Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX1420

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-06-2012
Datum publicatie
13-07-2012
Zaaknummer
129636 / KG ZA 12-123
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bestuurloze stichting. Machtsvacuüm. Ontvankelijkheid eisers. Machtiging tot bijeenroepen vergadering van deelnemers wordt verleend, teninde op rechtsgeldige wijze in de bestuursvacature te kunnen voorzien.Strikte toepassing van wet en statuten geboden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 129636 / KG ZA 12-123

Vonnis in kort geding van 28 juni 2012

in de zaak van

[eisers sub 1 t/m 54]

eisers,

eisers sub 1 tot en met 54 hierna gezamenlijk te noemen ‘[eisers sub 1 t/m 54]’,

advocaat mr. E. Bakhuis te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING LANDGOED DE HELLENDOORNSE BERG,

gevestigd te Rijssen,

gedaagde,

hierna te noemen ‘de stichting’,

advocaat mr. J.J.D. de Leur te Zwolle.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers sub 1 t/m 54]

- de pleitnota van de stichting.

1.2. Ten slotte is vonnis verzocht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1. [eisers sub 1 t/m 54] zijn eigenaar van een of meerdere vakantiewoningen op het vakantiepark Landgoed De Hellendoornse Berg te Haarle (gemeente Hellendoorn).

2.2. De vereniging is opgericht bij notariële akte van 20 april 2011 en stelt zich blijkens de statuten ten doel:

“a. het behartigen van de belangen van de eigenaren van de woningen, gebouwd door de Ter Steege Groep, op vakantiepark Landgoed De Hellendoornse Berg te Haarle.

b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.”

2.3. De vereniging telt 110 leden. Het bestuur van de vereniging wordt gevormd door de heren [N], [W]] en [P]] (eisers sub 1, 3 en 4).

2.4. In de statuten van de stichting Landgoed de Hellendoornse Berg (zoals deze zijn gewijzigd bij notariële akte van 15 september 2005) is vastgelegd dat van deze stichting deel uit maken de volgende organen:

- het bestuur van de stichting (zie artikel 5 en 6 van die statuten voor taken en bevoegdheden). Het bestuur voorziet zelf in vacatures in zijn midden, echter met dien verstande dat minimaal vijftig procent (50%) van de aanwezige leden van de deelnemersraad in de vergadering van de deelnemersraad met de benoeming van een bestuurslid instemt;

- de deelnemersraad (zie artikel 7 van de statuten voor haar taken en bevoegdheden) bestaande uit 5 en ten hoogste 7 leden die worden benoemd door de vergadering van deelnemers op voordracht van de deelnemersraad zelf;

- de vergadering van deelnemers (zie artikel 8 van de statuten voor de taken en bevoegdheden). Artikel 8 lid 3 van de statuten bepaalt: “De deelnemers worden tenminste één maal per jaar door het bestuur ter vergadering bijeengeroepen. Voorts is het bestuur verplicht een vergadering van deelnemers uit te schrijven indien tenminste twintig procent (20%) van het aantal deelnemers dit aan het bestuur verzoekt.”. Deelnemers van de stichting (zie artikel 4 van die statuten) kunnen slechts zijn de eigenaren van een recreatiewoning in dit park landgoed De Hellendoornse Berg.

2.5. Bij beschikking van deze rechtbank van 16 mei 2012 is het, door onder meer een aantal deelnemers en de Deelnemersraad ingediende, verzoek tot ontslag van de bestuurders van de stichting, afgewezen omdat - zakelijk weergegeven - de heren [R] en [P] per

15 juni 2008 geen bestuurder meer zijn van de stichting en de heer [D] nimmer rechtsgeldig bestuurder is geweest van de stichting.

2.6. Op 13 mei 2012 hebben de leden van de deelnemersraad, bestaande uit de heren [N], [G], [W], [P] en [B], met onmiddellijke ingang hun zetel ter beschikking gesteld.

2.7. De stichting heeft thans geen bestuur en geen deelnemersraad.

2.8. [eisers sub 1 t/m 54] hebben schriftelijk aan de voormalige bestuursleden verzocht kenbaar te maken dat zij zich niet zullen verzetten tegen een oproep van de vergadering van deelnemers teneinde een deelnemersraad te benoemen die vervolgens een bestuur kan benoemen. De voormalig bestuursleden hebben daarop, naar [eisers sub 1 t/m 54] hadden geoordeeld, aangegeven zich daartegen te zullen verzetten, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot het aanhangig maken van dit kort geding door [eisers sub 1 t/m 54]

3. Het geschil

3.1. [eisers sub 1 t/m 54] vorderen machtiging aan hen tot het bijeenroepen van een vergadering van deelnemers, dan wel een zodanige voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie meent dat hoort, met veroordeling van de stichting in de kosten van dit geding, de nakosten daaronder begrepen.

3.2. De stichting voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Gelet op de aard van de vordering is er sprake van een spoedeisend belang.

4.2. Het gaat in deze zaak om het antwoord op de vraag of [eisers sub 1 t/m 54] recht en belang hebben bij hun vordering tot machtiging aan hen voor het bijeenroepen van een vergadering van deelnemers.

4.3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de stichting, ook wanneer zij bestuurloos is, zich in rechte moet kunnen laten vertegenwoordigen. Dat is - procesrechtelijk gezien - wenselijk en bovendien in het belang van de stichting. Dat zij zich daarbij laat vertegenwoordigen door twee voormalig bestuursleden doet daaraan niet af, nu zij het belang van de stichting dienen en de omstandigheden van het geval dat rechtvaardigen. [eisers sub 1 t/m 54] kunnen de stichting in rechte betrekken en zijn in zoverre ontvankelijk in hun vordering.

4.4. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat [eisers sub 1 t/m 54] waaronder de vereniging, allen aan te merken zijn als belanghebbende bij (toewijzing van) de ingestelde vordering. Immers eisers sub 1 tot en met 53 zijn allen eigenaar van een (of meerdere) recreatiewoning(en) in het park, en eiser 54, de vereniging, behartigt - blijkens de statuten - de belangen van die eigenaren in de ruimste zin van het woord.

4.5. De stichting stelt dat [eisers sub 1 t/m 54] niet ontvankelijk zijn in hun vordering, nu in artikel 2:299 BW een (voldoende met waarborgen omklede) snelle rechtsgang openstaat waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt. Nog daargelaten of [eisers sub 1 t/m 54] met inleiding van de verzoekschriftprocedure, waaraan de stichting refereert, even snel een beslissing zouden hebben verkregen, dient het verweer te worden verworpen. Beide afzonderlijke procedures zouden immers niet tot een vergelijkbaar resultaat leiden. Hoewel het beoogde eindresultaat bij de onderhavige vordering is de benoeming van een bestuur, wordt dit resultaat wel direct bereikt via de weg van artikel 2:299 BW, maar niet bij toewijzing van de onderhavige vordering in kort geding. Immers, eerst nadat de in dit kort geding gevraagde machtiging is verleend, dient te worden overgegaan tot benoeming van een deelnemersraad waarna deze kan voorzien in de bestuursvacature. De weg waarlangs het beoogde eindresultaat (benoeming bestuur) tot stand komt is dan ook een wezenlijk andere. Dat [eisers sub 1 t/m 54] stellen juist voor onderhavige procedure te hebben gekozen, is bovendien begrijpelijk en naar het oordeel van de voorzieningenrechter correct, omdat op deze wijze recht wordt gedaan aan de (democratische) belangen van de deelnemersraad en de vergadering van deelnemers bij (directe dan wel indirecte) inspraak op benoeming van een bestuur. De gekozen weg past het dichtst bij de in de statuten geregelde gang van zaken voor de benoeming van bestuurders. De kort gedingprocedure kent bovendien een ‘open’ systeem: elke doeltreffende maatregel die spoedshalve is vereist (en die de rechtsverhouding tussen partijen niet vaststelt) kan als een voorlopige voorzieningen worden gevraagd en verleend. [eisers sub 1 t/m 54] hebben belang bij hun vordering. Daaraan doet niet af dat de stichting ter zitting heeft verklaard zij zich niet (langer) zal verzetten tegen een oproep van de vergadering van deelnemers teneinde een deelnemersraad te benoemen die vervolgens een bestuur kan benoemen. [eisers sub 1 t/m 54] zijn ontvankelijk in hun vordering.

