Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX1188

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
11-07-2012
Zaaknummer
128613 / KG ZA 12-92
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eigendom auto. Vordering tot afgifte. Weerlegging van het rechtsvermoeden dat de bezitter rechthebbende is. 3:84 BW, 3:90 BW, 3:109 BW, 3:119 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 128613 / KG ZA 12-92

Vonnis in kort geding van 13 juni 2012

in de zaak van

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. S.H.G. Swennen te Deventer,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A.M. Kuipers te Oldenzaal.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling op 30 mei 2012 alwaar zijn verschenen partijen en

hun advocaten;

- de aan de zijde van [gedaagde] gehanteerde pleitnota.

1.2. Na verder debat waarbij een vergelijk niet tot de mogelijkheden bleek te behoren, is vonnis bepaald op heden.

2. Waarvan kan worden uitgegaan

2.1. [Eiser] en [gedaagde] zijn op huwelijkse voorwaarden - te weten buiten gemeenschap van goederen - met elkaar getrouwd. Het verzoek tot echtscheiding is nog in behandeling bij deze rechtbank. [gedaagde] heeft sinds het feitelijk uiteengaan van partijen de auto van het merk Toyota Aygo met kenteken [00-XX-XX] onder zich.

3. Het geschil

3.1. [Eiser] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om [gedaagde] te gelasten om binnen 48 uur na betekening van het vonnis, de auto met het kenteken [00-XX-XX] in goede staat aan [eiser] af te geven of straffe van een dwangsom van € 500,-- per dag of een gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke is hieraan te voldoen. Tevens vordert [eiser] [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2 [Eiser] stelt daartoe dat hij op 3 oktober 2008 een Toyota Aygo met als kenteken [00-XX-XX] voor een bedrag van € 10.900,00 heeft gekocht. De betaling heeft plaatsgevonden door middel van een overschrijving van de zakelijke rekening van [eiser] en de auto is ook aan hem feitelijk geleverd, waardoor de auto (alleen) zijn eigendom is geworden. [Eiser] vordert deze auto terug, omdat zijn financiële situatie is gewijzigd, aangezien hij per 1 april 2012 is ontslagen en een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontvangt. [Eiser] kan de kosten van de Toyota Corolla Verso die hij rijdt niet meer opbrengen en wil daarom zijn Toyota Aygo gaan gebruiken.

3.3. [Gedaagde] voert verweer en concludeert dat [eiser] geen spoedeisend belang heeft bij het door hem gevorderde en ook dat diens vorderingen moeten worden afgewezen met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. [Gedaagde] stelt daartoe onder meer dat niet [eiser], maar zij eigenaar is geworden van deze Toyota Aygo.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat het spoedeisend belang bij de vorderingen voldoende voortvloeit uit de aard van de vordering, namelijk het een einde willen maken aan de door [eiser] gestelde onrechtmatige situatie waarbij er inbreuk wordt gemaakt op zijn eigendomsrecht. Van [eiser] kan niet worden verlangd dat hij een bodemprocedure afwacht.

4.2. Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of [eiser] kan worden gevolgd in zijn stelling dat alleen hij eigenaar is van de Toyota Aygo (hierna: de auto) en dat [gedaagde] daarom deze auto onrechtmatig onder zich is gaan houden omdat er rechtsgeldig een einde is gekomen aan het recht van [gedaagde] om deze auto te gebruiken.

4.3. Voorshands oordelend acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat alleen [eiser] eigenaar is geworden en gebleven van de auto. Daarvoor is het volgende redengevend.

