Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2003:AF9286

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2003
Datum publicatie
30-05-2003
Zaaknummer
13/129113-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/129113-02

Datum uitspraak: 28 mei 2003

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, achtste meervoudige kamer A, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] te [woonplaats], gedetineerd in het [huis van bewaring].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 en 16 mei 2003.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting nader is omschreven. Van de dagvaarding en de vordering nadere omschrijving zijn kopieën als bijlage 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De nader omschreven telastelegging geldt als hier ingevoegd.

De rechtbank leest het in de 2e regel van het onder 6 primair telastegelegde vermelde "tezamen" als "tezamen en in vereniging", aangezien hier sprake is van een kennelijke omissie. Door de verbetering van deze omissie wordt verdachte niet in de verdediging geschaad.

2. Voorvragen

--------------

3. Waardering van het bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1 telastegelegde:

omstreeks de periode van 22 april 2002 tot en met 31 mei 2002, te Amsterdam en Schiphol (gemeente Haarlemmermeer) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsels van verdichtsels [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag ter waarde van 12.000 euro en 8.800 US dollars hebbende verdachte en verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] per fax en e-mail met het onderschrift [betrokkene 1] verzocht een of meer op zijn naam staande bankrekeningen ter beschikking te stellen voor de ontvangst of vrijgave van een groot geldbedrag aan dollars uit Nigeria, welk bedrag niet anders dan langs die weg uit Nigeria zou kunnen worden uitgevoerd en medegedeeld dat daarvoor een vergoeding zou worden betaald van ongeveer 20 procent van dat bedrag en dat die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] daartoe contact op moest nemen met [betrokkene 1] in Nigeria en [betrokkene 2] in Amsterdam en

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] per fax valse stukken met het opschrift 'Federal Republic of Nigeria' ondertekend met de naam [betrokkene 2] en 'Federal Ministry of Finance' ondertekend door [betrokkene 3] doen toekomen waaruit moest blijken dat Nigeriaanse Autoriteiten of Nigeriaanse officiële instanties toestemming en/of vergunning en/of opdracht hadden gegeven tot het overboeken van het geld uit Nigeria naar een bankrekening van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voornoemd en

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] per fax en/of telefonisch en/of in persoon laten weten dat voor de vrijgave voor overboeking of voor de overboeking van voornoemd bedrag naar een bankrekening op naam van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] een of meer bedragen aan belastingen en/of premies en/of administratieve kosten ten bedrage van 12.000 euro moesten worden betaald en

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] per fax en/of telefonisch en/of in persoon verzocht voor de betaling of overhandiging van voornoemde bedragen aan premies en/of belasting en/of kosten naar een vertegenwoordiging of kantoorpand in Amsterdam te komen en die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van Schiphol begeleid naar een of meer wisselkantoren en/of geldautomaten en/of banken in Amsterdam, opdat die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] geld konden opnemen en die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] vervolgens naar een kantoorpand in Amsterdam begeleid en die [slachtoffer 1] een ondertekende kwitantie - voor ontvangst van die belastingen en/of premies en/of administratieve kosten - verstrekt met het opschrift 'Foreign Financial Office', waardoor die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werden bewogen ot bovenomschreven afgifte;

ten aanzien van het onder 2 telastegelegde:

in de periode van 1 januari 2002 tot en met 15 mei 2002 in de gemeente Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtels, [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van:

- 9.000 US dollars en

- 65.000 US dollars en

- 122.000 US dollars en

- 66.000 US dollars en

- 20.000 US dollars en

- 120.000 US dollars en

- 80.000 US dollars,

hebbende verdachte en diens mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- aan die [slachtoffer 3] per e-mail, afkomstig van 'Templars law firm barristers & solicitors', met als afzender [betrokkene 4] inhoudende dat er een erfenis van 36.000.000 US dollars zonder erfgenamen is komen vrij te vallen en die [slachtoffer 3] verzocht tegen een bepaald percentage een bankrekening ter beschikking te stellen om dat bedrag in twee delen weg te sluizen of uit handen van de lokale autoriteiten te houden, hebben doen toekomen en verzocht contact op te nemen met die [betrokkene 4] en

