Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5916

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
27-07-2002
Datum publicatie
30-07-2002
Zaaknummer
KG 02/1680 JRB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2002/185
KG 2002, 213
JAR 2002, 185

Uitspraak

JRB/IS

vonnis 27 juli 2002

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t r o l n u m m e r KG 02/1680 JRB v a n:

de naamloze vennootschap KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V, gevestigd te Amstelveen, hierna: KLM

e i s e r e s bij gelijkluidende dagvaardingen van 27 juli 2002,

procureur mr. E.J. Henrichs,

advocaat mr. R.S. van Coevorden te den Haag,

tegen:

1. [gedaagde 1], wonende te A.,

2. [gedaagde 2], wonende te A.,

3. [gedaagde 3], wonende te A.,

4. [gedaagde 4], wonende te A.,

g e d a a g d e n in persoon verschenen,

gemachtigde: de heer F.P. Laplooi, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Luchtvaarttechnici.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 27 juli 2002 heeft eiseres, verder te noemen KLM, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Gedaagden hebben na te noemen standpunt ingenomen..

Vervolgens is uitspraak gedaan in de vorm van een uittreksel uit het audiëntieblad dat in executoriale vorm aan partijen is afgegeven. Het onderstaande vormt de uitwerking van die uitspraak.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. Gedaagden zijn in dienst bij KLM als grondwerktuigkundigen ("Certifying Staff",

hierna: GWK's ). Zij waren ingeroosterd om hun reguliere werkzaamheden als

GWK te verrichten op zaterdag 27 juli 2002, doch zij hebben, samen met hun collega's, hun werkzaamheden om 09.30 uur die dag gestaakt.

b. Op het tijdstip van die staking hebben de stakende GWK's een pamflet aan de

directie van KLM ter hand gesteld. De inhoud van dat pamflet luidt als volgt:

c. KLM is sedert geruime tijd in overleg met verschillende werknemersorganisaties over de aanspraak die de GWK's maken op loonsverhoging. De bij dit overleg betrokken vakbondorganisaties zijn onder meer FNV, CNV, de Unie en de NVLT.

2. KLM vordert gedaagden te gebieden met onmiddellijke ingang hun reguliere werkzaamheden als GWK en/of Certifying Staff bij KLM te hervatten en voort te zetten overeenkomstig het dienstrooster, en zich voorts te onthouden van deelname aan wilde stakingen en/of andere vormen van collectieve actie waardoor de bedrijfsactiviteiten van KLM worden geschaad.

KLM vordert voorts gedaagden op straffe van een dwangsom te verbieden anderen op te roepen tot deelname aan een wilde staking en/of andere vormen van collectieve actie waardoor de bedrijfsactiviteiten van KLM worden geschaad, dan wel deze deelname anderszins te bevorderen en veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.

De KLM legt aan haar vordering ten grondslag dat de staking onrechtmatig en ontoelaatbaar is, op grond van de hierna genoemde omstandigheden.

Gedaagden hebben ter zitting verklaard hun werk weer te willen hervatten. Zij hebben geen inhoudelijk verweer gevoerd maar alleen bezwaar gemaakt tegen een proceskostenveroordeling, nu zij geen aanstichters van de staking zijn en hun selectie als gedaagde partijen willekeurig is, gelet op de omvang van de groep stakers. De KLM heeft hierop haar vordering voor de proceskosten ingetrokken, zodat daarop niet meer beslist behoeft te worden.

Beoordeling van het geschil

3. Er is sprake van een loonconflict tussen KLM en de GWK's. De GWK's maken op

grond van een in de zomer van 2001 overeengekomen vergelijkend internationaal

loononderzoek (bench mark onderzoek) dat in de maand april 2002 is afgesloten, aanspraak op een loonsverhoging van 40%, stellende dat uit genoemd onderzoek gebleken is dat de GWK's bij de Amerikaanse partner van KLM, NorthWest Airlines, op dit hogere niveau beloond worden. De KLM bestrijdt dat deze aanspraak op deze onderzoeksresultaten en op de daarmee samenhangende afspraken met de GWK's gebaseerd kan worden.

Het loonoverleg met de betrokken bonden is nog gaande en vóór de dag van de staking was reeds een afspraak gemaakt met de bonden om dit overleg op 2 augustus 2002 voort te zetten. In september zullen de CAO-onderhandelingen volgen. De KLM heeft bij het overleg met de bonden ook de Nederlandse Vereniging van

Luchtvaarttechnici (NVT) toegelaten. Dit is een categorale vakbond die als spreekbuis voor de GWK's optreedt.

4. Tevens staat als onweersproken vast dat de staking niet eerder is aangekondigd dan

op de dag van de staking zelf en dat de staking grote schade veroorzaakt zowel voor de KLM zelf als voor de circa 5000 passagiers die op Schiphol als gevolg van de staking gestrand zijn. Voor die passagiers dient accommodatie in hotels gezocht te worden, hun vluchten moeten zo mogelijk worden omgeboekt op andere luchtvaartmaatschappijen en er dienen tal van andere kosten gemaakt te worden. Daarnaast zijn ook op buitenlandse luchthavens KLM passagiers gestrand met bestemming Schiphol. De KLM ageert in dit geding tevens namens de getroffen passagiers.

De schade voor één stakingsdag wordt door KLM begroot op circa 15 miljoen euro, aanzienlijk meer dan de winst die KLM heeft weten te behalen over het eerste kwartaal van 2002. Die schade hebben de stakers ook beoogd, omdat zij voor hun actie de drukste vliegdag van het jaar hebben gekozen.

5. Ook indien er van wordt uitgegaan dat artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal

Handvest (ESH), waaraan werknemers in beginsel het stakingsrecht kunnen

ontlenen, tevens van toepassing is op wilde stakingen zoals de onderhavige , wordt geoordeeld dat gedaagden desalniettemin in redelijkheid niet tot hun actie hadden kunnen besluiten en dat de staking onrechtmatig is, nu zwaarwegende procedure-regels ("spelregels") niet in acht zijn genomen. Dit is met name het geval omdat het overleg over het loonconflict met de betrokken bonden nog gaande was en op 2 augustus 2002 zou worden voortgezet, zodat het stakingsmiddel nog niet als uiterste middel kon worden gehanteerd, terwijl de actie bovendien niet tijdig is aangezegd, zodat KLM niet in de gelegenheid is geweest de belangen van het reizende publiek te beschermen en onnodige bedrijfsschade te voorkomen (vgl. HR 28 januari 2000, NJ 2000/292 Sara Lee en HR 30 mei 1986 NJ 1986/688 N.S.).

6. Nu deze procedureregels niet in acht zijn genomen, spelen de beperkingen op het

stakingsrecht als bedoeld in artikel 31 ESH geen rol. De vraag of KLM zich op die beperkingen kan beroepen op de grond dat sprake is van een disproportionele actie, gelet op de schade voor de KLM en voor derden en gelet op de maatschappelijk ontwrichtende werking van de staking, kan derhalve onbeantwoord blijven.

7. De vordering tot hervatting van het werk is toewijsbaar, nu gedaagden zich daar-

tegen niet verweerd hebben en nu de vordering gegrond is. De vordering dat

gedaagden zich dienen te onthouden van wilde stakingen en andere collectieve

acties die de bedrijfsactiviteiten van KLM schaden en het gevorderde verbod om anderen daartoe aan te zetten, zijn eveneens toewijsbaar, met de aanwijzing dat deze voorzieningen slechts gelding hebben zolang niet is voldaan aan de beide onder 5. besproken "spelregels".

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Gebiedt gedaagden met onmiddellijke ingang hun reguliere werkzaamheden als GKW en/of Certifying Staff bij KLM te hervatten en voort te zetten overeenkomstig het dienstrooster en zich voorts te onthouden van deelname aan wilde stakingen en/of andere vormen van collectieve actie waardoor de bedrijfsactiviteiten van KLM worden geschaad.

2. Verbiedt gedaagden anderen op te roepen tot deelname aan een wilde staking en/of andere vormen van collectieve actie waardoor de bedrijfsactiviteiten van KLM worden geschaad, dan wel deze deelname anderszins te bevorderen, zulks op straffe van een dwangsom van € 25.000,-- voor elke overtreding van dit verbod en elke dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat die overtreding voortduurt.

3. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mr. J.R. Branbergen, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van zaterdag 27 juli 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: