Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BY7150

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
423759 EJ VERZ 7702/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding. Verstoorde arbeidsrelatie. Machinist die rood sein negeert, althans 6 à 7 meter na dit sein tot stilstand komt. Laconieke instelling, in de visie van NS Reizigers, na STS-incident. Houding en (ongewenst) gedrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 423759 EJ VERZ 7702/12

Beschikking van de kantonrechter d.d. 21 december 2012 in de zaak van:

NS Reizigers B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht,

verzoekster,

hierna te noemen: NSR,

gemachtigde: mr. B. Driessen,

advocaat bij NS Groep N.V., Corporate Legal, te Utrecht,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

hierna te noemen: [verweerder],

procederende in persoon.

1. procedure

1.1 In haar verzoekschrift, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 27 november 2012, verzoekt NSR de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden.

1.2 [Verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

1.3 Het verzoek is mondeling behandeld op dinsdag 18 december 2012, waarbij NSR is verschenen bij [D], teammanager bij NSR, bijgestaan door mr. Driessen en [verweerder] in persoon.

1.4 Beschikking is bepaald op vandaag.

2. feiten

2.1 Bij de beoordeling van het verzoek wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij onvoldoende of niet zijn betwist of zijn erkend.

2.2 [Verweerder], geboren op [1971], is op 3 oktober 2000 bij NSR in dienst getreden in de functie van hoofdconducteur. Vanaf februari 2009 is [verweerder] volledig werkzaam in de functie van machinist.

2.3 Het salaris van [verweerder] bedraagt € 2.565,72 bruto per maand, inclusief netto-netto toelage en exclusief vakantiebijslag, eindejaarsuitkering en overige emolumenten.

2.4 Op 28 september 2012 is [verweerder], na het rijden door een rood sein, vrijgesteld van werk.

3. verzoek

3.1 NSR verzoekt om ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7:685 BW, bestaande uit een verandering in de omstandigheden, zonder toekenning van een vergoeding. Aan het ontbindingsverzoek legt NSR drie verwijten ten grondslag te weten:

a) Op 20 september 2012 heeft [verweerder] een veiligheidsincident veroorzaakt door tijdens zijn werk als machinist voorbij een zogeheten stop tonend sein, hierna ook te noemen STS, tot stilstand te komen. NSR neemt dit soort veiligheidsincidenten hoog op. Daags na dit voorval heeft zijn leidinggevende [D] telefonisch contact met [verweerder] opgenomen. Vanwege de ernst van de situatie had hij verwacht dat [verweerder] ontdaan zou zijn over het gebeuren, hetgeen uitdrukkelijk niet het geval was. [Verweerder] was druk met andere zaken, namelijk zijn ideeën hoe het bij de NS beter kan. NSR was in hoge mate verbaasd over deze laconieke houding ten opzichte van het gebeurde. Een STS-incident is niet niets en de reactie van [verweerder] hierop was ongepast.

Zoals gebruikelijk bij een STS-incident wordt een STS-commissie gevormd. De STS-commissie onderzoekt het hoe en waarom van het veiligheidsincident en geeft advies over de geëigende maatregelen in reactie op het incident. De STS-commissie oordeelde dat: “de STS werd veroorzaakt doordat dhr. [verweerder] afgeleid was en is derhalve een verwijtbare STS”. De commissie heeft naast het incident ook het gedrag van [verweerder] belicht. Zij komt tot de conclusie dat [verweerder] de vakinhoudelijke kant goed beheerst, maar dat hij niet het door de NS gewenste gedrag laat zien. De commissie stelt: “Kenmerkend voor dhr. [verweerder] is dat hij niet aanspreekbaar is op zijn gedrag, zaken buiten zichzelf legt, niet bereid is tot zelfreflectie en aangeboden ondersteuning om zijn gedrag te wijzigen niet accepteert.”

