Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX3004

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
19-07-2012
Datum publicatie
30-07-2012
Zaaknummer
129559 / KG ZA 12-119
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2012:BY8255, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige concurrentie niet dan wel onvoldoende gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
XpertHR.nl 2012-366897
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 129559 / KG ZA 12-119

datum vonnis: 19 juli 2012 (jk)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eiseres,

advocaat: mr. I.K.M. Hoffmann te Enschede,

tegen

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. Flexxolutions GFS B.V.,

2. Flexxolutions B.V.,

beiden gevestigd te Denekamp,

en

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats],

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats],

5. [gedaagde sub 5],

wonende te [woonplaats],

6. [gedaagde sub 6],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat: mr. M.M.A. Bakker te Enschede.

Partijen zullen hierna afzonderlijk ‘[eiseres]’, ‘Flexxolutions GFS’, ‘Flexxolutions’, ‘[gedaagde sub 3]’, ‘[gedaagde sub 4]’, ‘[gedaagde sub 5]’ en ‘[gedaagde sub 6]’ genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling op 5 juli 2012.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

2. In deze zaak staat het navolgende vast.

[Eiseres] drijft een onderneming die zich onder meer heeft toegelegd op het verwerken van flexibele folie in onder meer afdekkingen voor de biogasindustrie en de opslag van vloeibare stoffen zoals mest, water, brandstof, etc. De afdekking geschiedt in onder andere biogasafdekkingen op silokappen en de opslag in onder andere Ecobags (mestzakken), Combibags (mestzakken met gasopvang) en Flexitanks (opslag van water, brandstof, etc.).

[Eiseres] heeft in het handelsregister laten opnemen dat zij een onderneming uitoefent op het gebied van de verwerking van flexibele kunststoffen, met name op het gebied van de productie van en de handel in opslag- en afdeksystemen in kunststoffolie.

[Gedaagde sub 3] heeft in de periode medio 2009 tot en met 31 december 2010 de functie van directeur bekleed bij [eiseres]. Eind 2010 kreeg [gedaagde sub 3] een contract voor onbepaalde tijd aangeboden. [Gedaagde sub 3] heeft dat aanbod niet aanvaard.

[Gedaagde sub 4] was eveneens werkzaam bij [eiseres], laatstelijk in de functie van Manager Research & Development. [Gedaagde sub 4] heeft in 2011 ontslag genomen bij [eiseres] en is - na eerst elders in dienst te zijn getreden - per 1 september 2011 bij Flexxolutions in dienst getreden, welk bedrijf via een holdingconstructie in eigendom is gekomen van [gedaagde sub 3].

Per 1 maart 2012 is [gedaagde sub 4] in dienst getreden bij Flexxolutions GFS als productontwikkelaar.

Flexxolutions heeft onder meer als activiteiten opgenomen in het handelsregister: productie van- en handel in textiele en kunststofproducten.

Flexxolutions GFS is op 23 februari 2012 opgericht en heeft onder andere als activiteiten opgenomen in het handelsregister: productie en montage van opslag-, transport- en afdeksystemen, alsmede aanverwante producten in hoofdzaak vervaardigd uit technische textiel en kunststoffen.

[Eiseres] heeft onder meer de producten Silodak, ABCover (dak voor biogasafdekking) en de Flexitank (soort zak voor de opslag van water, brandstof, etc.) in haar assortiment.

Flexxolutions (GFS) heeft onder meer vergelijkbare producten in haar assortiment, onder de noemer Flexxocover, Flexxodomer en Flexxotank.

[Gedaagde sub 5] was ruim 37 jaar werkzaam bij [eiseres], laatstelijk in de functie van

Hoofd Montage, en is op 28 februari 2012 vertrokken. [Gedaagde sub 5] heeft bij [eiseres] het Silodak, de Mestzak, het EnviTec Silodak, de Ecotop dubbel membraamafdekking en de Flexitank ontwikkeld. Op 1 maart 2012 is [gedaagde sub 5] bij Flexxolutions GFS in dienst getreden in de functie van Operations Manager.

[Gedaagde sub 6] was eveneens ruim dertig jaar werkzaam bij [eiseres], laatstelijk in de functie van Sales Manager. Ook [gedaagde sub 6] is per 28 februari 2012 bij [eiseres] vertrokken en per 1 maart 2012 bij Flexxolutions GFS in dienst getreden in de functie van Sales Manager.

[Eiseres] heeft op 30 mei 2012 bewijsbeslag onder gedaagden laten leggen. Bij [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 6] zijn foto’s, documenten gegevens van afnemers/afnemerslijsten en stukken uit de (financiële) administratie van [eiseres] gevonden.

3. De standpunten van partijen

Standpunt [eiseres]

3.1 bij dagvaarding vordert [eiseres] – zakelijk weergegeven – om gedaagden bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en hoofdelijk:

I. te bepalen dat het gedaagden verboden wordt de door [eiseres] genoemde klanten, dealers en leveranciers te benaderen, bedienen of voor hen op enig andere wijze werkzaamheden of diensten te verrichten, dan wel daartoe voor anderen te bemiddelen, een en ander voor zover verbandhoudend met het ontwikkelen, produceren en verkopen van producten die [eiseres] tot en met heden voor deze klanten, dealers en leveranciers ontwikkelt, produceert en verkoopt, hoegenaamd en uit welke hoofde dan ook, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

II. te bepalen dat het gedaagden verboden wordt om zich onjuist, grievend, schadelijk of denigrerend over [eiseres] uit te laten, hoegenaamd en uit welke hoofde dan ook, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

III. a. aan gedaagden sub I en II te bevelen om binnen veertien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan alle (potentiële) klanten en leveranciers waaraan zij mededelingen gedaan hebben in de trant, dat “[eiseres] geen ervaring meer over heeft en dat alle goede productiemensen alsmede de goede kaderleden vertrokken zouden zijn”, voor eigen rekening en kosten een brief te verzenden, per leverancier of klant in de desbetreffende eigen moedertaal, met uitsluitend de volgende tekst: “op last van de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo laat de directie van Flexxolutions B.V. en Flexxolutions GFS B.V. weten dat zij bij eerdere contacten met u ten onrechte de suggestie heeft gewekt, dat bij [eiseres] geen kennis ervaring meer aanwezig zouden zijn in het produceren van biogasafdekkingen en andere toepassingen en dat alle goede productiemensen en goede kaderleden vertrokken zouden zijn, alsmede dat mogelijk voor de continuïteit gevreesd zou moeten worden. De voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo heeft ons bevolen om deze mededelingen te rectificeren en deze rectificatie aan u toe te sturen. De directie”.;

b. aan gedaagden sub I en II te bevelen om de onder III bedoelde brieven aan alle betrokkenen in kopie per gelijke post aan de advocaat van [eiseres] te sturen;

a. en b. op straffe van een verbeurte van een dwangsom;

IV. met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding, alsmede de nakosten en wettelijke rente over de (na)kosten.

3.2 [Eiseres] stelt daartoe dat Flexxolutions GFS het bedrijfsconcept één op één heeft overgenomen van [eiseres], alsmede haar volledige productlijn waarbij vermoedelijk gebruik wordt gemaakt van tekeningen en modellen van [eiseres]. Voorts hebben gedaagden getracht werknemers van [eiseres] te ronselen en hebben zij contact gehad met en onrust gezaaid bij relaties (leveranciers en afnemers) van [eiseres] door te suggereren dat het voortbestaan van [eiseres] twijfelachtig is nu “alle goede mensen weg zijn gegaan naar Flexxolutions (GFS)”.

3.3 [Eiseres] stelt voorts dat gedaagden de grens van onrechtmatig gedrag hebben overschreden doordat gedaagden sub 3 tot en met 6 kennis digitaal en op papier van [eiseres] bij hun vertrek hebben meegenomen (gestolen) en deze vervolgens hebben toegepast bij Flexxolutions (GFS). [Eiseres] stelt dat, hoewel haar oud-werknemers niet aan enig concurrentiebeding gebonden zijn, zij haar wel degelijk onrechtmatig kan beconcurreren, en daarvan is hier sprake. Door gedaagden wordt namelijk gebruik gemaakt door opgedane kennis en gegevens omtrent - onder meer - klanten, waardoor stelselmatig en substantieel duurzaam bedrijfsdebiet is afgebroken. Tevens is sprake van bijkomende omstandigheden die de gedragingen van gedaagden onrechtmatig maken, namelijk het afhandig maken van personeel en/of klanten, het doen van voordelige aanbiedingen, het doen van ongunstige, onjuist schadelijke of denigrerende mededelingen over de voormalige werkgever, het verwijzen naar het vroegere dienstverband en het creëren van verwarring.

3.4 Gedaagden benaderen dagelijks klanten en leveranciers van [eiseres], waarbij zij zich negatief uitlaten over [eiseres], aldus [eiseres]. [Eiseres] heeft reeds grote schade geleden en lijdt nog steeds voortdurend schade. Om die reden heeft zij een spoedeisend belang bij haar vorderingen.

Standpunt gedaagden

3.5 Gedaagden concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres], met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

3.6 Gedaagden stellen zich – kort gezegd – op het standpunt dat zij geen inbreuk maken op enige exclusieve rechten van [eiseres], geen onrechtmatige middelen jegens [eiseres] hebben ingezet, noch is van enige onrechtmatigheid gebleken en voorts is geen sprake van wanprestatie, nu gedaagden sub 3 tot en met 6 geen concurrentie- dan wel relatiebedingen hebben overtreden. Bovendien is volgens gedaagden geen of nauwelijks sprake van exclusieve kennis, processen en/of materialen. Het gaat bij beide partijen om “Low Tech” producten, die worden gefabriceerd en aangeboden op een grote markt met veel aanbieders. De door Flexxolutions GFS gemaakte producten vertonen weliswaar enige gelijkenis met producten van [eiseres] - hetgeen geoorloofd is -, maar zijn niet identiek. Er is sprake van detailverschillen, aanpassingen en innovaties. Voorts is er ook geen ruimte voor enige bescherming op het gebied van intellectuele eigendom - zo dit al gevorderd zou zijn - en is geenszins sprake van verwarringsgevaar. Dit klemt temeer, nu de voor de geproduceerde producten gebruikte materialen niet door partijen zelf worden geproduceerd, maar van diverse leveranciers door zowel [eiseres] als Flexxolutions GFS worden betrokken. Er is telkens sprake van productie op bestelling, oftewel maatwerk op verzoek van een klant, en er is geen sprake van serie- of massaproductie. Gedeeltelijk is er ten aanzien van leveranciers een overlapping, aangezien bepaalde materialen en producten door leveranciers onbeperkt aan de markt ter beschikking wordt gesteld, het betreft voornamelijk (80%) “commodity producten” die door de betrokken leveranciers in hun webshop, brochures en/of standaard leveringsprogramma’s worden aangeboden. De overige onderdelen worden door leveranciers in opdracht en volgens tekening geproduceerd en geleverd. Flexxolutions GFS maakt op geen enkele wijze gebruik van ontwerpen, tekeningen, berekeningen etc. van [eiseres]. Alle ontwerpen van Flexxolutions (GFS) worden namelijk door haarzelf opgesteld in het softwarepakket SolidWorks, over welk pakket [eiseres] voor zover gedaagden bekend niet beschikt, althans niet beschikte toen gedaagden sub 3 tot en met 6 nog bij [eiseres] in dienst waren. [Eiseres] heeft voorts met geen enkele leverancier exclusieve overeenkomsten, zodat het die leveranciers in beginsel vrij staat om met derden - en derhalve dus ook met Flexxolutions (GFS) - zaken te doen, aldus gedaagden. Ten aanzien van klanten van [eiseres] geldt dat deze niet structureel en stelselmatig door gedaagden zijn benaderd.

Daarenboven wordt logischerwijs gebruik gemaakt van de aanwezige kennis (welke gedeeltelijk ook voor indiensttreding bij [eiseres], zoals loontabellen, reeds aanwezig was) bij gedaagden sub 3 tot en met 6, zij zijn immers vaklieden. Voor zover [eiseres] stelt dat ten aanzien van gedaagden sub 3 tot en met 6 enig geheimhoudingsbeding van toepassing is, is dit beding dermate algemeen dat dit beding geen enkele waarde heeft. Bovendien betreft het niet te beschermen kennis, nu een en ander van algemene bekendheid is.

3.7 Op de (overige) stellingen van partijen wordt, voor zover relevant, hierna nader ingegaan.

4. De overwegingen van de voorzieningenrechter:

Spoedeisend belang

4.1 De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat [eiseres] haar spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening als gevorderd, voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Gedaagden hebben dit ook niet betwist, zodat de voorzieningenrechter toekomt aan de materiële beoordeling van het geschil.

4.2 De kern van dit geschil is de vraag of voldoende aannemelijk is of sprake is van onrechtmatige concurrentie. Meer specifiek of gedaagden de grens van het onrechtmatige hebben overschreden door - zoals door [eiseres] gesteld - het ronselen van personeel van [eiseres], het onderhouden van contacten met leveranciers, relaties en klanten van [eiseres], het nabootsen van producten van [eiseres], het doen van schadelijke en onjuiste mededelingen over het voorbestaan en thans nog aanwezige kennis van [eiseres] en het zaaien van verwarring.

4.3 Voorop staat dat voor geen van gedaagden sub 3 tot en met 5 enig concurrentie- of relatiebeding geldt en dat het een werknemer, die niet aan een concurrentie- of relatiebeding is gebonden, in beginsel vrij staat om bij een concurrent van zijn voormalige werkgever in dienst te treden dan wel een concurrerende eigen onderneming te starten. Slechts bijzondere bijkomende omstandigheden kunnen tot het oordeel leiden dat de werknemer zich schuldig maakt aan onrechtmatige concurrentie van zijn ex-werkgever (zie arrest Boogaard/Vesta,

HR 9 december 1955, NJ 1956, 157). Doorslaggevend voor de uitkomst van de onderhavige procedure is derhalve of van zulke bijzondere bijkomende omstandigheden sprake is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit niet het geval is.

