Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5678

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
10-07-2002
Datum publicatie
23-07-2002
Zaaknummer
H 00.2808 1.0535
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

H 00.2808

1.0535

10 juli 2002

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

EERSTE ENKELVOUDIGE CIVIELE KAMER

VONNIS

i n d e z a a k v a n:

[eiser],

wonende te Paramaribo (Suriname),

e i s e r,

procureur mr. C.F. Korvinus,

t e g e n:

GEMEENTE AMSTERDAM,

waarvan de zetel is gevestigd te Amsterdam,

g e d a a g d e,

procureur mr. W.D.T.D. Wiarda.

Partijen worden hierna [eiser] en de Gemeente genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De rechtbank is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

- dagvaarding van 20 oktober 2000,

- conclusie van eis, met bewijsstukken,

- conclusie van antwoord,

- conclusie van repliek,

- conclusie van dupliek, met bewijsstukken,

- als nadere conclusie aangemerkte akte met producties van [eiser],

- antwoord-conclusie / akte uitlating producties van de Gemeente,

- akte uitlating producties van [eiser]

- verzoek vonnis wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden in-houd van overgelegde bewijs-stuk-ken, staat het volgende vast.

a. De heer F.P.S., hierna te noemen de wallenmanager, is door de Gemeente aangesteld als "Wallenmanager" ter bevordering van de leefbaarheid in het gebied van de oude binnenstad - "de Wallen" - van Amsterdam.

b. Op 14 oktober 1999 heeft de wallenmanager in het kader van een openbaar debat als onderdeel van het symposium "10 jaar d'Oude Binnenstad" een presentatie gehouden waarin hij refererend aan het rapport Van Traa (TK 1995-1996, 24072, nr. 20) heeft gesteld dat er de afgelopen jaren veel zwart en crimineel geld in de Wallen is geïnvesteerd, waarmee een machtspositie is opgebouwd door deze investeerders en verloedering van de buurt heeft plaatsgevonden.

c. De wallenmanager heeft daarbij dit type investeerder aangeduid als "Zwolsmannen, Hakkelaars en U. en vele anderen".

d. De Telegraaf heeft naar aanleiding van het openbaar debat over de Wallen een artikel gepubliceerd, geschreven door de journalist W. K.. De passage uit dit artikel dat handelt over bovenvermelde opmerking van de wallenmanager luidt als volgt:

"Volgens [S.] hebben harddrugsdealers, zoals de Hakkelaar, Charles Z. en belastingfraudeur U. zelfs vanuit de cel miljoenen in de opkoop van panden gepompt."

e. De heer [K.] heeft bij brief van 27 oktober 1999, gericht aan de raadsman van [eiser], verklaard dat de heer [S.] "een aantal mensen met naam en toenaam verantwoordelijk heeft gehouden voor de verloedering van de Wallen" en dat hij, [K.], "zich in de berichtgeving daaromtrent heeft beperkt tot het vermelden van initialen dan wel bijnamen".

f. Op 29 maart 1999 is [eiser] door het Hof Amsterdam vrijgesproken van de hem te laste gelegde drugsdelicten en veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden ter zake van belastingfraude.

2. De vordering

2.1. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. te verklaren voor recht dat de Gemeente jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld, door de uitlatingen van haar wallenmanager ten tijde van het openbare debat en/of door aantasting van [eiser]'s eer en goede naam;

2. de Gemeente te veroordelen tot een schadevergoeding van NLG 10.000,--;

3. de Gemeente en/of haar vertegenwoordigers te verbieden in de toekomst uitlatingen te openbaren die de strekking zouden hebben dat [eiser] betrokken zou zijn bij criminele activiteiten zulks op straffe van een dwangsom van NLG 2.000,-- per keer dat dit verbod, na betekening van het door uw rechtbank te wijzen vonnis, wordt overschreden, zulks tot een maximum van NLG 50.000,--;

4. de Gemeente te veroordelen over te gaan tot het rectificeren van de gedane uitlatingen in twee grote dagbladen binnen 14 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis zulks op straffe van een dwangsom van NLG 2.000,-- per keer dat dit verbod, na betekening van het door uw rechtbank te wijzen vonnis, wordt overschreden, zulks tot een maximum van NLG 50.000,--;

met veroordeling van de Gemeente in de kosten van de procedure.