b) [Verweerder] is vanaf medio 2011 en in het bijzonder de laatste maanden meerdere keren aangesproken op zijn houding en gedrag. Vakinhoudelijk doet hij zijn werk zeer goed, maar zijn gedrag is al langere tijd punt van zorg. [Verweerder] heeft velerlei ideeën hoe het werk binnen NS beter kan en hij ventileert deze ideeën ook op brede schaal. Bij het uitdragen van zijn ideeën is hij dominant en vasthoudend, tot bij het opdringerige af. In bredere zin gedraagt [verweerder] zich, naar de in zijn ogen ongemotiveerde collega’s, ronduit bot en arrogant. Eind augustus 2012 is het weer mis. In het kader van de uitvoering EnergieZuinigRijden, hierna EZR, heeft [verweerder] buiten zijn werktijd ongevraagd collega’s gecontroleerd met een klokje, om uit te rekenen hoe energiezuinig er gereden werd. Dit is door zijn collega’s als hinderlijk ervaren en zij hebben hierover geklaagd;

c) In oktober 2011 heeft een vrouwelijke collega van [verweerder] bij de leiding melding gemaakt van ongewenst gedrag van [verweerder]. [Verweerder] stuurde deze collega regelmatig sms’jes die zij als vervelend ervoer en die over haar grenzen heen gingen. [Verweerder] sprak met andere collega’s veel over haar zodat er geruchten ontstonden over een vermeende relatie tussen [verweerder] en die collega.

NSR heeft geen enkel vertrouwen meer in een vruchtbare samenwerking met [verweerder] en nu de oorzaak hiervan is gelegen in de risicosfeer van [verweerder] is er geen aanleiding aan [verweerder] een ontbindingvergoeding toe te kennen.

4. verweer

4.1 [Verweerder] verzet zich – node - niet tegen de verzochte ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst nu het hem duidelijk is geworden dat NS echt van hem af wil en al hetgeen hij in zijn werk onderneemt thans in een negatief daglicht wordt geplaatst. Met betrekking tot aan het verzoekschrift ten grondslag gestelde verwijten voert [verweerder] wel het navolgende verweer.

a) [Verweerder] erkent zo’n 6 à 7 meter met de door hem bestuurde trein door een rood sein te hebben gereden. Hij stelt zich volledig aan de regels te hebben gehouden en de treindienstleider direct van het incident op de hoogte te hebben gesteld. De treindienstleider meldde hem echter dat hij wel mocht doorrijden omdat hij de (tweede veiligheidsbarrière), de zogenoemde “potjes” nog niet was gepasseerd. [Verweerder] heeft vervolgens laten weten dat hij niet zou doorrijden, en de treindienstleider moest handelen volgens de regels. Daarop is de gebruikelijke procedure bij het negeren van een STS in het werk gesteld. [Verweerder] heeft in overleg met de wachtdienst de motor van de trein stilgezet en met toestemming van de wachtdienst naar Hengelo gegaan. Hieruit blijkt dat hij wel degelijk de ernst van de fout heeft onderkend en daar helemaal niet laconiek mee om is gegaan.

[Verweerder] ontkent daags na het incident laconiek te hebben gereageerd naar zijn leidinggevende, de heer [D]. Het incident heeft wel degelijk impact op hem gehad, doch hij is in staat een en ander naast zich neer te leggen en vervolgens over te gaan tot de orde van de dag.

b) [Verweerder] heeft zich, in en na overleg met zijn leidinggevende de heer [D], gestort op het EZR en heeft in dat kader allerlei dingen uitgezocht teneinde te kunnen onderzoeken wat er voor de NS goedkoper en beter kon. Er is een boekje ontwikkeld dat als leidraad functioneert voor het EZR. Hij is gaan kijken of het nog zuiniger kon en is in dat kader van alles voor zichzelf gaan bijhouden en heeft bevindingen van onder meer rijstijl, zoals de plaats vanwaar geremd wordt etc. (anoniem) op papier gezet. Als hij als passagier met de trein ging, nam hij, zoals niet ongebruikelijk is, plaats in de cabine bij een rijdende collega en noteerde voor zichzelf allerlei dingen om het EZR te optimaliseren. Aan de hand van die gegevens die hij bij zichzelf en collega’s opdeed, stelt hij suggesties te hebben ten einde dat EZR nog beter kon.

c) [Verweerder] geeft aan door privéomstandigheden vorig jaar nogal ‘besproken te zijn’ op de werkvloer. Oorzaak hiervan was mede het feit dat hij in een depressie zat. [Verweerder] erkent een vrouwelijke collega te hebben gezegd dat hij haar meer dan leuk vond en dat hij dacht dat het wederzijds was. Toen die collega dat ontkende heeft hij het daarbij gelaten. Met betrekking tot de verzonden sms erkent [verweerder] dat deze ongepast was, doch hij heeft hiervoor zijn welgemeende excuses aangeboden.

[Verweerder] voert aan dat het enige wat hij doet is opkomen voor zijn rechten. Hij is daarbij eerlijk en duidelijk. NSR zou blij moeten zijn met mensen zoals hij. Hij heeft steeds uitstekend gefunctioneerd en hij vindt het niet meer dan billijk dat hem een ontbindingsvergoeding ter grootte van twaalf maandsalarissen toekomt.

5. beoordeling

5.1 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod als bedoeld in de wet.

5.2 NSR streeft een ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst na. [Verweerder] verzet zich hiertegen niet. De kantonrechter constateert dat partijen dermate verschillen van inzicht over de wijze waarop [verweerder] zijn werkzaamheden dient uit te voeren, dat een vruchtbare voortzetting van de arbeidsrelatie niet meer tot de mogelijkheden behoort. Zij acht het dan ook billijk dat de arbeidsverhouding op korte termijn, dat wil zeggen met ingang van 15 januari 2013, eindigt.

5.3 Daar waar NSR een ontbinding nastreeft zonder toekenning van een vergoeding, verzoekt [verweerder] hem een ontbindingsvergoeding toe te kennen ter grootte van twaalf maandsalarissen, zijnde een bedrag van € 33.255,36 bruto, hetgeen neerkomt op een vergoeding met een C-factor van 1,3.

5.4 Het STS-incident kan [verweerder] niet te ernstig worden aangerekend, hetgeen NSR overigens ook niet doet. Desgevraagd heeft de gemachtigde van NSR aangegeven dat er jaarlijks zo’n 150 keer een rood sein wordt genegeerd. Zonder de ernst van het feit te bagatelliseren kan [verweerder] dan ook niet euvel worden geduid dat hij sinds februari 2009 één keer een rood sein 6 à 7 meter heeft gepasseerd. NSR verwijt [verweerder] vooral zijn laconieke houding daags na dit incident. Onweersproken heeft hij gesteld dat hij van de treindienstleider door mocht rijden, doch dat hij deze er zelf op heeft gewezen het protocol stipt na te leven.

In de visie van NSR, lees: zijn leidinggevende, heeft [verweerder] te laconiek gereageerd op het incident, nu hij, zo bleek ter zitting, ‘niet in zak en as zat’, maar weer ‘gewoon’ aan de slag ging, aldus de heer [D] ter zitting. Naar oordeel van de kantonrechter is terughoudendheid bij de interpretatie van een dergelijke werkhouding geboden. Immers heeft [verweerder] het incident serieus genomen door af te dwingen dat het protocol in werking zou worden gezet. Voorts is immers niet zo dat iedereen op dezelfde wijze reageert op een (ernstig) incident. De ene persoon legt het relatief makkelijk naast zich neer en gaat over tot de orde van de dag, daar waar de andere persoon in therapie moet het incident op een verantwoorde wijze te kunnen verwerken. Alvorens daaruit conclusies te trekken is enige terughoudendheid op z’n plaats. Vooralsnog valt naar het oordeel van de kantonrechter het gedrag van [verweerder] na het incident hem niet aan te rekenen, althans het heeft geen wezenlijke rol gespeeld die tot de verstoring van de arbeidsrelatie heeft geleid.

5.5 Feit is dat [verweerder] vakinhoudelijk steeds uitstekend heeft gefunctioneerd en dat hij zijn ideeën hoe het beter kan met NSR niet onder stoelen of banken stak. Zo heeft hij een uitgesproken mening over het EZR-rijden en heeft zijn leidinggevende bij NSR hem zelfs gevraagd EZR-specialist te worden. [Verweerder] heeft deze aanbieding geweigerd omdat hij, in zijn visie, onvoldoende draagvlak bij zijn collega’s aanwezig achtte. Eén en ander weerhield hem er niet van om, nota bene na overleg met zijn leidinggevende de heer [D], in zijn vrije tijd onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de werkwijze en/of organisatie en/of rijstijl te verbeteren waardoor bezuinigd zou kunnen worden. [Verweerder] nam daartoe soms ongevraagd plaats naast een collega-machinist in de cabine ten einde metingen te doen. Dat één en ander weerstand oproept bij die collega behoeft geen betoog. Hetzelfde geldt uiteraard voor het feit dat hij collega’s aanspreekt op, wederom in zijn visie, hun

(dis-)functioneren en dat een en ander eveneens weerstand oproept bij die collega’s. Hierin heeft [verweerder] niet handig geopereerd. Anderzijds heeft ook de leiding [verweerder] daarin niet voldoende aan- en bijgestuurd, nu de leiding wel de ruimte aan [verweerder] gaf om onderzoek te doen. Beiden hebben geconstateerd dat het niet werkte, beiden hadden daarin beter kunnen opereren.

5.6 Het ongewenste gedrag richting een vrouwelijke collega heeft NSR, behoudens het feit dat [verweerder] haar een sms’je heeft gestuurd met een ongepaste tekst, niet aannemelijk weten te maken. Daarbij komt dat [verweerder] die collega zijn oprechte excuses heeft aangeboden. Overigens is het van [verweerder] niet echt handig geweest zijn auto zo dicht naast de auto van die vrouwelijke collega te parkeren, dat zij slechts met moeite haar auto kon betreden.

5.7 Uit het vorenstaande volgt dat het feit dat de tussen partijen bestaande arbeidsrelatie uiteindelijk verstoord is geraakt niet enkel en alleen in de risicosfeer van [verweerder] ligt. Gelet op alle omstandigheden van het geval acht de kantonrechter het billijk aan [verweerder], ten laste van NSR, een vergoeding toe te kennen van afgerond € 20.000,00 (C=0,8).

5.8 NSR zal tot uiterlijk 7 januari 2013 de gelegenheid worden gegeven haar verzoekschrift in te trekken. Indien zij daartoe overgaat zal zij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Indien het niet tot een intrekking komt zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd als hierna te vermelden.

6. beslissing

6.1 Stelt partijen in kennis van het voornemen van de kantonrechter de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden per 15 januari 2013, onder toekenning van een vergoeding aan [verweerder] ten laste van NSR ter grootte van € 20.000,00 bruto.

6.2 Stelt NSR tot uiterlijk maandag 7 januari 2013 in de gelegenheid haar verzoekschrift in te trekken.

6.3 Voor het geval NSR haar verzoekschrift niet intrekt:

a. ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 15 januari 2013;

b. kent aan [verweerder] ten laste van NSR een vergoeding toe van € 20.000,00 bruto en veroordeelt mitsdien NSR tot betaling van dit bedrag aan [verweerder];

c. compenseert de proceskosten, des dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

6.4 Voor het geval NSR haar verzoekschrift wel intrekt:

- veroordeelt NSR in de kosten van dit geding tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] gevallen en begroot op nihil.

Aldus gegeven te Enschede en op 21 december 2012 in het openbaar uitgesproken door mr. E.W. de Groot, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.