Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX2350

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
23-07-2012
Datum publicatie
23-07-2012
Zaaknummer
08/996011-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het feitelijk leiding/opdracht geven aan bedrieglijke bankbreuk door twee rechtspersonen. Vrijspraak volgt voor deelneming aan een criminele organisatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Almelo

Sector strafrecht

Parketnummer: 08/996011-11

Datum vonnis: 23 juli 2012

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[Verdachte],

geboren op [1963] in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 juli 2012. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.W. Bollen en van hetgeen door de raadsvrouw mr. M.B.W.G. Beutener, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: in de periode van 1 november 2009 tot en met 18 januari 2011 samen met anderen bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd doordat hij in het (zicht van het) faillissement van Carming Groep BV goederen aan de boedel heeft onttrokken en/of niet heeft voldaan aan de administratieplicht,

dan wel dat Carming Groep BV bovenstaande gedragingen heeft gepleegd, terwijl verdachte mede daaraan feitelijk leiding of daartoe opdracht heeft gegeven.

Feit 2: in de periode van 1 november 2009 tot en met 23 december 2010 samen met anderen bedrieglijke bankbreuk heeft gepleegd doordat hij in het (zicht van het) faillissement van [C BV] goederen aan de boedel heeft ontrokken, schuldeisers heeft bevoordeeld en/of niet heeft voldaan aan de administratieplicht,

dan wel dat [C BV] bovenstaande gedragingen heeft gepleegd, terwijl verdachte mede daaraan feitelijk leiding of daartoe opdracht heeft gegeven.

Feit 3: verdachte in de periode van 1 oktober 2008 tot en met 5 juli 2011 deel heeft genomen aan een criminele organisatie.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2009

tot en met 18 januari 2011, in ieder geval in de periode van 01 november 2009

tot en met 05 juli 2011 in de gemeente(n) Zwolle en/of Wierden en/of Goes

en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [W]

en/of met Carming Groep BV (voorheen [C&P BV] /[CG BV] ) -verder te noemen Carming Groep BV- en/of met één of meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl Carming Groep BV bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van 05 oktober 2010, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van diens (Carming Groep BV) schuldeiser(s):

a. lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

b. ter gelegenheid van het faillissement van Carming Groep BV of op een

tijdstip waarop verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat het

faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer van de schuldeisers van

Carming Groep BV op enige wijze heeft/hebben bevoordeeld, en/of

c. enig goed, hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft

vervreemd, en/of

d. niet heeft voldaan aan de op hem/haar rustende verplichtingen ten opzichte

van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de

boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) -ondermeer-:

-een geldbedrag van ongeveer EUR 140.000 (=EUR 285.000-145.000) -onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie- gestort/overgemaakt en/of doen storten/overmaken aan Flushing Beheer BV en/of (vervolgens)

(door)gestort/overgemaakt en/of doen (door)storten/overmaken op de

bankrekening van [W] , en/of

-een geldbedrag van EUR 6.000 -onverplicht, althans zonder (adequate)

tegenprestatie- gestort/overgemaakt en/of te doen storten/overmaken op een

bankrekening van [D], en/of

-een geldbedrag van EUR 13.000 -onverplicht, althans zonder (adequate)

tegenprestatie- te storten/over te maken en/of te doen storten/overmaken op

een bankrekening van [P], en/of

een geldbedrag van EUR 5.000 -onverplicht, althans zonder (adequate) tegen-

prestatie- te storten/over te maken en/of te doen storten en/of overmaken op

een bankrekening van [W]

en/of (aldus) dit/deze geldbedrag(en) buiten de (faillissements)boedel

gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de

curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden, en/of

-administratie (van Carming Groep BV) niet bewaard en/of (doen) bewaren en/of

tevoorschijn gebracht en/of te (doen) brengen (ten behoeve van de curator);

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1°, 2° en 4° Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

Carming Groep BV (voorheen [C&P BV] /[CG BV] ) -verder te noemen Carming Groep BV- op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01

november 2009 tot en met 18 januari 2011, in ieder geval in de periode van 01

november 2009 tot en met 05 juli 2011 in de gemeente(n) Wierden en/of Goes

en/of Zwolle en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of

meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl

Carming Groep BV bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van 05 oktober 2010, in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke

verkorting van de rechten van haar (Carming Groep BV) schuldeiser(s):

a. lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

b. ter gelegenheid van het faillissement van Carming Groep BV of op een

tijdstip waarop deze BV en/of haar mededader(s) wist(en) dat het faillissement

niet kon worden voorkomen, één of meer van haar schuldeisers op enige wijze

heeft/hebben bevoordeeld, en/of

c. enig goed, hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft

vervreemd, en/of

d. niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van

het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de

boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben Carming Groep BV en/of haar mededader(s) -ondermeer-:

-een geldbedrag van ongeveer EUR 140.000 (=EUR 285.000-145.000) -onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie- gestort/overgemaakt en/of doen storten/overmaken aan Carming Beheer BV (voorheen Flushing Beheer BV) en/of (vervolgens) (door)gestort/overgemaakt en/of doen (door)storten/overmaken op de bankrekening van [W], en/of

-een geldbedrag van EUR 6.000 -onverplicht, althans zonder (adequate)

tegenprestatie- gestort/overgemaakt en/of te doen storten/overmaken op een

bankrekening van [D], en/of

-een geldbedrag van EUR 13.000 -onverplicht, althans zonder (adequate)

tegenprestatie- te storten/over te maken en/of te doen storten/overmaken op

een bankrekening van [P], en/of

een geldbedrag van EUR 5.000 -onverplicht, althans zonder (adequate)

tegenprestatie- te storten/over te maken en/of te doen storten en/of overmaken

op een bankrekening van [W],

en/of (aldus) dit/deze geldbedrag(en) buiten de (faillissements)boedel

gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de

curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden, en/of

-administratie (van Carming Groep BV) niet bewaard en/of (doen) bewaren en/of

tevoorschijn gebracht en/of te (doen) brengen (ten behoeve van de curator),

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al dan

niet tezamen met [W] en/of met een ander of anderen, (telkens)

opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden

gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met [W] en/of met een

ander of anderen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° t/m 4° jo 51 Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2009

tot en met 23 december 2010, in ieder geval in de periode van 01 november 2009

tot en met 05 juli 2011 in de gemeente(n) Zwolle en/of Wierden en/of Goes

en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [W]

en/of met [C] [C BV] en/of met één of meer (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl [C BV] bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van 02 maart 2010 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar ([C BV]) schuldeiser(s):

a. lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

b. ter gelegenheid van het faillissement van [C BV] of op een tijdstip waarop

verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) dat het faillissement niet kon

worden voorkomen, één of meer van de schuldeisers van [C BV] op enige wijze heeft/hebben bevoordeeld, en/of

c. enig goed, hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft

vervreemd, en/of

d. niet heeft voldaan aan de op hem/haar rustende verplichtingen ten opzichte

van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de

boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) -ondermeer-:

-één of meer vorderingen van in totaal ongeveer EUR 75.016 van [C BV] op Carming Beheer BV (voorheen Flushing Beheer BV) -onverplicht- kwijtgescholden en/of doen kwijtschelden, en/of

-een klantenbestand gekoppeld aan een verzekeringsportefeuille (ter waarde

van ongeveer EUR 100.000) -om niet- overgedragen en/of doen overdragen aan

Carming Groep BV/[CG BV] (voorheen [C&P BV] ), en/of

-een geldbedrag van EUR 1.978 gestort/overgemaakt en/of doen storten/overmaken op een bankrekening van [D]

en/of (aldus) dit/deze goed(eren) en/of geldbedrag(en) buiten de

faillissements)boedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of

uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of

doen houden, en/of

-administratie (van [C BV]) niet bewaard en/of (doen) bewaren en/of tevoorschijn

gebracht en/of te (doen) brengen (ten behoeve van de curator);

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1°, 2 ° en 4° Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

[C BV] op één of

meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 november 2009 tot en met

23 december 2010, in ieder geval in de periode van 01 november 2009 tot en

met 05 juli 2011 in de gemeente(n) Wierden en/of Goes en/of Zwolle en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer (andere)

natuurlijke en/of rechtspersonen, althans alleen, terwijl zij bij vonnis van

de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van 02 maart 2010, in staat van

faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van

haar ([C BV]) schuldeiser(s) -ondermeer-:

a. lasten (heeft) verdicht en/of (een) bate(n) niet (heeft) verantwoord en/of

goed(eren) aan de boedel heeft onttrokken, en/of

b. ter gelegenheid van haar faillissement of op een tijdstip waarop deze BV

en/of haar mededader(s) wist(en) dat het faillissement niet kon worden

voorkomen, één of meer van haar schuldeisers op enige wijze heeft/hebben

bevoordeeld, en/of

c. enig goed, hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde, heeft

vervreemd, en/of

d. niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van

het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het

Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de

boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld,

immers heeft/hebben [C BV] en/of haar mededader(s) -ondermeer-:

-één of meer vorderingen van in totaal ongeveer EUR 75.016 van [C BV] op Carming Beheer BV (voorheen Flushing Beheer BV) –onverplicht kwijtgescholden en/of doen kwijtschelden, en/of

-een klantenbestand gekoppeld aan een verzekeringsportefeuille (ter waarde

van ongeveer EUR 100.000) -om niet- overgedragen en/of doen overdragen aan

Carming Groep BV/[CG BV] (voorheen [C&P BV] ), en/of

-een geldbedrag van EUR 1.978 gestort/overgemaakt en/of doen storten/overmaken op een bankrekening van [D] en/of (aldus) dit/deze goed(eren) en/of geldbedrag(en) buiten de (faillissements)boedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden, en/of

-administratie (van [C BV] niet bewaard en/of (doen) bewaren en/of tevoorschijn

gebracht en/of te (doen) brengen (ten behoeve van de curator),

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte al dan

niet tezamen met [W] en/of met een ander of anderen, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met [W] en/of met een ander of anderen (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° t/m 4° jo 51 Wetboek van Strafrecht

art 341 ahf/ond a ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2008 tot en met 05 juli 2011 in

de gemeente(n) Wierden en/of Apeldoorn en/of (elders) in Nederland, heeft

deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit verdachte en/of [W] en/of [L] en/of [P] en/of [T] en/of [D] en/of S.A. Bedrijfsadvisering BV en/of [BCV Holding BV] en/of Emon BV en/of (andere) natuurlijke en/of rechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder (voor)namelijk:

-valsheid in geschrift (artikel 225 Wetboek van Strafrecht),

-verduistering (artikel 321 Wetboek van Strafrecht),

-oplichting (artikel 326 Wetboek van Strafrecht),

-flessentrekkerij (artikel 326a Wetboek van Strafrecht),

-bedrieglijke bankbreuk (artikel 341/343 Wetboek van Strafrecht),

-(gewoonte) witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht),

-fiscale delicten (artikel 69 Algemene Wet inzake Rijksbelastingen);

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de feiten 1, 2 en 3 bewezen worden verklaard en dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van de tijd die in voorarrest is doorgebracht.

4. De voorvragen

De raadsvrouwe heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging moet worden verklaard, aangezien de officier van justitie heeft besloten de heer [C], zijnde de verkoper van de in de tenlastelegging genoemde BV’s, niet te vervolgen. Daarmee zou het Openbaar Ministerie gehandeld hebben in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

De rechtbank overweegt met betrekking tot dit verweer het volgende.

Als argument voor niet-ontvankelijkverklaring is alleen aangevoerd dat de gedragingen van een derde, te weten de heer [C], evenzeer als die van verdachte het voorwerp van strafvervolging zouden moeten zijn. Deze enkele aangevoerde omstandigheid leidt volgens constante jurisprudentie niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging tegen de verdachte. Het verweer wordt verworpen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding voor het overige geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1 De feiten die niet ter discussie staan

De rechtbank constateert dat de onderstaande feiten bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting niet ter discussie hebben gestaan.

Medeverdachte [W] heeft op 30 november 2009 – direct en indirect, via SA Bedrijfsadvisering BV – [C BV] (hierna: [C BV]) overgenomen van de heer [C], voor een symbolisch bedrag van € 1,--.

[C BV] is op 2 maart 2010 failliet verklaard.

Op 9 augustus 2010 heeft medeverdachte [W] – direct en indirect, via S.A. Bedrijfsadvisering BV – Flushing Beheer BV tezamen met [C&P BV] (hierna: [C&P BV]) van de heer [C] overgenomen, eveneens voor een bedrag van € 1,--.

De naam van [C&P BV] is op 16 augustus 2010 gewijzigd in Carming Groep BV, waarna op 5 oktober 2010 het faillissement van Carming Groep BV is uitgesproken.

Verdachte is onder een valse naam – [B] – betrokken geweest bij de bemiddeling en overdracht van de aandelen van [C BV] en [C&P BV] aan SA Bedrijfsadvisering BV en [W]. In dat verband heeft verdachte contact gehad met de medeverdachte [W].

5.2 De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gesteld dat uit de verklaringen van de getuige [C] en de medeverdachte [W] blijkt dat verdachte als medepleger van de bedrieglijke bankbreuk bij de beide [C] bedrijven (feiten 1 en 2) moet worden gezien. Verder blijkt uit de verklaringen van de medeverdachten [W] en [L] dat verdachte deel uit maakte van een criminele organisatie (feit 3).

De raadsvrouwe heeft ten aanzien van de feiten 1 en 2 gesteld dat haar cliënt slechts heeft bemiddeld bij de overdracht van de aandelen. Voorts is niet van een zo verregaande betrokkenheid gebleken dat op grond daarvan tot een bewezenverklaring van een bedrieglijke bankbreuk kan worden gekomen, dan wel dat haar cliënt daaraan samen met de medeverdachte [W] feitelijk leiding zou hebben gegeven. Als er al sprake zou zijn van dergelijke feiten of omstandigheden dan rechtvaardigen die niet de kwalificatie van haar cliënt als een gelijkwaardige participant wiens aandeel van gelijke betekenis als die van medeverdachte [W] kan worden geacht. Voorts is er geen sprake van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband waardoor de deelname aan een criminele organisatie (feit 3) niet kan worden bewezen.

5.3 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 primair en feit 2 primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. Met name kan niet worden bewezen dat verdachte de verweten gedragingen, die naar het oordeel van de rechtbank als handelingen van de rechtspersoon moeten worden aangemerkt, als persoon zou hebben medegepleegd.

De rechtbank is tevens van oordeel dat feit 3 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, omdat niet is gebleken dat sprake is geweest van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband dat als oogmerk het plegen van misdrijven had.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte de feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair heeft begaan en overweegt daartoe het volgende. Daarbij zullen eerst de overwegingen ten aanzien van het oudste feit (feit 2) worden weergegeven, gevolgd door de overwegingen ten aanzien van feit 1 en een conclusie.

Ten aanzien van feit 2

Voor de overname van [C BV] heeft [C], via Flushing Beheer BV, een bedrag van € 10.000,-- betaald aan medeverdachte [W]. Van dit bedrag heeft [W] € 4.500,-- doorbetaald aan verdachte.

Bij deze overname heeft verdachte als vertegenwoordiger van medeverdachte [W] onder de valse naam [B] het contact gelegd met [C], de overname onderhandelingen gevoerd en nadere afspraken gemaakt met [C]. Medeverdachte [W] heeft [C] pas bij de notaris, bij het passeren van de akte, ontmoet. Genoemde [C] heeft verdachte herkend van een foto als degene met wie hij de contacten onderhield.

Volgens [C] heeft [B] op 30 november 2009 de bankbescheiden, bankpasjes, pincodes en dergelijke van [C BV] meegenomen. Na 30 november 2009 heeft [C] volgens eigen zeggen niets meer in de overgenomen BV gedaan, omdat dit hem verboden was door medeverdachte [W].

Eveneens op 30 november 2009 heeft medeverdachte [W], via [D], een rekening-courant vordering ad € 75.016,-- van [C BV] op Carming Beheer BV (voorheen: Flushing Beheer BV) overgenomen voor een bedrag van € 10.000,--. Op diezelfde datum is de vordering op Carming Beheer BV kwijtgescholden. [C] heeft verklaard dat de € 10.000,-nooit is betaald en de curator van [C BV] heeft ook geen betaling van € 10.000,-- in de boedel aangetroffen.

Volgens [C] was de reden voor de cessie er enkel in gelegen om Flushing Beheer BV van een schuld af te laten komen en zo in een betere financiële positie te brengen. Medeverdachte [W] heeft verklaard dat de cessie reeds bij de overnamebesprekingen met [C] overeen was gekomen en dat er geen zakelijk belang was om zo te handelen. De doelstelling was dat [C] van de schuld aan Flushing Beheer BV en van [C BV] af kwam.

De rechtbank leidt uit de feitelijke gang van zaken en uit de weergegeven verklaringen af dat er voor de cessie van de vordering ad € 75.016,-- geen zakelijk belang is geweest. De cessie is naar het oordeel van de rechtbank ten koste gegaan van de belangen van de crediteuren van [C BV].

Verder heeft [C] verklaard dat hij met [B] heeft besproken dat hij na de overname namens [C&P BV] de klanten van [C BV] mocht benaderen. Volgens [C] is dit klantenbestand gedeeltelijk overgegaan naar [C&P BV]; hij wilde deze portefeuille voor € 100.000,-- verkopen aan zijn personeel. [C] heeft verklaard dat hij er nooit bij stil gestaan heeft dat hij voor de overdracht goodwill zou moeten betalen.

Volgens medeverdachte [W] heeft [C] de lopende pensioenpolissen meegenomen. [C] heeft daar niets voor betaald, aldus [W].

De rechtbank leidt uit deze gang van zaken af dat door de overdracht om niet van het klantenbestand de crediteuren van [C BV] benadeeld zijn.

Ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte stelt de rechtbank vast dat:

- verdachte heeft gefungeerd als vertegenwoordiger van medeverdachte [W] bij de overname van BV’s door [W];

- verdachte bij de overname van [C BV] het contact heeft gelegd met [C], de overname onderhandelingen heeft gevoerd en nadere afspraken met [C] heeft gemaakt;

- verdachte zich in de contacten met [C] telkens bediend heeft van de valse naam [B];

- de cessie en kwijtschelding van de vordering ad € 75.016,-- reeds bij de door verdachte gevoerde overnamebesprekingen overeengekomen is;

- verdachte de overdracht van het klantenbestand van [C BV] aan [C&P BV] met [C] besproken heeft en daaraan zijn goedkeuring heeft verleend.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [W] bij het leiding geven aan de strafbare gedragingen van [C BV]. Verdachte heeft daarbij door het aannemen van een valse naam willen voorkomen dat zijn werkelijke identiteit bij [C] bekend zou worden.

Ten aanzien van feit 1

Voor de overname van [C&P BV] heeft [C], via Flushing Beheer BV, een bedrag van € 12.500,-- betaald aan medeverdachte [W]. Een onbekend percentage van dit bedrag is door [W] contant uitbetaald aan verdachte.

Ook bij deze overname heeft verdachte als vertegenwoordiger van medeverdachte [W] onder de valse naam [B] contact gehad met [C]. Verdachte is door [C] benaderd, hij heeft de overname onderhandelingen gevoerd en nadere afspraken gemaakt met [C], ook nog nadat de overname had plaatsgevonden.

[C] heeft verklaard dat hij op 3 augustus 2010 de bankpasjes inclusief bijbehorende pincodes van de bankrekeningen van Flushing Beheer BV en [C&P BV]aan [B]heeft afgegeven. Er stond op dat moment ruim € 250.000,-- op de bankrekening van Flushing Beheer BV. [C] had met [W] en [B] de afspraak gemaakt dat van dat bedrag een deel groot € 100.000,-- zou worden gebruikt om schuldeisers en personeel af te betalen, waarna hij een schone BV zou krijgen met een bankrekening waarop minimaal € 150.000,-- zou staan.

Op 18 augustus 2010 heeft [W] vervolgens € 13.000,-- van de bankrekening van [C&P BV] overgeboekt (met de omschrijving: ‘conform afspraak’) naar de bankrekening van [P], zijnde de toenmalige partner van medeverdachte [W]. [C] heeft verklaard dat hij niet weet waarom die overboeking heeft plaatsgevonden. Volgens medeverdachte [W] zal de overboeking wel voortvloeien uit een afspraak.

Vervolgens is op 20 september 2010 een bedrag van € 5.000,-- overgeboekt van de rekening van [C&P BV] naar de privé bankrekening van medeverdachte [W] (met de omschrijving: ‘[W] gedeelte achterstand fee’). Ook ten aanzien van deze overboeking heeft [W] verklaard dat die het gevolg zal zijn geweest van een afspraak, terwijl [C] niet op de hoogte was van de overboeking.

De rechtbank leidt uit de feitelijke gang van zaken en uit de verklaringen van [C] en [W] af dat er geen zakelijke reden aan de overboekingen van € 13.000,-- en € 5.000,-- ten grondslag heeft gelegen en dat de crediteuren van [C&P BV] door deze overboekingen benadeeld zijn.

Ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte stelt de rechtbank vast dat:

- verdachte heeft gefungeerd als vertegenwoordiger van medeverdachte [W] bij de overname van BV’s door [W];

- verdachte bij de overname van [C&P BV] door [C] is benaderd; verdachte heeft vervolgens de overname onderhandelingen gevoerd en nadere afspraken met [C] gemaakt;

- verdachte zich in de contacten met [C] telkens bediend heeft van de valse naam [B];

- de overboekingen hebben plaatsgevonden nadat [C] de bankpasjes met pincodes van [C&P BV] had overgedragen aan verdachte.

De rechtbank leidt uit het voorgaande – in samenhang met hetgeen hiervoor ten aanzien van feit 2 is overwogen – af dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [W] bij het leiding geven aan de strafbare gedragingen van [C&P BV]. Verdachte heeft daarbij door het aannemen van een valse naam weer willen voorkomen dat zijn werkelijke identiteit bij [C] bekend zou worden.

Conclusie

Op grond van de weergegeven overwegingen is de rechtbank ten aanzien van de feiten 1 en 2 van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [W] feitelijk leiding heeft gegeven aan de strafbare gedragingen van [C&P BV] en [C BV].

5.4 De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair, sub 2 primair en sub 3 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 subsidiair en het sub 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

Carming Groep BV (voorheen [C&P BV] /[CG BV] ) - verder te noemen Carming Groep BV - in de periode van 01 november 2009 tot en met 18 januari 2011 in Nederland, terwijl Carming Groep BV bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van 05 oktober 2010 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar (Carming Groep BV) schuldeisers:

a. goederen aan de boedel heeft onttrokken, immers heeft Carming Groep BV:

- een geldbedrag van EUR 13.000 - onverplicht - overgemaakt en/of doen overmaken op een bankrekening van [P], en

- een geldbedrag van EUR 5.000 - onverplicht - overgemaakt en/of doen overmaken op een bankrekening van [W],

en aldus deze geldbedragen buiten de faillissementsboedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden,

tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte tezamen met [W] telkens opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen met [W] telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

[C BV] in de periode van 01 november 2009 tot en met 23 december 2010 in Nederland, terwijl zij bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van 02 maart 2010 in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar ([C BV]) schuldeisers:

a. goederen aan de boedel heeft onttrokken, immers heeft [C BV]:

- een vordering van in totaal ongeveer EUR 75.016 van [C BV] op Carming Beheer BV (voorheen Flushing Beheer BV) - onverplicht - kwijtgescholden, en

- een klantenbestand gekoppeld aan een verzekeringsportefeuille - om niet - overgedragen aan Carming Groep BV/[CG BV] (voorheen [C&P BV] ),

tot het plegen van welke bovenomschreven strafbare feiten verdachte tezamen met [W] telkens opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte tezamen met [W] telkens feitelijke leiding heeft gegeven.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 341 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair:

telkens het misdrijf: bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte, tot het feit opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich als tussenpersoon en vertegenwoordiger voor medeverdachte [W] bezig gehouden met de aankoop van twee rechtspersonen die in financiële problemen verkeerden. De aandeelhouder/bestuurder wilde van deze rechtspersonen af en kwam via verdachte in contact met medeverdachte [W]. Verdachte heeft alle onderhandelingen en besprekingen in verband met beide overnames gevoerd. De overdracht van de aandelen vond plaats voor een symbolisch bedrag van € 1,--. Daarnaast zijn door de aandeelhouder/bestuurder bedragen van € 10.000,-- en

€ 12.500,-- voor de overnames betaald, van welke bedragen telkens een substantieel deel bij verdachte terecht is gekomen.

Na de overnames hebben onzakelijke onttrekkingen aan het vermogen van beide rechtspersonen plaatsgevonden, waardoor de schuldeisers van de rechtspersonen benadeeld zijn. Beide rechtspersonen zijn failliet verklaard.

Door zo te handelen heeft verdachte, samen met medeverdachte [W], de gemeenschap veel schade toegebracht. Het wettelijke systeem rond faillissementen is in geweld aangedaan. Het vertrouwen in een goede en integere afwikkeling van faillissementen is geschonden.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van de bewezen verklaarde feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de professionele opzet van het bewezenverklaarde;

- de grove wijze waarop het noodzakelijk vertrouwen in het handelsverkeer in het algemeen door verdachte is geschaad;

- het stelselmatige karakter van de bewezenverklaarde feiten;

- het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c en 57 Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 primair, sub 2 primair en sub 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair

telkens het misdrijf: bedrieglijke bankbreuk, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij, verdachte, tot het feit opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

- omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. A.A.J. Lemain en mr. G.G. Vermeulen, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2012.

Mr. Lemain is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.