- telefonisch onder de naam [betrokkene 4] die [slachtoffer 3] verzocht uitsluitend per e-mail te communiceren en per e-mail meegedeeld dat voornoemd geld in beheer is bij een bedrijf in Amsterdam genaamd Global Diplomatic en dat [slachtoffer 3] contact op moest nemen met een persoon genaamd [betrokkene 5] in Amsterdam en dat die [slachtoffer 3] 15% van het te "transfereren" bedrag zou ontvangen, waarvan 5% als kosten in rekening gebracht zouden worden en

- vervolgens in Amsterdam - ter betaling van een zogeheten "clearance fee"- een ontmoeting met die [slachtoffer 3] gearrangeerd bij welke ontmoeting verdachte en diens mededaders zich uitgaven als [betrokkene 5] en diens secretaris [betrokkene 6] en vervolgens aan die [slachtoffer 3] een kwitantie - voor ontvangst van "clearance fee"- verstrekt met het opschrift 'Global Diplomatic Security Service' en

- vervolgens een koffer getoond met dollars waarop een "UV-logo" was aangebracht, welk logo chemisch zou moeten worden verwijderd en ten bewijze daarvan dat "UV-logo" van een aantal van die biljetten met een vloeistof verwijderd en

- vervolgens die [slachtoffer 3] verzocht een bedrag van 65.000 dollar te betalen voor de aanschaf van schoonmaakchemicaliën voor die hoeveelheid dollars met "UV-logo's" en ten bewijze van de ontvangst van die betaling van die 65.000 dollar, een kwitantie verstrekt met het opschrift 'Global Diplomatic Storage Service' en vervolgens meegedeeld dat de transactie verder via de de ABN-AMRO zou worden afgewikkeld welke bank een certificaat zou eisen dat het geld niet uit drugshandel afkomstig was en ter verkrijging van dat certificaat zou eisen dat het geld niet uit drugshandel afkomstig was en ter verkrijging van dat certificaat door die [slachtoffer 3] een aanvraag laten ondertekenen met het opschrift 'Africa Economic Forum' en

- onder de naam [betrokkene 5] meegdeeld dat het World Court in Den Haag de stukken van de transactie tegen een vergoeding van 122.000 US dollar zou moeten controleren/accorderen en

- vervolgens onder de naam [betrokkene 5] die [slachtoffer 3] meegedeeld dat een bedrag van 66.000 dollar voor de afgifte van een 'Drug Clearance Certificate' moest worden betaald en

- per e-mail onder de naam [betrokkene 5] meegedeeld dat het World Court de stukken in beginsel geaccodeerd had en dat het World Court verzocht een certificaat van oorsprong ter beschikking te stellen waartoe die [slachtoffer 3] wederom met [betrokkene 4] contact diende op te nemen en daarna onder de naam [betrokkene 4] aan die [slachtoffer 3] meegedeeld dat voor de afgifte van dergelijke certificaten van oorsprong en vergunningen 5% van het totale bedrag moest worden betaald, en ter bevestiging daarvan een brief met het opschrift "Templars law firm" ondertekend met [betrokkene 4], attorney of law, aan die [slachtoffer 3] meegedeeld dat in plaats van die 5% een bedrag van 180.000 US dollars zou moeten worden betaald, van welk bedrag voornoemde [betrokkene 4] 60.000 dollar voor zijn rekening zou nemen en

- vervolgens op 15 april 2002 door die [slachtoffer 3] een aanvraag voor het openen van een bankrekening bij de ABN/AMRO doen of laten ondertekenen en

