Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BX0063

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-06-2012
Datum publicatie
02-07-2012
Zaaknummer
117247 / HA ZA 10-1293
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De meest kenmerkende prestatie, de levering, is verricht door (de rechtsvoorgangster van) eiseres, die haar hoofdbestuur ten tijde van het sluiten van de overeenkomst had in Rome, Italië. Dat betekent dat op de overeenkomst Italiaans recht van toepassing is. Die constatering levert een complicatie op in die zin dat Italiaans recht voor de Nederlandse rechter geen recht is waarmee hij goed bekend is en dat hij dagelijks toepast. De rechtbank zal zich derhalve moeten te laten voorlichten door partijen, door het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) of een vergelijkbare internationale instelling, om op de hoogte te raken van de relevante toepasselijke Italiaanse rechtsregels.

De complicatie schuilt met name in de discussie die partijen voeren over de vraag of de drie gedaagden rechtspersoonlijkheid bezitten, uit dien hoofde gedagvaard kunnen worden en of eiseres ontvankelijk is in haar vorderingen tegen (één van de) gedaagden. Op die vragen is Italiaans recht van toepassing. Met het verzamelen van informatie over de desbetreffende relevante Italiaanse rechtsregels zal naar verwachting de nodige tijd gemoeid zijn. Daarnaast zal de eenmaal verkregen informatie vermoedelijk worden verstrekt in de Italiaanse en/of Engelse taal, wat tot het nodige vertaalwerk en daarmee tot aanzienlijke kosten kan leiden. Kosten waarmee de uiteindelijk (overwegend) in het ongelijk gestelde partij zal worden veroordeeld. Deze complicatie kan voorkomen worden indien partijen alsnog kiezen voor toepassing van Nederlands recht. De rechtbank sluit niet uit dat partijen, die kennelijk beide al uitgingen van de toepasselijkheid van Nederlands recht, alsnog willen kiezen voor toepassing van dat recht. De rechtbank zal daarom een comparitie van partijen gelasten, bij welke gelegenheid partijen zich hierover kunnen uitlaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 117247 / HA ZA 10-1293

datum vonnis: 13 juni 2012

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

de rechtspersoon naar Italiaans recht,

Mediagraf S.p.A.,

gevestigd te 35027 Padova,

eiseres,

verder te noemen "Mediagraf",

advocaat: mr. F.C. de Wit- Facchetti te Rotterdam,

tegen

de rechtspersonen ex artikel 2:2 van het Burgerlijk Wetboek

1. De Syrisch-Orthodoxe Kerk St. Ephrem,

2. Het Syrisch-Orthodoxe Klooster St. Ephrem,

3. Het (Aarts)bisdom van de Syrisch-Orthodoxe Kerk te Nederland,

volgens de dagvaarding alle gevestigd in Glane, gemeente Losser,

gedaagden,

verder ook te noemen respectievelijk: “de Kerk”, “het Klooster” en “het Aartsbisdom”,

advocaat: mr. P. Habermehl te Amsterdam.

1. procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met 9 producties;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek tevens akte vermeerdering van eis met 1 productie;

- de conclusie van dupliek met 1 productie;

- de akte uitlating productie van Mediagraf met 3 producties;

- de antwoordakte van gedaagden met 1 productie;

- akte van Mediagraf naar aanleiding van overgelegde productie, tevens overlegging van een drietal producties;

- de antwoordakte van gedaagden met 1 productie;

- de akte uitlating productie van Mediagraf;

- de verklaring van depot, met het originele document van productie 1 bij dagvaarding.

Er is (nader) vonnis bepaald op heden.

2. feiten

2.1 In deze zaak staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd

weersproken en/of blijkend uit niet betwiste producties het navolgende vast.

2.2 Wijlen [C], bij leven Aartsbisschop van het Syrisch-Orthodoxe bisdom M. Europa, heeft bij brief van 4 februari 2005, het volgende geschreven aan de rechtsvoorganger van Mediagraf:

“(…) Sehr geehrte Damen und Herren

Bezuglich zu Ihrem Brief vom 10.01.2005 und dem Telefongespräch met Herrn [P] wir sind mit folgende Angebot einverstanden.

Zahlungsbedingungen:

A- 1500 Kopien ins Deutsche Ausgabe X 55.00 Euro bis ende Mai 2005 wird bezahlt.

B- 500 Kopien ins Englisch Ausgabe X 55.00 Euro bis ende Mai wird bezahlt.

C- Alle kasetten mus mit DvD system sein.

Ich verbleibe mit besten Grüssen,

+ [C]

Erzbischof der Syrisch-Orthodoxen Diözese van M. Europa

(handtekening + stempel)”

De brief is afgedrukt op postpapier waarop onder meer de volgende gegevens zijn voorbedrukt:

“Erzdiözese des Syrisch-Orthodoxen Kirche von Antiochien in M. Europa”

“Erzbischof [C]”

“[adres][plaats]”

“E-mail: [email-adres , Internet:[naam website]”

“Bankverbindung: Rabobank [xxxx] Losser Nr. [yyyy] Holland”.

2.3 Op 6 mei 2005 zijn 1500 DVD’s, getiteld “ Die verborgene Perle”, respectievelijk 500 DVD’s, getiteld “The hidden pearl”, afgeleverd op het adres [adres] te [plaats], gemeente [plaats], Holland. Als geadresseerde is vermeld: “Mor [C], Metropolitan of Syrisch Orthodoxe Kirke St Apherem, Der Syrisch Klooster-Glane”.

2.4 De aflevering ging vergezeld van een factuur gedateerd 6 mei 2005 met het nummer 000462 ten bedrage van € 110.000,00.

2.5 Op 26 juli 2005 is onder vermelding van “nr.doc. 000462” per bank een bedrag van

€ 25.000,00 overgemaakt naar de rechtsvoorganger van Mediagraf. De betalingsopdracht vermelde als opdrachtgever “Aartsbisdom van de Syrisch Orhodoxe Kerk in Midden Europa en [adres] [plaats]”.

2.6 Aartsbisschop [C] is in oktober 2005 overleden.

2.7 De factuur van 6 mei 2005 is, ondanks herhaalde verzoeken van Mediagraf om over te gaan tot (volledige) betaling, tot een bedrag van € 85.000,00 onbetaald gebleven.

3. geschil

vordering

3.1 Mediagraf vordert, na wijziging van eis, primair dat gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld aan haar te voldoen een bedrag van € 85.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2009.

Daarnaast vordert zij betaling van € 1.788,- wegens buitengerechtelijke incassokosten en veroordeling van gedaagden in de proceskosten, eveneens te vermeerderen met de wettelijke handelsrente indien die kosten niet binnen 14 dagen na wijzen van vonnis zijn voldaan.

3.2 Voor het geval de primaire vordering onverhoopt niet mocht worden toegewezen, vordert Mediagraf subsidiair dat het Klooster wordt veroordeeld om (het restant) van de in haar bezit zijnde destijds door de rechtsvoorganger van Mediagraf afgeleverde DVD’s aan haar af te geven binnen een maand na vonnis.

3.3 Mediagraf baseert haar vorderingen op de vaststaande feiten en de navolgende, zakelijk weergegeven, stellingen.

3.4 Op of omstreeks 4 februari 2005 is tussen haar en (één van de) gedaagden een overeenkomst tot stand gekomen uit hoofde waarvan zij verplicht was 2000 DVD’s te leveren tegen betaling van € 110.000,00. Gedaagden zijn een kerkgenootschap of een zelfstandig onderdeel daarvan en uit dien hoofde rechtspersoon op grond van artikel 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Uit de opdrachtbevestiging van wijlen Aartsbisschop [C] blijkt volgens Mediagraf genoegzaam dat hij optrad namens (één van de) gedaagden. Na ingebrekestelling bij brief van 4 oktober 2010, gericht aan “de Kerk, zijn gedaagden op 2 mei 2009 in verzuim geraakt en derhalve vanaf die datum wettelijke rente verschuldigd.

3.5 Mediagraf meent ook dat de toevoeging “St. Ephrem” aan gedaagden sub 1 en 2 er niet toe leiden dat er sprake is van een andere rechtspersoon. Gedaagden blijven de Kerk en het Klooster.

3.6 Indien en voor zover Mediagraf in haar stellingen niet gevolgd kan worden, stelt zij zich op het standpunt dat de destijds in het Klooster afgeleverde en thans nog aanwezige DVD’s, welke aanwezigheid door gedaagden is erkend, zonder recht of titel door gedaagden gehouden worden. Zij vordert daarom subsidiair afgifte van deze DVD’s.

