Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX3160

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
25-07-2012
Datum publicatie
31-07-2012
Zaaknummer
129890 / KG ZA 12-135
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Opheffing executoriaal (derden)beslag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 129890 / KG ZA 12-135

Vonnis in kort geding van 25 juli 2012 (lm)

in de zaak van

1. [eiser sub 1]

gevestigd te [plaats]

2. [eiser sub 2]

gevestigd te [plaats]

3. [eiser sub 3]

gevestigd te [plaats],

4. [eiser sub 4]

wonende te [plaats]

5. [eiseres sub 5]

wonende te [plaats]

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. S.J.M. Masselink te Almelo,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TMS HEFTRUCKOPLEIDINGEN B.V.,

gevestigd te Delden,

2. [gedaagde sub 2]

gevestigd te [plaats]

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. C.P.B. Kroep te Enschede.

Partijen zullen hierna [eisers c.s.] en TMS c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers c.s.]

- de pleitnota van TMS c.s.

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis verzocht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1. Naar aanleiding van een vordering van TMS c.s., is ter zitting van 27 mei 2004 van de kantonrechter te Breda tussen partijen een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, vastgelegd in een proces-verbaal (zaaknummer: 299034/CV/04-1380. Hierin is opgenomen, voor zover van belang:

“(…)

Partijen verklaren ieder voor zich, doch eensluidend, dat zij hun geschil, dat bij dit gerecht aanhangig is onder voormeld zaaknummer, door middel van de volgende vaststellingsovereenkomst willen beëindigen:

Bij de uitoefening van activiteiten in de ruimste zin van het woord als bedoeld in bijlage 1 bij de overnameoverkomst van [B] en [E] van 21 november 1997, waaronder met name reclame-uitingen, maken gedaagden geen gebruik van de naam [B].

(…)

Reclame-uitingen van Verkeersschool [B] en reclame-uitingen die samenhangen met de in bijlage 1 bij de overnameovereenkomst genoemde activiteiten (onder meer hef- en reachtruckopleidingen, voorzieningenrechter) mogen niet in één kader worden geplaatst.

(…)

Bij niet-nakoming van één der voormelde verplichtingen door (één der)gedaagden verbeurt Verkeersschool [B] B.V. aan eisers een boete van € 1.500,-- per overtreding alsmede een boete van € 500,-- per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 25.000,-- jaar.

(…)”

2.2. Bij vonnis van 4 mei 2005 van de voorzieningenrechter te Breda heeft de voorzieningenrechter de door [eisers c.s.] gevorderde staking van de executie van de door TMS c.s. aangezegde boetes afgewezen en geoordeeld dat de door TMS c.s. gestelde overtredingen zijn begaan door [eisers c.s.] op grond waarvan zij boetes hebben verbeurd.

2.3. TMS c.s. heeft [eisers c.s.] medegedeeld dat zij een aantal overtredingen van de vaststellingsovereenkomst heeft geconstateerd, inhoudende dat [eisers c.s.] in strijd met de gemaakte afspraken de combinatie “Verkeersschool [B]’ en ‘hef- en reachtruckopleidingen heeft gebruikt.

2.4. Bij deurwaardersexploot van 15 juni 2012 heeft TMS c.s. een in executoriale vorm

uitgegeven grosse van het proces-verbaal van genoemde zitting van 27 mei 2004, waarin de toen tussen partijen overeengekomen vaststellingsovereenkomst is opgenomen, aan eiseres sub 2 betekend en is aan haar bevel gedaan om binnen twee dagen tot betaling over te gaan aan TMS c.s. van de verbeurde boetes als vermeld in de mail van mr. [K] van

14 mei 2012.

2.5. TMS c.s. heeft vervolgens op 19 juni 2012 executoriaal beslag gelegd op roerende zaken van eiseres sub 2, alsmede executoriaal derdenbeslag onder de Rabobank gelegd ter verzekering van en om betaling te verkrijgen van de door TMS c.s. gestelde vordering op [eisers c.s.] ten bedrage van € 66.500.

3. Het geschil in conventie

3.1. [eisers c.s.] vordert samengevat - de opheffing van de op 19 juni 2012 ten laste van eiseres sub 2 gelegde (derden)beslagen op straffe van een dwangsom, alsmede een verbod om opnieuw tot beslaglegging over te gaan.

3.2. TMS voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. TMS c.s. vordert samengevat - te bepalen dat eiseres sub 2 een hogere dwangsom

(zoals nader omschreven in de eis, de voorzieningenrechter begrijpt dat TMS c.s. bedoelt te vorderen: een hogere boete) verbeurt bij overtreding door [eisers c.s.] van het bepaalde in de vaststellingsovereenkomst van 27 mei 2004 dan thans in die vaststellingsovereenkomst is overeengekomen.

4.2. [verweerders c.s.] voert verweer.

4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Gelet op de aard van de vorderingen is er sprake van een spoedeisend belang.

5.2. Het executiegeschil dat door [eisers c.s.] in deze procedure wordt voorgelegd, ziet op de opheffing van de ten laste van eiseres sub 2 gelegde executoriale (derden)beslagen tot verhaal van de door haar verbeurde boetes. Bij een vordering tot opheffing van een executoriaal beslag heeft de executierechter slechts een beperkte taak. De vraag of daadwerkelijk boetes zijn verbeurd dient door de executierechter “vol” te worden getoetst, waarbij de bewijslast rust op de executerende partij. Voor het overige zal de executierechter slechts in de executie mogen ingrijpen indien de executant zich door de executie schuldig maakt aan misbruik van bevoegdheid (vgl. HR 22 december 2006, NJ 2007, 173).

5.3. In het kader hiervan dient in het onderhavige geval te worden beoordeeld of TMS -

mede gelet op de belangen aan de zijde van [eisers c.s.] - die door de executie zullen worden geschaad - een in redelijkheid te respecteren belang heeft gehad bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot tenuitvoerlegging. Daarvan is in ieder geval geen sprake indien geen overtreding heeft plaatsgevonden van de verbintenis waarop de boete is gesteld.

5.4. De voorzieningenrechter stelt daarbij voorop dat het een algemene regel van het civiele executierecht is dat niet tot executie overgegaan mag worden dan nadat de executoriale titel, die ten uitvoer zal worden gelegd, is betekend aan degene tegen wie de executie zich zal richten (artikel 430 Rv). De betekening heeft ten doel de titel (in het onderhavige geval het proces-verbaal van de minnelijke schikking) integraal bekend te maken aan de wederpartij en ter kennis van de schuldenaar te brengen dat de schuldeiser nakoming van de rechterlijke uitspraak verlangt. De voorzieningenrechter acht van belang dat TMS c.s. [eisers c.s.] eerst na zeven jaar na het vonnis van de voorzieningenrechter te Breda van 4 mei 2005 aanspreekt op vermeende overtredingen en de op grond daarvan verbeurde boetes. Reeds in die omstandigheid is een rechtvaardiging gelegen om alvorens tot executie over te gaan, het proces-verbaal van de minnelijke schikking te betekenen aan [eisers c.s.]

5.5. Het voorgaande betekent dat in het onderhavige geval de vraag dient te

worden beantwoordt, of ten tijde van de beslaglegging op 19 juni 2012 vaststond dat [eisers c.s.] niet voldeed aan de vaststellingsovereenkomst, meer specifiek het verbod voor [eisers c.s.] voor het gebruik van de combinatie ‘Verkeersschool [B]’ en ‘hef- en reachtruckopleidingen’, zoals vastgesteld bij proces-verbaal van 27 mei 2004, op grond waarvan TMS c.s. gerechtigd was tot executie van het proces-verbaal over te gaan (het innen van boetes).

5.6. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag voorshands ontkennend. De

