Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX2976

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
27-07-2012
Datum publicatie
30-07-2012
Zaaknummer
412022 CV EXPL 5868/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot opdracht voor bepaalde tijd, waarbij een opzegtermijn is overeengkomen. (tussentijdse) Opzegging door opdrachtgever. Eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en de inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende opzeggingsgrond bestaat. Nu opdrachtnemer niet van een lopend project (onderhanden werk) is afgehaald en niet afhankelijk is van alleen gedaagde als opdrachtgever komt deze in de jurisprudentie beperkende werking van de opzeggingsbevoegdheid naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet aan de orde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
XpertHR.nl 2012-408197
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 412022 CV EXPL 5868/12

Uitspraak : 27 juli 2012

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[Eiser]

handelend onder de naam Tinksels Communicatie & PR

wonende te [woonplaats]

eisende partij

hierna ook wel te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. H. Scheper

advocaat te Almelo

tegen

de stichting Stichting Bruggerbosch

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Enschede

gedaagde partij

hierna ook wel te noemen: Bruggerbosch

gemachtigde: mr. J.M. Dunhof

advocaat te Enschede

1. procedure

1.1 [Eiser] heeft bij dagvaarding van 12 juli 2012 Bruggerbosch opgeroepen in kort geding te verschijnen ter zitting van donderdag 19 juli 2012 om 09:45 uur. Op verzoek van de gemachtigde van Bruggerbosch is de mondelinge behandeling nader bepaald op vrijdag 20 juli 2012 om 11:00 uur.

Ter zitting verschenen [eiser] vergezeld van mr. Scheper. Bruggerbosch is verschenen bij haar directeur [W], bijgestaan door mr. Dunhof.

Beide partijen hebben hun respectievelijke standpunten mondeling weergegeven, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2 Voor alle weren heeft Bruggerbosch zich beroepen op de nietigheid van de dagvaarding nu [eiser] heeft verzuimd melding te maken van de tekst: “dat bij verschijning gedaagde geen griffierecht verschuldigd zal zijn”.

1.3 Vonnis is bepaald op heden.

2. feiten

2.1 Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden voorshands als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend dan wel niet of onvoldoende zijn bestreden.

2.2 Eind maart 2008 is tussen opdrachtgever Bruggerbosch, vertegenwoordigd door haar directeur [B], hierna ook te noemen [B], en opdrachtnemer [eiser], een overeenkomst van opdracht gesloten, hierna ook: de Overeenkomst, waarbij het navolgende is overeengekomen:

In aanmerking nemende dat:

• Opdrachtgever zich bezig houdt met PR activiteiten op projectbasis;

• Opdrachtgever aan opdrachtnemer een opdracht wenst te verstrekken om buiten dienstbetrekking werkzaamheden c.q. diensten te verrichten;

• Opdrachtnemer hiertoe bereid is;

• Partijen de condities en voorwaarden schriftelijk wensen vast te leggen.

komen het volgende overeen:

1. Ingangsdatum en duur

1. Per 1 april 2008 zal de opdrachtnemer gedurende gemiddeld 14,4 uur per week pr projecten verzorgen voor Bruggerbosch

2. De overeenkomst heeft een duur van 1 jaar

3. Na het verstrijken van de periode van 1 jaar zal de overeenkomst van rechtswege eindigen. 2 maanden voor het verstrijken van deze periode treedt opdrachtgever in gesprek met de opdrachtnemer over een eventuele verlenging van de overeenkomst.

4. De overeenkomst kan door ieder der partijen schriftelijk worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 2 kalendermaanden.

5. [… .]

3. Geen arbeidsovereenkomst/zelfstandigheid

1. Partijen verklaren dat zij uitdrukkelijk niet beogen om met elkaar een arbeidsovereenkomst te sluiten en uitsluitend met elkaar wensen te contracteren op basis van een overeenkomst van opdracht. Partijen verbinden zich er jegens elkaar toe hun feitelijke gedragingen bij het uitvoeren van de wederzijdse contractuele verplichtingen in overeenstemming te doen zijn met die welke gebruikelijk zijn bij het tot uitvoer brengen van een overeenkomst van opdracht.

2. [… .]

2.3 De Overeenkomst is tussen partijen in de periode 1 april 2009 tot 12 juli 2012 vier maal met een jaar verlengd. De eerste twee maal mondeling. Op 1 februari 2011 is de verlenging tussen partijen, [B] namens Bruggerbosch, voor het eerst schriftelijk vastgelegd in de opdrachtbevestiging, als volgt geformuleerd, voor zover hier van belang:

Opdrachtbevestiging

1 februari 2011

Project folderlijn, jubilea

Hartelijk dank voor de opdracht.

Start project 1 februari 2011 t/m 31 januari 2012

Prognose 750 uur

[… .]

2.4 Op 31 januari 2012 hebben partijen, [B] namens Bruggerbosch, wederom een opdrachtbevestiging ondertekend, als volgt geformuleerd, voor zover hier van belang:

Opdrachtbevestiging

31 januari 2012

Projecten interne communicatie, imago-onderzoek

intranet, promotiefilms

Hartelijk dank voor de opdracht.

Start project 1 februari 2012 t/m 31 januari 2013

Prognose 750 uur

Uurtarief € 28,78

[… .]

2.5 Vanaf 1 februari 2012 tot en met 31 juni 2012 heeft [eiser] 303,7 uren gedeclareerd voor een totaal bedrag van € 10.401,18 (incl. BTW).

2.6 Op 27 april 2012 schrijft de opvolger van [B], de heer [W], hierna ook [W], aan [eiser] het navolgende, voor zover hier van belang:

[… .] De afgelopen periode hebben we diverse malen om tafel gezeten naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek van [A] en het opzetten van het interne communicatieplan, met de daarvoor beschikbare uren waarbinnen dit moet zijn afgerond.

Tijdens de gesprekken heb ik je aangegeven dat ik met je toe wil werken naar een werkrelatie waarbij niet het aantal uren, die jij nu tot je beschikking hebt voor activiteiten binnen Bruggerbosch, het vertrekpunt is maar meer het gewenste product.

[… .] Ik ben ervan overtuigd dat we hiermee een situatie kunnen realiseren die recht doet aan jouw rol als opdrachtnemer en onze rol als opdrachtgever. [… .]

Formeel zeg ik je daarom hierbij, conform het in artikel 1.4 van de overeenkomst van opdracht gestelde, schriftelijk onze overeenkomst op met ingang van 1 mei 2012. Rekening houdend met de opzegtermijn van twee maanden is dan de einddatum overeenkomst 1 juli 2012.

[… .]

Na 1 juli 2012 zul je op ad-hoc basis, op geleide van een duidelijk omschreven (project)aanvraag per activiteit, door Bruggerbosch ingehuurd kunnen worden.

2.7 Op 16 mei 2012 schrijft [eiser] aan [W] het navolgende, voor zover hier van belang:

Op 31 januari jl. heeft voormalig directeur-bestuurder [B] de opdrachtbevestiging getekend waarmee contractueel vastligt dat Bruggerbosch tot 31 januari 2013 een opdracht in de vorm van 750 uur [… .] aan Tinksels heeft gegeven.

Ik ga er dan ook vanuit dat deze opdrachtbevestiging leidend is en ik zal tot 31 januari a.s. zoals afgesproken 14,4 uur per week de door jouw aangewezen projecten uit gaan voeren. [… .].

2.8 Op 30 mei 2012 schrijft [W] aan [eiser] het navolgende, voor zover hier van belang:

[… .] In je schrijven van 16 mei 2012 geef je aan dat dit op basis van de opdrachtbevestiging niet zou kunnen. Dit is niet terecht.

Per 1 april 2008 is met jou de “Overeenkomst van Opdracht”aangegaan met een looptijd van één jaar die steeds stilzwijgend met een jaar is verlengd. [… .]

Deze “Overeenkomst van Opdracht” is derhalve nog steeds van toepassing [… .]

Dit houdt in dat ik blijf bij mijn schrijven van 27 april 2012 [… .]

2.9 [Eiser] heeft na 1 juli 2012 geen werkzaamheden meer verricht voor Bruggerbosch. [Eiser] werkt voor meerdere opdrachtgevers.

3. geschil

3.1 [Eiser] vordert Bruggerbosch te veroordelen binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis haar in de gelegenheid te stellen haar werkzaamheden bij Bruggerbosch uit te kunnen voeren, zulks op straffe van een op te leggen dwangsom. [Eiser] vordert voorts Bruggerbosch te veroordelen tot betaling van het aan haar toekomende honorarium vanaf 1 juli 2012, zulks zolang de overeenkomst voortduurt. [Eiser] legt aan haar vordering de hiervoor opgenomen vaststaande feiten ten grondslag. [Eiser] stelt voorts dat Bruggerbosch een beroep op artikel 1 lid 4 van de Overeenkomst niet toekomt nu de bedoelingen van partijen bij de totstandkoming van de Overeenkomst daaraan in de weg staat. Bij de uitleg van de tussen partijen overeengekomen Overeenkomst gaat het om de bedoeling van partijen die afgeleid kan worden uit welke betekenis zij over en weer in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en uit hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij het verlengen van de Overeenkomst hebben partijen telkens uitdrukkelijk de intentie uitgesproken dat zij zich voor de duur van één jaar aan elkaar zouden binden. Partijen hebben daarmee willen bewerkstelligen, althans heeft [eiser] uit de verklaringen en gedragingen van Bruggerbosch, meer in het bijzonder [B], mogen verwachten, dat de Overeenkomst niet tussentijds zou kunnen worden opgezegd. [Eiser] verwijst naar de door haar in het geding gebrachte verklaring van [B] d.d. 12 juli 2012 waarin door hem gerefereerd wordt aan de bestendigheid van de relatie.

[Eiser] is voorts van mening dat Bruggerbosch in feite de Overeenkomst niet opzegt, maar eenzijdig wijzigt. [Eiser] verwijst naar de inhoud van de opzeggingsbrief van 27 april 2012.

3.2 Bruggerbosch stelt zich primair op het standpunt dat zij door [eiser] rauwelijks in rechte is betrokken, dat de inleidende dagvaarding op grond van hetgeen onder 1.2 is omschreven, nietig moet worden verklaard en dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor beslechting in kort geding.

Subsidiair concludeert Bruggerbosch tot afwijzing van de vordering. Zij voert daartoe aan dat zij geheel in overeenstemming met artikel 1 lid 4 van de Overeenkomst, als ook met artikel 7:408 lid 1 BW, bij schrijven van 27 april 2012 heeft opgezegd. In de Overeenkomst is ondubbelzinnig opgenomen dat ieder der partijen de overeenkomst schriftelijk kan opzeggen met een opzegtermijn van twee kalendermaanden. Bruggerbosch verwijst naar een door haar in het geding gebrachte schriftelijke verklaring van [B] d.d. 13 juli 2012 waarin hij verklaart dat: “het onderliggende contract bleef steeds de basis voor de werkrelatie”. Nu de Overeenkomst op dit punt duidelijk is komt men aan het zgn. Haviltex-criterium niet toe.

4. beoordeling

4.1 Het beroep op de nietigheid van het exploit van dagvaarden zal door de kantonrechter worden verworpen. Bruggerbosch is in rechte verschenen en het gebrek in de dagvaarding heeft naar het oordeel van de kantonrechter haar niet onredelijk in haar belangen geschaad.

4.2 Vooropgesteld wordt dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn. In dat kader overweegt de kantonrechter dat de over en weer door partijen aangedragen feiten en omstandigheden in zoverre duidelijk zijn dat hij zich in staat acht zonder nadere bewijsvoering een voorlopig oordeel over de onderhavige rechtsvraag te geven. In zoverre leent de onderhavige kwestie zich voor beslechting in kort geding.

4.3 Blijkens artikel 7:408 BW kan Bruggerbosch te allen tijde de overeenkomst van opdracht opzeggen, daarbij maakt het geen verschil of het een opdracht voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd is. Uitgangspunt van de regeling is dus de bevoegdheid van de opdrachtgever de overeenkomst op te zeggen. In het onderhavige geval is de eerste overeenkomst van opdracht begin 2008 schriftelijk voor de duur van één jaar aangegaan, waarbij partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat de overeenkomst door ieder der partijen schriftelijk kan worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalendermaanden. De overeenkomst is vervolgens door partijen steeds na ommekomst van één jaar verlengd, laatstelijk op 31 januari 2012 voor de periode 1 februari 2012 tot en met 31 januari 2013.

4.4 Partijen zijn het er over eens dat de bepalingen in de in maart 2008 gesloten overeenkomst steeds de basis zijn geweest voor alle verlengde overeenkomsten van opdracht. De opzeggingbepaling 1.4 is dan ook onderdeel blijven uitmaken van de in de loop der jaren gesloten overeenkomsten van opdracht. Op grond van deze bepaling in samenhang bezien met artikel 7:408 lid 1 BW stond het Bruggerbosch vrij, gelijk zij heeft gedaan, de overeenkomst van opdracht, met in achtneming van een opzegtermijn van twee maanden op te zeggen. Eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en de inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval weliswaar meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende opzeggingsgrond bestaat. Nu [eiser] niet van een lopend project (onderhanden werk) is afgehaald en niet afhankelijk is van alleen Bruggerbosch als opdrachtgever komt deze in de jurisprudentie beperkende werking van de opzeggingsbevoegdheid naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet aan de orde.

4.5 De kantonrechter laat in het midden of [eiser] door de beëindiging van de overeenkomst van opdracht door Bruggerbosch, aanspraak zou kunnen maken op schadevergoeding.

4.6 [Eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Gelet op deze proceskostenveroordeling behoeft het verweer van Bruggerbosch dat zij rauwelijks is gedagvaard geen bespreking.

5. rechtdoende

5.1 Wijst de vordering af.

5.2 Veroordeelt [eiser] in de kosten van dit geding tot op heden aan de zijde van Bruggerbosch gevallen en begroot op € 400,00 aan gemachtigdesalaris.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juli 2012 in aanwezigheid van de griffier.