Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2000:AF0022

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
03-02-2000
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
KG 00/193 VB
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schorsing executie ontruimingsvonnis nu schuldsanering is uitgesproken tijdens terme de grace ontruimingsvonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

De president van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam,

rechtsprekende in kort geding in de zaak:

X. wonende te P.,

eiser bij dagvaarding van 20 januari 2000,

procureur mr W. de Vries,

tegen:

de vereniging Woningbouwvereniging het Oosten, gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

rechtshelper deurwaarder R. Jaburg.

Verloop van de procedure:

Ter terechtzitting van 25 januari 2000 heeft X. gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding.

Het Oosten heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.

Na verder debat hebben partijen stukken, waaronder van weerszijden producties en pleitnotities, overgelegd voor vonniswijzing.

Gronden van beslissing:

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

X. huurt van Het Oosten de woning aan het ...te P.tegen een huurprijs van thans fl 651,= per maand.

K heeft een huurachterstand ter grootte van fl 4.382,99.

Bij vonnis in voorlopige voorziening van de kantonrechter te Amsterdam van 20 december 1999 is X. onder meer veroordeeld tot betaling van de huurachterstand te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Voorts is X. veroordeeld om binnen acht dagen na berekening van het vonnis het gehuurde te ontruimen. Daarbij werd bepaald dat Het Oosten aan de veroordeling tot ontruiming geen rechten kon ontlenen indien X. de huurachterstand en kosten voordien zou hebben voldaan.

Voormeld vonnis is op 28 december 1999 betekend waarbij de ontruiming is aangezegd tegen 10 januari 2000.

Bij vonnis van 5 januari 2000 van de rechtbank alhier is de Schuldsaneringsregeling voor Natuurlijke Personen (hierna: de schuldsaneringsregeling) van toepassing verklaard op X., onder benoeming van een bewindvoerder. Daarbij is een zogenaamde afkoelingsperiode ex artikel 309 Faillissementswet (Fw.) bepaald van een maand vanaf de dag van het vonnis, en wel aldus:

"bepaalt dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op tot de boedel. behorende goederen of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldenaar of de bewindvoerder bevinden voor een periode van een maand niet dan met machtiging van de rechter-commissaris kan worden uitgeoefend, te rekenen vanaf de dag van dit vonnis".

Bij brief van 6 januari 1999 van haar rechtshelper heeft Het Oosten laten weten dat de ontruiming zou worden uitgesteld tot 18 januari 2000. Vervolgens is bij brief van 12 januari 2000 bericht dat de ontruiming zou worden verplaatst naar 7 februari 2000.

g. X. betaalt sinds een half jaar de lopende huurtermijnen.

2.1 X. vordert primair Het Oosten een verbod tot executie van het vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 20 december 1999 en met name een verbod tot ontruiming van de woning aan het ...te P., een en ander op straffe van een dwangsom van fl 100.000,=. Subsidiair vordert Het Oosten te gelasten de executie van voormeld vonnis alsmede de ontruiming van de woning aan het ... te P. op te schorten zolang een afkoelingsperiode van kracht is, een en ander op straffe van een dwangsom van fl 100.000,=.

2.2 X. stelt hiertoe dat Het Oosten jegens hem onrechtmatig handelt door tot ontruiming van het gehuurde over te gaan. De omstandigheid dat de rechtbank de schuldsaneringsregeling op 5 januari 2000 op hem van toepassing heeft verklaard moet volgens X. worden beschouwd als een nieuw feit, waardoor de tenuitvoerlegging van het vonnis van de kantonrechter misbruik van bevoegdheid aan de zijde van Het Oosten oplevert. X. stelt dat door ontruiming van het gehuurde de schuldsaneringsregeling zou worden gefrustreerd. Bovendien zou ontruiming voor X. een noodtoestand doen ontstaan, aangezien hij dan met zijn tweejarige dochter op straat zou komen te staan.

X. stelt dat het vonnis van de kantonrechter geen ontbinding van de huurovereenkomst inhoudt, zodat deze tot op heden voortduurt. Door zich door middel van een procedure op grond van artikel 116 Wetboek van Burgelijke Rechtsvordering (Rv.) van een titel tot ontruiming te voorzien, bevoordeelt Het Oosten zichzelf ten opzichte van andere schuldeisers, aldus X.

3. Het Oosten voert hiertegenover in de eerste plaats aan dat bij brief van 12 januari 2000 reeds is toegezegd dat de ontruiming wordt verplaatst naar 7 februari 2000, derhalve naar een tijdstip gelegen nĂ¡ de afkoelingsperiode. In de tweede plaats voert Het Oosten aan dat het feit dat de schuldsaneringsregeling thans van toepassing is verklaard op X. niet aan ontruiming in de weg staat.

Beoordeling van het geschil

4. Bij de beoordeling van een executiegeschil als het onderhavige dient uitgangspunt te zijn, dat voor schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis slechts plaats is, indien de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij de gebruikmaking van zijn bevoegdheid om tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien nadien feiten zijn voorgevallen of aan het licht gekomen die met zich brengen dat een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Tenuitvoerlegging levert alsdan misbruik van bevoegdheid voor de executant op.

5. In de eerste plaats is de vraag aan de orde of het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling als zodanig (dus zonder rekening te houden met de afkoelingsperiode) aan executie van het ontruimingsvonnis in de weg staat. Er is wat dit betreft geen reden om af te wijken van de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever, zoals deze blijkt uit Memorie van Antwoord Eerste Kamer, vergaderjaar 1995-1996, 22969 en 23429, nr. 34b blz 3, waarin wordt opgemerkt:

"Een ontruiming is op zich niet van invloed op het met de schuldsanering te bereiken doel, namelijk dat de schuldenaar op een gegeven moment niet meer door schuldeisers met oude schulden wordt achtervolgd. Het gaat bij een daadwerkelijke ontruiming niet om een executie tot verhaal van schulden [zoals bedoeld in artikel 302 Fw.] en een dergelijke tenuitvoerlegging raakt het vermogen (de boedel) niet. Een vonnis tot ontruiming wordt dan ook niet bestreken door de schuldsaneringsregeling".

Het feit dat de ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening in een procedure ex artikel 116 Rv. is toegewezen maakt daarbij geen verschil, te minder nu X. de huurachterstand heeft erkend en niet is gebleken dat hij bezwaar heeft aangetekend tegen het vonnis van 20 december 1999.

6.1. In de tweede plaats is de vraag aan de orde of het toepasselijk worden van de schuldsaneringsregeling een nieuw feit is, dat meebrengt dat executie van het ontruimingsvonnis misbruik van recht zou opleveren. Op de volgende gronden moet deze vraag in het onderhavige geval bevestigend worden beantwoord.

6.2. De kantonrechter heeft bepaald dat Het Oosten niet tot ontruiming zou mogen overgaan, indien X. binnen acht dagen na berekening van het vonnis de achterstallige huurschuld zou hebben voldaan. Aannemelijk is dat hij die voorwaarde aan de mogelijkheid om te ontruimen heeft verbonden, omdat X. reeds geruime tijd de lopende huurtermijnen weer betaalde en sinds kort de zorg voor zijn dochtertje had. Nu de kantonrechter het al dan niet alsnog betalen van de huurachterstand dus doorslaggevend heeft geoordeeld voor de mogelijkheid om te ontruimen, is evenzeer aannemelijk dat hij, indien hij ervan op de hoogte was geweest dat een schuldsaneringsregeling van toepassing zou worden, de ontruiming evenmin zou hebben toegestaan gedurende de periode dat de schuldsaneringsregeling van toepassing was, mits de lopende huurtermijnen zouden worden voldaan. Het bieden van de mogelijkheid om ontruiming uitsluitend te voorkomen door betaling van de huurachterstand is immers zinledig gedurende de periode dat de schuldsaneringsregeling van kracht is, omdat het X. gedurende die periode niet is toegestaan om die huurachterstand te betalen.

6.3. Aan het voorgaande moet worden toegevoegd, dat de schuldsaneringsregeling is ingegaan tijdens de periode (zij het op de laatste dag daarvan) dat X. nog door betaling van de huurachterstand aan ontruiming had kunnen ontkomen. Die gelegenheid had hij immers gedurende acht dagen na berekening van het vonnis, dus tot en met 5 januari 2000. Op deze laatste dag verkeerde X. in de onmogelijkheid om van de hem geboden gelegenheid gebruik te maken, omdat toen de schuldsaneringsregeling van toepassing werd verklaard.

6.4. Uit al het voorgaande volgt dat de vordering toewijsbaar is, zij het dat daaraan de voorwaarden zullen worden verbonden dat X. de lopende huurtermijnen blijft voldoen en dat bij afloop van de schuldsaneringsregeling aan Het Oosten het bedrag wordt voldaan waarop zij dan (nog) aanspraak kan maken. De gevorderde dwangsom zal als volgt worden gematigd.

7. Gelet op de uitkomst van dit geding zullen de kosten tussen partijen worden gecompenseerd.

Beslissing:

1. Verbiedt Het Oosten over te gaan tot executie van het vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 20 december 1999 en tot ontruiming van de woning aan het ... te P. op straffe van een dwangsom van 50.000,=.

2. Bepaalt dat X. aan dit verbod geen rechten kan ontlenen:

a. indien hij niet tijdig de lopende huurtermijnen blijft voldoen, of

b. indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt zonder dat aan Het Oosten het bedrag wordt voldaan waarop zij dan (nog) aanspraak kan maken.

3. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

4. Compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.Wijst het meer of anders gevorderde af.

Gewezen door de vice-president mr G.W.K. van der Valk Bouman, fungerend president der Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 3 februari 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.