Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5857

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
25-07-2002
Datum publicatie
25-07-2002
Zaaknummer
KG 02/1380 OdC
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

OdC/MV

vonnis 25 juli 2002

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

VOORZIENINGENRECHTER IN KORT GEDING

VONNIS

i n d e z a a k m e t r o l n u m m e r KG 02/1380 OdC v a n:

de besloten vennootschap MUSIDOR B.V., gevestigd te Amsterdam,

e i s e r e s bij dagvaarding van 20 juni 2002 ,

procureur mr. J.A. Schaap,

t e g e n :

1. de besloten vennootschap EURO TAPCONTROL B.V., handelend onder de naam GALLERY DONKERSLOOT en handelend onder de naam THE GALLERY, gevestigd te Amsterdam, verschenen bij haar gemachtigde de heer [W.M. van R.],

2. de besloten vennootschap MARIE-LOUISE HOLDING B.V., voorheen handelend onder de naam GALLERY DONKERSLOOT, gevestigd te Amsterdam, verschenen bij haar gemachtigde de heer [W.M. van R.],

3. [gedaagde 3], wonende te Amsterdam, in persoon verschenen,

g e d a a g d e n.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Ter terechtzitting van 16 juli 2002 heeft eiseres, verder te noemen Musidor, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, verder gezamenlijk aan te duiden als Gallery Donkersloot, hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening.

Na verder debat hebben partijen stukken overgelegd voor vonniswijzing.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. Musidor is eigenaar van de intellectuele eigendomsrechten van "The Rolling Stones", waaronder begrepen het portretrecht van de individuele groepsleden, de heren Michael Philip Jagger, Keith Richards, Charles Robert Watts en Ron Wood.

b. In december 1997 heeft Musidor met Beleggingsmaatschappij Dustee B.V. -die destijds handelde onder de naam Gallery Donkersloot- een licentieovereenkomst gesloten op grond waarvan Gallery Donkersloot toestemming kreeg om van vier specifieke portretten van Michael Philip Jagger en Keith Richards elk 100 (dus in totaal 400) monoprints te produceren en te verkopen.

c. Uit het handelsregister blijkt dat de handelsnaam van Gallery Donkersloot thans wordt gevoerd door gedaagde sub 1.

d. Bij aangetekende brief van 9 juni 1999 heeft Musidor de licentieovereenkomst -vanwege overtreding van de overeenkomst door Gallery Donkersloot- met onmiddellijke ingang beëindigd.

e. Op 8 september 1999 heeft Musidor beslag laten leggen op door Gallery Donkersloot in strijd met de onder b genoemde licentieovereenkomst in de handel gebrachte portretten. Vervolgens is door Musidor een kort geding aanhangig gemaakt bij de president van de rechtbank te Amsterdam. Op 23 december 1999 en op 27 januari 2000 is vonnis gewezen (KG 99/2386VB). De president van de rechtbank heeft geoordeeld dat Gallery Donkersloot in strijd heeft gehandeld met de licentieovereenkomst en inbreuk heeft gemaakt op de rechten van Musidor. Het geschil heeft tevens geleid tot een bodemprocedure bij de rechtbank Amsterdam (rolnummer 00/3089).

f. In juli 2001 is door partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten. Hierin is onder andere bepaald dat Gallery Donkersloot aan Musidor een schadevergoeding van

fl. 15.000,- moet betalen. Afgesproken is dat Musidor na volledige ontvangst van dit bedrag de onder e genoemde bodemprocedure zal intrekken. Artikel 1 van de vaststellingsovereenkomst bepaalt dat Gallery Donkersloot zich aan de onder e genoemde kort geding-vonnissen dient te houden waarbij het verbod onder 1 van het dictum opgenomen als volgt gelezen moet worden:

"Gallery Donkersloot respecteert het portretrecht van Mick Jagger, Keith Richards, Charly Watts, Ron Wood en/of The Rolling Stones als groep en zal zich onthouden van het maken van inbreuk op dit portretrecht van voornoemde personen en/of groep en zal geen afbeeldingen van genoemde personen en/of groep op onrechtmatige wijze gebruiken en/of exploiteren op straffe van een boete van NLG 2.500,- per overtreding of product waarmee deze verplichting wordt overtreden, met een maximum van in totaal NLG 150.000,- ".

g. Op 6 juni 2002 is door Musidor ten laste van Gallery Donkersloot conservatoir beslag tot afgifte gelegd op 40 schilderijen, monoprints en tekeningen met portretten van (leden van) The Rolling Stones alsmede op en kratje met kaarten waarop afbeeldingen staan van (leden van) The Rolling Stones.

2. Thans vordert Musidor -kort gezegd- hetgeen in het dictum van het vonnis van 27 januari 2000 onder 1 is opgenomen te (her)bevestigen en Gallery Donkersloot te bevelen om iedere openbaarmaking en verveelvoudiging van portretten van leden van The Rolling Stones te staken en gestaakt te houden. Daarnaast heeft Musidor een vijftal nevenvorderingen ingesteld.

3. Musidor voert ter ondersteuning van haar vorderingen het volgende aan. De relatie tussen Musidor en Gallery Donkersloot kent een lange geschiedenis van inbreuken op het portretrecht en het niet nakomen van afspraken. Ondanks eerdere toezeggingen verkoopt Gallery Donkersloot thans opnieuw op grote schaal portretten van leden van The Rolling Stones. Gallery Donkersloot handelt hiermee in strijd met artikel 21 Auteurswet (Aw), in strijd met het kort geding vonnis van 27 januari 2000 en in strijd met de vaststellingsovereenkomst van juli 2001. De licentieovereenkomst van december 1997 is al in 1998 door Gallery Donkersloot overtreden. Er zijn meer en andere afbeeldingen van Jagger en Richards in het verkeer gebracht dan op basis van de licentieovereenkomst was toegestaan. Ook na het beëindigen van de licentieovereenkomst in juni 1999 is nog door Musidor geconstateerd dat Gallery Donkersloot kaarten en schilderijen verkocht met portretten van leden van The Rolling Stones, hetgeen heeft moeten leiden tot inbeslagname van deze kaarten en schilderijen en uiteindelijk tot het kort geding vonnis van 27 januari 2000. De meest recente inbreuk is geconstateerd in juni 2002. Gallery Donkersloot biedt opnieuw (onder andere via haar website) zowel schilderijen als monoprints van The Rolling Stones te koop aan. Op 6 juni 2002 is daarom door de deurwaarder conservatoir beslag tot afgifte gelegd op 40 schilderijen, tekeningen en monoprints. Desondanks heeft gedaagde sub 3 op 7 juni 2002 in een televisie-uitzending nog portretten van The Rolling Stones laten zien. Gezien de hardnekkige houding van Gallery Donkersloot heeft Musidor belang bij een (her)bevestiging van hetgeen onder 1 van het dictum is opgenomen in het vonnis van 27 januari 2000, alsmede bij een aantal nevenvorderingen zoals (hogere) dwangsommen en afgifte van de roerende zaken waarmee de monoprints zijn vervaardigd. Tot slot voert Musidor aan dat een beroep van Gallery Donkersloot op de artistieke vrijheid haar niet kan baten. Zij biedt de monoprints en schilderijen immers om commerciële redenen aan.