boetes waarop TMS c.s. thans aanspraak maakt - en waarvoor zij executoriaal beslag heeft gelegd -, zijn gebaseerd op een vijftal overtredingen, namelijk ongeoorloofd gebruik van de combinatie van Verkeersschool [B]’ en ‘hef- en reachtruckopleidingen’ op diverse websites (producties 4 tot en met 11 aan de zijde van TMS c.s.). [eisers c.s.] heeft, ter onderbouwing van de vordering tot opheffing van het beslag, aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een overtreding van de tussen partijen tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst van 27 mei 2004. De websites waarnaar TMS c.s. verwijst zijn niet in beheer of eigendom van [eisers c.s.] Er kan dan ook geen sprake zijn van enige reclame-uiting verricht door of namens [eisers c.s.] Desondanks hebben zij de beheerders van de betreffende websites aangeschreven met het verzoek de websites te wijzigen, hetgeen is geschied, aldus [eisers c.s.] TMS c.s. heeft ter zitting verklaard dat de overtredingen 1 tot en met 4 van de door haar geconstateerde overtredingen op de websites (die zijn meegezonden als producties 4 tot en met 9) inmiddels zijn verwijderd. Niet is, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, echter komen vast te staan dat de gestelde strijdige inhoud van deze websites ten tijde van de beslaglegging op 19 juni 2012 nog bestond. Zulks blijkt niet uit de door TMS c.s. overgelegde producties. Het had op de weg van TMS c.s. gelegen om voldoende aannemelijk te maken dat van deze overtredingen (nog steeds) sprake was ten tijde van de beslaglegging. Nu TMS c.s. dat heeft nagelaten kan niet worden geoordeeld dat op grond van deze overtredingen ten tijde van de beslaglegging vaststond dat [eisers c.s.] niet voldeed aan de vaststellingsovereenkomst op grond waarvan TMS c.s. gerechtigd was tot executie van de boetes over te gaan.

5.7. De door de voorzieningenrechter en partijen ter zitting bekeken websites, waaronder de door TMS c.s. gestelde ‘overtreding 5’, waarvan TMS c.s. stelt dat daaruit blijkt dat nog steeds sprake is van een gebruikmaking door [eisers c.s.] van de verboden combinatie ‘Verkeersschool [B]’ en ‘hef- en reachtruckopleidingen’, maken het voorgaande niet anders. TMS c.s. heeft ten aanzien van die websites onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [eisers c.s.] op die websites actief invloed kan uitoefenen in die zin dat zij de totstandkoming van de inhoud daarvan kan beïnvloeden, dan wel voorkomen. Daar komt nog eens bij dat het voor [eisers c.s.] ondoenlijk, laat staan mogelijk, is om de met de vaststellingsovereenkomst strijdige inhoud van alle - buiten haar invloed tot stand gekomen - gelanceerde websites te wijzigen c.q. te verwijderen. Dat kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in alle redelijkheid ook niet van haar worden gevergd. Een inactieve houding kan [eisers c.s.] in zoverre dan ook niet worden verweten.

5.8. Uit het bovenstaande volgt dat de vordering tot opheffing van het beslag moet worden toegewezen. TMS c.s. heeft door over te gaan tot executie van de boetes door middel van het leggen van executoriaal beslag, onrechtmatig gehandeld jegens [eisers c.s.]

5.9. Het gevorderde verbod om opnieuw tot beslaglegging over te gaan wordt afgewezen, nu toewijzing daarvan een ongeoorloofde inbreuk zou betekenen van de - uit hoofde van het proces-verbaal van de minnelijke schikking - aan TMS c.s. toekomende bevoegdheid om executoriaal beslag te leggen teneinde nakoming van de vaststellingsovereenkomst te bewerkstelligen. De bevoegdheid van TMS c.s. om tot tenuitvoerlegging van het proces-verbaal van de minnelijke schikking over te gaan moet in beginsel dan ook worden gerespecteerd.

5.10. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

5.11. TMS zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers c.s.] worden begroot op:

- dagvaarding € 76,16

- griffierecht 575,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.467,16

6. De beoordeling in reconventie

6.1. In de door TMS c.s. gestelde feiten en omstandigheden, alsmede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen in conventie, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding tot toewijzing van een verhoging van de tussen partijen bij de vaststellingsovereenkomst overeengekomen boete. De vordering in reconventie dient dan ook te worden afgewezen.

6.2. TMS c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verweerders c.s.] worden begroot op nihil.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. veroordeelt TMS c.s. om - na betekening van dit vonnis - de op 19 juni 2012 ten laste van eiseres sub 2 gelegde (derden)beslagen met onmiddellijke ingang op te heffen op straffe van een dwangsom € 500,- voor iedere dag dat zij hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 50.000,- is bereikt,

7.2. veroordeelt TMS c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [eisers c.s.] tot op heden begroot op € 1.467,16,

7.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

7.5. wijst de vordering af,

7.6. veroordeelt TMS in de proceskosten, aan de zijde van [verweerders c.s.] tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.?