Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX2360

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-07-2012
Datum publicatie
23-07-2012
Zaaknummer
130223 / KG ZA 12-143
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afwijzing contact- en straatverbod.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/264
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 130223 / KG ZA 12-143

Vonnis in kort geding van 23 juli 2012

in de zaak van

1. [eiser 1]

wonende te [plaats],

2. [eiser 2]

wonende te [plaats],

eisers,

advocaat mr. T.L.V. de Jong te Almelo,

tegen

1. [gedaagde 1]

wonende te [plaats]

2. [gedaagde 2]

wonende te [plaats],

3. [gedaagde 3]

wonende te [plaats],

4. [gedaagde 4]

wonende te [plaats],

5. [gedaagde 5]

wonende te [plaats],

6. [gedaagde 6]

wonende te [plaats]

7. [gedaagde 7]

wonende te [plaats],

gedaagden,

advocaat mr. D. Greven te Almelo.

1. De procedure

1.1. Eisers hebben gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 16 juli 2012. Ter zitting zijn eisers verschenen, bijgestaan door mr. T.L.V. de Jong. Tevens zijn verschenen de gedaagden 3, 4, 5 en 6, bijgestaan door mr. D. Greven. De standpunten van partijen zijn toegelicht aan de hand van pleitnota’s en (van te voren aan de wederpartij en aan de voorzieningenrechter toegezonden) producties.

1.3. Ten slotte is vonnis gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1. Eisers wonen sinds 2008 aan de [adres] te [plaats]. Gedaagden 1 tot en met 4 zijn woonachtig aan de [adres], gedaagden 5 tot en met 7 komen er regelmatig op familiebezoek. Op 26 september 2011 heeft eiser 1 en op 29 september 2011 heeft eiser 2 aangifte gedaan tegen gedaagden wegens belediging en bedreiging. Op 31 mei 2012 heeft eiser 1 wederom aangifte tegen gedaagden gedaan, dit maal wegens belediging, bedreiging en discriminatie. Op 9 juli 2012 dienden de strafzaken tegen de gedaagden 3 tot en met 7. Gedaagden 3 en 5 zijn door de politierechter vrijgesproken. Gedaagden 4 en 7 zijn veroordeeld tot een geldboete wegens enkelvoudige belediging. Gedaagde 6 is veroordeeld wegens bedreiging. Hoger beroep is (nog) niet ingesteld

3. Het geschil

3.1. Eisers vorderen samengevat - een straat- en contactverbod voor de duur van twee jaar, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- voor elke dag of gedeelte van de dag dat het verbod wordt overtreden en met machtiging van eisers om ten behoeve van de uitvoering van het te wijzen vonnis de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen, met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

3.2. Eisers stellen daartoe dat zij sinds september 2011 stelselmatig door gedaagden zijn beledigd, bedreigd en gediscrimineerd. De beledigingen zijn gericht tegen de seksuele geaardheid van eisers. Eisers stellen meer in het bijzonder dat:

- gedaagde 2 op 23 september 2011 heeft gezegd: ‘wie het laatst lacht, lacht het best’.

- gedaagden 5 en 6 hen op 23 september 2011 met de dood hebben bedreigd met de woorden: ‘het licht werd ons uitgemaakt, er wordt met de homo’s en (buurvrouw) [X] wel afgerekend’.

- gedaagde 4 op 23 september 2011 heeft geschreeuwd dat zij de banden van de auto’s lek zou steken en dat eisers‘vieze homo’s’ zijn. Daarnaast heeft gedaagde de zus van eiser 1 geslagen.

- gedaagde 5 op 23 september 2011 op eisers voordeur heeft geramd en tegen hen heeft geschreeuwd ‘waar zijn jullie mee bezig’.

- gedaagde 6 op 23 september 2011 tegen de politie heeft geschreeuwd dat als de politie gedaagde 4 niet binnen een half uur vrij zouden laten, gedaagden met de kraan bij eisers door de voordeur zouden rijden.

- gedaagde 5 op 24 september 2011 telefonsich aan buurvrouw [Y] heeft meegedeeld dat ‘men zich niet met ons moest bemoeien en wanneer men wel naar het buurtfeestje ging er wel met ons werd afgerekend’.

- gedaagde 1 op 31 december 2011 langs de woning van eisers liep en schreeuwde ‘dit is een homobuurt en de homo’s moeten oprotten uit de straat’.

- gedaagde 3 op 1 januari 2012 met zijn bus kwam aanrijden, stopte en tegen eiser 1 zei: ‘vieze homo je gaat eraan’.

- gedaagde 3 op 13 januari 2012 tegen eiser 1 heeft gezegd: ‘zo homo ben je er weer’ en dat gedaagde 1 heeft gezegd: ‘oh die homo is er ook weer’.

- gedaagde 4 eiser 1 op 26 mei 2012 heeft uitgescholden voor ‘vieze homo’.

- gedaagde 1 op 17, 18 en 19 mei 2012 heeft gezegd ‘het is hier een homobuurt en die homo’s moeten worden aangepakt’.

- gedaagde 3 op 2 juni 2012 in de richting van eiser 1 schreeuwde: ‘vieze kuthomo’s jullie gaan eraan’.

- gedaagden 1 en 7 hebben op 2 juni 2012 gezegd: ‘kuthomo’s jullie gaan eraan’, ‘kontebonkers’, ‘kiek ze bang wezen ze vluchten voor ons weg’ en gedaagde 7:‘kom maar naar buiten dan reken ik wel met jullie af’.

Gelet hierop stellen eisers spoedeisend belang bij het gevorderde straat- en contactverbod te hebben. Zij voelen zich niet meer veilig in hun woonomgeving en vrezen dat gedaagden de beledigingen, bedreigingen en treiterijen zullen voortzetten en dat gedaagden de daad bij het woord zullen voegen.

3.3. Gedaagden verweren zich en concluderen tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van eisers in de proceskosten. Samengevat weergegeven betwisten gedaagden primair dat sprake is van een spoedeisend belang. Gedaagden stellen voorts dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat er in hoge mate sprake is van feiten en omstandigheden die het opleggen van het gevraagde verbod rechtvaardigen. In dat kader wijzen zij erop dat slechts drie gedaagden zijn veroordeeld voor een klein deel van het tenlastegelegde, namelijk belediging en één bedreiging. Voor het overige betwisten gedaagden dat zij beledigingen of bedreigingen hebben geuit of dat zij eisers hebben gediscrimineerd. Voorts stellen gedaagden (met voorbeelden onderbouwd) dat er ernstige twijfels geplaatst kunnen worden bij hetgeen eisers stellen omtrent de feiten en omstandigheden en dat hetgeen in de aangiftes van eisers is vermeld in strijd is met de waarheid.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Voorshands moet ervan worden uitgegaan dat de onderlinge verhoudingen tussen partijen ernstig zijn verstoord. Partijen lijken niet meer in staat om op een behoorlijke manier te communiceren, hetgeen tot escalaties leidt. Daarmee is het spoedeisend belang bij het gevorderde reeds gegeven. De voorzieningenrechter zal overgaan tot de materiële beoordeling.

4.2. Een straatverbod en, als afgeleide daarvan, een contactverbod vormt een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te bewegen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen.