4. Gallery Donkersloot heeft het volgende verweer gevoerd. Door kunstenaar Peter Donkersloot zijn in de periode 1993 tot 1998 originele schilderijen vervaardigd met portretten van The Rolling Stones. Er is niet in serie of fabrieksmatig gewerkt. Peter Donkersloot is gek van The Rolling Stones; hij zal hen zijn hele leven blijven schilderen en hij kan zijn schilderijen alleen via Gallery Donkersloot verkopen. Het vervaardigen van de monoprints door Gallery Donkersloot is al lang gestopt. Aanvankelijk was men blij met de licentieovereenkomst maar al snel bleek dat het vervaardigen te duur was, dat de ruimte er zich niet voor leende en dat Gallery Donkersloot hierin onervaren was. Na het kort geding vonnis van 27 januari 2000 is door Gallery Donkersloot -met name ten behoeve van Peter Donkersloot- alles in het werk gesteld om de vaststellingsovereenkomst met Musidor te sluiten. Deze overeenkomst maakte het namelijk wederom mogelijk (een en ander is nog bevestigd door de heer S.F. Kalff, de advocaat die Gallery Donkersloot ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst heeft bijgestaan) om (enkele) originele werken met afbeeldingen van The Rolling Stones te maken en te verkopen. Dit is ook bevestigd door de raadsvrouw van Musidor. Onlangs is Gallery Donkersloot verhuisd van de P.C. Hooftstraat naar de Leidsegracht. In hetzelfde pand aan de Leidsegracht is een veilinghuis gevestigd, echter het veilinghuis is strikt gescheiden van Gallery Donkersloot. Van de 40 op 6 juni 2002 door de deurwaarder in beslag genomen schilderijen, tekeningen en monoprints waren in ieder geval 15 monoprints in handen van het veilinghuis. Van de 40 werken zijn zes schilderijen geen eigendom van Gallery Donkersloot maar van de heer P. Tates, de agent van kunstenaar Peter Klashorst. Deze laatste zes schilderijen zijn geruild tegen werken van Peter Klashorst. Er is aan de zijde van Gallery Donkersloot nog immer de bereidheid de vaststellingsovereenkomst na te komen (er is dus geen bezwaar tegen een verbod op verveelvoudiging en openbaarmaking), als het maar mogelijk blijft voor Peter Donkersloot om originele werken van The Rolling Stones te vervaardigen.

Beoordeling van het geschil:

5. De voorzieningenrechter is thans op voorhand van oordeel dat op grond van artikel 21 van de Auteurswet Gallery Donkersloot (opnieuw) inbreuk maakt op het portretrecht van de verschillende leden van The Rolling Stones. Nu de leden van The Rolling Stones hierbij een redelijk belang hebben -er is immers sprake van verzilverbare populariteit- is openbaarmaking van de portretten niet geoorloofd. Openbaarmaking en verkoop van de bedoelde portretten is evenmin geoorloofd op basis van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst van juli 2001. Nu Gallery Donkersloot desondanks die portretten openbaar maakt én ten verkoop aanwezig heeft, is de door Musidor ingeroepen ontbinding van deze overeenkomst gerechtvaardigd. De vordering van Musidor ligt dan ook voor toewijzing gereed. Hieraan doet het verweer van Gallery Donkersloot dat slechts sprake is van kleinschalige handel in een enkel schilderij niet af. Nu er door de deurwaarder in totaal 40 werken in beslag zijn genomen is er naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van 'een enkel' schilderij. Bovendien is door Gallery Donkersloot niet bestreden dat gedaagde sub 3 één dag na de inbeslagname (derhalve op 7 juni 2002) op de televisie nog schilderijen met portretten van The Rolling Stones heeft laten zien. Het verweer van Gallery Donkersloot dat een aantal van de 40 in beslag genomen werken in handen is van het veilinghuis dat is gevestigd in hetzelfde pand als Gallery Donkersloot gaat evenmin op. De betreffende schilderijen zijn immers aangetroffen in het gedeelte van het pand dat door Gallery Donkersloot wordt gebruikt. Bovendien is ter zitting door gedaagde sub 3 verklaard dat hij tevens bestuurder is van Kriga B.V., de vennootschap die het veilinghuis exploiteert. Nu de verschillende vennootschappen dezelfde bestuurder hebben en in hetzelfde pand gevestigd zijn, dient de aanwezigheid van de gewraakte schilderijen te worden toegerekend aan gedaagde sub 3 en aan beide vennootschappen. Het verweer dat een aantal schilderijen eigendom is van de heer P. Tates dient eveneens te worden gepasseerd. Ter zitting is verklaard dat deze schilderijen zijn gebruikt als ruilmiddel ter verkrijging van andere schilderijen, maar nu ook deze schilderijen in de ruimte van Gallery Donkersloot zijn aangetroffen, wordt voorshands aangenomen dat ook met betrekking tot deze schilderijen inbreuk wordt gemaakt op het portretrecht. Dit geldt voor alle in Gallery Donkersloot aangetroffen portretten van The Rolling Stones. Nu de vordering van Musidor zal worden toegewezen, wordt Gallery Donkersloot veroordeeld in de kosten van dit geding. Wel is er aanleiding de gevorderde dwangsommen te matigen en te maximeren als na te melden en de termijnen waarbinnen aan de nevenvorderingen voldaan dient te zijn te verlengen.

