Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BY6440

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
07-12-2012
Datum publicatie
17-12-2012
Zaaknummer
133491 / KG ZA 12-250
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil - niet ontvankelijkheid gelet op formeel gebrek, verzuimd "derde" in de zin van artikel 438 lid 5 Rv mede te dagvaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 133491 / KG ZA 12-250

datum vonnis: 7 december 2012

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats]

eiseres,

verder te noemen [eiseres],

advocaat: mr. M.A. Schuring te Almelo,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Almelo,

zetelend te Almelo,

gedaagde,

verder te noemen de gemeente,

advocaat: mr. J.M. Pol te Assen.

Het procesverloop

[Eiseres] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 1 december 2012. Ter zitting zijn verschenen: [eiseres], bijgestaan door mr. T.L.V. de Jong, kantoorgenoot van mr. Schuring en de heer [Z] namens de gemeente, bijgestaan door mr. Pol. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De vaststaande feiten

2.1. [Eiseres] is onder huwelijkse voorwaarden gehuwd met de heer [X] (hierna [X]).

2.2 De gemeente heeft op 21 februari 2012 ter zake een fraudeschuld van [X] executoriaal beslag doen leggen op enkele roerende zaken, meer specifiek goederen behorende tot de inboedel van [eiseres] en/of [X] en een auto. De datum van de executoriale verkoop is bepaald op 5 december 2012.

Het geschil

3.1. [Eiseres] vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om primair te bepalen dat het beslag op de inboedel en de auto wordt opgeheven en subsidiair de gemeente te verbieden om de door haar aangekondigde openbare verkoop bij executie te laten plaatsvinden, op straffe van verbeurte van een dwangsom, met veroordeling van de gemeente in de kosten van dit geding.

3.2. Daartoe stelt [eiseres] dat het door de gemeente gelegde beslag onaangekondigd is geschied. Daarna heeft de gemeente [X] respijt verleend ten aanzien van de aflossing van de schuld. Er is nooit een bevel tot betaling gedaan en er is nooit een beslagexploot ontvangen.

3.3. De in de echtelijke woning aanwezige inboedel behoort in eigendom toe aan [eiseres], zoals onder meer blijkt uit de overgelegde afschriften van aankoopnota’s. Hoewel de auto op naam van [X] staat behoort ook de auto in eigendom toe aan [eiseres]. [Eiseres] heeft de auto gekocht tegen inruil van haar oude auto en een contant bedrag dat zij kort daarvoor heeft gepind, en zij voldoet tevens de belasting en verzekeringspremie ter zake de auto. Nu tussen [eiseres] en [X] geen enkele huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap bestaat vallen de inboedel en de auto derhalve buiten het beslag.

3.4. [Eiseres] is op grond van artikel 438 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gerechtigd het gerezen geschil bij de voorzieningenrechter van de rechtbank te Almelo voor te leggen. Nu er nimmer een stuk ter zake de beslaglegging is ontvangen stelt [eiseres] zich op het standpunt dat het gelegde beslag nietig is nu niet is voldaan aan de vereisten van de artikelen 439 en 440 Rv.

3.5. De gemeente voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] dan wel afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

3.6. De gemeente stelt daartoe dat [eiseres] in haar hoedanigheid van ‘derde’ op grond van

artikel 438 lid 5 Rv niet alleen de gemeente, maar ook [X] had moeten dagvaarden. Het betreft een formeel gebrek, waardoor [eiseres] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen.

3.7. Voor zover geoordeeld mocht worden dat geen sprake is van niet-ontvankelijkheid, dan dienen de gevorderde voorzieningen te worden afgewezen, nu [eiseres] door middel van de overgelegde bescheiden haar eigendom niet heeft kunnen aantonen. De enkele verwijzing naar de akte van huwelijksvoorwaarden is eveneens onvoldoende. Tegenover derden is alleen bewijs mogelijk door de lijst van aanbreng op grond van artikel 1:130 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en deze lijst ziet niet op de in beslag genomen goederen. De aanbrenglijst is recent ook niet up to date gemaakt. [Eiseres] heeft slechts eigendom ten aanzien van de televisie, merk Toshiba, kunnen aantonen en ten aanzien hiervan is reeds toegezegd dat deze buiten het gelegde beslag valt.

De beoordeling

4.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde voorzieningen.

4.2. Het meest verstrekkende verweer van de gemeente betreft het verweer dat [eiseres]

niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu zij heeft nagelaten [X] mede te dagvaarden terwijl zij hiertoe op grond van artikel 438 lid 5 Rv wel gehouden was. Dit verweer slaagt. [Eiseres] dient te worden aangemerkt als “een derde” in de zin van voornoemd artikel en dit artikel(lid) schrijft dwingend voor dat in een executiegeschil als het onderhavige zowel de executant (de gemeente) als de geëxecuteerde ([X]) door de derde ([eiseres]) dient te worden gedagvaard. Nu [eiseres] zulks heeft nagelaten, dient zij reeds op grond daarvan niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vorderingen.

4.3. Gelet op het voorgaande kan een inhoudelijke behandeling van de vorderingen achterwege blijven. In zijn algemeenheid overweegt niettemin de voorzieningenrechter dienaangaande ten overvloede als volgt. Ter zitting is de voorzieningenrechter gebleken dat de discussie van partijen zich vooral heeft toegespitst op de vraag of [eiseres] heeft kunnen aantonen dat de in beslag genomen goederen haar in eigendom toebehoren zodat van beslag op deze goederen geen sprake had mogen zijn. De voorzieningenrechter merkt in dat kader op dat [eiseres] vooralsnog onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar het eigendom toekomt van de in beslag genomen goederen. Uit de overgelegde stukken valt niet af te leiden dat [eiseres] degene is geweest die de aankoop van de beslagen goederen heeft gedaan nu op de overgelegde nota’s vooral de naam “[X]” – en dus niet [eiseres] - staat zonder nadere persoonsaanduidingen dan wel persoonskenmerken. Dit houdt in dat hieruit onvoldoende blijkt dat [eiseres], en dus niet [X], de aankopen heeft verricht. Eveneens is niet aannemelijk geworden dat [eiseres] de aankoop van de in beslag genomen auto heeft gefinancierd, nu niet is gebleken dat de contante betaling door [eiseres] is verricht en dat de auto die is ingeruild ten behoeve van de aankoop haar eigendom was. Nu derhalve zelfs niet summier is gebleken dat de in beslag genomen goederen, alsmede de auto die op naam van [X] staat, ín eigendom toebehoren aan [eiseres], dient er vooralsnog vanuit te worden gegaan dat de goederen vatbaar zijn voor het gelegde beslag.

4.4. [Eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst de vorderingen af.

II. Veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op € 575,- aan verschotten en € 452,- aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.