2.2 [eiser] legt aan zijn eis ten grondslag dat de wallenmanager de opmerkingen heeft gemaakt als vermeld onder 1.c. en 1.d.. [eiser] is genoemd in een rijtje met personen die zijn veroordeeld wegens het plegen van zware drugsdelicten, terwijl [eiser] voor dergelijke delicten is vrijgesproken. Verder heeft hij op geen enkele manier geïnvesteerd in onroerend goed op de Wallen, zoals de wallenmanager heeft gezegd of gesuggereerd. De opmerkingen of de daarmee gewekte suggesties zijn feitelijk onjuist en grievend jegens [eiser], zodat hij daardoor in zijn eer en goede naam is aangetast.

2.3 Naar aanleiding van de uitlating van de wallenmanager is [eiser] wederom negatief in de publiciteit gekomen, omdat over het debat in de Telegraaf een artikel is verschenen, waarin ook [eiser] is genoemd. Het gebruiken van [eiser]'s naam en toenaam tijdens het debat in bovengenoemde context is voor [eiser] onnodig grievend en voor deze inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer bestaat geen rechtvaardigingsgrond. Aldus [eiser].

3. Het verweer

3.1 De Gemeente bestrijdt de vordering en voert aan dat de wallenmanager met zijn duiding van voormelde investeerders als "Zwolsmannen, Hakkelaars en U's en vele anderen" niet op [eiser] persoonlijk heeft gedoeld, maar op een bepaald type zakenman. Er is niet gezegd of gesuggereerd dat [eiser] zou zijn veroordeeld voor drugsdelicten. Bovendien is de opmerking gemaakt tijdens een debat in beperkte kring. Dat [eiser] door het artikel in de Telegraaf wederom negatief in de publiciteit is gekomen, komt niet voor rekening van de Gemeente. Bovendien heeft de wallenmanager met betrekking tot de investeringen niet meer gezegd dan dat het type mensen dat hij bedoeld heeft neer te zetten, direct of indirect, heeft geïnvesteerd in onroerend goed op de Wallen. Er is niet gezegd dat dit [eiser] of de andere genoemden persoonlijk betreft, aldus de Gemeente.

3.2 Voorts voert de Gemeente aan dat de reputatie van [eiser] door vele eerdere publicaties over zijn levenswandel in het kader van strafbare feiten, reeds geschaad was. In die publicaties is hij ook regelmatig met naam en toenaam genoemd. [eiser] heeft daarom door de opmerking van de wallenmanager geen schade geleden. Daarnaast acht de Gemeente het noemen van [eiser] in de zin waarin dat is gebeurd, functioneel voor het illustreren van de door de wallenmanager behandelde problematiek op de Wallen.

3.3 De Gemeente stelt ook dat [eiser] niet heeft aangegeven welke schade hij heeft geleden, zodat er naast een eventuele rectificatie, die de Gemeente op grond van het bovenstaande niet aan de orde acht, geen grond is voor [eiser]'s vordering ter zake van een bedrag aan schadevergoeding. Tenslotte acht de Gemeente het algemene verbod om een bepaald soort uitlatingen in het openbaar te doen niet toewijsbaar, omdat elke uitlating op zijn eigen merites dient te worden beoordeeld.

4. Beoordeling

4.1 In dit geschil moet allereerst worden beoordeeld of de Gemeente, middels de gewraakte opmerkingen van de wallenmanager, onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en vervolgens of dit eventuele onrechtmatige handelen voor [eiser] een recht op immateriële schadevergoeding en rectificatie met zich brengt.

4.2 De rechtbank overweegt daarbij als volgt. De gewraakte opmerkingen van de wallen-manager zijn weliswaar gedaan in een openbaar debat, maar niet is gesteld of gebleken dat daaraan een wijdere bekendheid is gegeven dan door de onder 1.d. geciteerde weer-gave daarvan in een artikel in de Telegraaf. Anderzijds kan naar het oordeel van de rechtbank de verspreiding van opmerkingen van de wallenmanager of de daarmee gewekte suggesties, middels de publicatie in genoemde krant - indien juist weergegeven - aan de Gemeente worden toegerekend, nu de wallenmanager ermee bekend was of bekend behoorde te zijn dat het debat door verslaggevers werd bijgewoond.

4.3 In het artikel in de Telegraaf wordt [eiser] naar het oordeel van de rechtbank niet als drugsdealer maar als belastingfraudeur neergezet, hetgeen blijkens het arrest van het Hof Amsterdam van 29 maart 1999 juist is. Hoewel het vermelden van zijn strafrechtelijk verleden [eiser] negatieve publiciteit oplevert, kan dit niet als onnodig grievend jegens hem worden beschouwd nu zijn veroordeling ter zake van belastingfraude dateert van een half jaar daarvoor.

