Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW9841

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
27-06-2012
Datum publicatie
28-06-2012
Zaaknummer
408.114 EJ VERZ 12-3930
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werkneemster na twee jaar ziekte van die werkneemster. Geen reflexwerking van het opzegverbod bij ziekte, verzochte ontbinding wordt toegewezen. Werkneemster claimt een vergoeding omdat haar klachten werkgerelateerd zouden zijn. Daarvan is volgens de kantonrechter niets gebleken, werkneemster heeft zulks nimmer aangegeven. Pas bij haar laatste woord tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek wordt dat verwijt gemaakt. Voor het toekennen van een vergoeding is dan ook geen plaats

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0613
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 408.114 EJ VERZ 12-3930

Beschikking van de kantonrechter d.d. 27 juni 2012 in de zaak van:

De vennootschap onder firma

Mondice Reclame V.O.F.

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede

verzoekster,

hierna te noemen Mondice

gemachtigde: mr E.P. Cornel

advocaat te Enschede

tegen

[verweerster]

wonende te [plaats]

verweerster,

hierna te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr R.E. Schepers

advocaat te Enschede

Gezien het op 23 mei 2012 ter griffie van dit gerecht binnengekomen verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

Gezien het ingekomen verweerschrift en de overige op het geding betrekking hebbende stukken.

Gelet op hetgeen door en/of namens partijen is verklaard bij de mondelinge behandeling van het verzoek op 19 juni 2012.

Overweegt:

1. Gebleken is dat het verzoek geen verband houdt met de in de wet bedoelde opzegverboden.

Weliswaar heeft het verzoek te maken met de “beroemde” 2-jaarstermijn, waarbij er een recht op een WIA-uitkering ontstaat, de omstandigheid dat [verweerster] thans nog arbeidsonge-schikt is ligt niet ten grondslag aan het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2012.

2. Mondice verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] op grond van een gewichtige reden, bestaande uit een wijziging van omstandigheden, welke met zich meebrengt dat er per 1 oktober 2012 een einde aan die arbeidsrelatie tussen partijen dient te komen.

3. Die wijziging van omstandigheden zou bestaan uit de omstandigheid dat er een re-integratie tweede spoor in gang is gezet en er geen terugkeer van [verweerster] bij Mondice te verwachten valt.

4. [verweerster], geboren op [geb.datum]1978, is sedert 15 november 2006 bij Mondice in dienst, laatstelijk tegen een bruto maandsalaris van € 990,86 op basis van 20 uren per week. Haar functie is allround secretaresse.

Op 28 september 2010 is zij uitgevallen met psychische klachten. Tot op de dag van vandaag is zij arbeidsongeschikt.

5. Ter terechtzitting is overeenstemming bereikt over het einde van het dienstverband per 1 oktober 2012, zijnde de datum waarop [verweerster] een WIA-uitkering zal ontvangen in verband met de omstandigheid dat haar arbeidsongeschiktheid op die dag 2 jaar heeft voortgeduurd.

Het verzoek van Mondice zal dan ook op dat punt worden ingewilligd.

6. [verweerster] heeft verzocht om aan die ontbinding van de arbeidsovereenkomst een vergoeding op basis van de correctiefactor 1 te koppelen.

7. Voor het toekennen van een dergelijke vergoeding is geen basis aanwezig. Gedurende bijna twee jaren is uit geen enkel bescheid naar voren gekomen dat de problematiek van [verweerster] werkgerelateerd zou zijn. Eerst bij haar “laatste“ woord tijdens de terechtzitting vertelt zij wat zij de afgelopen jaren heeft meegemaakt en heeft gevoeld. Nooit eerder heeft zij daarover met één woord gerept richting Mondice. Het eerste jaar van haar arbeidsongeschiktheid heeft Mondice zich op verzoek van [verweerster] afzijdig gehouden en daarna zijn er wel enige pogingen ondernomen om met elkaar in contact te komen, maar tot een eerlijk en open gesprek met elkaar is het nooit gekomen.

8. De thans door [verweerster] naar voren gebrachte problematiek beweegt zich op het terrein van de bejegening door één van de directeuren van Mondice. Zij noemt het voortdurend kleineren van haar, maar zij heeft noch tegen die directeur, noch tegen de andere directeur daar over geklaagd. [verweerster] maakt ook ter terechtzitting niet de indruk dat zij niet bij machte is om enig weerwoord te geven op een ongepaste opmerking van iemand in haar werkomgeving, zeker niet als één van de directeuren door haar als zeer toegankelijk wordt omschreven. Voorstelbaar zou kunnen zijn dat die assertiviteit er niet meer was na haar arbeidsongeschiktheid, maar voordat het zover moest komen, moeten er toch meer dan voldoende mogelijkheden aanwezig zijn geweest om die kennelijk bij haar levende problematiek bespreekbaar te maken met de heer [X]

9. Thans heeft zij een situatie laten ontstaan, waarvan de kantonrechter slechts kan zeggen dat zij daar veel eerder melding van had moeten maken, zodat ook binnen Mondice daar wellicht lering uit kan worden getrokken. Het achteraf roepen dat de sfeer ongepast was, kan dan ook niet voeren tot het toekennen van een vergoeding. Mondice wordt daardoor immers de kans ontnomen om eventueel, bij gegrondbevinding van de klacht, daartegen maatregelen te nemen.

10. De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten tussen partijen te compenseren als na te melden.

BESCHIKKENDE:

Ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2012.

Compenseert de proceskosten in zoverre dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven te Enschede door mr H.R.K. Valk, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.