Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX2869

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
17-07-2012
Datum publicatie
27-07-2012
Zaaknummer
128377 / KG ZA 12-85
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opschorting executie kantonrechter vonnis. Vaststellingsovereenkomst gesloten na vonnis. Niet aannemelijk dat vonnis onder reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst valt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 128377 / KG ZA 12-85

datum vonnis: 17 juli 2012

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Trend Wheels B.V.,

gevestigd te Oldenzaal,

eiseres,

verder te noemen: Trend Wheels

advocaat mr. H.G.M. van Zutphen te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

gemachtigde mr. C.M.J. Ruijters te Deventer (FNV Bondgenoten).

1. Het procesverloop

1.1. Trend Wheels heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. Op 10 mei 2012 heeft [gedaagde] een achttal producties aan de rechtbank en de wederpartij toegezonden.

1.2. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 14 mei 2012. Daarbij waren aanwezig [S] en [M] (namens Trend Wheels), vergezeld door mr. van Zutphen en [gedaagde], vergezeld door mr. Ruijters. Tijdens deze zitting zijn de standpunten door beide partijen toegelicht door middel van pleitnota’s (met producties). De voorzieningenrechter heeft de zaak vervolgens aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg te treden.

1.3. Op 2 juli 2012 heeft Trend Wheels een viertal producties aan de rechtbank en de wederpartij toegezonden. De voortzetting van de zitting vond plaats op 3 juli 2012. Daarbij waren aanwezig [S], vergezeld door mr. van Zutphen en [gedaagde], vergezeld door mr. Ruijters. De standpunten zijn nader toegelicht, door mr. Van Zutphen door middel van een pleitnota. Door [gedaagde] is een productie overgelegd.

1.4. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De vaststaande feiten

2.1. Trend Wheels is een bedrijf dat zich richt op de verkoop van autobanden en velgen. [Gedaagde] is op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam geweest bij Trend Wheels.

2.2. Tussen Trend Wheels en [gedaagde] is op een gegeven moment, in het kader van de arbeidsrelatie, een geschil ontstaan. [Gedaagde] heeft Trend Wheels op 21 september 2011 voor de kantonrechter van deze rechtbank gedagvaard.

2.3. De kantonrechter heeft op 10 oktober 2011 een vonnis gewezen. Het dictum van dat vonnis luidt, voor zover voor dit executiegeschil van belang, als volgt:

“Veroordeelt Trend Wheels om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen:

- een bedrag van € 1.500,00 netto verschuldigd wegens loon per maand, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW tot een maximum van 10%, te rekenen vanaf 1 augustus 2011 tot de datum van rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

- een bedrag van € 1.440,00 netto verschuldigd wegens vakantietoeslag;

- een bedrag van € 144,00 verschuldigd wegens wettelijke verhoging van de gevorderde vakantietoeslag

- de wettelijke rente over alle hiervoor gevorderde bedragen vanaf de dag dat die bedragen verschuldigd zijn.

Veroordeelt Trend Wheels om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis [gedaagde] in het bezit te stellen van:

1. de schriftelijke arbeidsovereenkomst;

2. alle salarisspecificaties vanaf 1 mei 2010 met uitzondering van die specificaties welke ter zitting in het geding zijn gebracht;

3. de jaaropgave 2011,

zulks op straffe van een dwangsom van € 25,00 per onderdeel en per dag voor elke dag dat Trend Wheels nalaat aan die veroordeling te voldoen met een maximum van € 1.000,00 per onderdeel.”

2.4. Op 19 januari 2012 hebben Trend Wheels en [gedaagde] een vaststellingsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst bepaalt het navolgende:

“Overeenkomst tegen finale kwijting tussen Trend Wheels B.V. en [gedaagde] (12-09-’85)

[Gedaagde] krijgt van Trend Wheels B.V. € 5000,- (vijf-duizend-euro)

Dit bedrag wordt in termijnen aan [gedaagde] betaald voor 30-04-2012.

Dit bedrag wordt ook alleen betaald mits de boven woning aan de [adres] waar [gedaagde] woonde in de staat wordt opgeleverd als gekregen destijds. Met uitzondering van het keukenblok.

[Gedaagde] heeft blanke stellingen in het pand staan van Trend Wheels B.V. aan de (overeen gekomen welke, tussen [gedaagde] en [S ])

Deze blanke stellingen blijven nog in het pand staan tot 30-04-2012.

De bovenwoning aan de [adres] wordt per direct opgeleverd

Er zal een opleveringsrapport gemaakt worden.

[Gedaagde] is vrijwillig uit loondienstverband getreden per 31-12-2011”

3. De standpunten van partijen

3.1. Trend Wheels vordert samengevat - schorsing van de executie van het vonnis van de kantonrechter van 10 oktober 2011, totdat er duidelijkheid bestaat omtrent de minnelijke regeling die partijen met elkaar hebben gesloten en waarvan partijen onderling de overeenkomst van 19 januari 2012 hebben opgesteld, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00 voor iedere overtreding van voornoemd verbod c.q. bevel en

€ 5.000,00 per dag dat deze overtreding voortduurt. Daarnaast heeft Trend Wheels gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten van dit geding, vermeerderd met de wettelijke rente indien betaling van de proceskostenveroordeling niet binnen twee dagen na betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden.

3.2. Trend Wheels voert daartoe aan dat zij heeft voldaan aan de veroordelingen in het vonnis van 10 oktober 2011. Enkel over de boetes, de wettelijke verhogingen en de wettelijke rente bestond tussen partijen nog discussie. Trend Wheels stelt dat partijen met de regeling van 19 januari 2012 deze discussie, en andere tussen partijen bestaande geschilpunten hebben geregeld tegen finale kwijting. Desondanks leidt Trend Wheels uit correspondentie van [gedaagde] af dat deze wenst over te gaan tot executie van het vonnis van 10 oktober 2011, reden waarom Trend Wheels vordert de executie op te schorten.

3.3. [Gedaagde] heeft zich primair op het standpunt gesteld dat Trend Wheels in haar verzoek niet ontvankelijk dient te worden verklaard, wegens het ontbreken van een spoedeisend belang van haar vordering. Inhoudelijk brengt [gedaagde] tegen de vordering van Trend Wheels in dat Trend Wheels het vonnis van 10 oktober 2011 niet (geheel) is nagekomen. Niet alleen zijn de wettelijke verhogingen, de proceskosten en een restant vakantietoeslag onbetaald gebleven, ook zijn de salarisspecificaties, de jaaropgave 2011 en de schriftelijke arbeidsovereenkomst door Trend Wheels niet aan [gedaagde] overhandigd. Daardoor is Trend Wheels de (maximale) dwangsom van in totaal € 3.000,00 verschuldigd. De vaststellingsovereenkomst van 19 januari 2012 ziet niet op de uit het vonnis voortvloeiende resterende verplichtingen, maar enkel op de oplevering van de woning aan de [adres], de aan [gedaagde] toebehorende blanke stellingen die zich nog in het bedrijfspand bevonden en de betaling tegen finale kwijting van het restantbedrag van de lening ter hoogte van € 5.000,00.

4. De beoordeling

4.1. Nu Trend Wheels heeft gesteld dat zij uit correspondentie van [gedaagde] heeft afgeleid dat deze wenst over te gaan tot executie van het vonnis van 31 oktober 2011, is het spoedeisend belang van Trend Wheels bij schorsing van de executie van bedoeld vonnis, zoals door haar gevorderd, gegeven.

4.2. Ten aanzien van de stelling van Trend Wheels dat zij heeft voldaan aan het vonnis van 10 oktober 2011 overweegt de voorzieningenrechter als volgt. [Gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat Trend Wheels aan het vonnis heeft voldaan en betoogd dat, naast de wettelijke verhogingen, de proceskosten en de vakantietoeslag, de salarisspecificaties, de jaaropgave 2011 en de schriftelijke arbeidsovereenkomst niet zijn overgelegd, waardoor Trend Wheels in beginsel de dwangsom van in totaal € 3.000,00 verschuldigd is. Trend Wheels heeft nagelaten haar stelling, gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde], nader te onderbouwen, zodat de voorzieningenrechter er vanuit gaat dat Trend Wheels niet (volledig) aan het vonnis van 10 oktober 2011 heeft voldaan.

4.2. In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant - mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Hiervan kan sprake zijn indien het te executeren vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust of indien na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten een noodtoestand doen ontstaan voor eiser, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet aanvaardbaar is. Trend Wheels heeft in dit kader betoogd dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten waarmee [gedaagde] – impliciet - afstand heeft gedaan van haar recht om het vonnis van 10 oktober 2011 ten uitvoer te leggen. [Gedaagde] betwist dat het vonnis onder de reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst valt.

4.3. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Beoordeeld dient te worden of aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zou komen dat het vonnis van

10 oktober 2011 onderdeel uitmaakt van de afspraken zoals vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst. De voorzieningenrechter acht zulks niet aannemelijk om de navolgende redenen. Uit de tekst van de vaststellingsovereenkomst blijkt niet dat partijen het vonnis bij de vaststellingsovereenkomst hebben willen betrekken, terwijl andere geschilpunten juist wel uitdrukkelijk in de overeenkomst worden genoemd. Daarnaast heeft [gedaagde] gemotiveerd betwist dat het vonnis van 10 oktober 2011 onder de reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst valt. In het licht van deze gemotiveerde betwisting heeft Trend Wheels onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen die een andere conclusie aannemelijk maken. De voorzieningenrechter zal er in dit kort geding, dat zich naar haar aard niet leent voor bewijsopdrachten, dan ook vanuit gaan dat het vonnis van

10 oktober 2011 niet onder de reikwijdte van de vaststellingsovereenkomst van

19 januari 2012 valt.

4.5. Gelet op vorenstaande en nu door Trend Wheels voor het overige geen gronden voor de schorsing van de executie van het vonnis van 10 oktober 2011 zijn aangevoerd, zal de voorzieningenrechter de vordering van Trend Wheels afwijzen.

4.6. Trend Wheels zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op:

- griffierecht € 267,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.083,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst de vordering van Trend Wheels af;

II. veroordeelt Trend Wheels in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.083,00.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juli 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.