Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2003:AF9295

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2003
Datum publicatie
30-05-2003
Zaaknummer
13/120049-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/120049-02

Datum uitspraak: 28 mei 2003

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, achtste meervoudige kamer A, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in het [Huis van Bewaring].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 mei 2003.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting nader is omschreven. Van de dagvaarding en de vordering nadere omschrijving zijn kopieën als bijlage 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De nader omschreven telastelegging geldt als hier ingevoegd.

De rechtbank leest het in de 2e regel van het onder 6 telastegelegde vermelde "tezamen" als "tezamen en in vereniging", aangezien hier sprake is van een kennelijke omissie. Door de verbetering van deze omissie wordt verdachte niet in de verdediging geschaad.

2. Voorvragen

--------------

3. Waardering van het bewijs

3.1. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 4 is telastegelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

3.2. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

ten aanzien van het onder 1 telastegelegde:

in de periode van 1 januari 2002 tot en met 15 mei 2002 in de gemeente Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van:

- 9.000 US dollars en

- 65.000 US dollars en

- 122.000 US dollars en

- 66.000 US dollars en

- 20.000 US dollars en

- 120.000 US dollars en

- 80.000 US dollars,

hebbende verdachte en diens mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- aan die [slachtoffer 1] per e-mail, afkomstig van 'Templars law firm barristers & solicitors', met als afzender [betrokkene 1] inhoudende dat er een erfenis van 36.000.000 US dollars zonder erfgenamen is komen vrij te vallen en die [slachtoffer 1] verzocht tegen een bepaald percentage een bankrekening ter beschikking te stellen om dat bedrag in twee delen weg te sluizen of uit handen van de lokale autoriteiten te houden, hebben doen toekomen en verzocht contact op te nemen met die [betrokkene 1] en

- telefonisch onder de naam [betrokkene 1] die [slachtoffer 1] verzocht uitsluitend per e-mail te communiceren en per e-mail meegedeeld dat voornoemd geld in beheer is bij een bedrijf in Amsterdam genaamd Global Diplomatic en dat [slachtoffer 1] contact op moest nemen met een persoon genaamd [betrokkene 2] in Amsterdam en dat die [slachtoffer 1] 15% van het te "transfereren" bedrag zou ontvangen, waarvan 5% als kosten in rekening gebracht zouden worden en

- vervolgens in Amsterdam - ter betaling van een zogeheten "clearance fee"- een ontmoeting met die [slachtoffer 1] gearrangeerd bij welke ontmoeting verdachte en diens mededaders zich uitgaven als mr. [betrokkene 2] en diens secretaris mr. [betrokkene 3] en vervolgens aan die [slachtoffer 1] een kwitantie - voor ontvangst van "clearance fee"- verstrekt met het opschrift 'Global Diplomatic Security Service' en

- vervolgens een koffer getoond met dollars waarop een "UV-logo" was aangebracht, welk logo chemisch zou moeten worden verwijderd en ten bewijze daarvan dat "UV-logo" van een aantal van die biljetten met een vloeistof verwijderd en

- vervolgens die [slachtoffer 1] verzocht een bedrag van 65.000 dollar te betalen voor de aanschaf van schoonmaakchemicaliën voor die hoeveelheid dollars met "UV-logo's" en ten bewijze van de ontvangst van die betaling van die 65.000 dollar, een kwitantie verstrekt met het opschrift 'Global Diplomatic Storage Service' en vervolgens meegedeeld dat de transactie verder via de de ABN-AMRO zou worden afgewikkeld welke bank een certificaat zou eisen dat het geld niet uit drugshandel afkomstig was en ter verkrijging van dat certificaat zou eisen dat het geld niet uit drugshandel afkomstig was en ter verkrijging van dat certificaat door die [slachtoffer 1] een aanvraag laten ondertekenen met het opschrift 'Africa Economic Forum' en

- onder de naam mr. [betrokkene 2] meegdeeld dat het World Court in Den Haag de stukken van de transactie tegen een vergoeding van 122.000 US dollar zou moeten controleren/accorderen en

- vervolgens onder de naam [betrokkene 2] die [slachtoffer 1] meegedeeld dat een bedrag van 66.000 dollar voor de afgifte van een 'Drug Clearance Certificate' moest worden betaald en

