Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:2000:AA6377

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
29-06-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
KG 00/1312 OdC en KG 00/1313 OdC
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

#@!$OdC/MN

vonnis 29 juni 2000

DE PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM, RECHTSPREKENDE IN KORT GEDING in de gevoegde zaken:

rolnummer KG 00/1312 OdC van:

DE STICHTING B4, tevens handelend onder de naam VELOTYPE INTERNATIONAL, gevestigd te Apeldoorn,

e i s e r e s bij dagvaarding van 25 mei 2000,

procureur mr L.D. Bruining,

t e g e n :

[gedaagde zaak 1], wonende te [woonplaats],

g e d a a g d e ,

procureur mr M.B. Ruisbroek Jetten,

advocaat mr C.C.J.M. Weijers te Apeldoorn.

en rolnummer KG 00/1313 OdC van:

DE STICHTING B4, tevens handelend onder de naam VELOTYPE INTERNATIONAL, gevestigd te Apeldoorn,

e i s e r e s bij dagvaarding van 26 mei 2000,

procureur mr L.D. Bruining,

t e g e n :

de vennootschap onder firma [gedaagde zaak 2], gevestigd te [woonplaats],

g e d a a g d e ,

procureur mr M.B. Ruisbroek Jetten,

advocaat mr C.C.J.M. Weijers te Apeldoorn.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE :

Ter terechtzitting van 13 juni 2000 is de behandeling van de zaken gevoegd. Eiseres, hierna ook B4, heeft in beide zaken gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, verder ook [gedaagde zaak 1] en [gedaagde zaak 2], hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen.

Na verder debat hebben partijen stukken, waaronder van weerszijden producties en pleitnotities, overgelegd voor vonniswijzing.

GRONDEN VAN DE BESLISSING :

In beide zaken

1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten.

a. B4 is houdster van het Benelux woordmerk VELOTYPE, gedeponeerd op 20 juli 1983, voor waren in de klassen 9 (elektrische en wetenschappelijke apparatuur) en 11 (papier en drukwerk). Ook is zij houdster van een internationale merkinschrijving voor dat merk. Sedert medio 1995 voert zij de handelsnaam Velotype International.

b. Zij brengt onder dat merk een woordschrijfmachine op de markt waarmee bijna op spreeksnelheid kan worden getypt. De machine is een uitvinding van [vennoot van gedaagde zaak 2] (in het verleden bestuurslid van B4, thans vennoot van [gedaagde zaak 2]) en de inmiddels overleden [betrokkene].

c. [Gedaagde zaak 1] heeft in juli 1999 de domeinnaam velotype.nl geregistreerd. Hij gebruikt die voor een website waarop hij diensten met behulp van het Velotype toetsenbord aanbiedt, zoals verslaglegging van vergaderingen, workshops of conferenties.

d. In januari 2000 heeft [gedaagde zaak 2] de domeinnaam velotype.com geregistreerd. Op haar website geeft zij informatie over het Velotype toetsenbord.

e. B4 heeft het woordmerk VELOTYPE op 19 mei 2000 tevens gedeponeerd voor diensten, die in de praktijk inhouden uitleen van velotypistes aan derden en het geven van cursussen en instructie voor de bediening van de velotype.

f. In het Van Dale Groot woordenboek hedendaags Nederlands komt de volgende vermelding voor:

"ve.lo.type (de ~) 1 typemachine met lettergrepen op de toetsen"

2. B4 vordert [gedaagde zaak 1] en [gedaagde zaak 2] te veroordelen het gebruik van de naam VELOTYPE te staken en alles te doen om de domeinnamen aan B4 over te dragen of door te halen bij de Stichting Domeinnaamregistratie Nederland, met nevenvorderingen als nader omschreven in het petitum van de dagvaardingen. Zij stelt dat [gedaagde zaak 1] en [gedaagde zaak 2] door het gebruik van de domeinnamen velotype.nl en velotype.com inbreuk maken op de merk- en handelsnaamrechten van B4 in de zin van de artikelen 13A lid 1 sub a, b of d van de Benelux Merkenwet (BMW) en 5 van de Handelsnaamwet. Bij het publiek is verwarring te duchten: personen die op Internet zoeken naar Velotype International vinden immers de websites van [gedaagde zaak 1] of [gedaagde zaak 2]. Zij verkeren daardoor ten onrechte in de veronderstelling dat deze websites gelieerd zijn aan Velotype International, aldus B4. Ook handelen [gedaagde zaak 1] en [gedaagde zaak 2] onrechtmatig tegenover B4, omdat zij nu zelf de domeinnaam velotype niet kan registreren. Bovendien noemt [gedaagde zaak 2] op zijn website namen van relaties van B4.

3. Anders dan [gedaagde zaak 1] en [gedaagde zaak 2] menen, moet er in dit kort geding voorlopig van worden uitgegaan dat B4 rechthebbende is op het merk, nu het depot op haar naam staat.

4. Dat neemt niet weg dat de vordering wordt afgewezen. Allereerst is het woord velotype in het Van Dale woordenboek opgenomen. Daarom kan niet worden uitgesloten dat het recht op het woordmerk is komen te vervallen omdat het door toedoen of nalaten van B4 in het normale taalgebruik de benaming van het bewuste toetsenbord is geworden, als bedoeld in artikel 5 sub 2.b BMW. Hieruit volgt dat niet met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat een beroep op het verval van het merk als bedoeld in artikel 14C onder 1 BMW kansloos is.

5. Bovendien kan geen sprake zijn van inbreuk op het handelsnaamrecht van B4 in de zin van artikel 5 van de Handelsnaamwet. [gedaagde zaak 1] en [gedaagde zaak 2] drijven immers geen onderneming onder de naam Velotype.

6. Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat [gedaagde zaak 1] en [gedaagde zaak 2] door het gebruik van het woord Velotype onrechtmatig handelen tegenover B4. Het enkele feit dat B4 die naam nu niet als domeinnaam kan registreren is daartoe onvoldoende. Niet is gebleken dat de inhoud van de websites onrechtmatig zou zijn tegenover B4.

7. De gevraagde voorzieningen worden dan ook geweigerd. B4 wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

B E S L I S S I N G :

In beide zaken :

1. Weigert de gevraagde voorzieningen.

2. Veroordeelt B4 in de kosten van beide gedingen, tot heden aan de zijde van [gedaagde zaak 1] en [gedaagde zaak 2] begroot op ƒ 800,= wegens vastrecht en op ƒ 1550,= aan salaris procureur.

3. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door de vice-president mr R. Orobio de Castro, fungerend president der Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 29 juni 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.

Coll.: