Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2002:AF5352

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
09-07-2002
Datum publicatie
07-03-2003
Zaaknummer
114.2002 KVG
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Beschikking van 9 juli 2002 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 114.2002 KVG van:

[ ],

gerechtsdeurwaarderskantoor te [ ],

klager,

tegen:

1. [ ], gerechtsdeurwaarder te [ ],

2. [ ], gerechtsdeurwaarder te [ ],

3. [ ], gerechtsdeurwaarder te [ ],

4. [ ], toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [ ],

5. [ ], toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [ ],

beklaagden.

Verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen van 19 april 2002 heeft [ ] gerechtsdeurwaarders te [ ], hierna klager, een klacht ingediend tegen [ ], gerechtsdeurwaarders en [ ], toegevoegd-kandidaat gerechtsdeurwaarders, hierna beklaagden.

Beklaagden hebben ter terechtzitting een verweerschrift overgelegd.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 4 juni 2002.

Van de behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 9 juli 2002.

Gronden van de beslissing

1. De Feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

a) Aan [ ] te [ ] is gevestigd "Deurwaarderkantoor [ ]". Op het door dit kantoor gebruikte briefpapier staan onder het kopje 'gerechtsdeurwaarders' vermeld de namen [ ] en onder het kopje '(t.k.)gerechtsdeurwaarder' de namen [ ] vermeld.

b) Bij brief van 13 maart 2002 heeft klager voormeld deurwaarderskantoor gesommeerd zich te onthouden van iedere vermelding waaruit zou blijken dat er in [ ] aan de [ ] een deurwaarderskantoor is gevestigd onder de naam [ ].

c) Bij brief van 3 april heeft gerechtsdeurwaarder [ ] namens beklaagden op voormelde brief van klager gereageerd.

d) Door klager is als productie 2 een aankondiging beslaglegging van beklaagden overgelegd van 13 maart 2002 waarvan een kopie aan deze beslissing is gehecht en waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd.

e) Bij brief van 4 april 2002 hebben beklaagden aan klager geschreven: "ter ere van de opening van ons nieuwe filiaal te [ ] bieden wij u deze taart aan in de hoop dat deze u, samen met uw collega's zal smaken. Met vriendelijke groet, [ ] deurwaarder."

2. De klacht

2.1. Klager beklaagt zich samengevat over het feit, dat beklaagden een filiaal hebben geopend in [ ] en dat zij zich daarbij voordoen als (toegevoegd-kandidaat) gerechtsdeurwaarders, hetgeen in strijd is met diverse bepalingen in de Gerechtsdeurwaarderswet en de Verordening Gedrags- en Beroepsregels Gerechtsdeurwaarders. Door voormeld handelen van beklaagden leiden zij schade, aldus klager.

3. Het verweer van beklaagden

3.1. De beklaagden hebben de klachten aan de hand van een ter terechtzitting overgelegd verweerschrift gemotiveerd bestreden. Voor zover van belang wordt dit verweer hierna besproken.

4. Beoordeling van de klacht

4.1. Kern van de klacht is dat beklaagden in strijd handelen met de in de Gerechtsdeurwaarderswet opgenomen bepalingen omtrent de vestiging van gerechtsdeurwaarders door in [ ] onder de naam deurwaarderskantoor [ ] een filiaal te openen, alsmede dat beklaagden handelen in strijd met het bepaalde in artikel 12 van de Verordening Beroeps- en gedragsregels.

4.2. Uitgangspunt bij de beoordeling van deze klacht is dat een Gerechtsdeurwaarder is gebonden aan het vestigingsbeleid zoals dit is neergelegd in de Gerechtsdeurwaarderswet. Dit beleid houdt voor zover hier van belang in, dat bij benoeming tot gerechtsdeurwaarder een plaats van vestiging wordt aangewezen. Alleen de minister van justitie is bevoegd de aangewezen vestigingsplaats te wijzigen. Voor het openen van een nevenkantoor geldt, dat dit alleen mogelijk is na toestemming van de minister van justitie. Nevenvestigingen of filialen zijn daarbij niet toegestaan. Een gerechtsdeurwaarder is gebonden aan zijn plaats van vestiging. De Gerechtsdeurwaarderswet verbiedt expliciet het vestigen van bijkantoren. Zonder dit verbod zou een gerechtsdeurwaarder overal in het land bijkantoren kunnen openen, hetgeen een onaanvaardbare doorkruisiging van het vestigingsbeleid zou betekenen.

4.3. In deze zaak staat vast, althans is niet bestreden dat geen van de beklaagden de minister heeft verzocht zijn vestigingsplaats te wijzigen, noch dat toestemming is gevraagd tot het openen van een nevenkantoor in [ ].