- per e-mail onder de naam [betrokkene 2] meegedeeld dat het World Court de stukken in beginsel geaccodeerd had en dat het World Court verzocht een certificaat van oorsprong ter beschikking te stellen waartoe die [slachtoffer 1] wederom met [betrokkene 1] contact diende op te nemen en daarna onder de naam mr. [betrokkene 1] aan die [slachtoffer 1] meegedeeld dat voor de afgifte van dergelijke certificaten van oorsprong en vergunningen 5% van het totale bedrag moest worden betaald, en ter bevestiging daarvan een brief met het opschrift "Templars law firm" ondertekend met [betrokkene 1], attorney of law, aan die [slachtoffer 1] meegedeeld dat in plaats van die 5% een bedrag van 180.000 US dollars zou moeten worden betaald, van welk bedrag voornoemde mr. [betrokkene 1] 60.000 dollar voor zijn rekening zou nemen en

- vervolgens op 15 april 2002 door die [slachtoffer 1] een aanvraag voor het openen van een bankrekening bij de ABN/AMRO doen of laten ondertekenen en

- vervolgens op 3 mei 2002 in de hal van het hoofdkantoor van de ABN-AMRO te Amsterdam, een ontmoeting met die [slachtoffer 1] gearrangeerd en zich uitgegeven voor dr. [betrokkene 2] en voor een vertegenwoordiger/directeur van de ABN/AMRO en vervolgens die [slachtoffer 1] meegdeeld dat aan de ABN/AMRO een percentage van het miljoenenbedrag als provisie diende te worden betaald en vervolgens aan die [slachtoffer 1] een schriftelijke ondertekende bevestiging verzonden of verstrekt waarin staat vermeld dat na ontvangst van de provisie de ABN-AMRO het totale bedrag van de transactie aan die [slachtoffer 1] zou overhandigen en vervolgens die [slachtoffer 1] meegedeeld dat de ABN/AMRO ook genoegen zouden nemen met een voorschot van 80.000 USD op die provisie, waardoor die [slachtoffer 1] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

ten aanzien van het onder 2 telastegelegde:

hij in de periode van 1 januari 2002 tot en met 19 juni 2002, te Amsterdam en te Schiphol (gemeente Haarlemmermeer) tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag ter waarde van 8.675 US dollar, hebbende verdachte en verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk

-zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- onder de naam [betrokkene 4] aan die [slachtoffer 2] telefonisch verzocht of die [slachtoffer 2] samen met drie andere bedrijven bereid was op te treden als 'contractor' en tijdelijk een bankrekening ter beschikking wilde stellen voor de ontvangst van een overboeking van een bedrag van 38,6 miljoen dollar uit Nigeria en

- ter bevestiging daarvan en ter ondertekening 'contract agreements' tussen die [slachtoffer 2] en de 'National Electric Power Authority (NEPA)' aan die [slachtoffer 2] doen toekomen en

- vervolgens een document met het opschrift 'Central Bank of Nigeria' en 'The presidential Panel' waaruit moest blijken dat voormeld bedrag was "vrijgegeven" en dat de overboeking naar de bankrekening van die [slachtoffer 2] via de Chase Manhattan Bank was goedgekeurd en dat opdracht was gegeven dat bedrag over te boeken via de Chase Manhattan Bank aan die [slachtoffer 2] doen toekomen en

- een fax met het opschrift Central bank of Nigeria aan die [slachtoffer 2] gestuurd waarin stond vermeld dat die [slachtoffer 2] voor verdere details en de afronding van de overboeking contact moest opnemen met een zekere [betrokkene 5] met een Nederlands telefoonnummer en

- telefonisch onder de naam [betrokkene 5] die [slachtoffer 2] voor de afronding van de transactie uitgenodigd naar Nederland te komen en meegedeeld dat voor de bemiddeling van die [betrokkene 5] bij de afronding van de transactie een 'charge fee' betaald moest worden en

die [slachtoffer 2] op Schiphol ontmoet en begeleid naar Amsterdam en zich tegenover die [slachtoffer 2] gelegitimeerd als [betrokkene 5] en vervolgens die [slachtoffer 2] begeleid naar een kantoorpand van die [betrokkene 5] in Amsterdam en die [slachtoffer 2] in dat kantoorpand in contact gebracht met de 'baas van [betrokkene 5]' en die [slachtoffer 2] een kwitantie met het opschrift 'Foreign payment office Fund receipt order' ten bedrage van US dollar 8.675 en euro 8.675 verstrekt,

waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

ten aanzien van het onder 3 telastegelegde:

omstreeks de periode van 22 april 2002 tot en met 31 mei 2002, te Amsterdam en Schiphol (gemeente Haarlemmermeer) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsels van verdichtsels [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag ter waarde van 12.000 euro en 8.800 US dollars hebbende verdachte en verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 3] per fax en e-mail met het onderschrift dr. [betrokkene 6] verzocht een of meer op zijn naam staande bankrekeningen ter beschikking te stellen voor de ontvangst of vrijgave van een groot geldbedrag aan dollars uit Nigeria, welk bedrag niet anders dan langs die weg uit Nigeria zou kunnen worden uitgevoerd en medegedeeld dat daarvoor een vergoeding zou worden betaald van ongeveer 20 procent van dat bedrag en dat die [slachtoffer 3] daartoe contact op moest nemen met dr. [betrokkene 6] in Nigeria en [betrokkene 7] in Amsterdam en

- die [slachtoffer 3] per fax valse stukken met het opschrift 'Federal Republic of Nigeria' ondertekend met de naam [betrokkene 7] en 'Federal Ministry of Finance' ondertekend door [betrokkene 8] doen toekomen waaruit moest blijken dat Nigeriaanse Autoriteiten of Nigeriaanse officiële instanties toestemming en/of vergunning en/of opdracht hadden gegeven tot het overboeken van het geld uit Nigeria naar een bankrekening van [slachtoffer 3] voornoemd en

- die [slachtoffer 3] per fax en/of telefonisch en/of in persoon laten weten dat voor de vrijgave voor overboeking of voor de overboeking van voornoemd bedrag naar een bankrekening op naam van die [slachtoffer 3] een of meer bedragen aan belastingen en/of premies en/of administratieve kosten ten bedrage van 12.000 euro moesten worden betaald en

- die [slachtoffer 3] per fax en/of telefonisch en/of in persoon verzocht voor de betaling of overhandiging van voornoemde bedragen aan premies en/of belasting en/of kosten naar een vertegenwoordiging of kantoorpand in Amsterdam te komen en die [slachtoffer 3] van Schiphol begeleid naar een of meer wisselkantoren en/of geldautomaten en/of banken in Amsterdam, opdat die [slachtoffer 3] geld kon opnemen en die [slachtoffer 3] vervolgens naar een kantoorpand in Amsterdam begeleid en die [slachtoffer 3] een ondertekende kwitantie - voor ontvangst van die belastingen en/of premies en/of administratieve kosten - verstrekt met het opschrift 'Foreign Financial Office',

waardoor die [slachtoffer 3] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

ten aanzien van het onder 5 telastegelegde:

op 19 juni 2002, te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk voorhanden heeft gehad valse geschriften, te weten een in de Engelse taal gesteld formulier voor de opgave van bankgegevens valselijk voorzien van het opschrift 'ABN-AMBRO APPLICATION FORM', en een in de Engelse taal gesteld formulier 'joint endorsement'

(gezamelijke overdrachtsovereenkomst/ endossement), valselijk voorzien van het opschrift 'NETHERLANDLOTTERY/SWEETSTAKE LOTTERY COMMISSION' en een in Engelse taal gesteld formulier 'winning funds release order' valselijk voorzien van het opschrift 'NETHERLANDLOTTERY/SWEETSTAKE LOTTERY COMMISSION', zijnde voornoemde geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als ware zij echt en onvervalst;

ten aanzien van het onder 6 telastegelegde:

hij in de periode van 7 februari 2002 tot en met 27 mei 2002 te Amsterdam, tezamen met anderen, geldbedragen ter waarde van

a) 12.000 euro (ontvangen onder de naam [betrokkene 7]) en

b) 65.000 US dollars (ontvangen onder de naam [betrokkene 3]) en

c) 80.000 US dollars (ontvangen onder de naam [betrokkene 3])

verworven en voorhanden gehad, terwijl verdachte en verdachtes mededaders wisten dat

die geldbedragen - onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit

enig misdrijf;

ten aanzien van het onder 7 telastegelegde:

in de periode van 14 december 2001 tot en met 19 juni 2002 te Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte en [medeverdachte 1] en uit [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] dan wel [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

a. met het oogmerk om zich of een ander wederrechtlijk te bevoordelen door het

aannemen van valse namen en van valse hoedanigheden en door listige kunstgrepen en door

een samenweefsel van verdichtsels, bewegen van personen en bedrijven en instellingen tot

de afgifte van geldbedragen en

b. geschriften welke bestemd zijn om tot het bewijs van enig feit te dienen,

valselijk opmaken en vervalsen met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebuiken of