4.4. Ingevolge de artikelen 3:84 jo 3:90 Burgerlijk Wetboek (BW) geschiedt overdracht van roerende zaken door middel van levering krachtens een geldige titel door een beschikkingsbevoegde. De levering dient te geschieden door middel van bezitsverschaffing. Uit de overgelegde factuur van autobedrijf [X] van 3 oktober 2008, gericht aan [eiser], blijkt dat het aankoopbedrag van de auto (zonder inruil) € 10.900 bedroeg. Blijkens een eveneens overgelegd bankafschrift is dit bedrag op 1 oktober 2008 overgemaakt naar de rekening van autobedrijf [X]. Hoewel uit het bewuste bankafschrift niet blijkt dat de bankrekening waarvan het bedrag is overgemaakt de zakelijke eigen bankrekening van [eiser] betreft, is dit ter zitting door [gedaagde] wel degelijk erkend. Ter zitting is eveneens door [eiser] aangevoerd en door [gedaagde] niet betwist dat de auto door het autobedrijf aan alleen [eiser] feitelijk is geleverd op de wijze dat alleen [eiser] die auto heeft afgehaald en verkregen met overhandiging van de autosleutels. Nu sprake is van een rechtsgeldige titel in de vorm van een koopovereenkomst op naam van kennelijk alleen [eiser] en [eiser] de auto heeft gekocht en geleverd gekregen is hij in beginsel op dat moment eigenaar van de auto geworden.

4.5. [Gedaagde] voert daartegen aan dat niet [eiser] maar zij eigenaar van deze auto is geworden omdat het kenteken van de auto meteen op haar naam en niet op naam van [eiser] is gesteld. Ook is de auto meteen door [eiser] aan haar ter beschikking gesteld. [Gedaagde] voert ook aan de auto de auto nog steeds nodig te hebben.

4.6. De voorzieningenrechter overweegt dat de tenaamstelling op het kentekenbewijs op zich in een situatie als deze geen sluitend bewijs van eigendom van de auto oplevert. Ook de omstandigheid dat [gedaagde] na de levering ervan in hoofdzaak feitelijk de macht over deze auto heeft uitgeoefend, betekent in het onderhavige geval niet dat zij eigenaar van de auto is geworden. Weliswaar beroept [gedaagde] zich erop dat de bezitter van een goed, gelet op artikel 3:109 in samenhang bezien met artikel 3:119 BW, vermoed wordt rechthebbende te zijn, maar [eiser] is er - gelet op hetgeen onder 4.4. is overwogen - naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in geslaagd om dit rechtsvermoeden voldoende adequaat te weerleggen.

4.7. Voor zover [gedaagde] de door haar gestelde eigendom van de auto heeft willen onderbouwen met haar verklaring dat zij een haar in eigendom toebehorende en ook op haar naam staande Opel Corsa Sport heeft ingeruild op de Toyota Aygo, is zij daarin naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet geslaagd. Zoals hiervoor reeds is overwogen, levert in casu de enkele tenaamstelling op het kentekenbewijs geen sluitend bewijs van eigendom van op. Daarnaast heeft de verkoop van de Opel al in 2006 plaatsgevonden, terwijl de Toyota Aygo pas in 2008 is aangeschaft, zodat reeds vanwege het tijdsverloop niet aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van inruil en/of de bedoeling van partijen om die Toyota Aygo qua recht van eigendom ten behoeve van [gedaagde] in de plaats te stellen van de Opel Corsa. Bovendien is ter zitting gebleken dat de opbrengst van de verkoop van de Opel is gestort op een gezamenlijke rekening van partijen, terwijl gesteld noch gebleken is dat dit geld op enig moment is doorgestort naar de zakelijke rekening van alleen [eiser].

4.8. Dat [gedaagde] stelt de auto nodig te hebben, leidt er evenmin toe dat zij als eigenaar aanspraak kan maken op de auto.

4.9. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft [eiser] naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter te gelden als eigenaar van de auto en is hij op grond van artikel 5:2 BW bevoegd deze op te eisen van [gedaagde]. De vordering van [eiser] dient derhalve te worden toegewezen, met dien verstande dat de voorzieningenrechter het redelijk acht op de hoogte van de dwangsom te matigen en een maximum aan de eventueel te verbeuren dwangsommen te verbinden, een en nader op na te melden wijze.

4.10. Nu partijen een affectieve relatie hebben gehad, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de kosten te compenseren, aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. gebiedt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de auto met het kenteken [00-XX-XX] aan [eiser] af te geven;

II. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een onmiddellijke dwangsom te betalen van € 250,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan het hiervoor onder I. verwoorde gebod voldoet, en zulks tot een maximum van € 7.500,00 is bereikt;

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad

IV. compenseert de kosten van dit geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J. Koopmans en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.