Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2003:AF9687

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
06-06-2003
Datum publicatie
06-06-2003
Zaaknummer
KG 03/951 OdC
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eis tot rectificatie artikel in Op Pad" inzake beklimming Nanga Parbat in 1981.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

OdC/HS

vonnis 6 juni 2003

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t r o l n u m m e r KG 03/951 OdC v a n:

[eiser],

wonende te [adres],

e i s e r bij dagvaardingen van 7 en 8 mei 2003,

procureur mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

advocaat mr. S.N. Vlaar te 's-Gravenhage,

t e g e n :

1. de besloten vennootschap ANWB B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

2. [gedaagde2], in zijn hoedanigheid van hoofdredacteur van het blad Op Pad, werkzaam bij gedaagde sub 1 en derhalve domicilie hebbende te 's-Gravenhage,

procureur mr. E.M. Polak,

3. [gedaagde3],

wonende te [woonplaats],

verschenen in persoon.

g e d a a g d e n .

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 14 mei 2003 heeft eiser, verder te noemen [eiser], gesteld en gevorderd overeenkomstig een in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Gedaagden sub 1 en 2, verder gezamenlijk te noemen Op Pad, en afzonderlijk ANWB resp. [gedaagde2], en gedaagde sub 3, verder te noemen [gedaagde3], hebben afzonderlijk verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.

Na verder debat hebben partijen stukken overgelegd voor vonniswijzing.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. [eiser] is een internationaal bekende bergbeklimmer en expeditieleider. Bovendien is hij bergfotograaf en schrijver van artikelen en boeken over bergbeklimmen. Daarnaast verzorgt hij lezingen, presentaties en trainingen, onder meer ten behoeve van het bedrijfsleven.

b. In 1981 maakten zowel [eiser] als [gedaagde3] (als cameraman) deel uit van een expeditie naar de top van de in Pakistan gelegen berg Nanga Parbat. De top van deze berg bevindt zich op 8125 m. hoogte.

c. [eiser] is destijds in gezelschap van [betrokkene1], [betrokkene2] en [betrokkene3] aan het laatste deel van de beklimming begonnen. [betrokkene1] viel al snel af. Ook [betrokkene2] bleek niet in staat deel te nemen aan de beklimming van de top. Uiteindelijk is [eiser] op 5 augustus 1981 samen met [betrokkene3] op weg gegaan vanaf het bivak op 7550 m. hoogte. Zij hebben samen het begin van de sneeuwkam op 7700 m. bereikt en zijn gezamenlijk begonnen aan de oversteek daarvan. Op zeker moment is [betrokkene3] echter gestopt en na enige tijd teruggekeerd naar het bivak, terwijl [eiser] zonder bagage en met achterlating van zijn reguliere filmcamera alleen verder is gegaan.

d. [eiser] is om 16.00 uur teruggekeerd bij het bivak op 7550 m. hoogte met de mededeling dat hij de top had bereikt. [gedaagde3] verbleef tijdens de beklimming naar de top door [eiser] in het basiskamp.

e. Eind 2001 heeft [gedaagde3] contact gezocht met [eiser]. Hij deelde hem mee dat hij, mede naar aanleiding van de twijfels die er bestonden over de beklimming van de bekende klimmer [betrokkene4] van de Mount Everest, was gaan twijfelen aan [eiser]s claim dat hij in 1981 de top van de Nanga Parbat had bereikt. Na dit gesprek en een briefwisseling via e-mail, waarbij [eiser] een aantal vragen van [gedaagde3] heeft trachten te beantwoorden, is het contact verbroken.

f. In de aflevering van 4 mei 2003 van Op Pad staat een interview van [gedaagde2] met [gedaagde3], dat op de omslag wordt aangekondigd met de woorden "Zijn topklimmers topleugenaars?" en in de inhoudsopgave met "Bedrog in bergsportland NL". In dit interview uit [gedaagde3] zijn twijfel over de claim van [eiser] dat hij in 1981 de top van de Nanga Parbat heeft bereikt. Op Pad heeft tevens op haar website een open brief van [gedaagde3] aan [eiser] en [betrokkene4] gepubliceerd, waarin in het geval van [eiser] gedetailleerd wordt ingegaan op een aantal, naar het oordeel van [gedaagde3] tegenstrijdige, verklaringen die [eiser] in de loop der jaren heeft afgelegd om zijn claim te onderbouwen.