4.4 De in het arrest Boogaard/Vesta gestelde eis dat er sprake is van het stelselmatig en substantieel afbreken van bedrijfsdebiet veronderstelt actief optreden van de voormalig werknemer. Het betoog van [eiseres] strekt kennelijk ter onderbouwing dat dit het geval is geweest, maar is daartoe niet toereikend. Gesteld noch gebleken is dat de (belangrijkste) afnemers van [eiseres] op initiatief of instigatie van gedaagden naar diens onderneming(en) is overgestapt. Met haar leveranciers en relaties had en heeft [eiseres] bovendien geen exclusiviteit afgesproken. Geen voormalig werknemer kan verboden worden om contact te hebben of te zoeken met een leverancier van zijn voormalige werkgever. Het uitgangspunt is ook voor de voormalige werknemer immers de vrijheid van handel en bedrijf en de vrijheid van mededinging. Het staat gedaagden dan ook vrij om desgewenst via hun eigen onderneming van deze relaties af te nemen dan wel daaraan te leveren. Herhaald zij ook hier dat de norm uit het arrest Boogaard-Vesta in het onderhavige geval getoetst moet worden. Dat betekent dat sprake is van ongeoorloofde werknemersconcurrentie, wanneer de werknemer een duurzaam bedrijfsdebiet van zijn inmiddels voormalige werkgever stelselmatig en in substantiële mate afbreekt, daarbij gebruikmakend van hulpmiddelen (bestaande in know how en goodwill) die hij bij diezelfde werkgever vertrouwelijk ter beschikking heeft gekregen. Juist wat dat laatste betreft, is gesteld noch gebleken dat gedaagden zich hieraan schuldig hebben gemaakt. Ook wat betreft de specialistische kennis waar [eiseres] op doelt (relaties en klanten, productkennis en prijsstellingen), is niet gebleken dat daarvan door gedaagden stelselmatig en substantieel gebruikt wordt gemaakt, althans niet in die mate dat daardoor de normale grenzen van betamelijke concurrentie worden overschreden. Bovendien is kennis over inkoop- en verkoopprijzen niet bijzonder geheim, zeker gelet op het feit dat gedaagden sub 3 tot en met 6 geruime tijd werkzaam zijn geweest in de branche. Niet verwacht mag worden dat zij zich dommer voordoen dan dat zij eigenlijk zijn. Zou zulks anders zijn, dan zou het voor de gemiddelde werknemer bovendien feitelijk nagenoeg onmogelijk zijn om van werkkring te veranderen.

4.5 Feiten en omstandigheden waaruit blijkt van misbruik door gedaagden, zijn niet geadstrueerd. De voorzieningenrechter overweegt in dat kader nog dat hoewel onder gedaagden gelegde bewijsbeslag bestanden van [eiseres] zijn gevonden, dit op zichzelf onvoldoende is om te kunnen concluderen dat van deze informatie ook ongeoorloofd gebruik wordt gemaakt. En ook het enkele vermoeden dat - met het oog op de snelheid waarmee Flexxolutions GFS daags na oprichting in één keer een volledige productlijn presenteert met diverse “[eiseres]” geënte producten en de gelijkheid (tekening, optisch, presentatiemateriaal) van die producten met die van [eiseres] - is onvoldoende om aan te nemen dat (oneigenlijk) gebruik wordt gemaakt van tekeningen en modellen van [eiseres]. Temeer nu gedaagden onweersproken hebben gesteld dat zij gebruik maken van een ander softwarepakket dan waarvan [eiseres] gebruik maakte op het moment dat gedaagden sub 3 tot en met 6 bij [eiseres] in dienst waren. Bovendien hebben gedaagden gesteld dat sprake is van Low Tech producten op een markt met veel marktpartijen en vertonen de door Flexxolutions (GFS) gemaakte producten weliswaar gelijkenis met producten van [eiseres], maar zijn zij niet identiek nu sprake is van detailverschillen, aanpassingen en innovaties. De voorzieningenrechter is voorts met gedaagden eens dat zaken, waarvan de vormgeving vrijwel geheel wordt bepaald door hun functie, niet voor bescherming (van intellectuele eigendom) in aanmerking komen, en niet is gebleken dat hiervan sprake is. Overtuigend is daarbij het standpunt van gedaagden: een (silo)dak is een (silo)dak en ziet er daarom uit als een (silo)dak.

4.6 De voorzieningenrechter is voorts - met gedaagden - eens dat toewijzing van het gevorderde onder I. neer zou komen op het opleggen van een relatiebeding voor door [eiseres] aangewezen klanten, dealers en leveranciers. Nu ten aanzien van gedaagden sub 3 tot en met 6 geen non-concurrentie of relatiebeding van toepassing is, is het door [eiseres] gestelde onvoldoende (concreet) om een dermate vergaand contactverbod voor alle gedaagden op te leggen. Gedaagden hebben terecht gewezen op het feit dat zij verschillende entiteiten en/of natuurlijke personen zijn en [eiseres] derhalve van iedere gedaagde afzonderlijk enig onrechtmatig handelen dient te stellen, concretiseren, substantiëren en bewijzen. De handeling van één gedaagde kan niet worden toegerekend aan de ander. Bovendien leent zich de onderhavige procedure hier ook niet voor.

4.7 Ten aanzien van het door [eiseres] gestelde ronselen van personeel door gedaagden is de voorzieningenrechter van oordeel dat ook ten aanzien hiervan geen concrete aantoonbare feiten zijn aangedragen op basis waarvan aannemelijk is dat sprake is van substantieel en stelstelmatig personeel werven van [eiseres] door gedaagden. Niet is gebleken dat de personele verschuivingen die reeds hebben plaatsgevonden, niet op eigen initiatief van de betrokken werknemers is geschied en evenmin is gebleken dat personeel van [eiseres] stelselmatig door [eiseres] wordt benaderd. Dat huidige personeelsleden van [eiseres] hebben gesolliciteerd op vacatures bij Flexxolutions (GFS) maakt dit niet anders, noch dat oud-werknemers en werknemers thans nog contacten onderhouden over eventuele beschikbare functies binnen Flexxolutions (GFS). En ook ten aanzien hiervan geldt dat niet is gebleken dat gedaagden oneigenlijk gebruik maken van kennis en know how (loontabellen en arbeidsvoorwaarden) die zij bij [eiseres] hebben opgedaan. Daarbij is voorts van belang dat onweersproken is gesteld dat de modellen voor arbeidsovereenkomsten reeds bij indiensttreding in het bezit waren bij [gedaagde sub 3] en dat hij deze bij [eiseres] heeft geïntroduceerd. Voorts hebben gedaagden onweersproken gesteld dat zij (gedaagden sub 3 tot en met 6) door de duur van hun dienstverbanden en de aard van hun functies bij [eiseres] erg goed op de hoogte zijn van de arbeidsvoorwaarden en beloningen in de branche, en dat zij om die reden ook geen ongeoorloofd gebruik maken van “bedrijfsgeheimen”, wanneer zij tegenover derden blijk geven van die kennis. De voorzieningenrechter deelt die visie.

4.8 De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat er eveneens geen grondslag aanwezig is om het onder sub II. en III. gevorderde toe te wijzen. Ook ten aanzien hiervan geldt dat [eiseres] heeft te concretiseren, substantiëren en bewijzen wie van gedaagden dergelijke mededelingen van onjuiste, grievende, schadelijke of denigrerende strekking heeft gedaan en aan wie zij dat heeft gedaan, gelet ook op de gemotiveerde betwisting van gedaagden. De door [eiseres] geformuleerde verwijten zijn veel te weinig concreet en specifiek om een dergelijk algemeen verbod toe te wijzen en om gedaagden te verplichten om aan alle (potentiële) klanten en leveranciers een brief te sturen met de door [eiseres] gevorderde inhoud.

4.9 Zoals hiervoor reeds is overwogen, staat het gedaagden vrij om potentiële leveranciers en afnemers te benaderen, de door [eiseres] overgelegde verklaringen en/of e-mails tonen geen ongeoorloofde negatieve uitlatingen jegens [eiseres]. Er wordt daarbij kennelijk telkens enkel getracht contact te leggen met een potentiële afnemer, waarbij gerefereerd wordt aan het vertrek van enkele oud-werknemers van [eiseres] en de start van Flexxolutions. Dit op zichzelf is niet onrechtmatig. [Eiseres] heeft niet concreet gesteld en aangetoond dat gedaagden in dat kader de grens van het onrechtmatige in deze hebben overschreden.

4.10 Uit het voorgaande volgt dat de door [eiseres] gestelde feiten en omstandigheden, ook in onderling verband en samenhang bezien, onvoldoende om op basis daarvan te oordelen dat sprake is van onrechtmatige concurrentie. De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

Proceskosten

4.11 [Eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst de vorderingen af.

II. Veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagden begroot op € 575,- aan verschotten en € 816,- aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juli 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.