Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX6849

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
07-09-2012
Zaaknummer
87649 / HA ZA 07-685 en 113807 / HA ZA 10-844
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht de klachten van SVVE kwantitatief en kwalitatief wel zo zwaar, dat SVVE daarin in beginsel niet ten onrechte aanleiding heeft gevonden om de overeenkomst te ontbinden. Met name het onvermogen van de wagens om de maaltijden op de juiste temperatuur te brengen, de niet goed afsluitende afdekplaten, die verhinderden dat de wagens geautomatiseerd konden worden gewassen, en het gebrek aan degelijkheid (dat duidelijk naar voren komt uit de hiervoor in r.o. 2.3. weergegeven lange lijst van kleinere en grotere gebreken van grotendeels mechanische aard, mede gezien de slechts korte tijd na aflevering, waarin de klachten zich openbaarden, vormden een aanzienlijke inbreuk op de functionaliteit, die SVVE van de wagens mocht verwachten.

Deze overwegingen leiden tot het oordeel, dat de in conventie ingestelde vorderingen in beginsel voor toewijzing vatbaar zijn, behoudens door ECH te leveren bewijs dat, zoals ECH heeft gesteld, de gebreken moeten worden toegerekend aan SVVE, wegens een niet goed functionerend glycolstation en door te ruw, althans anderszins onoordeelkundig gebruik door haar personeel en evenzeer onoordeelkundig transport van de wagens per vrachtauto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummers:

87649 / HA ZA 07-685 en 113807 / HA ZA 10-844

datum vonnis: 22 augustus 2012 (wh)

Vonnis van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaken van:

in de hoofdzaak:

de Stichting

Stichting Verpleging en Verzorging Eindhoven,

gevestigd te Eindhoven,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

verder te noemen SVVE,

advocaat: mr. M.J. Vis Azn te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Electro Calorique Holland B.V.,

gevestigd te Almelo,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

verder te noemen ECH,

advocaat: mr. F. Kolkman te Wierden,

en in de vrijwaringszaak van :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Electro Calorique Holland B.V.,

gevestigd te Almelo,

eiseres in vrijwaring,

verder te noemen ECH,

advocaat: mr. F. Kolkman te Wierden,

tegen

Electro Alu Sas,

gevestigd te 63290 Chateldon, Frankrijk,

gedaagde in vrijwaring,

verder te noemen EAS,

advocaat: mr.drs. F.J.E. van Rossum te Laren (NH).

1. Het procesverloop

in de hoofdzaak:

1.1. Bij vonnis van 11 januari 2012 werd in deze zaak een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgehad op 12 april 2012.

1.2. Partijen hebben daarna de volgende stukken gewisseld:

- ECH heeft bij akte in het geding gebracht een in de Franse taal gesteld rapport en een Nederlandse vertaling daarvan;

- SVVE heeft zich bij akte uitgelaten over dat rapport;

- ECH heeft daarop gereageerd bij antwoordakte.

1.3. Partijen hebben opnieuw vonnis gevraagd. De datum van de uitspraak is, na aanhouding, vastgesteld op heden.

in de vrijwaring:

1.4. Bij het tussenvonnis van 11 januari 2012 is elke beslissing in vrijwaring aangehouden tot het eindvonnis in de hoofdzaak in conventie.

2. De verdere beoordeling

in de hoofdzaak

2.1. De rechtbank neemt hier over hetgeen in het tussenvonnis van 11 januari 2012 werd overwogen en beslist.

2.2. Ook tijdens en na de comparitie van partijen is tussen hen een onverminderd verschil van mening blijven bestaan over de in dit geding relevante feiten, zodat de rechtbank nu zal beslissen over de te bewijzen feiten en de toe te passen bewijslastverdeling.

2.3. De wagens zijn geleverd in april en mei 2006. Reeds in mei 2006 klaagde SVVE over een aantal gebreken, zoals opgesomd in rechtsoverweging 2.10 van het tussenvonnis. Deze klachten zijn aangevuld met de vermelding van ‘een groot aantal klachten’ in brieven van SVVE aan ECH van 7 juni 2006 en 26 juni 2006. In haar brief van 22 mei 2007 aan ECH, waarin SVVE de overeenkomst ontbond, werden toen nog bestaande, concrete en specifieke klachten van SVVE opgesomd als volgt:

- De wagens zijn niet alle waterdicht, hetgeen tot gevolg heeft dat zij niet automatisch

in een wasinstallatie gereinigd kunnen worden. Diverse wagens hebben reeds in de

zon moeten drogen;

- De platen waarop de dienbladen worden geplaatst, zakken door. Als gevolg daarvan

worden de maaltijden niet of onvoldoende warm;

- De noodzakelijke temperatuurwaarden worden niet gehaald: de temperatuur voldoet

niet aan de daaraan te stellen eisen en de wettelijke normen. De maaltijden zijn deels

te warm en deels te koud. Bovendien treden er grote temperatuurverschillen in de

wagens op en zijn de producten boven in de wagens kouder dan onder in de wagens.

Verschillen lopen op tot meer dan 7C. Dit alles brengt in het kader van de

voedselveiligheid ernstige risico’s met zich mee;

- Het glycol is inmiddels weliswaar via een extern apparaat door Electro Calorique

afgevuld, maar de wagens zijn als gevolg van het afvullen gaan lekken dan wel

overgelopen;

- De wagens zijn niet genummerd;

- Isolatie van binnenuit veroorzaakt condens en geeft kortsluiting;

- Tussenwanden scheuren. Dit is op de kopse kanten te zien;

- De tussenstrips sluiten niet goed af, waardoor warmteoverdracht plaatsvindt. Dit

wordt veroorzaakt door het scheuren van de tussenwanden;

- De remstop is te lang. Tijdens het beladen van de vrachtwagens duwt de ene kar die

op de remstop staat de andere los;

- Tijdens het koelen ontstaat veel condens, dat in ijs tussen de platen wordt omgezet.

Hierdoor hebben de locatie na het regenereerproces veel last van uitlopend water;

- De besturingskasten op de locaties vertonen veel gebreken;

- De aansluitingen hangen aan de elektrische bedrading;

- De klokken verlopen in tijd;

- De temperatuurregistratie geeft verschillen aan.

- De deursluitingen voldoen niet. Deuren zijn helemaal niet af te sluiten of na veel

moeite;

- Deuren springen open tijdens het transport;

- Stopcontacten op de wagen zijn fragiel waardoor zij snel kapot gaan;

- Temperaturen na het regenereerproces verschillen onderling veel. Enerzijds wordt

dat veroorzaakt door warmteoverdracht tussen het warme en het koude gedeelte van

de wagen door kapotte tussenstrips, anders laten de tussenstrips te veel warmte door.

Als gevolg hiervan kan SVVE niet voldoen aan de HACCP-eisen;

- Door vochtproblemen vertonen de wagens roestvorming.

- Sluitplaten vallen van de wagens, zodat de wagens niet meer op slot kunnen;

- Deurknoppen aan de binnenzijde laten los;

- Staafjes in de handvaten van de deur laten los;

- Handvatten vallen in hun geheel uit de deur;

- De bevestigingen van de plateauroosters laten los;

- De wagens zijn erg gevoelig voor beschadigingen. De versteviging aan de wagens

blijken niet bestand tegen vervoer in een vrachtauto;

- Afdichting op de wagens met een witte en zwarte dop. Hierdoor kunnen de wagens

niet op een vaste wijze aangesloten worden;

- Tussenrubbers zijn beschadigd of ontbreken in het geheel;

- Bovenhoeken vertonen haarscheurtjes. Wagens zijn op termijn hierdoor niet meer

waterdicht.

2.4. Deze, door SVVE tijdig ter kennis van ECH gebrachte, klachten zijn niet beperkt gebleven tot een groot aantal details van soms op zichzelf gering belang. SVVE heeft met nadruk bezwaar gemaakt tegen tekortschieten van de wagens op de hierna te noemen drie overeengekomen eigenschappen, die (onbetwist) voor SVVE van essentieel belang waren, maar waaraan de wagens niet bleken te voldoen, immers

- de wagens dienden de daarin vervoerde maaltijden op de gespecificeerde temperaturen te brengen, maar slaagden daar niet in;

- de afsluitplaten van de wagens sloten niet goed af, met als gevolg dat de wagens, anders dan was overeengekomen, niet bestand waren tegen geautomatiseerd wassen in een wasstraat; als gevolg daarvan gingen ze lekken en disfunctioneren: en

- de wagens waren niet degelijk genoeg, omdat ze in dagelijks en normaal gebruik herhaaldelijk en velerlei mechanische mankementen kregen.

2.5. Dat die gebreken zich daadwerkelijk hebben voorgedaan aan alle, dan wel een groot aantal van de geleverde wagens is door ECH niet duidelijk ontkend. Haar verweer komt in de kern hier op neer dat de door haar al verscheidene jaren in grote aantallen gefabriceerde regenereerwagens van het onderhavige type een uitstekende staat van dienst hebben, en dat mede daarom :

(1) de ondervonden temperatuurproblemen niet kunnen worden toegeschreven aan de wagens, maar zijn veroorzaakt door het door SVVE gebruikte, en door een andere onderneming dan ECH (namelijk GFDS) geleverde glycolstation;

(2) de meeste mankementen aan de wagens het gevolg waren van te ruw gebruik, en met name ook onoordeelkundig transport van de wagens door personeel van SVVE, en

(3) zowel ECH als importeur, als de Franse fabrikant EAS, (desondanks) méér hebben gedaan dan van hen te vergen viel om de klachten te verhelpen, bijvoorbeeld door alle wagens voor revisie terug te halen naar de fabriek, en dat

(4) veel klachten van te gering belang waren om het beroep op wanprestatie en de daarop gebaseerde ontbinding van de overeenkomst te kunnen dragen.

2.6. De rechtbank is van oordeel dat ECH niet, althans niet adequaat gemotiveerd heeft ontkend dat de door SVVE gestelde gebreken aan de wagens, zoals hiervoor weergegeven in rechtsoverwegingen 2.3. en 2.4., zich daadwerkelijk hebben voorgedaan, en dat bovendien een niet gering aantal van deze problemen zich al kort na de levering van de wagens heeft gemanifesteerd. De rechtbank verwijst hiervoor naar rechtsoverwegingen 2.10 tot en met 2.12 van het tussenvonnis van 11 januari 2012.

2.7. Verder acht de rechtbank de klachten van SVVE kwantitatief en kwalitatief wel zo zwaar, dat SVVE daarin in beginsel niet ten onrechte aanleiding heeft gevonden om de overeenkomst te ontbinden. Met name het onvermogen van de wagens om de maaltijden op de juiste temperatuur te brengen, de niet goed afsluitende afdekplaten, die verhinderden dat de wagens geautomatiseerd konden worden gewassen, en het gebrek aan degelijkheid (dat duidelijk naar voren komt uit de hiervoor in r.o. 2.3. weergegeven lange lijst van kleinere en grotere gebreken van grotendeels mechanische aard, mede gezien de slechts korte tijd na aflevering, waarin de klachten zich openbaarden, vormden een aanzienlijke inbreuk op de functionaliteit, die SVVE van de wagens mocht verwachten.

2.8. Deze overwegingen leiden tot het oordeel, dat de in conventie ingestelde vorderingen in beginsel voor toewijzing vatbaar zijn, behoudens door ECH te leveren bewijs dat, zoals ECH heeft gesteld, de gebreken moeten worden toegerekend aan SVVE, wegens een niet goed functionerend glycolstation en door te ruw, althans anderszins onoordeelkundig gebruik door haar personeel en evenzeer onoordeelkundig transport van de wagens per vrachtauto.

2.9. Dat door ECH te leveren bewijs volgt nog niet, althans nog geenszins volledig uit het overgelegde rapport conceptrapport d.d. 24 juli 2009, zoals besproken in rechtsoverwegingen 2.20 tot en met 2.22 in het vonnis van 11 januari 2012, met dien verstande dat daarin (vgl. r.o. 2.22 sub f.) wel wordt vermeld:“Gezien de beschadigingen is er kennelijk ook minder zorgvuldig omgegaan met de regenereerwagens. Sommige beschadigingen verraden een zeer onzorgvuldige en ruwe behandeling.”

2.10. Het door ECH te leveren bewijs volgt ook nog niet uit het door haar bij akte van 18 april 2012 in het geding gebrachte rapport, omdat de rechtbank uit dat rapport, mede gezien de daartegen namens SVVE ingebrachte bezwaren niet (althans niet zonder nadere toelichting, die nog ontbreekt) kan afleiden dat de in dat rapport beschreven wagens overeenkomen met de wagens van het door SVVE gekochte type.

2.11. Op grond van het voorgaande zal ECH tot bewijslevering worden toegelaten zoals hieronder vermeld.

in de vrijwaring:

2.12. De rechtbank handhaaft in het tussenvonnis van 12 januari 2012 genomen beslissing om de vrijwaringszaak aan te houden tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

3. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak:

in conventie en in reconventie:

Alvorens nader te beslissen:

I. Draagt ECH op om te bewijzen feiten en omstandigheden, waaruit valt af te leiden dat:

- de ondervonden temperatuurproblemen zijn veroorzaakt door het door SVVE gebruikte, en door een andere onderneming dan ECH (namelijk GFDS) geleverde glycolstation, dan wel dat deze temperatuurproblemen moeten worden toegeschreven aan een andere aan SVVE toe te rekenen oorzaak, en dat

- de meeste mankementen aan de wagens, met name ook de gebleken ongeschiktheid van de wagens voor automatisch wassen in een wasstraat wegens lekkages, het gevolg waren van te ruw gebruik, en met name ook onoordeelkundig transport van de wagens door personeel van SVVE.

II. Bepaalt dat, indien ECH bewijs wenst te leveren door getuigen, deze zullen worden gehoord in het gerechtsgebouw te Almelo door mr. Hangelbroek.

III. Verwijst de zaak naar de civiele rol van deze rechtbank van woensdag 5 september 2012 voor dagbepaling enquête, en draagt ECH op om ervoor zorg te dragen dat uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk bericht ter griffie is ontvangen betreffende de verhinderdata van beide partijen en het aantal getuigen.

in de vrijwaring:

IV. Houdt iedere beslissing aan tot het eindvonnis in de hoofdzaak.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mrs. Hangelbroek, Vermeulen en van der Veer, en op woensdag 22 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.