Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX4002

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
07-08-2012
Datum publicatie
08-08-2012
Zaaknummer
08-710079-12 en 08-720272-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdenking komt er kort en feitelijk op neer dat verdachte heeft geprobeerd het slachtoffer te doden ofwel zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht en slachtoffer heeft mishandeld. De rechtbank verklaart alleen mishandeling bewezen en veroordeelt de verdachte tot één week gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Almelo

Sector strafrecht

Parketnummers: 08/710079-12 en 08/720272-12

Datum vonnis: 7 augustus 2012

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [1962] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting verblijvende in de P.I. Overijssel, het huis van bewaring,

“De Karelskamp” te Almelo.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 juli 2012. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Y. Oosterhof en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. N.D. Schraa, advocaat te Almelo, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

parketnummer 08/710079-12

door met een mes te steken, ofwel heeft geprobeerd [slachtoffer], al dan niet met voorbedachte raad, te doden, ofwel [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;

parketnummer 08/720272-12

[slachtoffer] heeft mishandeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

parketnummer 08/710079-12

hij op of omstreeks 25 januari 2012, te Denekamp, gemeente Dinkelland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en

al dan niet met voorbedachten rade zijn echtgenote, althans een persoon

genaamd [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm

beraad en rustig overleg, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met

een mes in haar buik en/of het (boven)lichaam heeft gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 25 januari 2012, te Denekamp, gemeente Dinkelland, aan een persoon, genaamd [slachtoffer] (zijn, verdachtes, echtgenote), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten meerdere (diepe) steek en/of snijwonden en/of orgaanschade), heeft toegebracht, door deze opzettelijk meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in de buik en/of in het (boven)lichaam heeft gestoken en/of gesneden.

en parketnummer 08/720269-12

hij op of omstreeks 15 november 2011 te Denekamp, gemeente Dinkelland,

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]),

meermalen, althans eenmaal, in het gezicht en/of tegen het hoofd en/of elders

tegen het lichaam heeft gestompt, geslagen en/of geschopt, waardoor deze

letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, ter zake poging doodslag op

[slachtoffer] op 25 januari 2012 en mishandeling van [slachtoffer] op 15 november 2011, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren met aftrek van voorarrest. Verder dient het inbeslaggenomen mes te worden onttrokken aan het verkeer en dient de inbeslaggenomen kleding te worden teruggegeven aan de beslagene.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken.

Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1 De feiten die niet ter discussie staan

De rechtbank constateert dat de onderstaande feiten bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet ter discussie hebben gestaan.

Parketnummer 08/710079-12

Op 25 januari 2012 is [slachtoffer], de echtgenote van verdachte, verder ook te noemen aangeefster, meermalen in haar buik en borst gestoken met een mes. Zij is aan de gevolgen van die steekwonden niet overleden maar heeft wel zwaar letsel opgelopen.

Parketnummer 08/720272-12

Verdachte heeft op 15 november 2011 te Denekamp, [slachtoffer] in elk geval één tik gegeven.

5.2.2 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Parketnummer 08/710079-12

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat er bij verdachte sprake is geweest van een vooropgezet plan, of van rustig en kalm beraad om zijn echtgenote te doden. Wel kan wettig en overtuigend bewezen worden dat er sprake is geweest van een poging doodslag. Verdachte en het slachtoffer hebben sinds jaren een moeizame relatie en zijn beiden regelmatig onder invloed van alcohol. Het slachtoffer heeft aanvankelijk verklaard dat verdachte haar met een mes heeft gestoken. Pas enige maanden later en na meerdere politieverhoren heeft zij verklaard dat zij zichzelf het letsel heeft toegebracht omdat zij zelfmoord heeft willen plegen. Verdachte zelf heeft dusdanig wisselende verklaringen afgelegd dat hij daarmee kennelijk leugenachtig heeft verklaard. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) bevestigt in zijn rapport de aanvankelijk belastende verklaringen van aangeefster. Ook heeft een [getuige] verklaard dat er voorafgaand aan het incident ruzie is geweest tussen verdachte en het slachtoffer.

De verdediging heeft bepleit dat verdachte wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde. Cliënt ontkent ten stelligste aangeefster met een mes te hebben gestoken. Aangeefster heeft verklaard dat zij niet daadwerkelijk gezien, gehoord of gevoeld heeft dat verdachte haar heeft gestoken. Voorts blijkt uit het forensisch geneeskundig rapport dat het even waarschijnlijk is dat aangeefster de steekwonden bij zichzelf heeft toegebracht als dat verdachte dat zou hebben gedaan. De aanwezigheid van verdachte in het huis en het feit dat er bloed op zijn handen is aangetroffen, is daarom onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

Parketnummer 08/720272-12

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld door haar met zijn vuist in het gezicht te slaan.

Met de officier van justitie acht ook de raadsvrouw wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld.

5.3 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

5.3.1. Parketnummer 08/710079-12

De rechtbank stelt vast dat zich de volgende bewijsmiddelen in het dossier bevinden.

Verklaringen aangeefster

Op 25 januari 2012 is door verbalisant Leferink in het proces-verbaal van bevindingen gerelateerd dat hij en zijn collega’s Veltman en Volder die dag omstreeks 11.54 uur een telefonische melding hebben gekregen voor noodhulp surveillance. Verbalisanten zijn daarop naar de [adres] te Denekamp, gemeente Dinkelland gegaan en troffen daar de hen ambtshalve bekende verdachte aan. Verdachte had bloedsporen op beide handen. Verdachte deelde verbalisant mede dat zijn echtgenote [slachtoffer] zichzelf met een mes had gestoken en gewond boven in bed lag. Verbalisant Leferink is daarop naar boven gelopen en trof daar [slachtoffer] aan met een snijwond in haar buik en een behoorlijke plas bloed op het laken nabij haar buik. Op zijn vraag “[slachtoffer], wie heeft jou gestoken?” hoorde Leferink dat [slachtoffer] antwoordde “[verdachte]”(de rechtbank begrijpt: verdachte). Hierop is verdachte aangehouden. [slachtoffer] is naar een ziekenhuis gebracht, waar zij is geopereerd.

Op 30 januari 2011 is door [slachtoffer] aangifte gedaan tegen verdachte. Zij heeft onder meer verklaard dat zij niet heeft meegekregen dat er op 25 januari 2012 politie en ambulancebroeders in de woning zijn geweest. Aangeefster heeft verklaard “het is helemaal weg, het is een zwart gat”. Nadat haar een foto met tweetal afbeeldingen van een mes zijn getoond, antwoordde zij “Dit is het mes”. Volgens aangeefster heeft zij zichzelf geen letsel toegebracht en kan niemand anders dan “[verdachte]” haar letsel hebben toegebracht omdat er niemand anders in de woning was.

Op dinsdag 7 februari 2012 is aangeefster opnieuw gehoord door de politie.

Verbalisanten hebben gerelateerd dat aangeefster heeft verklaard dat zij naar boven is gelopen en op de rand van haar bed een sigaret heeft gerookt. Ineens zag zij verdachte staan die zei “moet je weer in dat stinknest liggen”. Ook heeft ze gezien dat verdachte naar de box is gelopen waar het mes lag. Zij heeft niet gezien dat verdachte het mes heeft gepakt. Aangeefster heeft verklaard “vanaf dat moment weet ik het niet meer. Dan wordt het een zwart gat”. Desgevraagd heeft zij verklaard dat zij niet gehoord, gezien of gevoeld heeft dat verdachte haar heeft gestoken.

Op de vraag of het mogelijk is dat verdachte het niet heeft gedaan, heeft aangeefster geantwoord: “wie moet het dan gedaan hebben? Ik heb het mezelf niet aangedaan.

Er was verder niemand aanwezig. Nee, 1000%, ik heb dit niet gedaan. Er was niemand in de woning, dus een andere dan [verdachte] kan het niet gedaan hebben. Alleen [verdachte] was in de woning. [verdachte] heeft mij dit aangedaan”.

De rechtbank constateert dat hetgeen aangeefster in haar aangifte en de daarop volgende verhoren bij de politie heeft verklaard over het door [verdachte] toebrengen van de messteken, geen feiten of omstandigheden zijn van wat zij zelf heeft waargenomen. Zij verbindt aan de door haar wél waargenomen feiten en omstandigheden in feite haar gissing of conclusie dat [verdachte] haar gestoken heeft. In zoverre is haar verklaring niet bruikbaar voor het bewijs.

Forensisch onderzoek

B.F.L. Oude Grotebevelsborg, forensisch arts en NFI-deskundige forensische geneeskunde bij het Nederlands Forensisch Instituut heeft ter beantwoording van de vraag “of de letsels van [slachtoffer] door zichzelf of door een ander waren toegebracht”, onderzoek gedaan. De conclusie van de forensisch arts is dat de bij [slachtoffer] waargenomen verwondingen niet specifiek zijn voor bij zichzelf toegebrachte verwondingen, noch voor door een ander toegebrachte verwondingen. De bevindingen zijn daarom even waarschijnlijk onder de hypothese dat [slachtoffer] het letsel bij zichzelf heeft toegebracht als onder de hypothese dat dit letsel door een ander is toegebracht.

De rechtbank neemt de conclusie van de deskundige over en stelt vast dat het letsel door zowel verdachte als door [slachtoffer] kan zijn toegebracht. Om vast te kunnen stellen of verdachte de steken heeft toegebracht dient, nu de verklaring van [slachtoffer] voor het bewijs niet bruikbaar is, beoordeeld te worden welk ander bewijs verdachte als dader aanwijst.

Verklaringen verdachte

Verdachte heeft zowel bij de politie, de rechter-commissaris als ter terechtzitting stellig ontkend dat hij zijn vrouw met een mes heeft gestoken. Zij zou zichzelf van het leven hebben willen beroven. Wel heeft verdachte bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij op 25 januari 2012 samen met aangeefster in de echtelijke woning aanwezig is geweest. Ook heeft hij bekend dat hij bloed van aangeefster aan zijn handen had. Volgens verdachte kwam dit omdat hij, toen hij een plas bloed op het laken ontwaarde, over de buik van aangeefster had geaaid en/of omdat hij het mes heeft vastgepakt toen hij haar vond. Als bewijsmiddel in de zin van artikel 341 Sv is verdachtes verklaring daarom niet bruikbaar.

De officier van justitie oordeelt dat verdachte wisselende verklaringen heeft afgelegd zodat zijn verklaring als kennelijk leugenachtig voor het bewijs kan worden gebruikt.

De rechtbank stelt voorop dat een verklaring van de verdachte die naar het oordeel van de rechter kennelijk leugenachtig is en afgelegd om de waarheid te bemantelen, volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad tot het bewijs mag worden gebezigd. Zodanig oordeel zal dan wel voldoende grondslag moeten vinden in vastgestelde feiten en omstandigheden, vervat in een of meer andere voor het bewijs gebezigde bewijsmiddelen (vgl. recent HR 3 juli 2012, LJN BW9968). De rechtbank is van oordeel dat aan de eisen die de rechtspraak stelt aan het voor een bewijsredenering gebruiken van een dergelijke verklaring in deze zaak niet is voldaan.

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt concluderend vast dat op 25 januari 2012 bij [slachtoffer], de echtgenote van verdachte, steekwonden in haar buik en borst zijn geconstateerd. Aangeefster heeft verklaard dat zij niet daadwerkelijk heeft gezien, gehoord of gevoeld dat verdachte haar met een mes heeft gestoken. De steekwonden kunnen zowel door verdachte als door aangeefster zijn toegebracht.

De enkele waarschijnlijke aanwezigheid van verdachte in de woning ten tijde van het steekincident en het feit dat verdachte bloed aan zijn handen had, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank

van oordeel dat er onvoldoende wettig bewijs voorhanden is voor het primair en subsidiair tenlastegelegde en zal zij hem daarvan vrijspraken.

5.3.2 Parketnummer 08/720272-12

Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij [slachtoffer] op 15 november 2011 één tik heeft gegeven.

[slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte haar op 15 november 2011 meermalen met zijn vuist in het gezicht heeft geslagen.

[getuige] heeft bij de politie verklaard dat zij heeft gezien dat verdachte twee à drie keer met kracht en met gebalde vuist tegen het gezicht van [slachtoffer] heeft geslagen en dat zij daardoor bij haar mond bloedde.

Hoewel verdachte slechts één tik heeft erkend, acht de rechtbank op grond van de verklaringen van aangeefster en de getuige bewezen dat het niet bij die ene tik is gebleven en dat verdachte [slachtoffer] op 15 november 2011 te Denekamp heeft mishandeld door haar meermalen met zijn vuist in haar gezicht te stompen.

5.4 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 08/710079-12 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder parketnummer 08/720272-12 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 15 november 2011 te Denekamp, gemeente Dinkelland,

opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer],

meermalen in het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 08/720272-12 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 300 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 08/720272-12

het misdrijf: mishandeling.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, ter zake poging doodslag op

[slachtoffer] op 25 januari 2012 en mishandeling van [slachtoffer] op 15 november 2011, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren met aftrek van voorarrest. Verder dient het inbeslaggenomen mes te worden onttrokken aan het verkeer en dient de inbeslaggenomen kleding te worden teruggegeven aan de beslagene.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte voor het onder parketnummer

08/710079-12 tenlastegelegde integraal dient te worden vrijgesproken. Het onder parketnummer 08/720272-12 tenlastegelegde kan wel wettig en overtuigend bewezen worden. Hiervoor kan worden volstaan met een werkstraf.

De overweging van de rechtbank

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt mishandeling van zijn echtgenote door haar meermalen, met kracht in het gezicht te stompen. De officier van justitie heeft de strafverzwarende omstandigheid van artikel 304 Sr (mishandeling begaan tegen echtgenoot of levensgezel) niet ten laste gelegd. De rechtbank zal daarom uitgaan van de strafmaat voor een zgn. eenvoudige mishandeling, als bedoeld in artikel

300 Sr.

Drs. J.P.M. van der Leeuw, klinisch psycholoog, heeft verdachte onderzocht. In zijn rapport van 7 juli 2012 concludeert hij dat er bij verdachte sprake is van alcoholmisbruik en dat hij een persoonlijkheidsstructuur heeft met narcistische kenmerken en zwakbegaafdheid.

Drs. H.A. Gerritsen, forensische psychiater, die verdachte ook heeft onderzocht is van oordeel dat verdachte een ziekelijke stoornis, te weten alcoholmisbruik heeft, dat hij zwakbegaafd is en een primitieve persoonlijkheid heeft.

Beide deskundigen hebben behoefte aan een zgn. milieuonderzoek om vragen over toerekeningsvatbaarheid en recidiverisico te kunnen beantwoorden.

Uit het reclasseringsrapport van 4 mei 2012, opgemaakt door M. Reeders, reclasseringsmedewerker, blijkt dat verdachte en het slachtoffer twaalf jaar getrouwd zijn en dat er vaker sprake is geweest van huiselijk geweld. Zodra de hulpverlening zich met hen bemoeit, vormen zij een front en houden op die manier de hulpverlening buiten de deur. Verdachte heeft een gebrekkig zelfinzicht, geen probleembesef en ontkent het vermoedelijke alcoholmisbruik.

De rechtbank heeft bij haar overwegingen de door het Landelijk Overleg Voorzitters Strafsectoren (LOVS) vastgestelde landelijke oriëntatiepunten straftoemeting betrokken, voor zover die voor een feit als het onderhavige zijn vastgesteld.

Verdachte heeft in augustus 2008, na een transactieaanbod voor huiselijk geweld, een werkstraf verricht. Omdat verdachte nu opnieuw een geweldsmisdrijf heeft gepleegd, vindt de rechtbank dat een zwaardere straf dan een werkstraf moet worden opgelegd. De rechtbank zal een gevangenisstraf voor de duur van één week opleggen, met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd. Omdat de reclassering rapporteert dat verdachte geen hulp wil aanvaarden en de rechtbank tijdens de zitting diezelfde indruk van verdachte heeft gekregen, zal geen voorwaardelijke straf in combinatie met verplicht reclasseringscontact of een andere vorm van ambulante hulpverlening worden opgelegd.

8.2 De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven en aan verdachte toebehorende dolk met schede, genoemd onder nummer 1 op de lijst van de onder parketnummer 08/710079-12 inbeslaggenomen voorwerpen, vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. De dolk is bij gelegenheid van het onderzoek naar het feit waarvan hij werd verdacht aangetroffen en kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen, genoemd onder de nummers 2, 3 en 4 op bedoelde lijst kunnen worden teruggegeven aan de beslagene.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27 en 36d Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder parketnummer 08/710079-12 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 08/720272-12 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 08/720272-12 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde onder parketnummer 08/720272-12 het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: mishandeling;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder parketnummer 08/720272012 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van één week;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen dolk (mes met schede);

- gelast de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de beslagene

- één broek, kleur: zwart (little big zwarte spijkerbroek)

- één vest kleur: bruin (vest stof bruin/zwart geruit)

- één jas kleur: zwart (leren jack rugzijde Harley Davidson).

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bloebaum, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en mr. A.M.G. Ellenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Krooshof, griffier en is in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2012.