeft het volgende verweer gevoerd.

Het artikel van 3 juli 2003 bestaat geheel uit citaten uit de processen-verbaal van aangifte van [betrokkene] en [betrokkene3], waarvan zelfs de burgemeester van Amsterdam op de hoogte is gesteld. Niet Het Parool maar [betrokkene] en [betrokkene3] hebben een beeld van [eiser] neergezet. Het Parool heeft niet verklaard dat de inhoud van de aangiftes waar zou zijn. Voorts heeft Het Parool [eiser] om een reactie gevraagd, maar hij heeft haar doorverwezen naar zijn zoon. Zijn reactie is in het artikel opgenomen. Verder kan [eiser] als een public figure worden gezien, waardoor hij minder be-scherming tegen publicaties dan andere personen geniet. Dit geldt ook wanneer zijn persoonlijke levenssfeer in het geding is. Tot slot is aangevoerd dat botsende grond-rechten op voet van gelijkheid moeten worden afgewogen.

De beoordeling van het geschil

5. Bij de beoordeling van het onderhavige geschil dient het belang van [eiser] bij de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en zijn belang om niet door publica-ties te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen te worden afgewo-gen tegen het belang van Het Parool bij persvrijheid en vrijheid van meningsuiting.

Anders dan [eiser] stelt bestaat er geen rangorde tussen deze grondrechten en dient aan de hand van de omstandigheden van het geval te worden na gegaan welk grond-recht zwaarder weegt.

6. De gewraakte publicaties zijn gebaseerd op de onder 1.d. en 1.e. genoemde proces-sen-verbaal van [betrokkene] en [betrokkene3]. Blijkens het overgelegde proces-verbaal heeft [betrokkene] verklaard dat [eiser] zelf cocaïne voor haar haalde, elke dag rohypnol en va-liumtabletten slikte en dronken achter het stuur zat, van vreemde seks hield en haar als een soort privé-hoer beschouwde en dat hij dreigde haar dood te steken en diver-se keren haar keel heeft dichtgeknepen. [betrokkene3] heeft blijkens de door hem gedane aangiftes verklaard, dat [eiser] hem heeft bedreigd met de dood, actief is geweest in de (illegale) gokwereld en zijn politieke positie misbruikt om zijn doel te berei-ken.

7. [eiser] heeft niet betwist dat er aangiftes tegen hem zijn gedaan, maar hij heeft aan-gevoerd dat niet van de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van [betrokkene] en [betrokkene3] kan worden uitgegaan en dat op Het Parool een zware onderzoeksplicht rust.

Het Parool heeft naast genoemde aangiftes de beschikking gekregen over de onder 1.f. genoemde verklaring van de GG&GD van Amsterdam, waaruit blijkt dat de GG&GD sporen van poging tot wurging bij [betrokkene] op 30 juni 2003 heeft geconsta-teerd. Verder blijkt uit de onder 1.c. genoemde brief dat [eiser], in zijn hoedanig-heid als gemeenteraadslid, de kinderrechter heeft verzocht een reeds genomen be-slissing ten aanzien van de dochter van [betrokkene] op te schorten. Het Parool heeft ook van de woordvoerder van de gemeente Amsterdam vernomen dat justitie de burge-meester van Amsterdam op de hoogte heeft gesteld van de aangiftes tegen [eiser]. Ook heeft het parket te Amsterdam op verzoek van Het Parool, weliswaar nadat de publicaties reeds hadden plaatsgevonden, meegedeeld dat er een onderzoek is inge-steld naar aanleiding van de aangiftes, waaruit kan worden opgemaakt dat justitie de beschuldigingen van [betrokkene] en [betrokkene3] niet zonder meer ongeloofwaardig acht.

Verder kan het lezerspubliek van Het Parool niet zijn ontgaan wat de achtergronden van [betrokkene] en [betrokkene3] zijn, nu duidelijk in de publicaties van 3 en/ of 4 juli 2003 is opgenomen dat [betrokkene] een voormalige raamprostituee is, verslaafd aan cocaïne, en [betrokkene3] een Amsterdams crimineel met een lange staat van dienst. Het publiek is aldus voldoende geïnformeerd om zelf conclusies te trekken.

Gelet op het voorgaande kan voorshands niet geoordeeld worden dat Het Parool zich niet heeft mogen baseren op de beschikbare aangiftes en stukken en dat zij on-voldoende zorgvuldig te werk is gegaan bij de verificatie van de (inhoud van de) onderhavige aangiftes.

8. De stelling van [eiser] dat het beginsel van hoor- en wederhoor is geschonden, wordt verworpen. Enkele uren voordat op 3 juli 2003 de eerste publicatie met be-trekking tot [eiser] plaatsvond, heeft Het Parool [eiser] telefonisch benaderd. Bak-ker heeft haar doorverwezen naar zijn zoon, die de beschuldiging dat [eiser] drugs verstrekt zou hebben aan [betrokkene] en getracht zou hebben haar te wurgen, van de hand heeft gewezen. Dat de weergave van deze reactie in het artikel van 3 juli 2003 niet juist zou zijn, is voorshands onvoldoende aangetoond. Aan [eiser] kan worden toe-gegeven dat tijdens dat telefonisch onderhoud niet alle beschuldigingen van [betrokkene] en [betrokkene3] ter sprake zijn geweest, maar in ieder geval wel de meest ernstige. Daarmee is voldoende tegemoet gekomen aan het recht van [eiser] zich over het onderwerp van de publicatie uit te laten.

