Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2002:AD8593

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-01-2002
Datum publicatie
29-01-2002
Zaaknummer
01.1257H
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

01.1257 H

29 januari 2002

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM

TWEEDE MEERVOUDIGE CIVIELE KAMER

BESCHIKKING

i n d e z a a k v a n:

HET OPENBAAR MINISTERIE

te Amsterdam

v e r z o e k e r

t e g e n:

1. [gedaagde1]

wonende te [woonplaats]

procureur mr. E.A.M. Mannheims

2. [gedaagde2]

wonende te [woonplaats]

procureur mr. dr. D. van der Landen

v e r w e e r d e r s

De verweerders worden aangeduid [G.]1] en [gedaagde2].

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank verweerders als bestuurders van de Stichting Administratiekantoor Taxicentrale Amsterdam (hierna te noemen: SAK) zal ontslaan dan wel schorsen als bedoeld in artikel 2:298 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) en een door de officier van justitie voorgedragen persoon zal benoemen als onderzoeker, dit bij wege van voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 2:298 lid 2 BW. Voorts strekt het verzoekschrift tot vervul-ling van een ledige plaats in het bestuur als bedoeld in artikel 2:299 BW.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De rechtbank is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:

- verzoekschrift, met bewijsstukken, ingediend ter griffie op 7 december 2001,

- aanvullend verzoekschrift, met bewijsstukken, ingediend ter griffie op 14 december 2001,

- aanvullende bewijsstukken, ingediend ter griffie door verzoeker op 15 januari 2002 en tevens gehecht aan de schriftelijke weergave van de door de officier van justitie ter zitting gegeven toelichting,

- verweerschrift, met bewijsstukken, ingediend ter griffie op 14 januari 2002,

- proces-verbaal van de mondelinge behandeling van het verzoek, gehouden op 15 januari 2002, waarvoor waren opgeroepen: de officier van justitie, verweerder en SAK en de in dat proces verbaal genoemde stukken.

De beschikking is bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten

a. SAK is houder van alle aandelen in Taxicentrale Amsterdam B.V. (hierna: TCA).

b. [gedaagde2] en [gedaagde1] zijn vanaf 21 april 1995 bestuurslid van SAK. [gedaagde1] bekleedt thans de functie van secretaris.

c. Het bestuur bestond op het moment van de terechtzitting voorts uit de heren D.F. Huizin-ga (voorzitter; bestuurslid sinds 30 maart 1999), N.W. Cramer (bestuurslid sinds 29 okto-ber 2001), T.M.J. Janssen (bestuurslid sinds 1 januari 2000) en A.H. Spaan (bestuurslid sinds 15 oktober 2001). In totaal waren er dus op dat moment zes bestuursleden.

d. De statuten van SAK, laatstelijk gewijzigd op 29 november 2000, bepalen onder andere het volgende:

"NAAM EN ZETEL Artikel 1

1. De stichting draagt de naam: Stichting Administratiekantoor Taxicentrale Amsterdam.

2. Zij heeft haar zetel in Amsterdam.

DOEL Artikel 2

1. De stichting heeft ten doel:

a. het tegen uitgifte van certificaten op naam verwerven -- van de gerechtigdheid tot aandelen in de te Am-sterdam gevestigde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: "Taxicentrale Amsterdam B.V.", hierna ook te noemen: "de vennootschap", welke certificaten niet royeerbaar zullen zijn, tenzij de vergadering van certificaathouders hiertoe met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de uitge-brachte stemmen besluit in een vergadering waarin het gehele uitstaande nominaal bedrag aan certificaten vertegenwoordigd is;

b. het beheren, administreren en bewaren van de aandelen van de vennootschap en van aandelen die daar-voor van rechtswege in de plaats treden, alsmede het vaststellen van de voorwaarden waaronder dit ge-schiedt;

c. het innen van de op die aandelen te ontvangen uitkeringen en het doorgeven van die uitkeringen aan de houders van vorenbedoelde certificaten, met dien verstande, dat wanneer daarop aandelen worden uitge-keerd, uitsluitend overeenkomstige certificaten worden doorgegeven;

d. het uitoefenen van alle verdere aan die aandelen verbonden rechten, zoals het stemrecht, eventuele claim-rechten en het waarnemen van de belangen van de houders van certificaten, één en ander met inachtneming van nadere in een akte van administratievoorwaarden vast te stellen bepalingen; en

e. het verrichten van alle verdere handelingen, welke met het vorenstaande in de ruimste zin verband hou-den of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

2. Elke bedrijfsuitoefening welke commercieel risico voor de stichting zou kunnen meebrengen, is uitge-sloten.

INKOMSTEN Artikel 3

1. De inkomsten van de stichting zullen bestaan uit:

a. de ten laste van de vennootschap te brengen administratie- en andere kosten en andere geldelijke midde-len; en

b. al hetgeen de stichting op andere wijze verkrijgt.

2. Onder geldelijke middelen zijn niet begrepen de op de aandelen der vennootschap verkregen uitkeringen. Deze moeten zo spoedig mogelijk na ontvangst, met inachtneming van het in de voorwaarden van admini-stratie bepaalde, aan de certificaathouders worden doorgegeven.

BESTUUR Artikel 4

1. Het bestuur van de stichting is opgedragen aan het bestuur.

2. Het bestuur bestaat uit zeven bestuursleden.

3. Het bestuur zal zodanig dienen te zijn samengesteld dat te allen tijde van het bestuur deel uitmaken:

a. vier bestuursleden die:

- vakbekwaam zijn de in zin van de Wet Personenvervoer;

- onmiddellijk voorafgaand aan hun benoeming ten minste drie jaren als taxiondernemer activiteiten heb-ben ontplooid; en

- onmiddellijk voorafgaand aan hun benoeming ten minste drie jaren houder zijn van één of meer van meerbedoelde certificaten en daartoe met inachtneming van de statuten van de vennootschap en de administratievoorwaarden van de stichting gerechtigd werden;

b. drie bestuursleden die:

- beschikken over in grote organisaties opgedane bestuurlijke ervaring en over bestuurlijke kwaliteiten;

- beschikken over commerciële belangstelling;

- beschikken over affiniteit met de regio Amsterdam;

- direct noch indirect betrokken zijn bij enige onderneming die betaald personenvervoer over de weg ver-zorgt;

- niet zodanig in functie zijn als gemeentelijk, provinciaal of rijksambtenaar dat sprake zou kunnen zijn met een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap; en

- niet in welke vorm ook commerciële diensten aan de vennootschap verlenen. "

e. De bestuursleden als bedoeld in artikel 4 lid 3 onder a van de statuten worden aangeduid als interne bestuursleden, de bestuursleden als bedoeld in artikel 4 lid 3 onder b worden externe bestuursleden genoemd. [gedaagde2] en [gedaagde1] zijn interne bestuursleden.

f. [gedaagde1] heeft over 2001 ¦ 120.000,-- bij TCA gedeclareerd en over 2000 ¦ 160.000,--. [gedaagde2] heeft over 2000 ¦ 89.503,-- bij TCA gedeclareerd.

g. In een op ambtsbelofte op 12 maart 2001 opgemaakt proces verbaal van bevindingen hebben de verbalisanten P. van der Horst en J.J.J.C. van der Linden onder andere het vol-gende verklaard:

"Als bijlage in de SAK bestuursverslagenmap is een kopie gevoegd van de akte van emissie d.d. 13 januari. Uit deze akte blijkt dat besloten is door TCA om 10 aandelen à ƒ 1.000 nominaal uit te geven en te plaatsen bij SAK. Vervolgens is bepaald dat SAK onmiddellijk 10 certificaten van aandelen zal uitgeven aan 10 door TCA aan te wijzen ondernemingen. Het door de ondernemers te betalen bedrag voor de certificaten zal toekomen aan TCA en als agioreserve worden opgenomen. In de administratie van TCA is een map met de titel Biedingen aangetroffen.

(…)

Uit de map Biedingen zijn de volgende inschrijvingen af te leiden:

1. Certificaat nummer 628 (G.H. [B.]). (…) Op 22/02/2000 ontvangt [B.] bericht van de TCA ([G.]) dat hij wordt uitgenodigd voor de ondertekening van tijdelijke overeenkomst (…) Tevens wordt in deze brief melding gemaakt dat de heer H. [gedaagde2] informatie zal verstrekken over verdere afwikkeling.

(…)

2. Certificaat nummer 78 (Van der BergNOF taxi 890)

(…)

3. Certificaat nummer onbekend (L-TAX- Enthoven /[gedaagde2]) Uit de correspondentie met L-tax kan niet afgeleid worden welk certificaat L tax heeft gekregen. Op 26/11/1999 heeft de heer J.F.M. [gedaagde2] namens L-Tax een bod gedaan van ƒ 32.500. Op 23/1/1999 is namens L-Tax een voorschot van ƒ 15.000 ontvangen op de rekening van de TCA. Uit het bankafschrift kan niet afgeleid worden van welke bankrekening dit be-drag afkomstig is. Uit de bankafschriften van genoemde TCA rekening is niet gebleken dat verdere betaling heeft plaatsgevonden. Er is een garantiestelling voor voornoemd bedrag afgegeven in het Engels door Al-zette LTD gevestigd te Dublin, 2nd floor, Castie River House, 14115 Parliament Street, Ierland. Uit een proces-verbaal opgemaakt door D.M.A. Dikkeboom d.d. 12 maart 2001 blijkt dat de onderneming L-tax volgens de gegevens van Kamer van Koophandel niet voorkomt.

4. Certificaat nummer 524 (Kenthy Tax-Enthoven) Aangetroffen in de administratie een overeenkomst in-zake uitgifte certificaat d.d. februari 2000 waarbij Kenthy Tax BV een certificaat koopt voor ƒ 132.500,--. De overeenkomst is door de TCA getekend door de heer [G.] en medeondertekend door de op de heer [gedaagde2] gelijkende handtekening. Uit een handgeschreven notitie blijkt dat er een bedrag van ƒ 66.250,-- is betaald. Echter uit de bankgegevens van de TCA is niet van een aanbetaling gebleken. Op 29/03/2000 is betaling van fl 50.000,-- gedaan door Kenthy Tax BV i.o. Opmerkelijk is dat in de administratie van de TCA een bieding gedaan wordt door EL TAX voor een bedrag van ƒ 125.000,-- waarbij de ondertekening erg veel gelijkenis vertoont met de ondertekening van de overeenkomst met Kenthy Tax bv. Opgemerkt dient te worden dat het adres van Kenthy Tax is: M.T. Lincolnweg 12 te Amsterdam. Uit een proces-verbaal opgemaakt door D.M.A. Dikkeboom d.d. 12 maart 2001 blijkt dat de onderneming Kenthy Tax BV volgens de gegevens van Kamer van Koophandel niet voorkomt. Een onderneming met de naam Kenthy Holding BV komt wel voor.

5. Certificaat nummer 592 (Stertax Bizzy B.V.I LAM) In de administratie is een schriftelijke bieding d.d. 2211211999 aangetroffen à ƒ 125.000,-- namens Stertax Beheer. Blijkens een brief d.d. 30/12/1999 waarin TCA STERTAX meldt dat zij als 2 reserve op de lijst zijn geplaatst. De aanbetaling aan het genoemde re-keningnummer van de TCA is ƒ 15.000,-- In het rekeningoverzicht staan 2 aanbetalingen door Stertax Be-heer BV namelijk op 24/12/1999 en 26/11/1999. Op 10/06/2000 is ƒ 15.000,-- aanbetaald door Stertax Bizzy BV. Op 29/03/2000 is de resterende aanbetaling van ƒ 47500,- door Stertax Bizzy bv gedaan op de rekening van de TCA. Stertax heeft in totaal dus 3 aanbetalingen gedaan a ƒ 15.000,--. Er is een niet door TCA ondertekende overeenkomst uitgifte certificaat met Stertax Bizzy BV aangetroffen. Het adres van Stertax is Papaverweg 34 te Amsterdam. Uit een proces-verbaal opgemaakt door D.M.A. Dikkeboom d.d. 12 maart 2001 blijkt dat de onderneming Stertax Bizzy 1 BV volgens de gegevens van Kamer van Koop-handel voorkomt en gevestigd is op de Mt. Lincolnweg 12 te Amsterdam waarvan Kenthy Holding BV enig aandeelhouder en bestuurder. [E.], schoonzoon van [gedaagde2], is tevens enig aandeelhouder en bestuurder van Kenthy Holding BV.

