Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2002:AE6808

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
22-08-2002
Datum publicatie
22-08-2002
Zaaknummer
13/037091-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/037091-02

Datum uitspraak: 22 augustus 2002

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, achtste meervoudige kamer D, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te Beni Bouyahie (Marokko) op 17 oktober 1979,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres]

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 augustus 2002.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

--------------

3. Waardering van het bewijs

3.1. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 2 is telastegelegd, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

3.2. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1 primair telastegelegde:

in de periode van 26 november 2001 tot en met 8 februari 2002 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in Sotheby's, filiaal De Boelelaan 30, heeft weggenomen ringen en een steen, briljant, en 6 schilderijen toebehorende aan onbekend gebleven personen, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van een valse sleutel, immers hebben verdachte en zijn mededaders ruimtes van Sotheby's betreden waarvoor zij geen toestemming hadden gekregen.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

3.3. De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat het gebruik van een valse sleutel niet kan worden bewezen en dat zijn cliënt hiervan dient te worden vrijgesproken, aangezien zijn cliënt in zijn hoedanigheid van beveiligingsbeambte juist bevoegdelijk gebruik maakte van de tot zijn beschikking zijnde sleutels (tags).

De rechtbank is ten aanzien van het door de raadsman gevoerde verweer van oordeel dat er in het onderhavige geval wel sprake is van het gebruik van een valse sleutel. Immers, de verdachte gebruikte de sleutels (tags) voor een ander doel dan waarvoor hij deze onder zich had te weten voor het (laten) stelen van kostbaarheden. Bovendien gebruikte verdachte de sleutels verschillende keren om op plaatsen te komen waar hij uit hoofde van zijn functie als beveiligingsbeambte op dat moment niet mocht dan wel behoefde te komen.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte is betrokken geweest bij diefstal van onder meer een aantal juwelen en waardevolle schilderijen.

De diversiteit en frequentie van zijn handelingen bij deze diefstallen wijzen erop dat verdachte een groter aandeel heeft gehad in de diefstallen dan het enkele gelegenheid bieden aan de daders. De rechtbank is van oordeel dat zonder verdachtes medewerking aan de diefstallen, deze niet gepleegd hadden kunnen worden en verdachte dan ook als de spil in de samenwerking moet worden beschouwd. Verdachte heeft in zijn hoedanigheid van beveiligingsmedewerker onder andere handelingen verricht zoals het verstoren van registratie, het te laat dan wel niet inschakelen van bewakingsystemen en het betreden van ruimtes waar hij niet mocht dan wel behoefde te komen, welke hebben geleid tot de bewezen verklaarde diefstallen.

De rechtbank acht het zeer kwalijk dat verdachte de diefstal heeft gepleegd tijdens zijn werkzaamheden als beveiligingsmedewerker. Hij heeft door zijn handelen op slinkse wijze het vertrouwen van zijn werkgever alsmede dat van het veilinghuis Sotheby's geschonden. Voorts zijn hierdoor de eigenaren van de diverse gestolen -en niet teruggevonden- goederen, hun bezittingen kwijt, welke goederen van grote waarde en onvervangbaar zijn, en zijn zij als gevolg hiervan ernstig gedupeerd geraakt.

De rechtbank wijst verdachtes voorstel om een werkstraf uit te voeren af, aangezien zij voor een ernstig feit als het bewezen geachte een vrijheidsbenemende straf als enige passend en geboden acht. De rechtbank houdt evenwel bij de vaststelling van de duur van deze vrijheidsbenemende straf rekening met de omstandigheid dat verdachte, blijkens het hem betreffend uittreksel Justitieel Documentatieregister, niet eerder met justitie in aanraking is geweest. De rechtbank ziet hierin alsmede in de persoon en de jeugdige leeftijd van verdachte tevens aanleiding om een deel van na te noemen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Dit dient er mede toe verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst van het plegen van dergelijke feiten te weerhouden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het onder 2 telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 8 maanden van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Sipkens, voorzitter,

mrs. H.P.E. Has en M.J. van Steeg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.J. Nooij, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 augustus 2002.