Verweer

3.7 Gedaagden betwisten primair dat de voormalige Aartsbisschop [C] een overeenkomst met de rechtsvoorganger van Mediagraf heeft gesloten. Voor zover al van een overeenkomst sprake is, dan is [C] daarbij niet namens (één van de) gedaagden opgetreden. De Kerk (gedaagde sub 1) en het Aartsbisdom (gedaagde sub 3) bestaan niet (meer) als rechtspersoon. De raadsman heeft zich slechts namens gedaagden gesteld om een verstekvonnis en daarmee gepaard gaande executieproblemen te voorkomen. Na het overlijden van bisschop [C] is het Aartsbisdom Midden Europa door de Patriarch van de Syrisch-Orthodoxe Kerk opgeheven en gesplitst in drie nieuwe Bisdommen. Het Klooster (gedaagde sub 2) is volgens de raadsman geen zelfstandig onderdeel of lichaam van de Syrisch Orthodoxe Kerk, zodat haar geen rechtspersoonlijkheid toekomt. Dat het afleveradres overeenkomt met het adres van het Klooster betekent niet dat het Klooster daarmee ook contractspartij is.

3.8 Subsidiair stellen gedaagden zich op het standpunt dat, indien [C] een overeenkomst met Mediagraf heeft gesloten, hij dat dan niet heeft gedaan namens gedaagden dan wel één van hen. Niet-bestaande rechtspersonen kunnen immers onmogelijk vertegenwoordigd worden. Mocht worden geoordeeld dat (één van) de gedaagden wel bestaat en rechtspersoonlijkheid bezit, dan geldt dat [C] niet bevoegd was deze te vertegenwoordigen.

3.9 Uit de brief van wijlen aartsbisschop [C] d.d. 4 februari 2005 blijkt volgens gedaagden dat hij ondertekende in zijn hoedanigheid van aartsbisschop van het aartsbisdom Midden Europa van de Syrisch-Orthodoxe Kerk. Het zou toch voor de hand hebben gelegen als Mediagraf dit Aartsbisdom, zetelend in Damascus (Syrië), zou hebben gedagvaard.

3.10 Omdat de aanmaning en ingebrekestelling van 4 oktober 2010 alleen gericht is tegen de Kerk heeft deze volgens gedaagden geen effect tegen het Klooster en het Aartsbisdom. Verschuldigdheid van wettelijke rente is wat hen betreft niet aan de orde. Evenmin zijn noemenswaardige buitengerechtelijk werkzaamheden verricht, zodat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

3.11 Mediagraf dient primair niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. Subsidiair dienen de vorderingen te worden afgewezen. Aldus gedaagden.

3.12 De raadsman van gedaagden concludeert eveneens tot afwijzing van de vordering tot afgifte van de DVD’s. De DVD’s zijn bij aflevering, zo begrijpt de rechtbank de stelling, door bezitsverschaffing eigendom geworden van het Aartsbisdom van de Syrisch-Orthodoxe Kerk.

4. beoordeling

4.1 Vooropgesteld dient te worden dat de door Mediagraf gestelde overeenkomst met gedaagden, te duiden valt als een koopovereenkomst en dat deze, indien en voor zover die overeenkomst met (één van de) gedaagden al zou bestaan, een internationaal karakter heeft. Mediagraf is een Italiaanse rechtspersoon en gesteld is dat gedaagden naar Nederlands recht rechtspersoonlijkheid bezitten en allen gevestigd zijn te Glane, gemeente Losser. Op grond van het bepaalde in artikel 2 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), welk artikel overeenstemt met artikel 2 van de EEX-verordening, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht en is de rechtbank Almelo, sector civiel, ook relatief bevoegd van de vordering kennis te nemen.

4.2 Voor wat betreft de vraag welk recht van toepassing is op de tussen partijen beweerdelijk gesloten koopovereenkomst, is van belang dat partijen bij de overeenkomst geen rechtskeuze hebben gemaakt.