4.4. Voorop staat dat de gerechtsdeurwaarder wanneer deze zich presenteert hij dit zorgvuldig en in overeenstemming met de eisen van zijn beroep dient te doen. Daarbij dient hij zorg te dragen voor een juiste en volledige presentatie. Hij dient in zijn contacten met derden misverstanden te vermijden over de hoedanigheid waarin hij in de gegeven situatie optreedt.

4.5. Beklaagden betogen evenwel dat het openen van een kantoor in [ ] niet strijdig is met het in de Gerechtsdeurwaarderswet neergelegde vestigingsbeleid aangezien het hier een deurwaarderskantoor betreft en geen gerechtsdeurwaarderskantoor. De titel van deurwaarder is, in tegenstelling tot de titel van gerechtsdeurwaarder, niet beschermd. De vermelding op het briefpapier van de namen van de gerechtsdeurwaarders en toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarders is evenmin in strijd met het bepaalde in artikel 12 van de Beroeps- en gedragsregels, aangezien dit artikel op andere situaties doelt dan een vermelding op briefpapier. Bovendien wordt het filiaal gedreven door een belastingdeurwaarder die gerechtigd is een deurwaarderskantoor te runnen, aldus beklaagden.

4.6. Dit betoog van beklaagden treft geen doel. Weliswaar is de titel van deurwaarder niet beschermd en luidt de officiële naam van het in [ ] geopende kantoor 'deurwaarderskantoor [ ]', op het briefpapier van dit kantoor staan wel de namen en functies van vijf (toegevoegd-kandidaat)gerechtsdeurwaarders.

Het briefpapier van het deurwaarderskantoor wordt gelet op de door klager overgelegde productie door beklaagden ook gebruikt bij het uitvoeren van ambtshandelingen. Door zich op deze wijze te presenteren ontstaat de indruk dat het deurwaarderskantoor bevoegd zou zijn tot het verrichten van ambtshandelingen. Daarmee ontstaan misverstanden bij justitiabelen die, zoals beklaagden zelf ter terechtzitting hebben betoogd, het onderscheid tussen een gerechtsdeurwaarder en een belasting- of gemeentedeurwaarder niet of onvoldoende kunnen maken. De conclusie dient dan ook te zijn dat beklaagden door zich te bedienen van briefpapier op een wijze als hiervoor aangegeven onvoldoende zorgvuldig hebben gehandeld en in strijd met het bepaalde in artikel 12 van de Beroeps- en gedragsregels.

4.7. Op grond van het voorgaande is de Kamer van oordeel dat het deurwaarderskantoor te [ ] zich presenteert als een gerechtsdeurwaarderskantoor, waarop het eerdergenoemde vestigingsbeleid van toepassing is. Door in afwijking van dit beleid een deurwaarderskantoor in Gouda te openen, handelen beklaagden in strijd met hetgeen daaromtrent is bepaald in de Gerechtsdeurwaarderswet.

4.8. Het door beklaagden tijdens de terechtzitting aangevoerde argument dat zij allen bevoegd zijn in [ ] ambtelijke werkzaamheden te verrichten en dat de door hen uitgevoerde ambtelijke handelingen worden geboekt in het repertoire ter plaatse van de officiële vestigingsplaats, kan de Kamer niet overtuigen. De in de Gerechtsdeurwaarderswet gecreëerde bevoegdheid landelijk ambtshandelingen te kunnen verrichten, is immers niet los te zien van het in dezelfde wet vastgelegde vestigingsbeleid.

4.9 Nu beklaagden er naar het oordeel van de Kamer willens en wetens voor hebben gekozen zich te presenteren als deurwaarderskantoor en daarmee bewust het risico zijn aangegaan dat er misverstanden kunnen ontstaan in welke hoedanigheid zij hun werkzaamheden verrichten, leidt het voorgaande tot de navolgende beslissing.

BESLISSING

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

- verklaart de klacht gegrond.

- legt aan ieder van beklaagden de maatregel van berisping op met de aanzegging dat, indien andermaal door hen een van de in artikel 34, eerste lid, bedoelde handelingen of verzuimen worden gepleegd, een geldboete zal worden overwogen.

Aldus gegeven door mr. M.M. Beins, waarnemend-voorzitter, mr. R.G. Kemmers en N.J.M. Tijhuis (plaatsvervangende) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2002 in tegenwoordigheid van de secretaris, F.C.H. Krieger.

Coll.:

w.g. F.C.H. Krieger w.g. M.M. Beins

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

hoger beroep ingesteld