Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX7069

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
08-08-2012
Datum publicatie
11-09-2012
Zaaknummer
126870 HAZA 12-67
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfdienstbaarheid van weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 126870 HAZA 12-67

datum vonnis: 8 augustus 2012 (jm)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

inzake:

[eisers],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

verder samen te noemen [eisers].,

advocaat mr. N. Brands te Goor,

en

[gedaagden],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden,

verder samen te noemen [gedaagden],

advocaat mr. H.F.J. Maissan te Hengelo (O).

1. Het procesverloop

1.1 De rechtbank heeft op 18 april 2012 een tussenvonnis gewezen. Ingevolge dat tussenvonnis heeft op 12 juni 2012 een comparitie van partijen, ter plaatse gehouden aan de [adres] te [woonplaats], plaatsgevonden.

1.2 De zaak is hierna verwezen naar de agenda over vier weken voor akte uitlating van partijen. Partijen hebben afgezien van het nemen van een akte.

Het vonnis is vervolgens bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1 In deze zaak staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken en/of blijkend uit niet betwiste producties het navolgende vast.

2.2 [eisers] is sinds [maand] 1989 eigenaar van het pand aan de [adres] te [plaats]. Aan de achterzijde van zijn perceel is de garage gelegen die uitkomt op het pad dat loopt naar de [adres] te [woonplaats] waarvan [gedaagden] eigenaar is.

2.3 [gedaagden] is sinds [maand] 1994 eigenaar van de [adres], alwaar [gedaagden] zijn bouwbedrijf heeft. [gedaagden] woont aan de [adres].

2.4 In 1927 is ten behoeve van het perceel kadastraal bekend [kadastraal nummer] en ten laste van de [adres], kadastraal bekend [kadastraal nummer 2], een erfdienstbaarheid van weg gevestigd, die op [datum] 1927 is ingeschreven in de openbare registers. Deze luidt:

“(…) Ten behoeve van het verkochte (thans [kadastraal nummer]) en ten laste van de aan de verkoper verblijvende ongeveer zuid-oostelijke strook grond (inrit) van nummer [kadastraal nummer 3] (thans [kadastraal nummer 2]) wordt gevestigd een erfdienstbaarheid van weg om vanaf het verkochte te komen van en te gaan naar de [adres] te [plaats].”

2.5 De garage van [eisers] is voorzien van een kanteldeur.

2.6 Tussen partijen is discussie ontstaan over de bereikbaarheid van de garage van [eisers] Dit heeft ertoe geleid dat [eisers] een voorlopige voorzieningen procedure aanhangig heeft gemaakt waarvan op 22 februari 2010 de behandeling heeft plaatsgevonden. Op aanraden van de voorzieningenrechter hebben partijen toen besloten een mediator in te schakelen. Partijen hebben toen afspraken gemaakt over het gebruik van het pad waarna de voorlopige voorzieningen procedure is ingetrokken. Een van de afspraken was dat partijen wijzigingen aan het pad eerst met elkaar zouden overleggen.

2.7 Medio juni 2011 heeft [eisers] links van de kanteldeur ter hoogte van de blinde muur een loopdeur aangebracht. [eisers] heeft dit niet vooraf met [gedaagden] besproken.

2.8 Om te verhinderen dat [eisers] de loopdeur kan gebruiken heeft [gedaagden] een hek van ijzerwerk voor de loopdeur aangebracht.

3. De vordering

3.1 [eisers] vordert dat de rechtbank [gedaagden] zal veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis alle belemmeringen in de uitvoering van de erfdienstbaarheid die ten behoeve van zijn perceel is gevestigd, te verwijderen en verwijderd te houden, zodanig dat [eisers] op normale wijze gebruik kan maken van de erfdienstbaarheid, te weten dat [eisers] met de auto, fiets, scooter en te voet zijn garage kan bereiken. Een en ander op straffe van een verbeurte dwangsom van € 500,00 te betalen door [gedaagden] aan [eisers] voor iedere dag dat [gedaagden] handelt in strijd met het hiervoor genoemde, althans een door de rechtbank te bepalen dwangmiddel.

Tevens vordert [eisers] dat de rechtbank [gedaagden] zal veroordelen in de betaling van de buitengerechtelijk incassokosten ad € 904, - en de kosten van deze procedure.

3.2 [eisers] stelt daartoe dat de wet voorschrijft dat de wijze van uitoefening van de erfdienstbaarheid op de voor het dienende erf (in casu het erf van [gedaagden]) minst bezwarende wijze dient te geschieden. Voorheen moest [eisers] de auto uit de garage rijden om met de fiets of scooter de garage te kunnen verlaten om vervolgens de openbare weg te bereiken, hetgeen voor [gedaagden] bezwarende is. Met het oog op voornoemd artikel heeft [eisers] besloten om een smalle toegangsdeur te realiseren naast de al bestaande kanteldeur.

3.3 [gedaagden] handelt onrechtmatig jegens [eisers] door hem te beletten gebruik te kunnen maken van de erfdienstbaarheid, althans de erfdienstbaarheid zodanig te beperken dat het voor [eisers] niet mogelijk is om op de minst bezwarende wijze gebruik te kunnen maken van de gevestigde erfdienstbaarheid.

4. Het verweer

4.1 [gedaagden] voert verweer. Voor zover van belang zal hieronder op het verweer nader worden ingegaan.

5. De beoordeling

5.1 Volgens [eisers] belet [gedaagden] hem gebruik te maken van zijn recht van erfdienstbaarheid, althans beperkt hij volgens [eisers] het recht van erfdienstbaarheid zodanig dat het voor [eisers] niet mogelijk is om op een minst bezwarende wijze gebruik te kunnen maken van dit recht.

Vast staat dat [eisers] al vele jaren met gebruikmaking van de kanteldeur in de garage via het pad van [gedaagden] de [straatnaam] bereikt. Dit is ook de huidige situatie. Dat gebruik is derhalve de plaatselijke gewoonte. Ter comparitie ter plaatse is geconstateerd dat [eisers] op deze wijze nog steeds gebruik kan maken van zijn recht van erfdienstbaarheid. Van een belemmering of beperkingen hiervan is de rechtbank niet gebleken.

[eisers] kan nog altijd op normale wijze gebruik maken van de gevestigde erfdienstbaarheid, te weten dat hij zijn garage met de auto, fiets, scooter en te voet kan bereiken. Vanaf de garage is het mogelijk om te komen van en te gaan naar de [straatnaam] te [woonplaats].

5.2 Dat door het plaatsen van de deur de erfdienstbaarheid voor [gedaagden] minder bezwarend is geworden, zoals [eisers] stelt, betwist [gedaagden] en kan de rechtbank niet volgen. [eisers] verwacht immers van [gedaagden] dat hij de deur vrijhoudt en geen opstallen plaatst voor de deur, hetgeen juist een verzwaring van de last voor [gedaagden] inhoudt. [gedaagden] heeft nu de afvalcontainers van het bedrijf op die plaats staan, wat dan niet meer mogelijk is. Veel ruimte om de containers elders op het pad te plaatsen is er niet.

Het belang van [gedaagden] om dat deel van zijn weg te kunnen blijven gebruiken voor het plaatsen van afvalcontainers dient naar het oordeel van de rechtbank te prevaleren boven het belang van [eisers] bij gebruik van de deur, nu [eisers] via de garagedeur op normale wijze gebruik kan blijven maken van zijn recht van erfdienstbaarheid.

5.3 Uit het bovenstaande volgt dat de vordering van [eisers] dient te worden afgewezen.

5.4 [eisers] zal als de in het ongelijk gesteld partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beslissing

De rechtbank:

I. Wijst de vordering af.

II. Veroordeelt [eisers] in de proceskosten. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op € 267, - aan verschotten en € 904, - (2 punten x tarief II) aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. J.M. Marsman en is op 8 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.