6. Certificaat nummer onbekend (Stertax beheer/[S.]) In de administratie aangetroffen een schrifte-lijke bieding dd 25/11/1999 voor een bedrag van ƒ 125.000,--. In het rekeningoverzicht staan 2 aanbetalin-gen door Stertax Beheer BV ad ƒ 15.000 namelijk op 24/12/1999 en 26/11/1999. Op 14/12/1999 een brief van de TCA dat de certificaat zal worden toegewezen. Tevens is er een garantiestelling van ALZETTE LTD te Ierland voor een bedrag van ƒ 125.000,-- Er is geen overeenkomst van uitgifte certificaat aangetrof-fen. Vooralsnog heeft er geen verdere betaling plaatsgevonden op deze rekening van de TCA. Volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel zijn de aandelen van Stertax Beheer BV in handen van Francis Sulsters Holding BV.

7. Certificaat nummer 699 (Garage Rep Tax b.v/ [gedaagde1]) Aangetroffen in de administratie een schriftelijke bieding dd 26/11/1999 voor een bedrag ƒ 132.500,- Opmerkelijk is dat de tekst en lay out van deze biedingsbrief vrijwel identiek is aan de door [gedaagde2] namens L-tax uitgebrachte biedingsbrief. Ook de hoogte van het uitgebrachte bod komt overeen. Op 24/11/1999 is er door Rep Tax een aanbetaling gedaan van ƒ 15.000,-- op de rekening van de TCA. De heer [gedaagde1] heeft zich persoonlijk borg gesteld voor het totale aankoopbedrag. Tevens een brief van de TCA, in casu de heer [G.], dd 14/1 211 999 waarin staat vermeld dat het certificaat zal worden toegewezen. Een overeenkomst is niet aangetroffen in het dos-sier.

8. Nr 638. (Stitau Laarossi/Taxi 90)

(…) Opmerkelijk is de handgeschreven notitie waaruit blijkt dat na directiebesluit is overeengekomen dat Stitou in plaats van de geboden fl 180.000,-- een bedrag van fi 150.000,- mag betalen.

9. Certificaat nummer 21 ([J.]). Aangetroffen in de administratie TCA een biedingsbrief dd 29/11/1999 voor een bedrag van ƒ 125.000,-. (…) Op 22/02/2000 uitnodiging voor ondertekening van tij-delijke overeenkomst TCA en de vermelding dat de helft van het geboden bedrag voor 25/02/2000 gestort moet zijn op rekening 659146487 van de TCA en tevens de vermelding dat de heer [gedaagde2] op deze dag verdere informatie verstrekt. (…) Tevens aangetroffen een overeenkomst inzake uitgifte certificaat d.d. maart 2000 en is namens [G.] ondertekend door J.F.M. [gedaagde2]. (…) Uit de briefwisseling uit dit dos-sier kan worden opgemerkt dat de heer J.F.M. [gedaagde2] schijnbaar de uitgifte van de certificaten regelt. (…)

10. Certificaat nummer 24 [van G.] Uit administratie is gebleken dat er middels een schriftelijke bie-ding een bod a ƒ 140.000,-- is uitgebracht. Op 1/12/1999 heeft Van G. een aanbetaling gedaan van ƒ 15.000,-. Bij brief dd 14/1211999 van de TCA wordt de gunning gehonoreerd. Uit handgeschreven no-titie blijkt dat Van G. zich heeft verenigd met [E.]/[F.] die ook een bod hebben uitgebracht dd 20/12/1999 voor een bedrag van fl. 165.001,-- Volgens de grootboekadministratie van de TCA heeft er in december 1999 een per kas een aanbetaling plaatsgevonden a ƒ 15.000,--. Tevens blijkt dat Van G. op 19/02/2000 een bedrag betaald van ƒ 12.500,[E.] betaalt op 22/0212000 en bedrag van ƒ 12.500,-- en [F.] betaalt op 26/02/2000 een bedrag van ƒ 27.500,- Tevens aangetroffen een overeenkomst inzake uitgifte certificaat dd februari 2000 (geen ondertekening door de TCA).

Tevens zijn er een drietal biedingen in de administratie aangetroffen waarvan uit het dossier blijkt dat de partijen later hebben afgehaakt. Eén daarvan was bestuurslid [den H.]

(…)

Voor een aantal overeenkomsten waarbij bestuursleden [gedaagde1] en [gedaagde2] zijn betrokken hebben borgstellingen plaatsgevonden door [gedaagde1] privé en Alzette Limited, een Ierse rechtspersoon. Vol-gens onderzoek door het team is Alzette Limited in het onderzoek eerder naar voren gekomen als financier. In een aantal gevallen is het voor gekomen dat mensen niet meer konden voldoen aan hun betalingsver-plichtingen aan Desque Ltd. Deze verplichtingen hingen samen met de financiering van de aankoop van een taxinummer via Dooltax. Gebleken is dat [gedaagde2] Alzette in deze gevallen als nieuwe financier naar voren schuift. Verder is gebleken dat de bestuurder van Alzette Ltd. en het adres van Alzette Ltd.gelijk is aan die van Desque Ltd en Rideout Ltd. Een eventuele relatie tussen Alzette Ltd. met [gedaagde2] dient nog nader onderzocht te worden."

h. De jaarrekening van TCA over 2000 bevat de volgende passage over het spaarfonds:

"3.10. Bestemmingsreserves

Spaarfonds nieuwe centrale

Dit betreft een reservering voor de investering ten behoeve van een nieuwe telefoon- en mobilofooncentrale met toebehoren. Deze reservering wordt opgebouwd uit een extra toeslag op de maandelijkse bijdrage van de aangeslotenen, conform een bestuursbesluit d.d. 2 september 1992. Tevens is besloten dat de aldus gere-serveerde gelden op een aparte depositorekening bij de ING Bank N.V. gestort dienen te worden. De ont-vangen rente hierover wordt eveneens toegevoegd aan de reserve.

Dit spaarfonds kan uitsluitend worden aangewend ten behoeve van de investering in een nieuwe centrale. Indien deze investering niet plaats zou vinden dient de reserve beschikbaar te zijn voor terugbetaling aan de aangeslotenen. Ingevolge een bestuursbesluit d.d. 14 april 2000 is in 2000 een contract afgesloten voor de levering en installatie van een nieuwe centrale.

Het verloop van het spaarfonds in 2000 luidt als volgt:

2000

¦ 1999

¦

Stand per 1 januari 6.331.275 4.052.766

Bij: Bijdrage aangeslotenen 762.000 762.000

Rente deposito spaarfonds 176.337 112.330

Correctie bestedingen tot en met 1998 -

3.554.179

7.269.612 8.481.275

Af: Bestedingen (per saldo) 3.225.211 -

Verschuldigde vennootschapsbelasting over spaar-fonds 266.700

2.150.000

Stand per 31 december 3.777.701 6.331.275"

2. Het verzoek

2.1 De officier van justitie legt aan het verzoek tot het ontslaan dan wel schorsen van [gedaagde1] en [gedaagde2] ten grondslag dat zij hebben gehandeld in strijd met de wet en de statuten van SAK en zich aan wanbeheer hebben schuldig gemaakt.

De concrete verwijten waarmee hij deze stelling onderbouwt worden onder 4 weergegeven.

2.2 Voorts verzocht de officier van justitie aanvankelijk de benoeming van een bewindvoer-der en verzoekt hij thans de benoeming van een onderzoeker. Beide verzoeken zijn gebaseerd op het bepaalde in artikel 2:298 lid 2 BW. De officier van justitie legt aan het verzoek tot het benoemen van een onderzoeker ten grondslag dat de benoeming van een persoon die nader on-derzoek gaat doen naar de feitelijke gang van zaken rond een aantal kwesties zinnig zou zijn, vooruitlopend op een mogelijk ontslag van de bestuursleden [gedaagde2] en [gedaagde1].

2.3 Ten slotte verzoekt de officier van justitie de benoeming door de rechtbank van een nieuw bestuurslid ter vervulling van de binnen het bestuur bestaande vacature. Hij baseert zich daarbij op artikel 2:299 BW en legt aan het verzoek ten grondslag dat het voor SAK een pro-bleem blijkt te zijn om een extern bestuurslid die voldoet aan de vereisten als vermeld in de statuten, bereid te vinden deel te nemen aan het SAK-bestuur. Een benoeming van een dergelijk extern bestuurslid door de rechtbank zou dit probleem oplossen.

3. Het verweer en het standpunt van de belanghebbenden

3.1 [gedaagde1] en [gedaagde2] verzetten zich tegen het verzochte ontslag dan wel de verzochte schorsing. Zij ontkennen dat zij hebben gehandeld in strijd met de wet of de statuten van SAK of zich aan wanbeheer hebben schuldig gemaakt. Hun verweer ten aanzien van elk van de ver-wijten van de officier van justitie wordt onder 4 weergegeven.

3.2 Als belanghebbenden zijn opgetreden en ter zitting gehoord de vier onder 1.c genoemde bestuurders van SAK en hun raadsman mr. R. Hulkenberg. Zij hebben zich op het standpunt gesteld dat het bestuur van SAK voorafgaand aan de benoeming van een bestuurslid door de rechtbank gedurende een redelijke termijn (waarbij zij denken aan twee à drie maanden) in de gelegenheid gesteld moet worden zelf een nieuw zevende bestuurslid te zoeken.

Zij stellen voorts dat er geen wettelijke basis is voor de benoeming van een bewindvoerder of onderzoeker zoals door de officier van justitie verzocht.

4. De beoordeling

Boekhouding

4.1 De officier van justitie heeft gesteld dat [gedaagde1] en [gedaagde2] zich hebben schuldig gemaakt aan wanbeheer in de zin van artikel 2:298 lid 1 onder a BW, omdat het bestuur niet voldoet aan de kerntaken van SAK door niet, althans op ondeugdelijke wijze, het certificaten-register bij te houden en geen administratie, financieel noch overig, bij te houden van al het-geen SAK aangaat, zoals emissies, mutaties, oproepingen van de certificaathouders etc. De boekhouding was overgedragen aan dan wel verweven in de administratie van TCA.

4.2 [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben tot hun verweer aangevoerd dat SAK niet over enig vermogensbestanddeel beschikte en daarom geen financiële administratie behoefde bij te hou-den. Dit werd door de registeraccountant van TCA ook niet nodig geoordeeld. Inmiddels is wel besloten een jaarrekening op te laten maken.

[gedaagde1] en [gedaagde2] hebben de jaarrekeningen van TCA over de jaren 1995-2000 in het geding gebracht.

4.3 [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben de rechtbank en de officier van justitie ter zitting het certificaathoudersregister ter inzage gegeven. De rechtbank heeft geconstateerd dat het certifi-caathoudersregister dateert van 20 december 2001 en is geprint op 21 december 2001 en bestaat uit 70 bladzijden. In het register zijn de volgende kolommen opgenomen: certificaatnr. - hou-der - adresgegevens - notaris. In de kolom 'notaris' is soms 'yes' en soms 'no' ingevuld. De nummering begint met 0.001, 1.001 en 2.001 en eindigt met 0.699, 1.699 en 2.699.

Namens [gedaagde2] is ter zitting verklaard dat het register in de computer aanwezig was en dat het vervuild was, als gevolg van de omzetting van v.o.f.'s in eenmanszaken en de splitsing van de certificaten in drie certificaten. Alle certificaathouders zijn aangeschreven teneinde het register te actualiseren; de hieruit ontvangen gegevens zijn in het register verwerkt.

4.4 Desgevraagd heeft [gedaagde1] ter zitting verklaard dat de uitgegane oproepen voor certificaathoudersvergaderingen zich in de administratie bevinden.

4.5 Weliswaar zijn SAK en TCA met elkaar verweven, maar het standpunt van Van Gelde-ren en [gedaagde2] dat SAK niet over enig vermogen beschikt is reeds onjuist omdat SAK houdster is van de aandelen TCA. Hiertegenover staan de uitgegeven certificaten. Voorts behoort SAK haar eigen kosten (zoals bestuurskosten, kosten inschrijving kamer van koophandel, accoun-tantskosten etc.) en de daar tegenover staande opbrengsten in haar jaarrekening te verantwoor-den. Artikel 3 van de statuten bepaalt dat de kosten van SAK ten laste van TCA komen. Dat neemt niet weg dat die kosten niet rechtstreeks door TCA behoren te worden voldaan, maar door SAK bij TCA behoren te worden gedeclareerd. Deze kosten behoren zichtbaar te zijn in de jaarrekening van SAK en niet alleen in de jaarrekening van TCA, zoals tot op heden kenne-lijk de gang van zaken is geweest.

Het aanvankelijke besluit van SAK om geen eigen jaarrekening op te maken, maar deze in de jaarrekening van TCA begrepen te achten, is dan ook onjuist. Dat de certificaathouders door het ontbreken van een eigen jaarrekening van SAK zijn benadeeld, is echter gesteld noch gebleken.

Nu het SAK-bestuur inmiddels het besluit heeft genomen een jaarrekening te doen opmaken acht de rechtbank het eerdere verzuim niet zodanig ernstig dat dit het ontslag dan wel de schor-sing van [gedaagde1] en [gedaagde2] zou kunnen rechtvaardigen.

4.6 Het certificaathoudersregister dat de rechtbank heeft ingezien, in samenhang met de verklaringen die daarover ter zitting zijn afgelegd, geven de rechtbank in ieder geval geen grond om aan te nemen dat een certificaathoudersregister geheel ontbreekt.

De rechtbank heeft het getoonde certificaathoudersregister niet op juistheid en volledigheid kunnen onderzoeken. Evenmin is duidelijk of het certificaathoudersregister steeds behoorlijk is bijgehouden of pas recent in orde is gemaakt.

In ieder geval is thans niet gebleken van nalatigheid van [gedaagde1] en [gedaagde2] ten aanzien van het bijhouden van het certificaathoudersregister van zodanige ernst dat deze het ontslag of de schorsing van [gedaagde1] en [gedaagde2] zouden kunnen rechtvaardigen.

certificaathoudersvergadering

4.7 De officier van justitie heeft gesteld dat in 2001 geen vergadering van certificaathouders is gehouden, zulks in strijd met artikel 8 van de algemene voorwaarden van SAK en dat de cer-tificaathouders geen of onvoldoende mogelijkheid tot inzage in jaarstukken hebben gehad.

Ook stelt hij dat er onduidelijkheid bestaat over het spaarfonds ter grootte van 8 miljoen gulden en dat dit ten onrechte een andere bestemming zou krijgen.

4.8 [gedaagde1] en [gedaagde2] erkennen dat in 2001 geen certificaathoudervergadering is gehouden. Wel zijn de jaarcijfers van TCA aan de chauffeurs gepresenteerd. Daarin is ook de stand van het spaarfonds te zien. De registeraccountant heeft over een en ander uitleg gegeven.

Het bestuur heeft ter zitting verklaard van plan te zijn op een termijn van ongeveer vier weken een certificaathoudersvergadering te beleggen.

[gedaagde1] en [gedaagde2] hebben de jaarrekening TCA over 2000 in het geding gebracht. Daaruit blijkt ten aanzien van het spaarfonds hetgeen onder 1.h is weergegeven.

4.9 De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie het bestuur en daarmee Van Gel-deren en [gedaagde2] terecht het verwijt maakt dat geen certificaathoudersvergadering is gehouden. Artikel 8 van de algemene voorwaarden van SAK schrijven immers het houden van een derge-lijke vergadering voor.

Echter is niet gesteld of gebleken dat in eerdere jaren een dergelijke vergadering achterwege is gebleven. Het bestuur heeft het voornemen kenbaar gemaakt een dergelijke vergadering bin-nenkort te houden. Ook is niet gesteld of gebleken dat [gedaagde1] of [gedaagde2] een bijzondere rol hebben gespeeld ten aanzien van het in 2001 niet houden van een certificaathoudersverga-dering. Derhalve is het achterwege blijven van deze vergadering op zichzelf geen grond voor het ontslag of de schorsing van [gedaagde1] of [gedaagde2].

4.10 Gezien de onder 1.h weergeven passage uit de jaarrekening van TCA is de rechtbank van oordeel dat geen onduidelijkheid bestaat over het spaarfonds en dat niet is gebleken dat dit een andere bestemming heeft gekregen.

wijziging algemene voorwaarden

4.11 De officier van justitie verwijt [gedaagde1] en [gedaagde2] dat zij met andere bestuursle-den niet hebben gehandeld in het belang van de certificaathouders, en daarom gehandeld heb-ben in strijd met artikel 2 lid 1 onder d van de statuten (het waarnemen van de belangen van de houders van certificaten), aangezien de voorgenomen wijziging van de algemene voorwaarden de positie van certificaathouders zou verslechteren. Deze verslechtering van de positie is gele-gen in de mogelijkheid voor de TCA-directie een certificaat in te nemen en daar dan slechts de nominale waarde voor te betalen, die ver onder de marktwaarde ligt. Op deze wijze zou de di-rectie van TCA een ongeoorloofd pressiemiddel in handen krijgen, aldus de officier van justi-tie.

4.12 [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben verklaard dat de algemene voorwaarden tot op heden niet zijn gewijzigd. Ook hebben zij bestreden dat de positie van certificaathouders wordt ver-zwakt op de wijze als door de officier van justitie gesteld.

4.13 De rechtbank stelt voorop dat het enkele feit dat het medewerken aan een wijziging van de algemene voorwaarden van TCA die de positie van een individuele certificaathouder in een bepaalde situatie verzwakt, niet in strijd behoeft te zijn met de statutaire verplichtingen van het bestuur van SAK om te handelen in het belang van alle certificaathouders. Het is immers aan-nemelijk dat een dergelijke verzwakking van de positie van een individuele certificaathouder in een bepaalde situatie een voordeel voor TCA tot gevolg heeft, dat indirect weer aan alle certifi-caathouders ten goede komt.

Overigens wijst de rechtbank op de bepalingen van afdeling 6.5.3 BW, die bescherming bieden tegen onredelijk bezwarende bedingen in algemene voorwaarden.

Nu het bestuur tot op heden geen medewerking heeft verleend aan de wijziging van de algeme-ne voorwaarden, kan dit in ieder geval geen grond zijn of mede grond zijn voor ontslag of schorsing van [gedaagde1] of [gedaagde2]. De vraag of de voorgenomen gewijzigde algemene voorwaarden de positie van de certificaathouders op ontoelaatbare wijze verzwakt, behoeft der-halve geen bespreking.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat het gezien de statutaire taak van het bestuur van SAK om op te komen voor de belangen van alle certificaathouders voor de hand lijkt te liggen de certificaathouders te horen over een voorgenomen wijziging van de algemene voorwaarden.

toewijzing tien nieuw uitgegeven aandelen/certificaten

4.14 Volgens de officier van justitie hebben zich bij de onder 1.g bedoelde emissie onrecht-matigheden en onzorgvuldigheden voorgedaan. Volgens de officier van justitie was het doel van de emissie het aantrekken van extra vermogen voor TCA. De officier van justitie is van mening dat er sprake is van een zeer schimmige biedingsprocedure, in twee etappes, waar op enig moment een bodemprijs wordt afgesproken en waarover, ondanks aandringen van de voorzitter van het bestuur, uiteindelijk geen rekening en verantwoording wordt afgelegd. Uit-eindelijk wordt deze kwestie, ondanks een voornemen daartoe, niet meer geagendeerd. [gedaagde1] en [gedaagde2] doen volop mee in de discussie over de gang van zaken rond de emissie.

[gedaagde2] en [gedaagde1] zelf (met aan hen gelieerde rechtspersonen) hebben zich ingeschre-ven op deze emissie, alsmede de schoonzoon van [gedaagde2] voor twee certificaten. Er zijn certi-ficaten toegekend aan [gedaagde2] en [gedaagde1] in persoon dan wel via een rechtspersoon dan wel via een familielid. Dit is volgens de officier van justitie het geval bij de certificaten die zijn toegekend aan: L-Tax, Kenthy Tax, Stertax, Bizzy BV en Garage Rep Tax B.V.

Per 1 maart 2001 was de stand van zaken dat de koopsom voor slechts enkele certificaten vol-ledig was betaald en dat een certificaat was toegewezen aan een niet bestaande vennootschap (L Tax). De vennootschappen van [gedaagde2] en [gedaagde1] hebben op het inschrijfgeld van ƒ15.000 na niets betaald van de koopsom; overige nauwe relaties van [gedaagde2] hebben ook te weinig betaald. De officier van justitie verwijst hierbij naar het onder 1.g weergegeven proces verbaal.

4.15 [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben ter zitting verklaard dat noch aan hen noch aan (rechts)personen die aan hen gelieerd zijn bij de emissie een certificaat is toegewezen, met uit-zondering van de schoonzoon van [gedaagde2], Enthoven, die ook zelf taxi-ondernemer is.

Ook heeft [gedaagde1] verklaard dat de certificaten niet allemaal volledig zijn betaald, maar dat het nog onbetaalde deel als lening in de boeken van TCA is opgenomen. Dat geen volledige betaling kon plaatsvinden werd volgens hem veroorzaakt door een wijziging van het beleid van de banken, waardoor de kopers van certificaten geen lening meer konden krijgen, waar dat eer-der wel mogelijk was.

4.16 De rechtbank oordeelt over het aan [gedaagde2] en/of [gedaagde1] toewijzen van certifi-caten bij de emissie als volgt. Indien [gedaagde2] en [gedaagde1] hun positie in het SAK-bestuur hebben gebruikt om zichzelf of door hen aangewezen (rechts)personen op oneigenlijke gronden één of meer certificaten toe te bedelen, hebben zij gehandeld in strijd met de statuten en zou dit hun ontslag als bestuurslid rechtvaardigen. Zij hebben zich (of door hen aangewezen derden) dan immers bevoordeeld boven andere certificaathouders, terwijl het de statutaire taak van het bestuur is de belangen van alle certificaathouders te behartigen.

4.17 Hetgeen de officier van justitie tot op heden heeft aangevoerd is onvoldoende om als vaststaand aan te nemen dat [gedaagde2] of [gedaagde1] hun positie in het SAK-bestuur hebben gebruikt om zichzelf of door hen aangewezen (rechts)personen één of meer certificaten toe te bedelen.

Weliswaar wordt in het onder 1.g aangehaalde proces verbaal op grond van aangetroffen do-cumenten aangenomen dat in ieder geval [gedaagde2] zich met de uitgifte van certificaten heeft bezig gehouden, maar daaruit volgt nog niet dat hij ook invloed heeft gehad op de toewijzing aan bepaalde (rechts)personen. Verder wordt in het genoemde proces verbaal gesteld dat zowel [gedaagde2] als [gedaagde1] dan wel hun familie of aan hen of familieleden gelieerde rechtsper-sonen certificaten hebben verworven. Ter zitting heeft [gedaagde1] dit laatste echter desge-vraagd uitdrukkelijk ontkend, terwijl [gedaagde2] ook heeft ontkend dat hij of aan hem gelieerde rechtspersonen certificaten hebben ontvangen, maar wel heeft verklaard dat zijn schoonzoon, die zelf taxi-ondernemer is, een certificaat heeft ontvangen.

De officier van justitie zal daarom worden toegelaten tot het bewijs van zijn stellingen. Con-creet zal hij moeten bewijzen:

- dat [gedaagde1] en/of [gedaagde2] invloed hebben gehad op de beslissing aan wie certifi-caten werden toegewezen waardoor certificaten op oneigenlijke gronden zijn toegekend aan [gedaagde2] en/of [gedaagde1] zelf of door hen aangewezen personen, rechtstreeks dan wel via een rechtspersoon,

dan wel:

- dat [gedaagde1] en/of [gedaagde2] pogingen hebben gedaan om invloed uit te oefenen op de beslissing aan wie certificaten werden toegewezen teneinde certificaten op oneigenlijke gronden toe te kennen aan [gedaagde2] en/of [gedaagde1] zelf of door hen aangewezen personen, rechtstreeks dan wel via een rechtspersoon.

Gezien hetgeen onder 4.18-4.22 wordt overwogen zal de officier van justitie in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de bewijslevering dan wel te verzoeken zich daarover op een later tijdstip uit te mogen laten.

belangenverstrengeling

4.18 De officier van justitie verwijt [gedaagde1] en [gedaagde2] dat zij zich hebben schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling en voert daartoe het volgende aan:

- [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben op grote schaal werkzaamheden voor TCA verricht en daarvoor aanzienlijke bedragen bij TCA in rekening gebracht.

- Het ging daarbij onder andere om de volgende werkzaamheden: [gedaagde2] heeft PR werkzaamheden verricht, [gedaagde1] heeft werkzaamheden verricht voor het invoeren van het RASTA-systeem.

- Ten aanzien van die werkzaamheden als bestuurslid controleerden zij zichzelf.

Weliswaar verbieden de statuten het verrichten van werkzaamheden voor TCA niet aan interne bestuursleden, maar [gedaagde1] en [gedaagde2] doen dit op grote schaal.

4.19 [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben tot hun verweer aangevoerd dat de belangenverstren-geling in het verleden meerdere malen in het bestuur is besproken en dat als oplossing is aan-vaard dat [gedaagde1] en [gedaagde2] zich van stemming zouden onthouden aangaande onder-werpen bij welke zij betrokkenheid hadden gehad als adviseur voor de vennootschap.

4.20 Ten aanzien van de onder 4.18 genoemde verwijten overweegt de rechtbank als volgt. Dat [gedaagde1] en [gedaagde2] werkzaamheden voor TCA hebben verricht en daarvoor aan-zienlijke bedragen bij TCA in rekening hebben gebracht is niet in strijd met de wet. De statuten bepalen in artikel 4 lid 3 onder a dat alleen externe bestuursleden geen commerciële diensten aan de vennootschap verlenen; voor interne bestuursleden zoals [gedaagde1] en [gedaagde2] geldt een dergelijke beperking niet. Dat deze beperking bij interne bestuursleden ontbreekt ligt voor de hand, aangezien zij immers als taxi-ondernemer commerciële banden met TCA hebben.

4.21 De werkzaamheden die [gedaagde1] en [gedaagde2] voor TCA plegen te verrichten, zijn werkzaamheden op directieniveau, zoals het namens TCA naar buiten treden (de PR-werkzaamheden van [gedaagde2]), of het zich op projectbasis bezig houden met managementstaken (het RASTA-project van [gedaagde1]). De officier van justitie heeft ter zitting gesteld dat naar buiten toe [gedaagde1] en [gedaagde2] de indruk wekken deel uit te maken van 'de top van TCA', hetgeen [gedaagde1] en [gedaagde2] niet hebben betwist.

Het bestuur van SAK heeft als taak als aandeelhouder de directie te controleren, zo nodig aan-wijzingen te geven en in het uiterste geval de directie te ontslaan. Nu [gedaagde1] en [gedaagde2] op aanzienlijk schaal taken op directie-niveau uitvoeren, en daarvoor de onder 1.f genoemde - aanzienlijke - beloningen ontvangen, behoren zij weliswaar formeel niet tot de directie, maar feitelijk gedragen zij zich wel min of meer als (mede-)directeur. Dat heeft tot gevolg dat hun toezichthoudende taak zich mede uitstrekt tot een directie waarin zij feitelijk een grote inbreng hebben. Deze situatie is onaanvaardbaar. Het verwijt 'dat zij zichzelf controleren' is terecht. Hierdoor kunnen zij als bestuurslid van SAK niet voldoende hun statutaire taak als toezicht-houder op de directie waarmaken en zijn zij dus niet in staat de belangen van alle certificaat-houders naar behoren te behartigen.

Weliswaar kan het verweer van [gedaagde1] en [gedaagde2] zoals weergegeven onder 4.19 wor-den aanvaard voor het verleden. Voor de toekomst is deze situatie echter niet te dulden.

4.22 De rechtbank ziet in de genoemde belangenverstrengeling daarom thans nog geen grond voor ontslag. Wel zal het een grond voor ontslag zijn als [gedaagde1] en [gedaagde2] voortgaan met het verrichten van (al dan niet betaalde) werkzaamheden binnen of voor TCA. De recht-bank zal daarom op de te bepalen pro forma datum [gedaagde1] en [gedaagde2] in de gelegenheid stellen mede te delen of zij ervoor kiezen hun werkzaamheden voor TCA vanaf genoemde da-tum te staken en gestaakt te houden, dan wel hun functie als bestuurslid van SAK uiterlijk op de genoemde datum neer te leggen. Hierbij is de periode van zes weken tussen de uitspraak en de te bepalen pro forma datum bedoeld als termijn voor beraad en als periode waarin lopende werkzaamheden voor TCA kunnen worden afgerond dan wel overgedragen (dit voor het geval wordt gekozen die werkzaamheden neer te leggen) dan wel waarin het bestuurslidmaatschap kan worden beëindigd en deze beëindiging bij de kamer van koophandel kan worden gemeld (indien daarvoor wordt gekozen). Indien het bestuurslidmaatschap wordt neergelegd, dient op de pro forma zitting een aan het bestuur van SAK gerichte schriftelijke verklaring en een uit-treksel uit het handelsregister in het geding te worden gebracht waaruit dit blijkt.

machtspositie [gedaagde1] en [gedaagde2]

4.23 De officier van justitie heeft [gedaagde1] en [gedaagde2] voorts een aantal verwijten ge-maakt die er op neerkomen dat zij binnen het SAK-bestuur een te grote machtspositie hebben. Het gaat hierbij om de volgende verwijten:

- [gedaagde1] en [gedaagde2] wilden een loonsverhoging voor TCA-directeur [G.] van 22%.

- Alle overige bestuursleden zijn benoemd op voordracht van [gedaagde1], [gedaagde2] of [G.].

- In een afgeluisterd telefoongesprek van 31 oktober 2000 overlegt [gedaagde2] met certifi-caathouder Enthoven over het al dan niet ter stemming verschijnen op een certificaathouders-vergadering van de laatste.

- Pas na wijziging van statuten of regels (bedoeld is kennelijk: door [gedaagde1] en Jan-maat) werd de rest van het bestuur daarvan in kennis gesteld.

- [gedaagde1] en [gedaagde2] probeerden de andere bestuursleden los te weken van hun ach-terban.

- [gedaagde1] en [gedaagde2] verzetten zich tegen invloed van het bestuur op het beleid van de directie.

4.24 [gedaagde1] en [gedaagde2] hebben in algemene zin bestreden dat zij binnen het bestuur een te sterke machtspositie bekleden. Ook de overige ter zitting aanwezige bestuursleden heb-ben dat bestreden. Verder hebben zij ook verschillende van de genoemde verwijten bestreden dan wel opgemerkt dat deze te vaag waren om zich daartegen te kunnen verweren.

4.25 De rechtbank is ten aanzien van de eerste drie van de onder 4.23 genoemde verwijten van oordeel dat in het midden kan blijven of de gestelde feiten zich hebben voorgedaan, nu de officier van justitie niet concreet heeft gesteld met welke wettelijke of statutaire bepaling de gestelde gedragingen in strijd zouden zijn en de rechtbank ook overigens hierin geen strijd met de wet of de statuten ziet.

4.26 Ten aanzien van de vierde, vijfde en zesde van de onder 4.23 genoemde verwijten oor-deelt de rechtbank dat hier handelen in strijd met de wet of de statuten denkbaar zou kunnen zijn, maar dat de verwijten onvoldoende concreet zijn om te kunnen beoordelen of in het on-derhavige geval ook in strijd met de wet of de statuten is gehandeld.

vervullen open plaats

4.27 Het standpunt van de officier van justitie werd weergegeven onder 2.3; het verweer van het bestuur onder 3.2.

4.28 De rechtbank is van oordeel dat van haar bevoegdheid tot het vervullen van een open plaats in een stichtingsbestuur slechts dan dient te worden gebruik gemaakt als degene die be-voegd is tot het benoemen van een bestuurslid niet in staat of niet bereid is daartoe over te gaan.

In dit geval is het bestuur van SAK bevoegd een nieuw bestuurslid te benoemen. Als zodanig zijn in het nabije verleden, te weten in oktober 2001, de heren A.H. Spaan en N.W. Cramer benoemd. Van een niet in staat zijn om een nieuw bestuurslid te benoemen kan daarom thans niet worden gesproken. Het bestuur heeft gesteld ook bereid te zijn een nieuw bestuurslid te benoemen en heeft daarvoor een termijn van twee à drie maanden gevraagd. De rechtbank is van oordeel dat een termijn van acht weken na de zitting, dus zes weken na deze uitspraak, vol-doende moet zijn voor het bestuur om de bestaande vacature te vervullen. De beslissing over dit onderdeel zal daarom worden aangehouden tot een pro forma datum op zes weken na deze uit-spraak, opdat [gedaagde1] en/of [gedaagde2] dan wel het bestuur van SAK kan laten weten of de vacature zoals deze op het moment van de zitting bestond is vervuld en zo ja, welk bestuurslid is benoemd, onder overlegging van een uittreksel uit het handelsregister, waaruit de benoeming blijkt.

benoeming onderzoeker

4.29 De officier van justitie is van mening dat gelet op de deskundigheid bij [gedaagde1] en [gedaagde2], de belangrijke rol die zij spelen in het leiding geven aan de TCA en de problematiek in de taxibranche van nu, een onmiddellijk ontslag niet gerechtvaardigd is en heeft de recht-bank in overweging gegeven om over te gaan tot het nemen van enkele voorlopige maatregelen zoals het benoemen van een derde/bewindvoerder. Deze zou niet zozeer als bewindvoerder maar als onderzoeker en bewaker van de procedurele gang van zaken moeten optreden.

Punten van onderzoek zouden volgens de officier van justitie kunnen zijn:

- de samenstelling van het register van certificaathouders;

- gang van zaken rond de emissie van tien aandelen;

- het toetsen van de activiteiten van [gedaagde1] en [gedaagde2] voor de TCA door het bestuur van de stichting;

- op welke wijze in de vacature voor een extern bestuurslid voorzien zou kunnen worden.

4.30 Als belanghebbende hebben de overige bestuursleden betwist dat de wet het mogelijk maakt een onderzoeker te benoemen.

4.31 De rechtbank laat in het midden of het op grond van de wet mogelijk is bij wege van voorlopige voorziening een onderzoeker te benoemen, zoals door de officier van justitie ver-zocht, nu zij dit gezien de in deze beschikking genomen beslissingen niet wenselijk acht.

5. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

BESLISSING

De rechtbank:

- stelt de officier van justitie in de gelegenheid tot bewijslevering zoals onder 4.17 bedoeld;

- houdt de zaak pro forma aan tot 12 maart 2002 opdat de officier van justitie naar keuze:

(1) bewijsstukken in het geding kan brengen en/of kan laten weten of hij bewijs wil doen le-veren door het verhoor van getuigen en zo ja welke,

dan wel:

(2) kan doen weten dat hij de beslissing over bewijslevering wil laten afhangen van de door [gedaagde1] en [gedaagde2] te nemen beslissing zoals bedoeld in rechtsoverweging 4.22 en de vaststelling van een nieuwe pro forma datum verzoekt teneinde zich over de bewijslevering uit te laten;

- bepaalt voorts dat [gedaagde1] en [gedaagde2] op genoemde pro forma datum aan de recht-bank kunnen laten weten of zij er voor kiezen hun werkzaamheden voor TCA te staken en gestaakt te houden, dan wel hun bestuurslidmaatschap neer te leggen, zoals nader omschre-ven in rechtsoverweging 4.22;

- bepaalt verder dat [gedaagde1] en [gedaagde2] dan wel het bestuur van SAK op genoemde pro forma datum aan de rechtbank kunnen laten weten welke vorderingen zijn gemaakt met het benoemen van een nieuw bestuurslid;

- bepaalt dat op 26 maart 2002 opnieuw een beschikking zal worden gegeven dan wel een nieuwe pro forma datum zal worden vastgesteld;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gegeven door mrs. R.H.C. Jongeneel, D.J. Cohen Tervaert en C.C.W. Lange, leden van genoemde kamer, en uitge-sproken ter openbare terechtzit-ting van 29 januari 2002, in tegen-woor-digheid van de griffier.