Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX2351

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-07-2012
Datum publicatie
23-07-2012
Zaaknummer
08/996010-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het feitelijk leiding/opdracht geven aan bedrieglijke bankbreuk door twee rechtspersonen. Vrijspraak volgt voor deelneming aan een criminele organisatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Almelo

Sector strafrecht

Parketnummer: 08/996010-11

Datum vonnis: 23 juli 2012

Vonnis (promis) op tegenspraak (promis) van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[Verdachte],

geboren [1970] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats] ([land], [adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 juli 2012. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Bollen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. A.C. Huisman, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 25 november 2008 tot en met 20 september 2009 samen met anderen bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd doordat hij in het (zicht van het) faillissement van [F BV] goederen aan de boedel heeft onttrokken, baten niet heeft verantwoord, inventaris/voorraden/auto’s beneden de waarde heeft vervreemd en/of niet heeft voldaan aan de administratieplicht,

dan wel dat [F BV] bovenstaande gedragingen heeft gepleegd, terwijl verdachte mede daaraan feitelijk leiding of daartoe opdracht heeft gegeven.

Feit 2: in de periode van 1 november 2009 tot en met 5 juli 2011 samen met anderen bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd doordat hij in het (zicht van het) faillissement van Speed Trans BV goederen aan de boedel heeft ontrokken en/of niet heeft voldaan aan de administratieplicht,

dan wel dat Speed Trans BV bovenstaande gedragingen heeft gepleegd, terwijl verdachte mede daaraan feitelijk leiding of daartoe opdracht heeft gegeven.

Feit 3: in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 5 juli 2011 deel heeft genomen aan een criminele organisatie.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 25 november 2008

tot en met 20 september 2009, in ieder geval in de periode van 25 november

2008 tot en met 05 juli 2011 in de gemeente(n) Wierden en/of Apeldoorn en/of

Haaren en/of Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met

[W] en/of met [F BV] en/of met één of meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl [F BV] bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 15 mei 2009, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van diens ([F BV]) schuldeiser(s):

a. lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

b. ter gelegenheid van het faillissement van [F BV] of op een

tijdstip waarop verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat het

faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van de schuldeisers van

[F BV] op enige wijze heeft/hebben bevoordeeld, en/of

c. enig goed, te weten inventaris en/of voorraden en/of één of meer auto's,

hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft vervreemd,

en/of

d. niet heeft voldaan aan de op hem/haar rustende verplichtingen ten opzichte

van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de

boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) -ondermeer-:

-goederen (waaronder inventaris en/of voorraden sanitair en/of 4, althans één

of meer auto's) bij/van [F BV] weggevoerd en/of doen wegvoeren

en/of verkocht en/of (doen) verkopen zonder de opbrengst te (doen)

verantwoorden, en/of

-één of meer geldbedrag(en) (EUR 23.800 en/of EUR 1.701 en/of EUR 1.071 en/of

EUR 4.760 en/of EUR 1.190) -onverplicht, althans zonder (adequate)

tegenprestatie- gestort/overgemaakt en/of doen storten/overmaken op een

bankrekening van [D], en/of

-één of meer geldbedragen (EUR 229 en/of EUR 623 en/of EUR 297) door

debiteuren van [F BV] doen storten/overmaken op een bankrekening

van Innervation Beheer BV,

en/of (aldus) dit/deze goed(eren) en/of geldbedrag(en) buiten de

(faillissements)boedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of

uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of

doen houden, en/of

-administratie (van [F BV]) niet bewaard en/of (doen) bewaren

en/of niet tevoorschijn gebracht en/of te (doen) brengen (ten behoeve van de

curator);

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1°, 2° en 4° Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

[F BV] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van

25 november 2008 tot en met 20 september 2009, in ieder geval in de periode

van 25 november 2008 tot en met 05 juli 2011 in de gemeente(n) Wierden en/of

Haaren en/of Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met

één of meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl

zij ([F BV]) bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te

's-Hertogenbosch van 15 mei 2009, in staat van faillissement is verklaard,

(telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s):

a. lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

b. ter gelegenheid van haar faillissement of op een tijdstip waarop [F BV] en/of haar mededader(s) en/of verdachte wist(en) dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van de schuldeisers van [F BV] op enige wijze heeft/hebben bevoordeeld, en/of

c. enig goed, te weten inventaris en/of voorraden en/of auto's, hetzij om

niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft vervreemd, en/of

d. niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van

het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de

boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben [F BV] en/of haar mededader(s) -ondermeer-:

-goederen (waaronder inventaris en/of voorraden sanitair en/of 4, althans één

of meer auto's) naar elders weggevoerd en/of doen wegvoeren en/of verkocht

en/of doen verkopen zonder de opbrengst te verantwoorden, en/of

-één of meer geldbedragen (EUR 23.800 en/of EUR 1.701 en/of EUR 1.071 en/of

EUR 4.760 en/of EUR 1.190) -onverplicht, althans zonder adequate

tegenprestatie- gestort/overgemaakt en/of doen storten/overmaken op een

bankrekening van [D], en/of

-één of meer geldbedragen (EUR 229 en/of EUR 623 en/of EUR 297) door

debiteuren van [F BV] doen storten/overmaken op een bankrekening

van Innervation Beheer BV

en/of (aldus) dit/deze goed(eren) en/of geldbedrag(en) buiten de

faillissements)boedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of

uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of

doen houden, en/of

-administratie (van [F BV]) niet bewaard en/of (doen) bewaren

en/of niet tevoorschijn gebracht en/of te (doen) brengen (ten behoeve van de

curator),

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al dan

niet tezamen met [W] en/of met een ander of anderen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met [W] en/of met een ander of anderen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° t/m 4° jo 51 Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2009

tot en met 05 juli 2011 in de gemeente(n) Wierden en/of Apeldoorn en/of Almelo

en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [W] en/of met Speed Trans BV en/of met één of meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl Speed Trans BV bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 09 juni 2010, in staat van faillissement was verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiser(s):

a. lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

b. ter gelegenheid van het faillissement van Speed Trans BV of op een tijdstip

waarop verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat het faillissement niet

kon worden voorkomen, één of meer van de schuldeisers van Speed Trans BV op

enige wijze heeft/hebben bevoordeeld, en/of

c. enig goed, hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft

vervreemd,

d. niet heeft voldaan aan de op hem/haar rustende verplichtingen ten opzichte

van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de

boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

-één of meer geldbedragen (EUR 25.000 en/of EUR 7.000) gestort/overgeboekt

en/of doen storten/overboeken op een bankrekening van [D] en/of (aldus) buiten de (faillissements)boedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden, en/of

-administratie (van Speed Trans BV) niet bewaard en/of (doen) bewaren en/of

tevoorschijn gebracht en/of te (doen) brengen (ten behoeve van de curator);

art 341 ahf/ond a ahf/sub 2°, 3° en 4° Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

Speed Trans BV op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01

november 2009 tot en met 05 juli 2011 in de gemeente Almelo en/of (elders) in

Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer (andere) natuurlijke en/of

rechtspersonen, althans alleen, terwijl zij bij vonnis van de

Arrondissementsrechtbank te Almelo van 09 juni 2010, in staat van

faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van

haar (Speed Trans BV) schuldeiser(s):

a. lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

b. ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop deze BV

en/of haar mededader(s) wist(en) dat het faillissement niet kon worden

voorkomen, één of meer van haar schuldeisers op enige wijze heeft/hebben

bevoordeeld, en/of

c. enig goed, hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft

vervreemd,

d. niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van

het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de

boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben Speed Trans BV en/of haar mededader(s):

-één of meer geldbedragen (EUR 25.000 en/of EUR 7.000) gestort/overgeboekt

en/of doen storten/overboeken op een bankrekening van [D] en/of (aldus) buiten de (faillissements)boedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden, en/of

-administratie (van Speed Trans BV niet bewaard en/of (doen) bewaren en/of

tevoorschijn gebracht en/of te (doen) brengen (ten behoeve van de curator),

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al dan

niet tezamen met [W] en/of met een ander of anderen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met [W] en/of met een ander of anderen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° t/m 4° jo 51 Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2008 tot en met 05 juli 2011 in

de gemeente(n) Wierden en/of Apeldoorn en/of (elders) in Nederland, heeft

deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit verdachte en/of [W] en/of [L] en/of [P] en/of [T] en/of [D] en/of S.A. Bedrijfsadvisering BV en/of [BVC Holding BV] en/of Emon BV en/of (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder (voor)namelijk:

-valsheid in geschrift (artikel 225 Wetboek van Strafrecht),

-verduistering (artikel 321 Wetboek van Strafrecht),

-oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht),

-flessentrekkerij (artikel 326a Wetboek van Strafrecht),

-bedrieglijke bankbreuk (artikel 341/343 Wetboek van Strafrecht),

-(gewoonte) witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht),

-fiscale delicten (artikel 69 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen);

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de feiten 1, 2 en 3 bewezen worden verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf met aftrek van het voorarrest.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1 De feiten die niet ter discussie staan

De rechtbank constateert dat de onderstaande feiten bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet ter discussie hebben gestaan.

Medeverdachte [W] heeft op 25 november 2008 – direct en indirect, via [D] – de aandelen van [F BV] (hierna: [F BV) overgenomen van [F], voor een bedrag van € 1,--.

Op 15 mei 2009 is [F BV] door de rechtbank Den Bosch in staat van faillissement verklaard.

Medeverdachte [W] heeft op 30 november 2009 – direct en indirect, via [D] – de aandelen van Speed Trans BV overgenomen van de heer B. Koerssen, voor een bedrag van € 1,--.

Op 9 juni 2009 is Speed Trans BV door de rechtbank Almelo in staat van faillissement verklaard.

Verdachte is betrokken geweest bij de bemiddeling en de overdracht van de aandelen van [F BV] en van Speed Trans BV aan [D] en [W]. Voorts heeft verdachte met betrekking tot de overname voornoemde firma’s contact gehad met de medeverdachte [W].

5.2 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ten aanzien van de feiten 1 en 2 gesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de bedrieglijke bankbreuk van de genoemde firma’s. Ten aanzien van de firma [F BV] zouden de getuigen [T], [F], [F] en de medeverdachte [W] daarover belastend hebben verklaard.

Ten aanzien van de firma Speedtrans BV verwijst de officier van justitie naar de verklaringen van de voormalig eigenaar [K] en de medeverdachte [W].

Verder blijkt uit de verklaringen van de medeverdachten [W] en [L] dat verdachte deel uit maakte van een criminele organisatie.

De raadsman heeft betoogd dat uit het dossier niet blijkt dat zijn cliënt een hoofdrol heeft gespeeld, maar hooguit een bijrol heeft gehad bij de in de tenlastelegging genoemde zaken. Er is naar de mening van de raadsman geen nauwe en bewuste samenwerking van zijn cliënt met anderen geweest. Voorts heeft de raadsman ten aanzien van feit 2 betoogd dat niet kan worden bewezen dat de betalingen zijn verricht van de rekening van Speed Trans BV. De betalingen zouden zijn betaald vanaf een rekening die op naam stond van [K Management BV].

Ook is er geen sprake van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband waardoor de deelname aan een criminele organisatie (feit 3) niet kan worden bewezen.

5.3 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair en feit 2 primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Met name kan niet worden bewezen dat verdachte de verweten gedragingen, die naar het oordeel van de rechtbank als handelingen van de rechtspersoon moeten worden aangemerkt, als persoon zou hebben medegepleegd.

De rechtbank is tevens van oordeel dat feit 3 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, omdat niet is gebleken dat sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband dat als oogmerk het plegen van misdrijven had.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte de feiten sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair heeft begaan en overweegt daartoe het volgende.

Ten aanzien van feit 1

Bij de overname van de aandelen van [F] waren zowel verdachte als de medeverdachte [W] betrokken.

Uit de aantekeningen van [F] en de verklaringen van medeverdachte [W] en getuige [T] leidt de rechtbank af dat verdachte na de overname van [F BV] toezicht heeft gehouden op de bedrijfsvoering van de BV.

Na die overname is sanitair vanuit de voorraad van [F BV] in een vrachtwagen naar de woning van medeverdachte [W] in [plaats] gebracht. Dit sanitair is door [W] doorverkocht aan derden zonder dat de opbrengst van die verkopen ten goede is gekomen aan [F BV]. Verdachte is betrokken geweest bij het verzamelen van sanitair voor de verkoop.

Verder heeft verdachte in opdracht van de medeverdachte [W] een factuur van [D] aan [F BV] ad € 71.400,-- (met als omschrijving ‘voorschotnota inzake nieuwe vestiging sanitairbedrijf’) afgegeven aan de voormalige eigenaresse van [F BV], [F]. In eerste instantie heeft [F] geweigerd om deze factuur te voldoen, maar op aandringen van verdachte heeft zij een deelbetaling van € 23.800,-- gedaan. Daarbij heeft zij aangegeven dat als gevolg van die aanbetaling leveranciers van [F BV] niet meer betaald konden worden. De rechtbank leidt uit het dossier af dat er geen sprake is geweest van een nieuwe vestiging van [F BV]. Door de deelbetaling van

€ 23.800,-- zijn de schuldeisers van [F BV] benadeeld.

De rechtbank leidt uit het dossier af dat verdachte bij en na de overname van [F BV] nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte [W]. Op basis van door hen gemaakte afspraken en een door hen overeengekomen taakverdeling hebben verdachte en [W] tezamen feitelijk leiding gegeven aan de strafbare gedragingen van [F BV].

Ten aanzien van feit 2

Verdachte is ook nauw betrokken geweest bij de overname van Speed Trans BV. De voormalig eigenaar [K] heeft verklaard dat hij op verzoek van verdachte een proef- en saldibalans heeft aangeleverd waarbij verdachte zou hebben gezegd dat hij deze balansen moest overleggen met [W].

Verdachte was volgens getuige [K] geïnteresseerd in betalingen van debiteuren aan Speed Trans BV, met name in het moment dat de bedragen waren bijgeboekt. Verdachte belde iedere dag als hij wist dat een bedrag overgemaakt zou worden. Hij gaf na bijboeking van het bedrag opdracht om het bedrag dat overbleef na aftrek van de lopende verplichtingen direct, als spoedopdracht, over te maken naar de rekening van [D]. Op deze wijze zijn twee geldbedragen ad € 7000,-- en € 25.000,-- in opdracht van verdachte aan de [D] overgemaakt.

De stelling van de raadsman dat deze betalingen hebben plaatsgevonden van een andere rekening – namelijk die van [K Management BV] – waardoor niet kan worden gezegd dat voornoemde geldbedragen tot het vermogen van Speed Trans BV hebben behoord, verwerpt de rechtbank en overweegt daartoe als volgt.

Uit het dossier blijkt dat de bankrekening van [K Management BV] door [K] is gebruikt als functionele rekening voor Speed Trans BV en dat via deze rekening op 4 december 2009 € 7000,= en op 7 december 2009 € 25.000,= is overboekt naar de bankrekening van [D]. Uit de aangifte van de curator Kuipers blijkt dat [K Management BV] tot en met 2009 de administratie van Speed Trans BV heeft bijgehouden. Voormalig eigenaar [K] heeft verklaard dat [K Management BV] factureerde voor Speed Trans BV en dat hij na de overname door [D] tot en met december 2009 de debiteuren- en crediteurenadministratie heeft bijgehouden. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat voornoemde bedragen tot het vermogen van Speed Trans BV hebben behoord.

De rechtbank leidt uit het dossier af dat verdachte bij en na de overname van Speed Trans BV nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte [W]. Op basis van door hen gemaakte afspraken en een door hen overeengekomen taakverdeling hebben verdachte en [W] tezamen feitelijk leiding gegeven aan de strafbare gedragingen van Speed Trans BV.

5.4 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair, sub 2 primair en sub 3 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

[F BV] in de periode van 25 november 2008 tot en met 20 september 2009 in Nederland, terwijl zij ([F BV]) bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 15 mei 2009 in staat van faillissement is verklaard, telkens ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers:

a. goederen aan de boedel heeft onttrokken,

immers heeft [F BV]:

- goederen (voorraden sanitair) naar elders weggevoerd en/of doen wegvoeren en verkocht zonder de opbrengst te verantwoorden, en

- een geldbedrag (EUR 23.800) overgemaakt en/of doen overmaken op een bankrekening van [D],

en aldus deze goederen en geldbedrag buiten de faillissementsboedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden,

tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte tezamen met [W] telkens opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen met [W] feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

Speed Trans BV in de periode van 01 november 2009 tot en met 05 juli 2011 in Nederland, terwijl zij bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 09 juni 2010 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar (Speed Trans BV) schuldeisers:

a. goederen aan de boedel heeft onttrokken,

immers heeft Speed Trans BV:

- geldbedragen (EUR 25.000 en EUR 7.000) overgeboekt en/of doen overboeken op een bankrekening van [D],

en aldus buiten de faillissementsboedel gebracht en/of doen brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden,

tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte tezamen met [W] telkens opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen met [W] feitelijke leiding heeft gegeven.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij 341 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair;

telkens het misdrijf: bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte, tot het feit opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich als tussenpersoon en vertegenwoordiger voor medeverdachte [W] bezig gehouden met de aankoop van twee rechtspersonen die in financiële problemen verkeerden. De aandeelhouder/bestuurder wilde van deze rechtspersonen af en kwam via verdachte in contact met de medeverdachte [W]. De overdracht van de aandelen vond plaats voor een symbolisch bedrag van € 1,--.

Na de overnames hebben onzakelijke onttrekkingen aan het vermogen van beide rechtspersonen plaatsgevonden, waardoor de schuldeisers van de rechtspersonen benadeeld zijn. Beide rechtspersonen zijn failliet verklaard.

Door zo te handelen heeft verdachte, samen met medeverdachte [W], de gemeenschap veel schade toegebracht. Het wettelijke systeem rond faillissementen is geweld aangedaan. Het vertrouwen in een goede en integere afwikkeling van faillissementen is geschonden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van de bewezen verklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de professionele opzet van het bewezenverklaarde;

- de grove wijze waarop het noodzakelijk vertrouwen in het handelsverkeer in het algemeen door verdachte is geschaad;

- het stelselmatige karakter van de bewezenverklaarde feiten;

- het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c en 57 Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 primair, sub 2 primair en sub 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair

telkens het misdrijf: bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte, tot het feit opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. A.A.J. Lemain en mr. G.G. Vermeulen, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2012.

Mr. Lemain is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.