In zijn redactionele voorwoord, onder de titel "Bedrog in de bergen, deel 86", waarin hij het interview met [gedaagde3] aankondigt, beaamt [gedaagde2] "(dat er) ergens (iets) knaagt".

2.1 [eiser] vordert -kort gezegd- rectificatie van de in het blad en op de website van Op Pad gedane uitlatingen, in de eerstvolgende aflevering van Op Pad en binnen 24 uur na betekening van dit vonnis op de website van Op Pad, een en ander op straffe van een dwangsom. Tevens vordert [eiser] verwijdering van de open brief van [gedaagde3] op de website van Op Pad of enige andere website, eveneens op straffe van een dwangsom.

2.2 [eiser] stelt hiertoe dat gedaagden hun aantijgingen baseren op vermoedens en beweringen, die feitelijke grondslag missen. [eiser] verwijst naar het op 7 mei 2003 door de rechtbank alhier gewezen vonnis in de zaak tussen [betrokkene4] en [betrokkene5], waarin de vrijheid van meningsuiting wordt afgewogen tegen het belang van het individu om niet lichtvaardig verdacht gemaakt te worden.

[eiser] verwijt voorts Op Pad dat hij niet voor de publicatie van het interview met [gedaagde3] en de open brief op de website in de gelegenheid is gesteld om zijn visie te geven. Gelet hierop alsmede op de teneur van het redactionele commentaar van [gedaagde2] en de gebruikte koppen in het interview verwijt [eiser] Op Pad zich te identificeren met de mening van [gedaagde3].

2.3 Tegenover de bewering van [gedaagde3] dat het tijdschema waarbinnen [eiser] het laatste deel alleen naar de top van de Nanga Parbat heeft afgelegd reden geeft tot twijfel, voert [eiser] aan dat [gedaagde3] bij zijn berekening ten onrechte uitgaat van een vertrektijd die ochtend van 5 augustus 1981 van [eiser] en [betrokkene3] van 7.00 uur, terwijl zij in werkelijkheid al voor zonsopgang (om 06.22 uur) waren vertrokken, waarschijnlijk om ca. 05.30 uur of mogelijk nog iets eerder. [eiser] stelt dat vaststaat dat [betrokkene3] en hij zich op het moment van zonsopkomst op 7700 m. bevonden. Volgens [eiser] waren de weersomstandigheden, met name de conditie van de sneeuw (hardbevroren), op dat moment gunstig. [eiser] verzet zich ook tegen de vaststelling van [gedaagde3] dat hij en [betrokkene3] pas om 10.00 uur afscheid van elkaar namen. Volgens [eiser] lag dit moment veel eerder, namelijk om ca. 8.30 à 9.00 uur. Uit de publicatie van [betrokkene6]] de reporter van het tijdschrift Panorama die ook deelnam aan de expeditie, blijkt dat [betrokkene3] [eiser] tot 8050 m. heeft nagekeken toen hij alleen verder ging naar de top. [betrokkene3] heeft in de door [betrokkene6] destijds gehouden interviews bevestigd dat [eiser] relatief snel klom.

[eiser] komt tot de conclusie dat [gedaagde3]s standpunt met betrekking tot het korte tijdschema slecht onderbouwd en uiteindelijk niet houdbaar is.

