Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BY1123

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
24-10-2012
Zaaknummer
131323 KG ZA 182/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot medewerking aan verkoop van stuk grond dat gezamenlijk eigendom is. Belangenafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 131323 KG ZA 182/12

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

verder te noemen: [eiser],

advocaat: mr. D.F. Briedé te Almelo,

tegen

[Gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. R. Kaya te Enschede.

Het procesverloop

[Eiser] heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 21 september 2012. Ter zitting zijn verschenen:

[eiser] vergezeld door mr. D.F. Briedé en voor [gedaagde] mr. R.Kaya.

De standpunten zijn toegelicht.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1.

In deze zaak staat het navolgende vast.

Partijen hebben in oktober 2006 het perceel grond te Boekelo aan de [adres] te Enschede, kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie [X] nummer [XXXX] gekocht voor een bedrag van € 26.000,--. Op dat stuk grond hebben partijen een eerste hypotheek verleend aan Achmea Hypotheekbank tot zekerheid van de voldoening van een geldlening van € 85.500,--. Bij brief van 3 augustus 2012 heeft Achmea Hypotheekbank de geldlening opgeëist en executoriale verkoop aangezegd.

2.

[Eiser] vordert, zakelijk weergegeven, een veroordeling van [gedaagde] om medewerking te verlenen aan de verkoop van het perceel grond met bepaling dat [eiser] vervangende toestemming tot levering wordt verleend en dat het in deze zaak te wijzen vonnis in de plaats treedt van de door de notaris op te stellen akte, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

[Eiser] stelt daartoe onder meer het volgende. [Eiser] heeft een koper, een buurman, gevonden die het perceel grond wil kopen voor € 20.000,-- kosten koper. Gelet op de ligging van het perceel is deze buurman zo ongeveer de enige die een redelijk bod doet, daar het perceel voor eventuele derden lastig bereikbaar is. [Gedaagde] weigert haar medewerking te verlenen. [Eiser] heeft een spoedeisend belang bij de verkoop nu Achmea de executoriale verkoop heeft aangezegd en hij vreest dat een executoriale verkoop nog minder zal opleveren dan hetgeen de koper nu biedt, zodat de restschuld, waar beide partijen voor aansprakelijk zijn, groter zal zijn.

3.

[Gedaagde] verweert zich, kort weergegeven, als volgt. [Gedaagde] erkent het belang van een verkoop op zo kort mogelijke termijn en stelt wel te willen meewerken. Zij stelt dat de buurman begin 2012 bereid was een prijs van € 24.000,-- kosten koper te betalen. [Gedaagde] vermoedt dat [eiser] en die koper hebben afgesproken dat er “op papier” € 20.000,-- wordt betaald en dat [eiser] “onder de tafel” € 4.000,-- ontvangt. [Gedaagde] heeft, in tegenstelling tot [eiser], jarenlang de rente en verzekeringspremie betaald en zij vreest de dupe te worden van een heimelijke afspraak tussen [eiser] en de buurman.

4.

Het spoedeisend belang is gesteld en erkend.

Partijen hebben een gezamenlijk belang bij een zo spoedig mogelijke onderhandse verkoop nu te vrezen valt dat een executoriale verkoop (aanmerkelijk) minder oplevert dan het nu voorliggende bod.

Uit de door [gedaagde] overgelegde producties blijkt dat de betreffende buurman begin 2012 een bod heeft gedaan van € 24.000,-- mits [eiser] en [gedaagde] de overdrachtsbelasting en alle kosten betalen. Het is dus niet zo dat er nu een bod ligt dat € 4.000,-- lager ligt dan het bod van begin 2012: het verschil tussen deze biedingen is minimaal te noemen. Mede gelet op de mededeling van Achmea Hypotheekbank N.V. over executoriale verkoop, de voortdurende renteverplichting en de slechte markt is dat verschil te klein om medewerking te weigeren.

5.

Het feit dat [gedaagde], onweersproken, veel meer dan [eiser] heeft betaald aan rente en verzekeringspremie rechtvaardigt niet dat [gedaagde] haar medewerking aan de ook door haar gewenste verkoop opschort of onthoudt. Die betalingen dienen bij de verdeling aan de orde te komen en zij kunnen wellicht leiden tot een betalingsverplichting van [eiser] aan [gedaagde], maar het is geen reden nu niet mee te werken aan verkoop.

Het door [gedaagde] gestelde vermoeden van betaling “onder de tafel” is in dit geding niet aannemelijk geworden.

De vordering om op de genoemde condities medewerking aan verkoop en levering te verlenen is op vorenstaande grond toewijsbaar.

6.

[Eiser] heeft gevorderd dat hem vervangende toestemming wordt verleend. Daartoe is deze procedure echter niet geschikt. De vorderingen van [eiser] zullen worden toegewezen als na te melden. Nu partijen een affectieve relatie hebben gehad, zal de voorzieningenrechter bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing.

De voorzieningenrechter:

I.

Veroordeelt [gedaagde] haar medewerking te verlenen aan de verkoop voor een bedrag van

€ 20.000,-- kosten en belastingen koper en levering via een door [eiser] aan te wijzen notaris van het perceel grond op de Camping Buytenplaets Boekelo aan de [adres] te Enschede uitmakende dat gedeelte van het perceel kadastraal bekend gemeente Lonneker, sectie [X] nummer [XXXX], ongeveer groot twee aren tweeënnegentig centiaren, waarbij onder verkoop mede moet worden begrepen het tekenen van het desbetreffende koopcontract.

II.

Bepaalt dat indien [gedaagde] niet op eerste verzoek van de notaris te wiens overstaan de leveringsakte wordt gepasseerd haar medewerking verleent, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 2 Burgerlijk Wetboek in de plaats zal treden van de toestemming van [gedaagde] tot levering

III.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

IV.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 september 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.