Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX8407

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
25-09-2012
Datum publicatie
26-09-2012
Zaaknummer
130807 / KG ZA 12-164
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2013:5404, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Auteursrecht. Schilderijen auteursrechtelijk beschermde werken? (Fictief) makerschap. Artikel 8 Auteurswet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 130807 / KG ZA 12-164

Vonnis in kort geding van 25 september 2012

in de zaak van

1. [EISERES SUB 1],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

hierna te noemen [eiseres sub 1],

2. [EISERES SUB 2],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

hierna te noemen [eiseres sub 2],

eiseressen sub 1 en 2 hierna gezamenlijk te noemen [eiseres sub 1] c.s.,

advocaat mr. S. Koloc te Deventer,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARTWORXS B.V.,

gevestigd te Hengelo,

gedaagde,

hierna te noemen Artworxs,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Hengelo,

gedaagde,

hierna te noemen [gedaagde sub 2],

3. [gedaagde sub 3],

wonende te Hengelo,

gedaagde,

hierna te noemen [gedaagde sub 3],

gedaagden sub 1 tot en met 3 hierna gezamenlijk te noemen Artworxs c.s.,

advocaat mr. C. Willems te Amsterdam.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres sub 1] c.s.

- de pleitnota van Artworxs c.s.

1.2. Partijen hebben - nu na verder debat is gebleken dat een vergelijk niet tot de mogelijkheden behoorde - vonnis verzocht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1. [Eiseres sub 1] is kunstenares en voert sinds januari 2007 een eenmanszaak onder de naam ‘[naam]’. [Eiseres sub 2] is kunstenares en voert sinds maart 2007 een eenmanszaak onder de naam ‘Doodgewone Zaak’. Zij ontwerpen en maken beiden vrolijke en kleurrijke schilderijen die zij verkopen aan bedrijven, particulieren en kunsthandelaren.

2.2. [Eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] exploiteren gezamenlijk onder de naam ‘Vrolijk Schilderij’ sinds mei 2011 een online winkel en sinds januari 2007 een winkel in het centrum van Hengelo.

2.3. Artworxs ontwikkelt, produceert en levert sinds tien jaar schilderijen aan onder andere detailhandelaren en projectinrichters. De schilderijen neemt zij af van kunstenaars die deze schilderijen maken in opdracht van Artworxs. De in opdracht van Artworxs gemaakte schilderijen worden onder de naam Artworxs, maar meestal ook met de naam ‘Fiore’ gesigneerd. Afbeeldingen van de schilderijen worden opgenomen op de website van Artworxs en in een catalogus.

2.4. [Eiseres sub 1] heeft in de periode januari 2005 tot november 2011 en [eiseres sub 2] in de periode december 2008 tot november 2011, opdrachten voor Artworxs verricht. In die periode hebben zij voor Artworxs diverse schilderijen van koeien, kippen, kikkers en papegaaien (hierna: de schilderijen) gemaakt.

2.5. [Gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] maken beiden schilderijen in opdracht van Artworxs.

2.6. [Eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] hebben de samenwerking met Artworxs beëindigd in november 2011.

2.7. [Eiseres sub 1] c.s. hebben Artworxs c.s. begin 2012 medegedeeld dat zij hebben

geconstateerd dat Artworxs c.s. kopieën van hun schilderijen vervaardigt en verhandelt. Zij hebben Artworxs c.s. gesommeerd te stoppen met de door hen gestelde inbreuk. Nadien heeft overleg plaatsgevonden tussen de raadslieden van partijen, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot het aanhangig maken van onderhavig kort geding door [eiseres sub 1] c.s.

3. Het geschil

3.1. [Eiseres sub 1] c.s. vordert samengevat - een verbod voor Artworxs c.s. om de schilderijen van [eiseres sub 1] c.s. openbaar te maken en/of te (laten) verveelvoudigen, met nevenvorderingen, een en ander zoals geformuleerd in haar dagvaarding, op straffe van een dwangsom.

3.2. Artworxs c.s. voert gemotiveerd verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang van [eiseres sub 1] c.s. vloeit voort uit de gestelde voortdurende inbreuk op haar auteursrecht.

4.2. De vraag die in dit geding dient te worden beantwoord is, of [eiseres sub 1] c.s. recht en belang heeft bij een verbod aan Artworxs c.s. om tot openbaarmaking en/of verveelvoudiging van de schilderijen over te gaan. De vraag spitst zich daarop toe of de schilderijen auteursrechtelijk beschermde werken zijn, of [eiseres sub 1] c.s. als maker van de schilderijen moet worden aangemerkt en, zo ja, of Artworxs c.s. met de door haar in het handelsverkeer gebrachte schilderijen inbreuk maakt op het vermeende auteursrecht van [eiseres sub 1] c.s. De op het auteursrecht gebaseerde vorderingen zijn slechts toewijsbaar, indien voldoende aannemelijk is dat de rechter in een eventuele bodemprocedure alle voorgaande vragen positief zal beantwoorden.

4.3. De voorzieningenrechter heeft ter zitting geconstateerd dat het geschil tussen

partijen zich uitstrekt over de afbeeldingen zoals getoond en overgelegd als producties 8 (kippen, koeien en kikkers) en 9 (kippen), 10 (koeien), 11 (kikkers) en 12 (papegaaien) aan de zijde van [eiseres sub 1] c.s.

4.4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk indien het werk een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt. In zijn arrest van 30 mei 2008

(LJN: BC2153) heeft de Hoge Raad daaraan toegevoegd dat de eis dat het voortbrengsel een eigen, oorspronkelijk karakter moet bezitten, inhoudt dat de vorm niet ontleend mag zijn aan die van een ander werk en dat de eis dat het voortbrengsel het persoonlijk stempel van de maker moet dragen, betekent dat sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengsel is van de menselijke geest. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen, aldus de Hoge Raad.

4.5. De voorzieningenrechter maakt een onderscheid tussen de schilderijen met de koeien en die met de kippen en de schilderijen met de kikkers en die met de papegaaien.

Koe- en kipschilderijen

4.6. Tussen partijen is niet in geschil dat de koe- en kipschilderijen moeten worden aangemerkt als werken in de zin van de Auteurswet (Aw) en dat ze uit dien hoofde bescherming genieten, zodat de voorzieningenrechter daar vanuit gaat.

4.7. Partijen verschillen wel van mening over het antwoord op de vraag wie als maker van deze schilderijen moet worden beschouwd.

Ingevolge artikel 8 Aw wordt in het geval een rechtspersoon een werk als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij een natuurlijk persoon als maker er van te vermelden, zij als maker van dat werk aangemerkt, tenzij bewezen wordt dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was.

Voorwaarde voor de toepasselijkheid van artikel 8 Aw is dus (slechts) dat de rechtspersoon het werk als eerste openbaar heeft gemaakt zonder vermelding van een natuurlijk persoon als maker.

4.8. Van belang is dat vast staat tussen partijen dat de koe- en kipschilderijen in ieder geval openbaar zijn gemaakt ten tijde van de samenwerking tussen [eiseres sub 1] c.s. en Artworxs c.s. (2005-2011) en dat deze zijn ondertekend met de naam ‘Fiore’, niet zijnde de naam van een natuurlijk persoon. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de stelling van [eiseres sub 1] c.s. dat vermelding van de naam ‘Fiore ’ niet impliceert dat de koe- en kipschilderijen van Artworxs c.s. afkomstig zijn, nu zij zelf stelt in haar dagvaarding dat de in opdracht van Artworxs c.s. gemaakte schilderijen vaak met de naam ‘Fiore’ worden ondertekend. [Eiseres sub 1] c.s. stelt in dit kader dat zij de werken als eerste (vóór de samenwerkingsperiode) onder haar eigen naam openbaar heeft gemaakt. Artworxs c.s. heeft dat gemotiveerd betwist.

4.9. Uit de overgelegde producties - waarop [eiseres sub 1] c.s. zich beroept -, waaronder de foto’s van gemaakte werken, de verzonden facturen en de opvolgnummers in de catalogus van Artworxs c.s., volgt niet dat zij de schilderijen als eerste openbaar heeft gemaakt onder haar eigen naam. Uit de verklaringen van mevrouw [X] (productie 15) en de heer [Y] (productie 28) blijkt dat evenmin. Hoewel beide personen verklaren dat zij een werk van [eiseres sub 1] hebben gekocht, zijn deze werken aangeschaft in 2009 en 2010, de periode dat [eiseres sub 1] c.s. samenwerkten met Artworxs c.s.. [Eiseres sub 1] c.s. heeft derhalve niet aannemelijk gemaakt dat zij als de koe- en kipschilderijen als eerste onder haar eigen naam openbaar heeft gemaakt. Bovendien heeft [eiseres sub 1] c.s. niet gesteld en daarvan is ook niet gebleken, dat zich feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die - indien bewezen (in kort geding aannemelijk gemaakt) - zouden maken dat deze openbaarmaking onrechtmatig was.

4.10. Het moet er in dit kort geding dan ook voor worden gehouden dat Artworxs c.s. op grond van artikel 8 Aw als (fictief) maker en dus als auteursrechthebbende moet worden beschouwd. Aan haar komt als maker van de koe- en kipschilderijen dan ook het recht toe deze openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. Aan een en ander kan niet afdoen dat een bodemrechter - indien het door [eiseres sub 1] c.s. gestelde in een bodemprocedure zou komen vast te staan - zal kunnen beslissen in andere zin. Als partijen adequaat willen uitzoeken en vaststellen wie auteursrechthebbende is op de koe- en kipschilderijen, zijn zij aangewezen op een bodemprocedure daarover. In die bodemprocedure bestaat - in tegenstelling tot een kort gedingprocedure - gelegenheid voor een verdergaand onderzoek, waaronder getuigenverhoren, naar de juistheid van de beweringen van partijen, met name waar het gaat om de tijdstippen van de eerdere publicatie van deze schilderijen.

Kikker- en papegaaischilderijen

4.11. Partijen twisten over het antwoord op de vraag of de kikker- en papegaaischilderijen werken zijn in de zin van de Auteurswet. De voorzieningenrechter is - gelet op de overgelegde producties - voorshands van oordeel dat de schilderijen zijn ontleend aan een ander werk, zodat reeds daarom deze schilderijen niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen. De afbeeldingen op de kikker- en papegaaischilderijen zijn nagenoeg identiek aan die van bestaand werk, zoals afgebeeld en overgelegd als producties 18 tot en met 20 aan de zijde van Artworxs c.s. De verschillen, met name de gebruikte techniek en kleuren, zijn niet van een zodanige aard dat de kikker- en papegaaischilderijen een eigen oorspronkelijkheid bezitten. Zij kunnen dan ook niet als werken in de zin van de Auteurswet worden aangemerkt.

4.12. Op grond van het bovenstaande zullen de vorderingen van [eiseres sub 1] c.s. worden afgewezen. [Eiseres sub 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Artworxs c.s. heeft aanspraak gemaakt op vergoeding van haar proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Rv. De kosten aan de zijde van Artworxs c.s. bedragen volgens de onweersproken specificatie € 14.060,96 exclusief griffierecht.

De voorzieningenrechter zal - gelet op de relatief eenvoudige aard van onderhavig kort geding - de gevorderde proceskosten ex artikel 1019h Rv matigen tot een bedrag van

€ 6.000,00, een en ander conform de indicatietarieven IE. Vermeerderd met een bedrag van € 575,- aan griffierecht bedragen de totale kosten € 6.575,00.

4.13. Tot slot overweegt de voorzieningenrechter geheel ten overvloede dat nu de

vorderingen worden afgewezen, hij in het midden laat of [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3], gelet op de grondslag van de vorderingen, zelfstandig in rechte kunnen worden betrokken in dit kort geding. Ook het antwoord op de vraag of [eiseres sub 1] en [eiseres sub 2] ieder een zelfstandig belang hebben bij de ingestelde vorderingen, kan om die reden onbeantwoord blijven.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres sub 1] c.s. hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van

Artworxs c.s. tot op heden begroot op € 6.575,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.?