9. Ook de stelling van [eiser] dat Het Parool geen zwaarwichtig publiek belang had bij de publicatie van het relaas van [betrokkene] en [betrokkene3] kan niet gevolgd worden.

In dit verband is essentieel dat [eiser] als gemeenteraadslid, die zelf in hoge mate de publiciteit zoekt, als een public figure moet worden beschouwd. Voor een public figure als een gemeenteraadslid is in het bijzonder diens moraliteit van belang. Be-schuldigingen die gerelateerd zijn aan deze publieke functie dan wel die niet te ver-enigen zijn met de uitoefening daarvan, vormen een politieke nieuwswaarde die Het Parool in beginsel mag stellen boven de implicaties daarvan voor zijn privé-leven.

10. Dit geldt in elk geval voor de beschuldigingen van poging tot wurging en/of mis-handeling en bedreiging. Dit zijn ernstige strafbare feiten, over de verdenking waar-van Het Parool, gelet op de publieke functie van [eiser], heeft mogen publiceren. Dit geldt ook ten aanzien van de aspecten van zijn vermeende drank- en drugsge-bruik. De wijze waarop deze beschuldigingen zijn bekend gemaakt kan niet als on-nodig grievend worden aangemerkt. Het Parool heeft deze beschuldigingen immers veelal in citaatvorm weergegeven dan wel heeft zij voor de gepubliceerde teksten regelmatig verwezen naar [betrokkene] en [betrokkene3]. Daarmee heeft Het Parool voorshands -anders dan [eiser] heeft betoogd- voldoende afstand genomen van de verklaringen van [betrokkene] en [betrokkene3] en van die verklaringen aldus melding gemaakt zonder deze tot de hare te maken.

Ook de kop boven het artikel van 3 juli 2003 kan niet als onrechtmatig worden be-stempeld nu het feitelijk juist is dat er aangifte tegen [eiser] na (op te vatten als: ter zake van) mishandeling is gedaan. Dit geldt ook voor het plaatsen van een foto van [eiser] bij dit artikel. Door [eiser] is niet gesteld en ook overigens is niet gebleken dat Het Parool deze foto op onrechtmatige wijze heeft verkregen en gepubliceerd. De informatie die op 3 juli 2003 is gegeven over de scheiding van [eiser] in de ja-ren tachtig en zijn gedrag toen ten aanzien van de Blijf van mijn lijf huizen is weliswaar onaangenaam voor [eiser], maar dit houdt wel verband met het onder-werp van de aangiftes en de moraliteit van [eiser] en is daarom niet onrechtmatig. De publicatie op 4 juli 2003 bevat naast een korte samenvatting van de publicatie daags daarvoor, een algemene beschouwing over de persoon [eiser] en zijn hande-len binnen de gemeenteraad en is ook niet onjuist of onrechtmatig te noemen.

11. In zoverre zijn de gepubliceerde beschuldigingen gerechtvaardigd omdat zij in ver-houding tot het recht van vrije meningsuiting geen disproportionele inbreuk op het privé-leven van [eiser] maken. Dit geldt echter niet voor de publicaties van de de-tails van de vermeende seksuele gewoontes van [eiser], waarmee hier geen publiek belang van enige betekenis wordt gediend. Dit geldt evenzeer voor de verklaring van [betrokkene] dat [eiser] haar als "een soort privé-hoer en bezit" beschouwde. Boven-dien heeft deze informatie geen betrekking op de beschuldigingen van doodslag en/ of zware mishandeling en bedreiging.

Door deze informatie op 3 en 5 juli 2003 te publiceren, heeft Het Parool onnodig grievend en dus onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld. [eiser] is hierdoor in zijn persoonlijke levenssfeer aangetast.

12. Nu uitsluitend de publicaties over het intieme privé-leven van [eiser] als onrecht-matig moeten worden beschouwd, wordt een rectificatie niet als een passende wijze van vergoeding voor de veroorzaakte schade aangemerkt, te minder nu een rectifi-catie van die onderdelen nog eens extra de aandacht daarop zou vestigen, wat niet doelmatig is. Wel vindt de voorzieningenrechter daarin aanleiding om een immate-riële schadevergoeding van naar redelijkheid € 800,= aan [eiser] toe te kennen. Van verdere hieruit voortvloeiende schade blijkt niet, zodat de vordering tot schadever-goeding voor het overige wordt afgewezen.

13. Nu [eiser] deels in het gelijk wordt gesteld, worden de proceskosten gecompen-seerd.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Veroordeelt Het Parool tot het voldoen aan [eiser] van een voorschot van € 800,=.

2. Compenseert de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

4. Weigert het meer of anders gevorderde.

Gewezen door mr. R. Orobio de Castro, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 24 juli 2003, in tegenwoor-digheid van de griffier.

Coll.: