Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:1999:AA3865

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
16-12-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
13/129164-97
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13/129164-97

datum uitspraak: 16 december 1999

op tegenspraak

+-------------------+

¦ VERKORT VONNIS ¦

+-------------------+

van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, achtste meervoudige kamer A, in de strafzaak tegen:

<verdachte>,

geboren te <geboorteplaats> op <geboortedatum>,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres <woonplaats>,

ter terechtzitting opgevende woonachtig te zijn <verblijfplaats>.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onder-zoek op de terechtzitting van 2 december 1999.

1. Telastelegging.

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding zoals ter terechtzitting gewijzigd. De telastelegging luidt na genoemde wijziging als volgt:

aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt telastegelegd dat

hij op of omstreeks 18 augustus 1995, althans op of omstreeks 21 augustus 1995, althans in of omstreeks de periode van 18 augustus 1995 tot en met 24 augustus 1995 te Maastricht en/of te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, beschikkende over voorwetenschap, een transactie heeft verricht en/of heeft bewerkstelligd in effecten, welke waren genoteerd op een op grond van artikel 16 van de Wet toezicht effectenverkeer erkende effectenbeurs,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen en daar 4.500, althans een aantal aandelen en/of certificaten van aandelen Pie Medical n.v., welk fonds geno-teerd stond aan de Amsterdamse effectenbeurs, aangekocht, althans heeft/hebben doen kopen, althans verworven, althans heeft/hebben doen verwerven

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) bekend was/waren met een of meer bijzonderheden omtrent Pie Medical n.v. en/of omtrent de handel in bovengenoemde effecten, te weten

- dat tussen Philips Electronics n.v. en Pie Medical n.v. oriënterende gesprekken plaats vonden omtrent de intensivering van de samenwerking tussen Pie Medical n.v. en de Medical Systems divisie van Philips op het gebied van ultrasound apparatuur, waarbij een openbaar bod door Philips op de aandelen Pie Medical niet uitgesloten is

en/of

- dat als d(i)e gesprekken zouden leiden tot een open-baar bod Philips (Medical n.v) bij de vaststelling van de prijs (van het aandeel Pie Medical n.v.) de gemiddelde aandelenkoers over een nog nader te bepalen periode voorafgaand aan het persbericht van 21 augustus 1995 mede als uitgangspunt zou nemen, en/of een of meer andere bijzonderheden, althans de essentie van de hierboven genoemde bijzonderheden.

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die bijzonderheid/bijzonderheden niet openbaar was/waren en niet zonder schending van een geheim buiten de kring der geheimhoudingsgerechtigden kon(den) komen en/of kon(den) zijn gekomen en/of was/waren gekomen,

terwijl openbaarmaking van die bijzonderheid/ bijzonderheden naar redelijkerwijs te verwachten viel, invloed zou(den) hebben op de koers van de effecten in het fonds Pie Medical n.v.,

terwijl uit die transactie enig voordeel kon ontstaan;

(aan de uitdrukkingen voorwetenschap', 'effecten', 'effectenbeurs' en 'voordeel' in deze tenlastelegging dient die betekenis te worden toegekend die zij hebben in de wet toezicht effectenverkeer (wet 7 maart 1991, Stbl 141, zoals deze gewijzigd is bij wet van 1 juli 1992, Stbl 378).

2. Voorvragen.

--------------

3. Waardering van het bewijs.

De rechtbank stelt vast dat verdachte op 18 augustus 1995 aan de Rabobank te Maastricht de opdracht heeft verstrekt om nog diezelfde dag voor ¦ 50.000,- certificaten van aandelen te kopen in het beursgenoteerde fonds Pie Medical N.V., welke certificaten hij op 24 augustus van dat jaar weer heeft verkocht. Daarmee heeft verdachte een winst behaald van ¦ 21.502,-. Dit was de eerste maal dat verdachte in effecten handelde.

Verder staat vast dat op 17 augustus 1995 een goede vriend van verdachte, <naam vriend>, alsmede een kennis <naam kennis>, beschikten over koersgevoelige informatie over dit bedrijf, immers waren zij op die datum op de hoogte van het voornemen van Philips om een openbaar bod op alle certificaten van Pie Medical N.V. uit te brengen teneinde tot een fusie te komen. Beiden behoorden tot de personen die zich met betrekking tot die kennis tot geheimhouding hadden verplicht.

Ook staat vast dat op 22 augustus 1995 door Philips en Pie Medical een persbericht werd uitgebracht met daarin deze koersgevoelige informatie.

De slotkoers van Pie Medical heeft zich als volgt ontwikkeld:

Datum slotkoers Pie Medical (guldens)

maandag 7 augustus 1995 9,90 +

dinsdag 8 augustus 1995 10,50

woensdag 9 augustus 1995 10,70

donderdag 10 augustus 1995 10,20

vrijdag 11 augustus 1995 10,20

maandag 14 augustus 1995 10,50

dinsdag 15 augustus 1995 10,50 +

woensdag 16 augustus 1995 10,70

donderdag 17 augustus 1995 [dag waarop koersgevoelige informatie bekend werd] 10,80

vrijdag 18 augustus 1995 [dag van de transactie van verdachte] 11.00 +

maandag 21 augustus 1995 12,40 -

dinsdag 22 augustus 1995 [dag waarop (voorbeurs) het persbericht werd gepubliceerd] 16,10

woensdag 23 augustus 1995 16,30

donderdag 24 augustus 1995 [dag waarop verdachte verkoopt] 15,90 +

vrijdag 25 augustus 1995 16,30

Philips heeft in oktober 1995 een bod uitgebracht op de uitstaande aandelen Pie Medical van f 19,00. Nadat 97% van de aandelen was aangemeld is dit bod gestand gedaan en is de notering van het aandeel vervallen.

3.2

De rechtbank heeft zich geconcentreerd op de vraag of bewezen kan worden dat verdachte op 18 augustus 1995 beschikte over de genoemde koersgevoelige informatie.

Daarbij overweegt de rechtbank dat er geen directe bewijsmiddelen in de zin van een bekennende verklaring van de verdachte, of rechtstreeks incriminerende getuigenverklaringen bij de stukken zijn, waaruit naar voren komt dat verdachte over de betreffende informatie kon beschikken.

De officieren van justitie hebben echter een aantal feiten en omstandigheden naar voren gebracht waaruit naar hun oordeel voortvloeit dat verdachte over de informatie heeft moeten beschikken.

3.3

3.3.1

Door de officieren van justitie zijn als feiten en omstandigheden naar voren gebracht dat verdachte tot 18 augustus 1995 nooit eerder had gehandeld in aandelen.

Op deze dag kocht hij bij de Rabobank te Maastricht, bij welk filiaal hij nooit eerder was geweest, voor ¦ 50.000,- aan certificaten Pie Medical N.V. Deze koop was tegen het advies van de deskundige van de Rabobank, dhr. Huyskens. Verdachte gaf bovendien eerst aan voor ¦ 100.000,- certificaten in dit fonds te willen aanschaffen, hetgeen op advies van de heer Huyskens is verlaagd tot ¦ 50.000,-.

De koop diende persé nog dezelfde vrijdag 18 augustus 1995 te geschieden.

Verdachte heeft als onervaren belegger alleen effecten van het kleine en relatief risicovolle fonds Pie Medical gekocht. Hij gebruikte hiervoor ± 25% van zijn op dat moment te beleggen vermo-gen, dit was ongeveer 20% van zijn vermogen bij deze bank.

3.3.2

Tevens stellen de officieren van justitie dat een vriend van verdachte die werkzaam was bij Pie Medical, <naam vriend>, op donderdag 17 augustus 1995 - een dag voor de bewuste effec-tenkoop van verdachte - koersgevoelige informatie over Pie Medical had vernomen. De <naam vriend> was van deze koersgevoeligheid expliciet op de hoogte, omdat deze hem die dag in een vergadering - onder verplichting tot strikte geheimhouding - was medegedeeld.

Verdachte en de <naam vriend> dronken regelmatig op donderdagavond een consumptie in een horecagelegenheid te Maastricht. Beide heren ontkennen weliswaar op donderdagavond 17 augustus 1995 elkaar gezien, dan wel gesproken te hebben. De verklaring van de <naam vriend> hieromtrent zijn echter onduidelijk.

3.3.3

De officieren van justitie voeren voorts aan dat er in de ver-klaringen die verdachte in dit onderzoek heeft afgelegd tegen-strijdigheden voorkomen. Zo gaf verdachte aan in de maanden voor 18 augustus 1995, behoudens in Pie Medical, tevens interesse te hebben getoond in andere kleine fondsen, zoals Besi en Fugro. Hij zou hierover aantekeningen hebben gemaakt en knipsels hebben bewaard. Hiervan is echter niets gebleken. Bovendien was het fonds Besi op 18 augustus 1995 nog niet beursgenoteerd. De koers van het aandeel Fugro zakte juist in de week voor 18 augustus. Ook de koers van Pie Medical was naar het hoogste punt van het jaar gestegen. Uit de verklaring van verdachte zou nergens de noodzaak blijken om, terwijl verdachte al maanden beschikte over vermogen, juist deze bewuste vrijdag enkel en voor een relatief groot bedrag effecten in het fonds Pie Medical te kopen.

3.4

3.4.1

Verdachte heeft ter terechtzitting tegen de door de officieren van justitie gepresenteerde feiten en omstandigheden gesteld dat hij door de verkoop van onroerend goed in maart 1995 vermogen had verworven. Hij zou al enige maanden de intentie hebben gehad om met dit vermogen te gaan beleggen om zo een hoger rendement op dit vermogen te behalen. Hij hield daartoe de koers van een aantal fondsen bij. Verdachte geeft aan het erg druk gehad te hebben in de periode voor 18 augustus 1995. Hij is in die periode gehuwd, zijn Spaanse vrouw is toen naar Nederland verhuisd, hij is van baan veranderd en hij heeft de marathon van Londen gelopen.

Vrijdag 18 augustus 1995 zou verdachte de bus gemist hebben en aangezien hij als gevolg hiervan toch al te laat op zijn werk zou komen, besloot hij zich bij de Rabobank te Maastricht te laten informeren over de mogelijkheid om over zijn vermogen meer rendement te behalen door middel van beleggingen. Verdachte zegt te hebben verondersteld een rekening bij de Rabobank te bezitten, daar hij een rekening had bij de Rabobank Westfriesland-Oost en niet op de hoogte was van de praktische beperkingen van de rechtspersoonlijkheid van deze bank.

Verdachte stelt dat hij de adviezen van de Rabobank deels heeft opgevolgd. Hij heeft zijn voorstel om voor ¦ 100.000,- certificaten in het fonds Pie Medical te kopen gehalveerd. Zijn voorstel zou, in zijn onervarenheid, slechts bedoeld zijn geweest als voorzet. Vervolgens heeft hij, nadat de koers van het aandeel sterk was gestegen, de bank gevraagd wat het beste moment was om het aandeel weer te verkopen.

In verband met de stijging van de koers van het aandeel Pie Medical in de week voorafgaande aan de opdracht tot koop van deze aandelen, gaf verdachte aan snel te willen 'instappen' om maxi-maal van de door hem verwachte verdere stijging te kunnen pro-fiteren; hij had geconstateerd dat in de week voorafgaande aan de koop van de effecten, de koers met circa een dubbeltje per dag was gestegen. Bovendien stelt hij dat toen hij eenmaal de beslissing had genomen de aandelen te kopen, hij wilde door-zetten; de kogel was door de kerk.

Verdachte interesseerde zich met name voor het fonds Pie Medical omdat het bedrijf Pie Medical sympathieke producten (echo-apparatuur) maakte, met name nu zijn vrouw in verwachting was, het een Limburgs bedrijf betrof, hij werknemers van het bedrijf kende en het hem bekend was dat het bedrijf goed liep.

3.4.2

Verdachte ontkent op de hoogte te zijn geweest van geheime koers-gevoelige informatie over het fonds Pie Medical. Hij stelt dat hij niet precies meer weet of hij in de week voor de bewuste transactie contact heeft gehad met <naam vriend>. Verdachte geeft hierbij aan dat de uitgeschreven telefoontaps de verbazing weergeven van <naam vriend> en van hem over het ingestelde strafrechtelijk onderzoek.

Verdachte heeft aan de rechter-commissaris een brief overlegd van Spaanse vrienden waaruit moet blijken dat verdachte op donderdagavond 17 augustus 1995 met deze vrienden bij verdachte thuis heeft gedineerd en dus niet met <naam vriend> in Maastricht heeft gegeten.

3.4.3

De aangifte van de Stichting Toezicht effectenverkeer is gedateerd 23 juli 1996. Verdachte is voor het eerst gehoord op 28 mei 1997. Als gevolg van dit lange tijdsverloop kan en kon hij zich niet meer de exacte toedracht van een en ander herinneren. Dit zou de reden zijn waarom hij het fonds Besi heeft genoemd, terwijl dit fonds op 18 augustus 1995 niet beursgenoteerd was. Enkele maanden later heeft hij wel aandelen in het fonds Besi gekocht. Verdachte verklaart ook andere kleine fondsen te hebben gekocht in de periode van een half jaar na 18 augustus 1995; hij voer hiermee zijn eigen koers. Tevens heeft hij aandelen in grote fondsen hebben aangeschaft; hij zou hiermee het advies van de Rabobank hebben opgevolgd. Verdachte heeft bij latere aankopen van aandelen voor vergelijkbare bedragen als in Pie Medical geïnvesteerd. Hij stelt hierbij geen bewuste beleggingsstrategie te hebben gehanteerd.

3.5

De rechtbank overweegt naar aanleiding hiervan als volgt:

Voorop gesteld dient te worden dat het onderzoek naar de onderhavige telastegelegde feiten pas na geruime tijd is gestart en vervolgens een aanzienlijke tijd heeft geduurd.

Hierdoor is het achterhalen van de waarheid aanzienlijk bemoeilijkt, nu getuigen en verdachte zich bepaalde details niet meer kunnen herinneren, papieren niet meer voorhanden zijn en bijvoorbeeld bepaalde telefoongegevens niet meer kunnen worden achterhaald.

De verklaringen van verdachte zijn op hoofdlijnen niet in tegenspraak met de door de officieren van justitie aangevoerde feiten en omstandigheden en worden deels, zoals met betrekking tot de door hem na 18 augustus 1996 gevolgde beleggingshistorie ondersteund door zich bij de stukken bevindende bescheiden.

Tegenover de door de officieren van justitie genoemde feiten en omstandigheden, die, in onderling verband en samenhang, zeker een ernstig vermoeden scheppen dat verdachte heeft gehandeld met voorkennis, staan de verklaringen van de verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn die verklaringen niet op voorhand volkomen onaannemelijk. De daarin door de officieren aangewezen inconsistenties zijn van ondergeschikte aard en kunnen gemakkelijk door het tijdsverloop tussen de feiten en het tijdstip van afleggen van de verklaring worden verklaard.

In dat licht gezien acht de rechtbank de door de officieren van justitie aangevoerde feiten en omstandigheden, ook in onderling verband en samenhang, niet zodanig overtuigend dat daaruit met voor een strafrechtelijke veroordeling voldoende zekerheid kan worden geconcludeerd dat verdachte over de betreffende koersgevoelige informatie beschikte, zodat de verdachte van het telastegelegde dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank komt op grond van het voorafgaande tot de volgende beslissing.

4. Beslissing:

Verklaart het telastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr G.H. Marcus, voorzitter,

mrs R.H.C. Jongeneel en M.E.B. Terwee, rechters,

in tegenwoordigheid van mr J. Recourt, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze recht-bank van 16 december 1999.