- vervolgens op 3 mei 2002 in de hal van het hoofdkantoor van de ABN-AMRO te Amsterdam, een ontmoeting met die [slachtoffer 3] gearrangeerd en zich uitgegeven voor [betrokkene 5] en voor een vertegenwoordiger/directeur van de ABN/AMRO en vervolgens die [slachtoffer 3] meegdeeld dat aan de ABN/AMRO een percentage van het miljoenenbedrag als provisie diende te worden betaald en vervolgens aan die [slachtoffer 3] een schriftelijke ondertekende bevestiging verzonden of verstrekt waarin staat vermeld dat na ontvangst van de provisie de ABN-AMRO het totale bedrag van de transactie aan die [slachtoffer 3] zou overhandigen en vervolgens die [slachtoffer 3] meegedeeld dat de ABN/AMRO ook genoegen zouden nemen met een voorschot van 80.000 USD op die provisie, waardoor die [slachtoffer 3] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

ten aanzien van het onder 3 telastegelegde:

in de periode van 5 april 2002 tot en met 29 april 2002 te Amsterdam en te Schiphol (gemeente Haarlemmermeer) tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtels, [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag ter waarde van 3.000 US dollars, hebbende verdachte en verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- aan die [slachtoffer 4] en aan die [slachtoffer 5] een e-mail gezonden, met het onderschrift [betrokkene 7] waarin staat dat die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] een prijs hadden gewonnen van 1,2 miljoen US Dollars, in de 'Sunsweetwin Promo Lottery' en contact op moest nemen met [betrokkene 7] e-mailadres [email], en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] een (in te vullen en te retourneren) 'winner schedule payment form'en/of een 'prize claim certificate' toegezonden en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] een document met het opschrift "Sunsweetwin Promo Lottery", ondertekend met de naam [betrokkene 8] toegezonden waarin stond dat de claim op de gewonnen prijs was gehonoreerd en

- per fax en/of e-mail en/of brief en/of telefonisch die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] uitgenodigd contact op te nemen met een zekere [betrokkene 9] en voor het in ontvangst nemen van het originele "prize claim certificate" en voor het ontvangst nemen van het gewonnen prijzengeld naar Amsterdam te komen en die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] meegedeeld dat die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] een commissie van 3% aan een zekere [betrokkene 7] moesten betalen over de in ontvangst te nemen prijs van 1.200.000 US dollars en

- die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] meegedeeld dat 3.000 US dollars, moest worden betaald aan "Benefice" aan [betrokkene 10] en dat indien die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] niet zou betalen de prijs niet zou worden uitbetaald en

- die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] in Amsterdam begeleid naar een postkantoor en/of een bank en/of een geldautomaat opdat dezen geld konden opnemen en/of begeleid naar een kantoorpand in Amsterdam en/of in een kantoorpand in Amsterdam een koffer waarin zich geld van de gewonnen prijs zou bevinden aan die [slachtoffer 4] en/of die [slachtoffer 5] getoond,

waardoor die [slachtoffer 4] en die [slachtoffer 5] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

ten aanzien van het onder 4 telastegelegde:

in de periode van 1 maart 2002 tot en met 17 juni 2002 te Amsterdam en te Schiphol (gemeente Haarlemmermeer), tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag ter waarde van 3.200 US dollars en 20.000 euro,

hebbende verdachte en verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid, gebruikmakend van fax en e-mail en telefoon en in gesprekken in persoon:

- aan die [slachtoffer 6] een e-mail gezonden onder de naam [betrokkene 11], waarin is vermeld dat die [betrokkene 11] zou beschikken over grote fondsen bij een Amerikaanse bank in Granada, en daarvan een deel wilde investeren in het bedrijf van [slachtoffer 6] en

- met die [slachtoffer 6] onder de naam [betrokkene 11], telefonisch contact opgenomen en die [slachtoffer 6] meegedeeld dat het geld al op een bankrekening van een off-shore bank zou staan en dat hij alleen maar een bedrag aan rente als rendement van het geld hoefde te betalen en dat die [slachtoffer 6] voor de deal 1.000 US dollars voor het openen van een rekening bij de Anglo American Bank en 3.200 US dollars als 'handling fee' moest betalen en

- met die [slachtoffer 6] onder de naam [betrokkene 11], telefonisch contact opgenomen en die [slachtoffer 6] meegedeeld dat [betrokkene 11] met vakantie zou gaan en dat de zaak verder werd geregeld door [betrokkene 2] van de organisatie 'Overseas Services Limited' en het voornoemde bedrag van 3.200 US dollars op naam van [betrokkene 12] zou moeten worden betaald en

- met die [slachtoffer 6] onder de naam [betrokkene 2], telefonisch contact opgenomen en bevestigd dat een rekening was geopend bij de Anglo American Bank en voor de opening van die rekening die [slachtoffer 6] een formulier gedateerd 26/03/2002 doen of laten ondertekenen en

- met die [slachtoffer 6] onder de naam [betrokkene 2], telefonisch contact opgenomen en die [slachtoffer 6] heeft meegedeeld dat abusievelijk geen rekening bij de Anglo American Bank maar bij de City Express Bank was geopend en er een bedrag van 154.800.000 Us dollars op [slachtoffer 6]s rekening stond en

- met die [slachtoffer 6] onder de naam [betrokkene 11], telefonisch contact opgenomen en die [slachtoffer 6] meegedeeld dat er een fout was gemaakt en dat het geld overgeboekt was naar 'Overseas Services Limited' en die [slachtoffer 6] voor de afdracht van 3.200 US dollars naar Amsterdam moest komen en ter verkrijging van bankcheques ter waarde van 5 tot 10 miljoen US dollars en

- die [slachtoffer 6] van het vliegveld Schiphol opgehaald en vervolgens begeleid naar een kantoor van 'Overseas Services Limited',

waardoor die [slachtoffer 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgiften.

ten aanzien van het onder 5 telastegelegde:

in de periode van 1 mei 2002 tot en met 19 juni 2002 te Amsterdam, opzettelijk voorhanden heeft gehad valse brieven en een formulier, te weten:

a. een in de Engelse taal gestelde brief, valselijk voorzien van het opschrift, 'Federal Republic of Nigeria, economic panel external debt review committee', gedateerd 23/05/02, en valselijk ondertekenend met de naam [betrokkene 2] en

b. een in de Engelse taal gestelde brief, valselijk voorzien van het opschrift 'Federal Republic of Nigeria, economic panel & external debt review committee', gedateeerd 14/02/02, en valselijk ondertekend met de naam [betrokkene 2], en

c. een in de Engelse taal gesteld formulier valselijk voorzien van het opschrift 'Universal Diplomatic Baggage, Clearing House Schiphol, Amsterdam, The Netherlands' en

d. een in de Engelse taal gestelde brief valselijk voorzien van het briefhoofd 'National deposit insurance corporation of Nigeria'gedateerd 20 mei 2002, gericht aan [slachtoffer 3] en valselijk ondertekend met de naam [betrokkene 13],

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl verdachte wist dat die geschriften waren voor gebruik als waren zij echt en onvervalst;

ten aanzien van het onder 6 primair telastegelegde:

in de periode van 14 december 2001 tot en met 19 juni 2002 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben verdachte en diens mededaders geldbedragen ter waarde van

b) 76.383,14 euro ontvangen onder de naam [betrokkene 14], [betrokkene 15], [betrokkene 16], [betrokkene 17], [betrokkene 18] en [betrokkene 19]

c) 3.200 US dollar ontvangen onder de naam [betrokkene 14] en

d) 10.850 US dollar ontvangen onder de naam [betrokkene 2],

verworven en voorhanden gehad, terwijl verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die geldbedragen - onmiddellijk of middelijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

ten aanzien van het onder 7 telastegelegde:

in de periode van 14 december 2001 tot en met 19 juni 2002 te Amsterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit verdachte en [medeverdachte 1] en uit [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] dan wel [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

a. met het oogmerk om zich of een ander wederrechtlijk te bevoordelen door het

aannemen van valse namen en van valse hoedanigheden en door listige kunstgrepen en door

een samenweefsel van verdichtsels, bewegen van personen en bedrijven en instellingen tot

de afgifte van geldbedragen en

b. geschriften welke bestemd zijn om tot het bewijs van enig feit te dienen,

valselijk opmaken en vervalsen met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebuiken of

door anderen te doen gebruiken, en het opzettelijk gebruik maken van voornoemde valse of

vervalste geschriften als ware deze echt en onvervalst, ter ondersteuning van

voornoemde oplichtingen en

c. een gewoonte maken van het plegen van witwassen;

ten aanzien van het onder 8 telastegelegde:

op 19 juni 2002 te Amsterdam, in het bezit was van reisdocumenten, te weten:

a) een authentiek Nigeriaans paspoort (nr.), op naam van [verdachte], welk paspoort valselijk was voorzien van een visum voor de Schengen-landen en

b) een authentiek Zuid-Afrikaans paspoort, op naam van [betrokkene 20], welk paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto van verdachte en

op 19 juni 2002 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander in het bezit was van reisdocumenten, te weten:

c) een authentiek Nigeriaans paspoort (nr. ) op naam van [betrokkene 21], welk paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto, niet zijnde de oorspronkelijk op dat paspoort aangebrachte foto en

d) een authentiek Iers paspoort (nr. ) op naam van [betrokkene 22], welk paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto, niet zijnde de oorspronkelijk op dat paspoort aangebrachte foto en

e) twee valse Belgische paspoorten ten name van [betrokkene 23] en [betrokkene 24], waarvan hij wist dat die reisdocumenten vals waren.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De raadsman voert aan, dat de stemherkenning van cliënt door een verbalisant, dient te worden uitgesloten van het bewijs omdat het vaststellen van de authenticiteit van een stem niet mogelijk is, zelfs niet door een deskundige op dat gebied.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. De stemherkenning heeft plaatsgevonden door een verbalisant die gedurende lange tijd gesprekken heeft afgeluisterd, die gevoerd werden door een zekere [betrokkene 25] dan wel [betrokkene 2] dan wel [betrokkene 26]. Vervolgens heeft de verbalisant verdachte gehoord en heeft hij vastgesteld dat de stem van verdachte sterke gelijkenis vertoont met diegene die voornoemde telefoongesprekken heeft gevoerd. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de stemherkenning van cliënt door de verbalisant als bewijs kan worden gebezigd.

De raadsman voert tevens aan dat nu de rechtbank een verzoek tot het horen van de getuigen [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 2], [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] heeft afgewezen de verdediging niet in de gelegenheid is geweest de verzochte getuigen te ondervragen. De zich in het dossier bevindende verklaringen van de verzochte getuigen dienen dan ook uitgesloten te worden van het bewijs.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt hieromtrent als volgt. De raadsman heeft zijn verzoek tot het horen van getuigen onvoldoende inhoudelijk onderbouwd en heeft zich niet wezenlijk verzet tegen het niet oproepen van de verzochte getuigen.

Het is dan ook om die redenen dat het verzoek tot het horen van getuigen ter terechtzitting is afgewezen. De verklaringen van de getuigen kunnen dan ook voor het bewijs worden gebruikt.

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan voor het overige op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder laten meewegen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die zich gedurende een langere periode op grote schaal heeft schuldig gemaakt aan oplichting, valsheid in geschrifte en het witwassen van geldbedragen. Verdachte had een leidende rol in de organisatie. Vanuit zijn woning, die daartoe met moderne communicatiemiddelen was toegerust, werden de meeste e-mails en faxen verzonden en ontvangen. Tevens werd in zijn woning het voicemailsysteem aangetroffen, waarnaar de slachtoffers konden bellen om het banksaldo te horen. Uit diverse telefoongesprekken volgt dat hij anderen opdrachten en aanwijzingen gaf.

Verdachte heeft zich daarnaast samen met anderen schuldig gemaakt aan een zestal oplichtingen waarbij het slachtoffer via e-mail een percentage van een miljoenenbedrag in het vooruitzicht werd gesteld. De rechtbank rekent het verdachte en zijn mededaders ernstig aan dat zij op geraffineerde en gewetenloze wijze hun slachtoffers hebben bewogen tot de afgifte van soms aanzienlijke geldbedragen. Door aldus te handelen hebben zij de slachtoffers van deze oplichtingen financiële schade en leed toegebracht. Het slachtoffer [slachtoffer 3] in het bijzonder is door het handelen van verdachte en zijn mededaders financieel gedupeerd en heeft psychische schade ondervonden.

Verdachte heeft documenten vervalst om tegenover de slachtoffers de indruk te wekken dat zij van doen hadden met een medewerker van een betrouwbare organisatie. Door aldus te handelen heeft verdachte op ernstige wijze het vertrouwen geschonden dat in het zakelijk verkeer in dergelijke documenten wordt gesteld.

Ook heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan het witwassen van aanzienlijke geldbedragen. Witwassen vormt een aantasting van het financieel-economisch bestel en vormt vanwege de corrumperende invloed voor het reguliere handels- en betalingsverkeer, een bedreiging.

Ten slotte heeft verdachte een groot aantal valse en vervalste identiteitsbewijzen in zijn bezit gehad. Valse en vervalste identiteitsbewijzen maken een deugdelijke identiteitscontrole onmogelijk en kunnen daardoor het plegen van andere strafbare feiten vergemakkelijken.

De rechtbank zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen aan verdachte een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat naar het oordeel van de rechtbank in die eis in onvoldoende mate tot uitdrukking komt de ernst van de aan verdachte verweten gedragingen.

Verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen nrs 1 t/m 16, zoals genummerd en nader omschreven op de aan dit vonnis als bijlage III gehechte kopie van de lijst van inbeslaggenomen goederen, die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van die voorwerpen het bewezen geachte is begaan.

Ten aanzien van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat een deel van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] , van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor de behandeling in dit strafgeding. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen geachte feit, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van 482.000,- US dollar, zijnde naar huidige koers

€ 411.440,-. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij is niet zo eenvoudig van aard dat dit zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [slachtoffer 3] voornoemd wordt, als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde, de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opgelegd, waarbij rekening zal worden gehouden met de aan medeverdachte opgelegde schadevergoedingsmaatregel.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 140, 225, 231, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 primair, 7 en 8 telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde feit:

Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde feit:

Medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 6 primair bewezenverklaarde feit:

Medeplegen van een gewoonte maken van witwassen.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde feit:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde feit:

In het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is, meermalen gepleegd

en

medeplegen van in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vervalst is, meermalen gepleegd

en

medeplegen van in het bezit zijn van een reisdocument waarvan hij weet dat het vals is, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart verbeurd nrs. 1 t/m 16, zoals genummerd en nader omschreven op de aan dit vonnis als bijlage II gehechte kopie van de lijst van inbeslaggenomen goederen.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende op het adres [adres] [woonplaats] toe tot een bedrag van € 411.440,-.

(vierhonderdenelfduizendenvierhonderdenveertig euro).

Veroordeelt verdachte aan [slachtoffer 3] voornoemd, het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voorzover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige deel van zijn vordering niet-ontvankelijk is.

Legt aan verdachte de verplichting op, aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], te betalen de som van € 205.702,- (tweehonderdenvijfduizendenzevenhonderdentwee euro), behoudens voorzover deze vordering reeds door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 360 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voorzover verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde betalingsverplichtingen, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.A.M. van Oosten, voorzitter,

mrs. J. Knol en J.M. van Hall, rechters,

in tegenwoordigheid van H.L. van Loon, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 mei 2003.