4.3. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter hebben eisers thans (nog) onvoldoende aannemelijk gemaakt dat gedaagden op een dusdanige stelselmatige en ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt hebben op hun persoonlijke levenssfeer dat het opleggen van een contact- en/of straatverbod is gerechtvaardigd. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.4. Gedaagden hebben de stellingen van eisers gemotiveerd betwist. Zo hebben gedaagden er, onder meer onder verwijzing naar een als productie ingebracht urenbriefje, op gewezen dat gedaagde 2 aan het werk was op het moment dat zij volgens de aangifte van eisers een confrontatie met eisers zou hebben gehad op 23 september 2011. Ook betwisten gedaagden aan de hand van een overgelegde uitdraai van de bus dat gedaagde 3 op 1 januari 2012 vanuit zijn bus onwelvoegelijke taal naar eisers zou hebben geroepen. Gedaagde stelt dat hij die dag ziek was en bij zijn vriendin elders verbleef. Eisers voeren daartegen dan weer ondermeer aan dat het urenbriefje wellicht gemanipuleerd is en dat een kilometerregistratie als de onderhavige niet redengevend is nu gedaagde die registratie zelf bijhoudt. De voorzieningenrechter overweegt dat hij onvoldoende onderbouwing aantreft om te kunnen oordelen of de ene dan wel de andere partij gelijk heeft waar het gaat om de genoemde incidenten.

4.6. Het hiervoor gestelde betekent niet dat geen van de in de aangiftes vermelde incidenten heeft plaatsgevonden. Dit volgt reeds uit de omstandigheid dat gedaagden 4 en 7 zijn veroordeeld wegens beledigingen geuit op 23 september 2011 en 2 juni 2012 en gedaagde 6 voor een bedreiging die heeft plaatsgevonden op 23 september 2011. Ook de omstandigheid dat de burgemeester van Twenterand een mediationtraject tussen partijen op kosten van de gemeente heeft aangeboden, vormt een aanwijzing dat er wel degelijk iets speelt tussen partijen. Het gaat bij de beoordeling van een vordering tot een straatverbod of contactverbod echter mede om de hevigheid en de stelselmatigheid van de bejegeningen. Die elementen kunnen, nu tegen de aangiften van eisers grotendeels ontkenningen van gedaagden staan, in dit kort geding niet worden getoetst, bijvoorbeeld aan de hand van verklaringen van buren of derden die volgens eisers getuigen waren van de incidenten of aan de hand van naar aanleiding van incidenten opgestelde politierapporten of meldingsrapporten. Gelet daarop kan er thans niet van worden uitgegaan dat sprake is van zodanig stelselmatige en hevige beledigingen en bedreigingen van eisers dat op die grond gedaagden door een straat- of contactverbod op straffe van dwangsommen moeten worden beperkt.

4.7. Ten slotte overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Te begrijpen valt dat eisers zich beledigd voelen als zij door gedaagden op hun seksuele geaardheid worden aangesproken en uitgescholden. Dat is immers onaanvaardbaar en kan leiden tot strafvervolging, zoals gedaagden inmiddels aan den lijve hebben ondervonden. Dat neemt niet weg dat uit het verhandelde ter zitting aan de voorzieningenrechter is gebleken dat de kern van het geschil een burenruzie is over het niet verstrekken van een door eisers aan gedaagde 1 beloofde vleesschotel in ruil voor het mogen stallen van de paarden van eisers op de grond van gedaagden, en derhalve niet primair de seksuele geaardheid van eisers. Zoals de voorzieningenrechter ook ter zitting al heeft aangegeven zijn beide partijen gebaat bij rust en zou dit kunnen worden bewerkstelligd als partijen elkaar waar mogelijk negeren. Gedaagden zullen zich moeten realiseren dat het ook in de toekomst beledigen en/of bedreigen van eisers opnieuw tot gerechtelijke procedures zou kunnen leiden.

4.8. Ten overvloede wijst de voorzieningenrechter er nogmaals op dat het afwijzen van de gevorderde verboden niet een oordeel inhoudt over wie van beide partijen de andere partij (in min of meerdere mate) heeft lastiggevallen. Binnen deze procedure kan daarover geen duidelijkheid worden verkregen.

4.9. Gelet op de bijzondere aspecten van deze zaak en de wetenschap dat gedaagden zich blijkens de vonnissen van de politierechter in ieder geval enkele malen onjuist jegens eisers hebben gedragen, acht de voorzieningenrechter het juist om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

I. wijst de vorderingen af,

II. compenseert de proceskosten zodanig dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2012 in aanwezigheid van de griffier.?