4.3 Met verwijzing naar het bepaalde in artikel 4, lid 2 van het EEG-Overeenkomstenverdrag 1980 stelt Mediagraf dat Nederlands recht van toepassing is, omdat de meest kenmerkende prestatie, de levering, in Nederland heeft plaatsgevonden. Gedaagden hebben zich over deze vraag in het geheel niet uitgelaten, maar gaan, gelet op hun stellingen en argumenten, kennelijk ook uit van de toepasselijkheid van Nederlands recht. De conclusie van Mediagraf berust naar het oordeel van de rechtbank op een onjuiste lezing van voornoemd artikel 4, tweede lid. Dit artikellid, gelezen in samenhang met artikel 4, eerste lid, bepaalt immers dat bij gebreke aan een rechtskeuze, de overeenkomst wordt beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. Volgens het tweede lid wordt, zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang, vermoed dat de overeenkomst het nauwst verbonden is met het land waar de partij, die de meest kenmerkende prestatie moet verrichten, haar hoofdbestuur heeft. De meest kenmerkende prestatie, de levering, is verricht door (de rechtsvoorgangster van) Mediagraf, die haar hoofdbestuur ten tijde van het sluiten van de overeenkomst had in Rome, Italië. Dat betekent dat op de overeenkomst Italiaans recht van toepassing is.

4.4 Die constatering levert een complicatie op in die zin dat Italiaans recht voor de Nederlandse rechter geen recht is waarmee hij goed bekend is en dat hij dagelijks toepast. De rechtbank zal zich derhalve moeten te laten voorlichten door partijen, door het Internationaal Juridisch Instituut (IJI) of een vergelijkbare internationale instelling, om op de hoogte te raken van de relevante toepasselijke Italiaanse rechtsregels. Voor wat betreft de koopovereenkomst zelf levert dat overigens weinig problemen op, aangezien het Weens Koopverdrag van toepassing is, dat immers zowel door Italië als Nederland is geratificeerd. De complicatie schuilt met name in de discussie die partijen voeren over de vraag of de Kerk, het Klooster en/of het Aartsbisdom rechtspersoonlijkheid bezitten, uit dien hoofde gedagvaard kunnen worden en of Mediagraf ontvankelijk is in haar vorderingen tegen (één van de) gedaagden. Op die vragen is Italiaans recht van toepassing. Met het verzamelen van informatie over de desbetreffende relevante Italiaanse rechtsregels, zal naar verwachting de nodige tijd gemoeid zijn. Daarnaast zal de eenmaal verkregen informatie vermoedelijk worden verstrekt in de Italiaanse en/of Engelse taal, wat tot het nodige vertaalwerk en daarmee tot aanzienlijke kosten kan leiden. Kosten waarmee de uiteindelijk (overwegend) in het ongelijk gestelde partij zal worden veroordeeld. Deze complicatie kan voorkomen worden indien partijen alsnog kiezen voor toepassing van Nederlands recht. De rechtbank sluit niet uit dat partijen, die kennelijk beide al uitgingen van de toepasselijkheid van Nederlands recht, alsnog willen kiezen voor toepassing van dat recht. De rechtbank zal daarom een comparitie van partijen gelasten, bij welke gelegenheid partijen zich hierover kunnen uitlaten.

4.1 De comparitie van partijen zal tevens benut worden om met partijen van gedachten te wisselen over de zaak en voorts om te bezien of tussen partijen een minnelijke regeling kan worden getroffen. In dat verband kan het van belang zijn te weten hoeveel exemplaren van de destijds geleverde DVD’s nog aanwezig zijn in het Klooster. De raadsman van gedaagden wordt verzocht zich hierover ter comparitie uit te laten.

4.5 De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rolzitting van 27 juni 2012 voor dagbepaling comparitie en iedere verdere beslissing in deze zaak aanhouden.

5. beslissing

5.1 Beveelt partijen, in persoon dan wel vertegenwoordigd door iemand die volledig van de zaak op de hoogte is en bovendien gemachtigd is om rechtshandelingen te verrichten, waaronder het treffen van een minnelijke regeling, om op een nader te bepalen dag te verschijnen in het gerechtsgebouw te Almelo voor mr. M. Melaard om inlichtingen te verstrekken en een vereniging te beproeven.

5.2 Verwijst de zaak naar de civiele rolzitting van woensdag 27 juni 2012 voor dagbepaling comparitie en draagt Mediagraf op ervoor zorg te dragen dat uiterlijk de vrijdag voordien schriftelijk bericht ter griffie is ontvangen over de verhinderdata van beide partijen.

5.3 Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M. Melaard, rechter, en op 13 juni 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.