door anderen te doen gebruiken, en het opzettelijk gebruik maken van voornoemde valse of

vervalste geschriften als ware deze echt en onvervalst, ter ondersteuning van

voornoemde oplichtingen en

c. een gewoonte maken van het plegen van witwassen;

ten aanzien van het onder 8 telastegelegde:

hij op 19 juni 2002 te Amsterdam, in het bezit was van een reisdocument, te weten een authentiek Nigeriaans paspoort (nr. [nummer]), op naam van [verdachte], welk paspoort was voorzien van een valselijk opgemaakte personaliabladzijde, waarvan hij wist dat dit reisdocument vervalst was.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die zich gedurende een langere periode op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrifte en het witwassen van geldbedragen. De organisatie was zeer professioneel opgezet en verdachte had een grote rol in de organisatie. Hij deed zich in verschillende oplichtingszaken voor als [betrokkene 3] en [betrokkene 7] en heeft in die hoedanigheden geld van slachtoffers in ontvangst genomen.

Verdachte heeft zich daarnaast samen met anderen schuldig gemaakt aan een drietal oplichtingen waarbij het slachtoffer via e-mail een percentage van een miljoenenbedrag in het vooruitzicht werd gesteld. De rechtbank rekent het verdachte en zijn mededaders ernstig aan dat zij op geraffineerde en gewetenloze wijze hun slachtoffers hebben bewogen tot de afgifte van soms aanzienlijke geldbedragen. Door aldus te handelen hebben zij de slachtoffers van deze oplichtingen financiële schade en leed toegebracht. Het slachtoffer [slachtoffer 1] in het bijzonder is door het handelen van verdachte en zijn mededaders financieel gedupeerd. Daarbij heeft hij psychische schade ondervonden.

Verdachte heeft daarnaast documenten vervalst om tegenover de slachtoffers de indruk te wekken dat zij van doen hadden met een medewerker van een betrouwbare organisatie. Door aldus te handelen heeft verdachte op ernstige wijze het vertrouwen geschonden dat in het zakelijk verkeer in dergelijke documenten wordt gesteld.

Ook heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan het witwassen van aanzienlijke geldbedragen. Witwassen vormt een aantasting van het financieel-economisch bestel en vormt vanwege de corrumperende invloed voor het reguliere handels- en betalingsverkeer, een bedreiging.

Verdachte heeft ten slotte een vervalst paspoort in zijn bezit gehad. Valse identiteitsbewijzen maken een deugdelijke identiteitscontrole onmogelijk en kunnen daardoor het plegen van andere strafbare feiten vergemakkelijken. Door het gebruik van vervalste reisdocumenten wordt het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in van overheidswege verstrekte identiteitsbewijzen geschonden.

Verdachte heeft ter terechtzitting geen enkel inzicht getoond in het kwalijke van zijn handelen.

De rechtbank zal gelet op het bovenstaande aan verdachte een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie gevorderd, omdat naar het oordeel van de rechtbank in die eis in onvoldoende mate tot uitdrukking komt de ernst van de aan verdachte verweten gedragingen.

Verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen nrs 1 t/m 3, zoals genummerd en nader omschreven op de aan dit vonnis als bijlage III gehechte kopie van de lijst van inbeslaggenomen goederen, die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het bewezen geachte is begaan.

Ten aanzien van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een deel van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen geachte feit, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van $ 482.000,-, zijnde naar huidige koers

€ 411.440,-. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij is niet zo eenvoudig van aard dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [slachtoffer 1] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd, waarbij rekening zal worden gehouden met de aan medeverdachten opgelegde schadevergoedingsmaatregel.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 140, 225, 231, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het onder 4 telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 5, 6, 7 en 8 telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 6 bewezenverklaarde:

Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde:

In het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd nrs. 1 t/m 3, zoals genummerd en nader omschreven op de aan dit vonnis als bijlage III gehechte kopie van de lijst van inbeslaggenomen goederen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende op het adres [adres], [woonplaats] toe tot een bedrag van € 411.440,-.

(vierhonderdenelfduizendenvierhonderdenveertig euro).

Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer 1] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voorzover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige deel van zijn vordering niet-ontvankelijk is.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen de som van € 205.702,- (tweehonderdenvijfduizendenzevenhonderdentwee euro), behoudens voorzover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 360 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.A.M. van Oosten, voorzitter,

mrs. J. Knol en J.M. van Hall, rechters,

in tegenwoordigheid van H.L. van Loon, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 mei 2003.