Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2002:AE5655

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
18-07-2002
Datum publicatie
23-07-2002
Zaaknummer
13/060732-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 184
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2003, 29
NBSTRAF 2003/29
VR 2002, 214

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/060732-01

Datum uitspraak: 18 juli 2002

op tegenspraak

VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, Achtste meervoudige kamer B, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren te [A.] op 12 december 1970,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en feitelijk verblijvende op het adres [adres]

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 juli 2002 en tevens naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van de politierechter in deze rechtbank van 22 maart 2002.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. Van de dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging zijn kopieën als bijlagen 1 en 2 aan dit vonnis gehecht. De gewijzigde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2. Voorvragen

--------------

3. Waardering van het bewijs

3.1 De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat een redelijke kans bestaat dat een tweede auto, rijdende achter de auto van verdachte, een storing in de snelheidmeting van de politie met een "laser patrol gun" heeft veroorzaakt, bijvoorbeeld doordat deze tweede auto een ingeschakelde 'Controlaser' aan boord had.

De rechtbank neemt ten aanzien van dit verweer het volgende in overweging.

Uit het rapport van het NFI van 26 april 2002 blijkt dat het technisch mogelijk is dat een snelheids-meting van een personenauto met een lasergun wordt gestoord door de ingeschakelde Contro-laser van een achter deze auto rijdende tweede personen-auto. In de rapportage van het NFI is vermeld dat daarmee op geen enkele wijze een kwantitatief oordeel is gegeven over de kans en de omstandigheden waaronder een verstoring al dan niet optreedt.

De op verzoek van de verdediging gehoorde getuige-deskundige [R.], de importeur van de Target Laser Echo 850, heeft ter zitting het aantal Controlasers in Nederland op basis van de ervaringen in zijn bedrijf geschat op 5.000 a 6.000. De rechtbank betwijfelt of deze schatting reëel is. Het bedrijf van [R.] houdt zich onder meer bezig met de handel in laserapparatuur voor voertuigen en is volgens zeggen van [R.] gespecialiseerd in radardetectie-apparatuur. [R.] zal dus verhoudingsgewijs meer voertuigen zien die zijn uitgerust met een Controlaser of vergelijkbare apparatuur. Ook al zou de schatting van [R.] juist zijn, dan betekent dit

-uitgaande van een geschat aantal van ongeveer 6 miljoen in Nederland rijdende auto's- dat er een kans is van 1 op 1.000 dat een auto is uitgerust met een Controlaser.

TNO en het NFI hebben getracht ten behoeve van het onderzoek in deze zaak een Controlaser in Nederland te verkrijgen. Na een zoektocht op het internet zijn zij beiden, onafhankelijk van elkaar, bij dezelfde aanbieder in Drenthe gekomen. Zij hebben daar beiden een Controlaser laten aanschaffen. Daarbij staat vast dat dit de enige Controlasers zijn die in de periode tot 6 juni 2002 door hem zijn verkocht. De officier van justitie heeft ter zitting opgemerkt dat zijn collega op het internet een zoektocht naar de verkrijg-baarheid van Controlasers heeft uitgevoerd. Daarbij is naar zijn zeggen slechts van twee verkooppunten in Nederland, waaronder de zojuist genoemde aanbieder, gebleken.

De kans dat een ander apparaat, zoals de door [R.] genoemde "Nightvision" of de LE 850, de onderhavige snelheidsmeting op genoemde wijze zou verstoren is verwaarloosbaar. De Nightvision, zoals het woord reeds aangeeft, zal naar alle waarschijnlijkheid slechts in de nacht worden geactiveerd. De LE 850 wordt slechts geactiveerd door directe aanstraling. De kans dat dit, gelet op de positie van de sensor van de LE 850, in de gegeven situatie zou kunnen plaatsvinden, is volgens het rapport van TNO buitengewoon klein.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Gelet op het bovenstaande is de enige voor de hand liggende verstoringsbron vanuit een tweede auto de Controlaser. Dit terwijl deze, zeker op 6 maart 2001, nauwelijks op de weg zou kunnen worden aangetroffen. De stelling van de raadsman dat zich op 6 maart 2001 in Amsterdam op één tijdstip de situatie heeft voorgedaan waarbij:

a. een snelheidsmeting plaatsvond met behulp van een lasergun;

b. van een auto, uitgerust met een LE 850 die niet in werking zou zijn; terwijl

c. deze op korte afstand zou worden gevolgd door een voertuig dat zou zijn uitgerust met een Controlaser of andere apparatuur; die

d. de snelheidsmeting van het voor hem rijdende voertuig zou verstoren,

acht de rechtbank dan ook onaannemelijk.

3.2 Voorts heeft de raadsman van verdachte aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk de snelheidsmeting heeft verstoord, aangezien verdachte heeft verklaard dat hij wist van de werking van de lasershield en deze daarom had uitstaan en dat hij geen pieptonen heeft gehoord.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Aangezien de opsporingsambtenaar de melding heeft verkregen dat de snelheidsmeting werd verstoord en de rechtbank het onaannemelijk acht dat een andere auto met een verstorend instrument op dat moment achter de auto van verdachte reed, is de rechtbank van oordeel dat kan worden bewezen dat de lasershield aanstond. Nu verdachte heeft verklaard dat hij de werking daarvan kende, kan worden bewezen dat hij opzettelijk de snelheidsmeting heeft verstoord.

3.3 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 6 maart 2001 te Amsterdam, opzettelijk enige handeling door H.C.W. [B.], surveillant bij de regiopolitie te Amsterdam-Amstelland, zijnde een ambtenaar belast met het opsporen van strafbare feiten, ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, te weten de controle op de naleving van de bepalingen bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 en als zodanig doende met de controle op de naleving van de maximumsnelheid met behulp van een snelheidsmeetmiddel (lasergun), heeft belet, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar opzettelijk, door gebruik te maken van een lasershield, een Target (Laser Echo) LE-850, de meting van de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde voertuig onmogelijk gemaakt.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in het volgende bewijsmiddel zijn vervat:

Een ambtsedig proces-verbaal nummer 2001061211-4 d.d. 6 maart 2001, opgemaakt door H.C.W. den [B.], eerste verbalisant, en M. [K.], tweede verbalisant, beiden surveillant van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland.

Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op 6 maart 2001 bevonden wij ons met snelheidscontrole belast op de Molenaarsweg te Amsterdam. Daar zagen wij een man als bestuurder van een motorrijtuig rijden. Ik, eerste verbalisant, zag dat op het moment van de meting op het motorvoertuig met het door mij op voorgeschreven wijze gehanteerde laserapparaat van het merk Laser Patrol, ijkdatum oktober 2000, de display van de Laser de code E-14 aangaf, hetgeen betekent dat de laser werd gehinderd door een lasershield of een soortgelijk apparaat. Ik, eerste verbalisant, kon derhalve de snelheid van genoemd voertuig niet meten. Ik, eerste verbalisant, gaf deze bestuurder een stopteken, waaraan hij voldeed. Bij nader onderzoek aan het voertuig zagen wij dat aan de onderzijde van de kentekenplaat aan de voorzijde zich een sensor bevond welke kennelijk deel uitmaakte van een lasershield. Ik, eerste verbalisant, hield de bestuurder van voorgenoemd motorvoertuig als verdachte staande. De verdachte gaf op te zijn genaamd: [R.D.]. Hij verklaarde het volgende: "Mijn auto is inderdaad voorzien van een lasershield. Ik wist dat dit verboden was." Wij namen de in de vermelde personenauto aanwezige lasershield van het merk Target, type LE 850 in beslag.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft door het gebruik van een lasershield een gangbare wijze van opsporing van snelheidsovertredingen feitelijk onmogelijk gemaakt. Verdachte heeft zichzelf daarmee een vrijbrief gegeven om harder te rijden dan ter plaatse is toegestaan, terwijl het niet aan hem is om te bepalen dat ter plaatse harder kan worden gereden. Het overschrijden van de maximumsnelheid kan gevaarlijke tot zeer gevaarlijke situaties in het verkeer tot gevolg hebben en daartegen dient dus strikt te worden opgetreden. Anderzijds heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte blijkens een uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 3 mei 2002 niet eerder is veroordeeld.

Verbeurdverklaring

Het inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- 1.00 STK Niet te definiëren goederen Kl:zwart, Target LE-850, Lasershield,

dat aan verdachte toebehoort, dient te worden verbeurd verklaard en is daarvoor vatbaar, aangezien met behulp van dat voorwerp het bewezen geachte is begaan.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 23, 24, 24c, 33, 33a en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk enige handeling, door een ambtenaar belast met het opsporen van strafbare feiten ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, beletten.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 220,-- (tweehonderdtwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 4 dagen.

Verklaart verbeurd:

- 1.00 STK Niet te definiëren goederen Kl:zwart, Target LE-850, Lasershield,

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.K. van Riemsdijk, voorzitter,

mrs. R.A. Sipkens en C.N. Dalebout, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.M. van den Hout-Wilbers, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 juli 2002.

De oudste rechter is buiten staat te tekenen.