4.4 De rechtbank is voorts van oordeel dat, in tegenstelling tot hetgeen [eiser] stelt, het noemen van [eiser] in een rijtje met de Hakkelaar en Charles Z., niet de suggestie wekt dat eiser een drugscrimineel is. Wellicht is bij de meeste Nederlanders wel bekend dat de Hakkelaar en Z. (ook wel bekend als Charles Z.) ter zake van misdrijven zijn vervolgd en veroordeeld, maar er kan niet zonder meer van worden uitgegaan dat algemeen bekend is dat het hier om zware drugsdelicten gaat.

4.5 De tweede gewraakte mededeling van de wallenmanager, zoals zij is weergegeven in de Telegraaf, namelijk dat [eiser] zelfs vanuit zijn cel miljoenen in de opkoop van panden heeft gepompt, is door de Gemeente betwist. De rechtbank is echter van oordeel dat bewijslevering van de exacte bewoordingen van de wallenmanager achterwege kan blijven omdat het noemen van [eiser]'s naam in de context zoals aangegeven onder 1. b., ook als dit is gedaan om een type neer te zetten en niet persoonlijk is bedoeld - zoals het verweer van de Gemeente luidt (zie r.o. 3.1.) - voor [eiser] een onrechtmatige aantasting van zijn eer en goede naam betekent. De rechtbank acht daarbij van doorslaggevend belang dat enig bewijs dat [eiser] geld in de Wallen zou hebben geïnvesteerd, hetgeen hij ontkent, ontbreekt en ook niet is aangeboden. Ook volgt de rechtbank de Gemeente niet in haar verweer dat het noemen van [eiser]'s naam in genoemde context functioneel was voor hetgeen de wallenmanager aan de orde wilde stellen.

4.6 Hoewel inmiddels geruime tijd is verstreken acht de rechtbank een rectificatie, als hier na geformuleerd in de beslissing, in de Telegraaf in dit geval de aangewezen en tevens afdoende vergoeding voor de immateriële schade aan de zijde van [eiser] en is van oordeel dat toekenning van een geldelijke schadevergoeding daarnaast niet op zijn plaats is. Van de Gemeente wordt verwacht dat zij ook zonder dwangsom aan dit vonnis gevolg geeft, zodat de gevorderde dwangsom wordt afgewezen.

4.6 De verklaring voor recht komt op grond van het onder 4.5. overwogene wel voor toewijzing in aanmerking. Wat betreft het gevorderde verbod voor de toekomst is de rechtbank met de Gemeente van oordeel dat dit dient te worden afgewezen, aangezien elke uitlating in woord of geschrift op zijn eigen merites dient te worden beoordeeld en een verbod in algemene zin te ver gaat.

4.8 Als grotendeels in het ongelijk gestelde partij wordt de Gemeente met de proceskosten belast.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart voor recht dat de Gemeente jegens eiser onrechtmatig heeft gehandeld door de uitlatingen van haar Wallenmanager als hiervoor bedoeld onder 1.c.;

- veroordeelt de Gemeente om binnen twee weken na de betekening van dit vonnis over te gaan tot plaatsing van een rectificatie in het dagblad Telegraaf met de volgende tekst:

"Rectificatie van de gemeente Amsterdam.

Tijdens het symposium "10 jaar d'Oude Binnenstad" op 14 oktober 1999 heeft de Wallenmanager van de gemeente Amsterdam onder meer de naam U. genoemd als aanduiding van een type investeerder door wie zwart en crimineel geld in de Wallen is geïnvesteerd, waarmee een machtspositie is opgebouwd door deze investeerders en verloedering van de buurt heeft plaatsgevonden. Daarover is in de Telegraaf van 15 oktober 1999 bericht. De rechtbank Amsterdam heeft deze uitlatingen van de Wallenmanager bij vonnis van 10 juli 2002 onrechtmatig geoordeeld jegens E.L.M.U., omdat voor zijn betrokkenheid bij de bedoelde investeringen geen bewijs voorhanden is, en de gemeente veroordeeld tot plaatsing van deze rectificatie."

- veroordeelt de Gemeente in de kosten van dit geding tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 1.196,41;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer en anders gevorderde af.

Gewezen door mr. A.C. Loman, lid van genoemde kamer, en uitge-sproken ter openbare terecht-zitting van 10 juli 2002 in tegen-woordig-heid van de griffier.