2.4 Een ander verwijt van [gedaagde3] is dat [eiser] geen zogenaamde topfoto heeft genomen, hoewel hij van hem met dat doel nog een zakcameraatje van zijn broer had meegekregen. [eiser] bestrijdt echter dat hij dit cameraatje op dat moment bij zich had. Als het ding al mee naar boven was gegaan, was het achtergebleven in de zware bepakking, die hij al voor de laatste beklimming naar de top in de sneeuw had achtergelaten. Zijn zware reguliere camera had hij in ieder geval beneden gelaten. Overigens had hij met zijn bevroren vingers helemaal geen foto's kunnen nemen.

2.5 Een ander punt is een door [eiser] op de top gevonden fotorolletje met foto's van een vijf jaar eerder gehouden expeditie van de Oostenrijkse klimmer [betrokkene7]. [eiser] stelt dat hij het rolletje in zijn zak heeft gedaan en vervolgens vanwege alle emoties is vergeten. Hij vond het pas in november 1981, nadat hij een maand in het ziekenhuis had gelegen. Dat hij het zich niet meteen kon herinneren toen [gedaagde3] hem hier in 2001 naar vroeg, is volgens [eiser] gezien het tijdsverloop begrijpelijk. Volgens [eiser] is het aannemelijk dat hij het op de top heeft gevonden, omdat er topfoto's op staan, terwijl er door [betrokkene7] ook later nog foto's op de top zijn gemaakt waaruit blijkt dat het filmpje op de top gewisseld. Mogelijk is het filmpje bij het wisselen van de filmpjes gevallen. Dat het vijf jaar in de hitte van het basiskamp heeft gelegen is onaannemelijk; het zou dan immers vergaan zijn.

3.1 Op Pad voert tegenover de stellingen van [eiser] het volgende aan. In de eerste plaats wijst zij erop dat het nieuws dat [gedaagde3] zegt dat [eiser] niet de waarheid spreekt op 23 april 2003 al in Het Parool stond, voordat Op Pad op 25 april 2003 verscheen. Tevens was [eiser] op 23 april 2003 te gast in het televisieprogramma B&W, dat geheel gewijd was aan de kwestie.

3.2 Met betrekking tot de inhoud van de bestreden publicatie wijst Op Pad erop dat er al jaren twijfel bestaat of [eiser] daadwerkelijk op de top van de Nanga Parbat is geweest.

Op Pad is voorts het geëigende medium om aandacht te besteden aan controverses in de bergsport. Het bewuste interview en de open brief zijn slechts gedeeltelijk aan de prestaties van [eiser] gewijd. Ook andere controversiële claims worden besproken.

Op Pad bestrijdt dat in het hoofdredactionele voorwoord door [gedaagde2] partij wordt gekozen tegen [eiser]. [gedaagde2] heeft als hoofdredacteur en interviewer de feiten gecontroleerd aan de hand van boeken en verslagen van [eiser] en anderen en e-mails van [eiser] aan [gedaagde3]. Ook heeft hij de AVRO-film van [gedaagde3] uit 1981 bekeken.

Met het plaatsen van de open brief van [gedaagde3] op haar website heeft de ANWB [gedaagde3] een podium geboden om zijn onderzoek onder de aandacht van het publiek te brengen.

Op Pad betwist dat het feit dat [eiser] niet om commentaar of weerwoord is gevraagd op zichzelf tot de gevolgtrekking leidt dat er onrechtmatig is gehandeld. Overigens is [eiser] door Op Pad uitgenodigd om in een volgende aflevering te reageren.

3.3 De kop boven het artikel ("[betrokkene8] is de eerste Nederlander op de Everest en [betrokkene9] stond als eerste Nederlander op de Nanga Parbat") betreft een uitspraak van [gedaagde3]. Een prikkelend citaat als dit valt onder de vrijheid van meningsuiting. De inhoud van de publicatie is voorts niet zodanig grievend dat de ANWB van publicatie had moeten afzien. Ten slotte merkt Op Pad op dat [eiser] zich in de loop der tijden schuldig heeft gemaakt aan tegenstrijdige uitspraken in interviews en verschillende uitgaven van zijn eigen boeken. Daar mag journalistieke aandacht aan worden besteed, aldus tenslotte Op Pad.