BESLISSING IN KORT GEDING

De voorzieningenrechter:

1. Veroordeelt Gallery Donkersloot om onmiddellijk na betekening van dit vonnis ieder gebruik, waaronder iedere openbaarmaking en verveelvoudiging van portretten van de leden van The Rolling Stones, zijnde Jagger, Richards, Watts en Wood, en/of The Rolling Stones als groep, te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere overtreding van deze veroordeling.

2. Veroordeelt Gallery Donkersloot om binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Musidor schriftelijk opgave te verstrekken van:

a. de totale hoeveelheid geproduceerde en verkochte, dan wel anderszins in het verkeer gebrachte portretten van (leden van) The Rolling Stones na het kort geding vonnis van 27 januari 2000 onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

b. de totale hoeveelheid nog bij Gallery Donkersloot in voorraad zijnde portretten van (leden van) The Rolling Stones;

c. alle adressen waar zich voorraad van de portretten van (leden van) The Rolling Stones van één of meerdere gedaagden bevinden;

d. het totale bedrag van de door Gallery Donkersloot met genoemde portretten behaalde winst en omzet;

e. de volledige namen en adressen van alle afnemers van de schilderijen en/of de monoprints met portretten van (leden van) The Rolling Stones, niet zijnde individule consumenten, tezamen met de hoeveelheid aan deze afnemers geleverde schilderijen en/of monoprints en de verkoopprijs;

al deze gegevens gecertificeerd door een registeraccountant op straffe van een hoofdelijk door gedaagden verschuldigde dwangsom van € 1.000,- per dag dat gedaagden met enig onderdeel van deze vordering in gebreke blijven met een maximum van € 25.000,-.

3. Veroordeelt Gallery Donkersloot om binnen vier weken na betekening van dit vonnis alle in beslag genomen en overigens ten tijde van de betekening onder haar berustende portretten van (leden van) The Rolling Stones inclusief foldermateriaal met de portretten aan Musidor af te geven ter vernietiging of onbruikbaarmaking, op straffe van een hoofdelijk door gedaagden verschuldigde dwangsom van € 1.000,- per dag dat gedaagden met deze veroordeling in gebreke blijven met een maximum van € 25.000,-.

4. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling aan Musidor van de kosten van vernietiging van de resterende voorraad inbreukmakende portretten;

5. Veroordeelt Gallery Donkersloot om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de productiemiddelen tot vervaardiging van de monoprints, waaronder in ieder geval drukplaten en/of mallen, voor zover nog aanwezig, aan Musidor af te geven ter vernietiging of onbruikbaarmaking en voor het geval de productiemiddelen niet (meer) in het bezit zijn van Gallery Donkersloot, Gallery Donkersloot te bevelen om binnen vier weken na betekening van dit vonnis opgave te doen van de plaats(en) met volledige adressen waar deze middelen zich bevinden, op straffe van een hoofdelijk door gedaagden verschuldigde dwangsom van € 1.000,- per dag dat gedaagden met enig onderdeel van deze vordering in gebreke blijven met een maximum van € 25.000,-.

6. Veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Musidor begroot op € 65,18 aan dagvaardingskosten, op € 193,- aan vastrecht en op € 703,- aan salaris procureur.

7. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

8. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door mr. R. Orobio de Castro, vice-president van de rechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 25 juli 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: