Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BY0167

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
19-09-2012
Datum publicatie
16-10-2012
Zaaknummer
11 / 1205 WET V1 A
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2013:1370, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechterlijk beleid. Conform het door de rechtbank gehanteerde één-kans beleid zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien door de rechtsverhouding tussen partijen vast te stellen. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de door de rechtbank geboden mogelijkheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen door de hersteltermijn te laten verstrijken. Verweerder heeft onzorgvuldig gehandeld en inbreuk gemaakt op de onafhankelijkheid van de keurend psychiater door aan hem te verzoeken de conclusie van zijn onderzoeksrapport aan te passen en door het aldus gewijzigde rapport aan het besluit ten grondslag te leggen. Verweerder wordt opgedragen om een verklaring van geschiktheid af te geven aan eiser.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector bestuursrecht

Registratienummer: 11 / 1205 WET V1 A

Uitspraak van de enkelvoudige kamer

in het geschil tussen:

eiser,

gemachtigde: mr. R. Bennink,

en

De algemeen directeur van het CBR,

gevestigd te Rijswijk,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 mei 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd om aan eiser een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie B te verstrekken vanwege misbruik van een psychoactief middel.

Bij besluit van verweerder van 28 september 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gehouden.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Bij tussenuitspraak van 2 mei 2012 heeft de rechtbank vastgesteld dat het bestreden besluit en gebrek bevat en verweerder opgedragen om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak het door de rechtbank geconstateerde gebrek te herstellen.

Bij tussenuitspraak van 20 juni 2012 heeft de rechtbank de hersteltermijn verlengd tot uiterlijk 2 augustus 2012.

Bij tussenuitspraak van 25 juli 2012 heeft de rechtbank de hersteltermijn opnieuw verlengd. Daarbij is de uiterste hersteldatum vastgesteld op 3 september 2012.

Overwegingen

In de tussenuitspraak van 2 mei 2012 heeft de rechtbank onder meer overwogen dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld en inbreuk heeft gemaakt op de onafhankelijkheid van de keurende arts door per brief van 27 april 2011 aan psychiater Wasmann te verzoeken om de conclusie van zijn onderzoeksrapport aan te passen. Tevens heeft de rechtbank in haar tussenuitspraak overwogen dat verweerder zijn besluit niet had mogen baseren op het gewijzigde rapport van psychiater Wasmann, aangezien dit rapport als niet concludent beschouwd dient te worden. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat de rechtbank in beginsel slechts eenmaal de mogelijkheid biedt om een gebrek te herstellen. Indien het gebrek in de ogen van de rechtbank niet wordt hersteld, zal de rechtbank vervolgens proberen zoveel mogelijk zelf in de zaak te voorzien door de rechtsverhouding tussen partijen vast te stellen (finale geschillenbeslechting).

De rechtbank constateert dat verweerder geen gebruik heeft gemaakt van de door de rechtbank geboden mogelijkheid om het in de tussenuitspraak van 2 mei 2012 vastgestelde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Ook heeft verweerder niet om verlenging van de hersteltermijn verzocht. De rechtbank concludeert dat verweerder niet bereid is, of niet in staat is om het door de rechtbank geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Conform het door de rechtbank gehanteerde één-kans beleid zoals geformuleerd in de tussenuitspraak van 2 mei 2012, zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien.

Nu het gebrek in het bestreden besluit niet hersteld is, zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Ten aanzien van het primaire besluit overweegt de rechtbank dat deze niet in stand kan blijven aangezien dit besluit niet gebaseerd had mogen worden op het gewijzigde rapport van psychiater Wasmann d.d. 2 mei 2011. De rechtbank zal het primaire besluit herroepen. Niet is gebleken van andere feiten of omstandigheden die in de weg staan aan de afgifte van een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie B als bedoeld in artikel 97 van het Reglement Rijbewijzen. De rechtbank zal verweerder daarom opdragen een dergelijke verklaring af te geven voor de duur van drie jaar na 16 april 2011. Voor de geldingsduur van de verklaring van geschiktheid is de rechtbank uitgegaan van het rapport van psychiater Wasmann van 16 april 2011.

Op grond van het vorenoverwogene acht de rechtbank het, gelet op het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), billijk verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van dit beroep, zijnde de kosten van rechtsbijstand in verband met het beroepschrift (1 punt ad € 437,-- bij een zaak van gemiddelde zwaarte, wegingsfactor 1).

Voorts overweegt de rechtbank dat verweerder blijkens zijn brief van 7 juni 2012 er voor heeft gekozen om eiser opnieuw te laten keuren. Eiser heeft in zijn brieven van 29 mei 2012, 20 juni 2012 en 4 juli 2012 tot uitdrukking gebracht dat de kosten die eiser moet maken in verband met deze nieuwe keuring door verweerder vergoed dienen te worden. Nu verweerder in zijn brief van 7 juni 2012 heeft toegezegd deze kosten te zullen vergoeden, zal de rechtbank hier verder niet op in gaan.

Beslissing

De Rechtbank Almelo,

- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit;

- draagt verweerder op om aan eiser een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie B te verstrekken voor de duur van drie jaar, te rekenen vanaf 16 april 2011;

- veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op € 437,--, door verweerder te betalen aan eiser;

- verstaat dat verweerder aan eiser het griffierecht ad € 152,00 vergoedt.

Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken na verzending hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag.

Aldus gedaan door mr. R.J. Jue, rechter, in tegenwoordigheid van G. Steeghs, griffier.

De griffier, De rechter,

Griffier is buiten staat te tekenen

Uitgesproken in het openbaar op 19 september 2012

Afschrift verzonden op

mtl