Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBAMS:1997:1

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
15-07-1997
Datum publicatie
18-11-2013
Zaaknummer
13/078111-93
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Moord op ex-vriendin in haar woning en in bijzijn van kinderen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM.

Parketnummer: 13/078111-93

/

Datum uitspraak: 15 juli 1997

(op tegenspraak)

VERKORT VONNIS

van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam, VIJFDE meervoudige kamer A, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1952,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] te [plaats].

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 juli 1997.

1 Telastelegging.

Aan verdachte is telastegelegd hetgeen staat omschreven in de dagvaarding, waarvan een kopie als bijlage aan dit vonnis is gehecht.

De in die dagvaarding vermelde telastelegging geldt als hier ingevoegd.

2 Voorvragen


Ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is omdat er sprake zou zijn van een verkapte uitlevering, aangezien de Nederlandse autoriteiten meegewerkt hebben aan de uitzetting van verdachte door aan de Surinaamse autoriteiten een laissez-passer af te geven.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende:

Op 19 maart 1997 hebben de Surinaamse autoriteiten besloten tot uitzetting van verdachte. Op 20 maart 1997 zijn de Nederlandse autoriteiten van deze voorgenomen uitzetting in kennis gesteld, waarop zij diezelfde dag het laissez-passer hebben afgegeven. Hieruit volgt reeds dat de Nederlandse autoriteiten niet verantwoordelijk kunnen worden geacht voor de totstandkoming van de beslissing van de Surinaamse autoriteiten tot uitzetting van verdachte.

De officier van justitie is ontvankelijk in zijn vervolging van verdachte.

3 Waardering van het bewijs.


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals is aangegeven op de aan dit vonnis gehechte -gestreepte- kopie van de telastelegging. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.

4 Het bewijs.


De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5 De strafbaarheid van het feit.


Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6 De strafbaarheid van verdachte.


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 Motivering van de straf.


De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in liet bijzonder laten meewegen.

  • -

    dat verdachte opzettelijk en met voorbedachte rade zijn ex-vriendin in haar eigen woning, en bovendien in het bijzijn van hun twee kinderen van het leven heeft beroofd en zich zodoende schuldig heeft gemaakt aan moord, één van de ernstigste bij het Wetboek van Strafrecht strafbaargestelde misdrijven;

  • -

    dat verdachte op lafhartige en gewelddadige wijze een einde heeft gemaakt aan het leven van de moeder van zijn twee kinderen, die -toentertijd 28 jaar- nog in de bloei van haar leven was en die twee jonge kinderen heeft moeten achterlaten;

  • -

    dat de rechtsorde in het algemeen en de nabestaanden van het slachtoffer in het bijzonder ernstig zijn geschokt door het handelen van verdachte;

  • -

    dat verdachte reeds meermalen voor geweldsdelicten is veroordeeld, waaronder tot een lange gevangenisstraf onder meer voor een poging tot doodslag.

De rechtbank heeft bij het opleggen van de vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur rekening gehouden met de veroordeling van verdachte van 25 juli 1994 en het voor de onderhavige zaak in verband daarmee geldende strafmaximum.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften


De op te leggen straf is gegrond op artikelen 63 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaan tot de volgende beslissing.

9 Beslissing:


Verklaart bewezen dat verdachte het telastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Moord.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte [verdachte] daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 JAREN.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr J.A.C. Bartels, voorzitter,

mrs S.P. Pompe en A.N.A. Josephus Jitta, rechters,

in tegenwoordigheid van mr O.C. Themen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 1997.

Als bijlage een – gestreepte – kopie van de telastelegging.

hij op of omstreeks 08 november 1993 te Amsterdam opzettelijk en met voorbedachten rade, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, voornoemde [slachtoffer] met een mes althans met enig scherp voorwerp meermalen althans eenmaal in de hals en/of in het lichaam gestoken, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;