4.1 [gedaagde3] voert ten verwere aan dat hij pas tot zijn huidige overtuiging dat [eiser] niet de top van de Nanga Parbat heeft bereikt is gekomen na een zorgvuldig, anderhalf jaar durend onderzoek. Volgens [gedaagde3] dienen de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en het belang dat de waarheid aan het licht komt zwaarder te wegen dan het belang van [eiser] om niet bekritiseerd te worden.

Het heeft hem vele jaren gekost om tot zich door te laten dringen dat [eiser], met wie hij vele jaren bevriend was, destijds niet de waarheid heeft gesproken. Destijds, in 1981, toen [eiser] zijn beklimming van de top meldde, heeft hij er geen moment aan gedacht dat het tijdschema naar de top wel opmerkelijk krap was. Er was toen geen enkel wantrouwen aan zijn kant, aldus [gedaagde3]. Integendeel, hij was toen blij met het succes van [eiser]. Pas later, door alle tegenstrijdige verklaringen, is de twijfel gekomen.

[gedaagde3] benadrukt het belang dat hij hecht -evenals [betrokkene5] in haar boek, waarin zij haar twijfel uit over het bereiken van de top van de Mount Everest door [betrokkene4]- aan een betrouwbare statistiek en correcte geschiedschrijving van de bergsport.

Volgens [gedaagde3] heeft hij in zijn open brief en in het interview in Op Pad voldoende indirect bewijs aangedragen, met name bestaande uit een rij tegenstrijdigheden, halve en hele leugens, die zijn twijfel en uiteindelijk zijn conclusie dat [eiser] de top niet heeft bereikt rechtvaardigen.

4.2 Subsidiair, voor het geval de vordering zou worden toegewezen, verzet [gedaagde3] zich tegen de vordering tot veroordeling om een rectificatie in Op Pad te plaatsen, op straffe van een dwangsom, nu dit niet in zijn macht ligt.

Beoordeling van het geschil

5. Bij de beoordeling van de vraag of [gedaagde3] en [gedaagde2] onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld, dient hun recht op vrije meningsuiting te worden afgewogen tegen het recht van [eiser] om niet op onrechtmatige wijze te worden aangetast in zijn recht op eer en goede naam. Daarbij speelt een rol in hoeverre en op welke wijze in het bijzonder de aantijging van [gedaagde3], dat [eiser] -anders dan deze beweert- niet de top van de Nanga Parbat zou hebben bereikt, wordt gestaafd met feiten.

5.1 In dit verband is allereerst van aanzienlijk belang dat de omstreden beklimming ruim 20 jaar geleden heeft plaats gevonden en dat daarover niet eerder dan enkele jaren geleden -toen [gedaagde3] zijn onderzoek begon- serieus twijfel is uitgesproken. Dit tijdsverloop heeft onder andere meegebracht, zoals ter zitting is ter sprake gekomen, dat de in de bergsport gebruikelijke normen in die tussentijd zijn gewijzigd, hetgeen verband houdt met de voortschrijding van de techniek. Rond 1980 werd een bergbeklimmer immers in beginsel geloofd op zijn woord wanneer hij meedeelde een top te hebben bereikt, terwijl heden ten dage als gevolg van satellietpeilingen feitelijk kan worden geconstateerd of dit het geval is geweest, zodat van een bergbeklimmer verlangd kan worden dat hij het bewijs van zijn prestatie door middel van die methode kan leveren. Het gaat in het algemeen niet aan -en is in beginsel in strijd met algemene rechtsbeginselen- dat (spel)regels achteraf worden gewijzigd. Voor [eiser] moet dan ook gelden dat hij naar de maatstaven van destijds op zijn woord wordt geloofd, tenzij door feiten en omstandigheden aannemelijk wordt gemaakt, dat de geclaimde prestatie niet is geleverd.

5.2 Bij toepassing van die toen geldende maatstaf valt op dat niemand, in het bijzonder ook niet van de expeditie waarom het hier gaat, toen aan het woord van [eiser] heeft getwijfeld. [gedaagde3], die eveneens deel uitmaakte van die expeditie, heeft dit ter zitting ook bevestigd. Ook [betrokkene3], die [eiser] op zijn solo naar de top heeft zien vertrekken na die dag samen met hem op weg te zijn gegaan, en die hem later in het bivak heeft zien terugkeren, heeft toen blijkbaar geen twijfels gehad en deze in elk geval gedurende ongeveer 20 jaar niet geuit.

5.3 Daarmee is ook meteen aan de orde de enige concrete en meer directe aanwijzing, dat [eiser] de top niet zou hebben gehaald, namelijk het op de bewuste dag verlopen tijdschema. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs geen conclusie ten nadele van [eiser] worden verbonden. Er is geen enkele betrouwbare tijdsaanduiding, waaruit met enige mate van waarschijnlijkheid in uren kan worden opgemaakt hoelang [eiser] heeft gedaan over zijn solo naar de top en terug naar het bivak. Bedacht moet worden dat [eiser] en [betrokkene3] (volgens de overgelegde videoband van de destijds gemaakte tv-uitzending) dagenlang hebben geklommen naar het laatste bivak, vervolgens 7 dagen in een storm in dat bivak hebben gezeten op een hoogte van 7 à 8000 meter bij temperaturen van rond -50° C zonder behoorlijk te hebben gegeten en geslapen, zodat niet verwacht kan worden dat zij zich -uiteindelijk op weg gaande naar de top- bewust waren of zich hebben bekommerd om exacte tijdstippen. Met name van [betrokkene3] kan niet worden verwacht dat hij zich bijvoorbeeld exact bewust is geweest van het tijdstip waarop hij met [eiser] uit het bivak is vertrokken, van de tijd dat hij [eiser] heeft nagekeken op diens weg naar de top en van het tijdstip waarop [eiser] in het bivak is teruggekeerd. Nog minder kan van hem worden verwacht dat hij zich dit na 20 jaar nog zou kunnen herinneren. De mogelijkheid om [betrokkene3] daarover nog als getuige te horen -wat op zichzelf denkbaar is- zal naar verwachting ook niet tot meer duidelijkheid leiden. Bij dit alles speelt nog een rol dat [eiser] zelf volgens zijn verklaring geen horloge bij zich had.

5.4 De genoemde omstandigheden in het bivak voorafgaande aan de beklimming van de top en het tijdsverloop van zoveel jaar moeten ook in aanmerking genomen worden bij de beoordeling van de overige -veel minder directe- aanwijzingen, die [gedaagde3] ter ondersteuning van zijn standpunt aanvoert, zoals daar zijn het al dan niet aanwezig hebben van een cameraatje, het vinden van een filmpje al dan niet op de top, het al dan niet neerleggen van een vlaggetje, enz. Het is heel wel voorstelbaar dat [eiser] zich in de gegeven omstandigheden niet zozeer van een en ander bewust is geweest, laat staan dat van hem verwacht kan worden dat hij dat nu nog weet.

5.5 Evenmin kunnen eventuele onjuistheden op ander terrein (Broad Peak) in de gegeven omstandigheden in zodanige mate afdoen aan de betrouwbaarheid van [eiser] dat zij [gedaagde3]s aantijgingen omtrent de Nanga Parbat voldoende kunnen steunen.