4.6. Daarmee komt de voorzieningenrechter tot een inhoudelijke beoordeling van de vordering. Vast staat in dit geding dat de stichting op dit moment bestuurloos is. Hoewel de beschikking van deze rechtbank van 16 mei jl. nog geen kracht van gewijsde heeft (en daarmee in deze procedure ook geen gezag van gewijsde), moet de voorzieningenrechter het er - gelet op het oordeel van de rechtbank - in rechte voor houden dat de stichting sinds medio juni 2008 geen bestuur meer heeft. De stichting heeft geen omstandigheden aangevoerd die op dit punt tot een andersluidend oordeel nopen, zodat het verweer van de stichting op dit punt wordt verworpen. In dit kader merkt de voorzieningenrechter tevens op dat hij niet fungeert als appèlrechter.

[eisers sub 1 t/m 54], evenals de stichting, achten deze ‘bestuurloze’ situatie onwenselijk en vinden het van belang dat er zo spoedig mogelijk een bestuur wordt benoemd. Daarbij dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter als uitgangspunt te gelden dat strikte toepassing van wet en statuten geboden is.

4.7. Krachtens de statuten is bij ontstentenis van het bestuur, de deelnemersraad verplicht zo spoedig mogelijk in de vacature te voorzien. Voor de tijd dat geen bestuurder in functie is wijst de deelnemersraad een persoon aan die de bestuurstaken (tijdelijk) waarneemt. Nu de stichting echter eveneens geen deelnemersraad heeft, dient allereerst een deelnemersraad te worden benoemd. De benoeming van de leden van de deelnemersraad geschiedt door de vergadering van deelnemers op voordracht van de raad zelf.

De vergadering van deelnemers wordt bijeengeroepen door het bestuur.

Vast staat dan ook in dit geding dat, nu een deelnemersraad ontbreekt, thans niet op rechtsgeldige statutaire wijze in de bestuursvacature kan worden voorzien.

4.8. De wet en de statuten van de stichting bieden geen oplossing voor een situatie als de onderhavige. Er is sprake van een machtsvacuüm. Niet ingrijpen zou de huidige onwenselijke situatie (nog langer) laten voortbestaan. De gevraagde ordemaatregel moet in het algemeen belang van de stichting worden genomen. De gevorderde machtiging tot het bijeenroepen van een vergadering van deelnemers dient te worden verleend in de vorm zoals hierna in het dictum omschreven. Daarna kan een deelnemersraad worden benoemd, waarna de deelnemersraad kan voorzien in de bestuursvacature. De voorzieningenrechter overweegt daarbij uitdrukkelijk dat de gevraagde voorziening hierna enkel met dat doel zal worden verleend. De door de stichting gevreesde nietige besluitvorming, in geval van het op deze wijze bijeenroepen van de vergadering van deelnemers, is onvoldoende aannemelijk geworden en ook niet te verwachten.

4.9. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van het geval reden om de proceskosten van dit geding te compenseren. Ook al wordt de vordering van [eisers sub 1 t/m 54] toegewezen, de stichting kan gelet op de omstandigheden niet worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Zij is weliswaar gedagvaard, maar heeft het onderhavige geding niet over zich afgeroepen door eigen doen of nalaten.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. machtigt [eisers sub 1 t/m 54] tot het bijeenroepen van een vergadering van deelnemers op de wijze zoals bepaald in artikel 8 lid 4 van de statuten van Stichting Landgoed de Hellendoornse Berg, met dien verstande dat bij de oproeping onder de te behandelen onderwerpen uitsluitend dient te worden vermeld ‘benoeming leden deelnemersraad’;

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3. compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.?