5.6 [gedaagde3] beroept zich ook nog op de uitgebreidheid van zijn onderzoek. Dat kan echter niet wegnemen dat hij daarmee zolang gewacht heeft, dat de feiten waarop het betrekking heeft zolang geleden zijn gebeurd dat een reëel onderzoek daardoor aanzienlijk wordt bemoeilijkt, hetgeen niet ten nadele van [eiser] mag strekken. Ook in dit verband geldt het algemene rechtsbeginsel dat bezwarende feiten en beweringen op een althans enigszins redelijke termijn moeten worden te laste gelegd, hetgeen hier niet is gebeurd.

De slotsom is dat [gedaagde3] inderdaad jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld.

5.7 Dit geldt ook voor [gedaagde2]. Weliswaar heeft hij de antwoorden in het interview van [gedaagde3] steeds tussen aanhalingstekens geplaatst, maar uit de aankondiging van het interview en het redactioneel commentaar en in het bijzonder uit zijn aandeel in het televisiegesprek op de overgelegde videoband bij B&W blijkt dat hij zich -anders dan een aanhaling suggereert- geenszins neutraal opstelt, maar het standpunt van [gedaagde3] steunt.

5.8 De ANWB is als uitgever van Op Pad aansprakelijk.

Het aanzienlijke tijdsverloop van ongeveer 20 jaar, de -naar uit het voorgaande blijkt- zwakke en zeer aanvechtbare argumentatie en het onderwerp (een sportieve prestatie) van het bewuste artikel/website brengen mee dat het recht op vrije meningsuiting hier minder zwaar moet wegen dan het recht van [eiser] om niet na zoveel jaar in zijn eer en goede naam te worden aangetast.

5.9 Anders dan gedaagden nog menen, is het niet een ander medium dan zijzelf geweest, dat met de gewraakte berichtgeving is gekomen. Het is immers [gedaagde3] met zijn omstreden onderzoek en vooraankondiging van de publicatie daarvan, die een en ander in gang heeft gezet.

6. Gedaagden zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Beveelt OP Pad en [gedaagde3] gezamenlijk na betekening van dit vonnis in de eerst mogelijke aflevering van Op Pad op de bladzijde na de inhoudsopgave zonder commentaar in dat nummer van Op Pad een ¼ pagina grote omkaderde rectificatie te plaatsen met als tekst

"RECTIFICATIE [eiser]"

In de aflevering van Op Pad van 4 mei 2003 hebben wij aandacht besteed aan [ei[eiser] en daarbij gesteld dat [eiser] de Nanga Parbat niet zou hebben beklommen.

Bij vonnis van 6 juni 2003 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank te Amsterdam in kort geding geoordeeld dat deze beweringen jegens [eiser] om de navolgende redenen onrechtmatig zijn:

Die beweringen zijn gebaseerd op een zwakke en zeer aanvechtbare argumentatie. Bovendien wordt deze sportieve prestatie pas na circa 20 jaar ter discussie gesteld. Door dat tijdsverloop zijn allerlei in het artikel en op de website ter sprake gebrachte details redelijkerwijs niet meer te achterhalen. Dat is aan Op Pad en haar bron, [gedaagde3], te wijten en mag niet ten nadele van [eiser] komen.

ANWB

Redactie Op Pad

[gedaagde3]"

zulks op straffe van een hoofdelijk te verbeuren dwangsom van € 5.000,--.

2. Beveelt gedaagden gezamenlijk om binnen een werkdag na betekening van dit vonnis op de homepage van de website www.oppad.nl de onder 1 weergegeven rectificatie te plaatsen en gedurende vier weken geplaatst te houden en de bedoelde open brief voorzover die [eiser] betreft van die website te verwijderen, zulks op straffe van een hoofdelijke te verbeuren dwangsom van € 5.000,--.

3. Veroordeelt Op Pad en [gedaagde3] hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 367,32 aan verschotten, waaronder € 205,= wegens vastrecht en op € 703,= aan salaris procureur.

4. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door mr. R. Orobio de Castro, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 6 juni 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: