Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW9218

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
18-06-2012
Datum publicatie
22-06-2012
Zaaknummer
128703 / KG ZA 12-97
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voorschot op te betalen overnamesom terzake de verdeling van het vermogen van de ontbonden commanditaire vennootschap alsmede het tot de nalatenschap van de moeder behorende vermogen toegewezen. Afweging van belangen leidt tot toewijzing van een bedrag van € 20.000,00

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 128703 / KG ZA 12-97

datum vonnis: 18 juni 2012 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

mr. Arie Endendijk q.q.,

in zijn hoedanigheid van curator van [W]

wonende te [plaats],

eiser,

verder te noemen de curator,

advocaat: mr. H. Versluis te Almelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

in persoon verschenen.

1. Het procesverloop

1.1 De curator heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

1.2 Op 31 mei 2012 heeft [gedaagde] een aantal stukken in het geding gebracht.

1.3 De zaak is behandeld ter terechtzitting van 4 juni 2012. Ter zitting zijn verschenen: de curator vergezeld van mr. Versluis en zijn kantoorgenoot W.J. van der Hoek en [gedaagde], vergezeld van zijn echtgenote. De standpunten zijn toegelicht.

1.4 Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

2.1 [W] (verder te noemen [G]) en [gedaagde] zijn broers van elkaar. Bij akte van vennootschap van 14 juli 1999 hebben [G], [gedaagde] en hun moeder, [B], een commanditaire vennootschap opgericht ten behoeve van de exploitatie van een agrarisch bedrijf.

2.2 Op 27 juli 2006 is de moeder overleden. [G] is wegens doodslag op moeder en opzettelijke brandstichting bij arrest van 24 september 2008 door het gerechtshof te Arnhem veroordeeld. Daarbij is hij ontslagen van alle rechtsvervolging en werd hem de maatregel van tbs met dwangverpleging opgelegd.

2.3 Ingevolge artikel 10 van voornoemde vennootschapsakte eindigt de overeenkomst van vennootschap door het overlijden van een vennoot. De andere vennoot heeft dan het voortzettingsrecht als bepaald in artikel 11 van deze akte. Bij vonnis van 29 oktober 2008 van de rechtbank te Zutphen is voor recht verklaard dat [gedaagde] de voorheen door de commanditaire vennootschap gedreven onderneming als eenmanszaak voortzet.

2.4 Bij beschikking van 15 februari 2010 van de kantonrechter te Oost Gelre is [G] onder curatele gesteld wegens een geestelijke stoornis en is [JB] tot curator benoemd. Bij beschikking van 21 februari 2011 van de kantonrechter te Oost Gelre is [JB] ontslagen als curator en is in zijn plaats mr. A. Endendijk als curator benoemd.

3. Het geschil

3.1 De curator vordert -samengevat- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 50.000,00 als voorschot op een door [gedaagde] aan de curator te betalen (overname-)som terzake de verdeling van het vermogen van de ontbonden commanditaire vennootschap alsmede het tot de nalatenschap van de moeder behorende vermogen. Tevens vordert de curator veroordeling van [gedaagde] in kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de (na)kosten.

3.2 De curator stelt daartoe hij vanaf het voorjaar 2011 met [gedaagde] onderhandelingen heeft gevoerd over de verdeling van het vermogen van de ontbonden commanditaire vennootschap en het tot de nalatenschap van de moeder behorende vermogen (verder te noemen de vermogens). Deze onderhandelingen hebben echter niet geresulteerd in een definitieve overeenstemming tussen partijen. Uit een door [gedaagde] opgesteld vermogensoverzicht volgt dat het door [gedaagde] aan [G] te vergoeden aandeel in de vermogens in ieder geval € 335.222,00 bedraagt, waarop een bedrag van € 20.000,00 in mindering strekt. Laatstgenoemd bedrag is als voorschot door [gedaagde] aan [G] ter beschikking gesteld, vanwege het ontbreken van liquiditeiten aan de zijde van [G]. De curator is voornemens om [gedaagde] in rechte te betrekken ten behoeve van een gerechtelijke vaststelling van de verdeling van de vermogens. De curator heeft op dit moment echter geen liquiditeiten meer om zijn werkzaamheden als curator voort te zetten, hetgeen niet in het belang van [G] is. Daarnaast dient de curator diverse crediteuren van [G] te betalen, tot welke betaling de curator vanwege het ontbreken van financiële middelen niet kan overgaan.

3.3 [gedaagde] heeft de vorderingen van de curator gemotiveerd betwist en primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de curator in zijn vorderingen. Subsidiair is [gedaagde] bereid in te stemmen met de vervreemdingsclausule conform artikel 17 van de vennootschapsakte indien artikel 12 uit de vennootschapsakte ook van toepassing wordt verklaard. Bij een wederzijdse medewerking is het haalbaar om voor 30 juni 2012 tot overeenstemming te komen. Tertiair verzoekt [gedaagde], indien de rechtbank van mening is dat de vordering gegrond is, een juridische overdracht van bijvoorbeeld de woning aan de curator op te leggen tegen de helft van de getaxeerde waarde (zijnde € 65.000,00) waarmee [gedaagde] dan een financiering kan regelen. In het navolgende zal de voorzieningenrechter -voor zover nodig- nader op deze verweren ingaan.

4. De beoordeling

4.1 De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is vereist dat het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn, in die zin dat het in een bodemprocedure hoogstwaarschijnlijk is dat de vordering wordt toegewezen. Daarnaast dient sprake te zijn van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist en mag het risico van onmogelijkheid van terugbetaling bij de afweging van de belangen van partijen niet aan toewijzing in de weg staan.

4.2 De voorzieningenrechter is van oordeel dat de curator voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [G] een spoedeisend belang heeft bij de vorderingen in kort geding. [G] heeft geen andere inkomsten om zijn noodzakelijke kosten te voldoen en is daartoe aangewezen op zijn aandeel in het onverdeelde vermogen.

De voorzieningenrechter verwerpt het primaire verweer van [gedaagde] dat er een overeenkomst tussen partijen is op basis van finale kwijting en dat derhalve geen spoedeisend belang aanwezig is. Ook op basis van die overeenkomst is er immers niet betaald. De genoemde omstandigheid staat daardoor niet in de weg aan een vordering tot betaling van een voorschot, of uit het onverdeelde vermogen of op het te betalen bedrag uit overeenkomst.

4.3. Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter zal oordelen dat [gedaagde] aan de curandus aan substantieel bedrag als overnamesom dient te betalen. De voorzieningenrechter acht hierbij van belang dat het tot de nalatenschap van de moeder behorende vermogen ook nog dient te worden verdeeld. Ter zitting is door de curator onweersproken gesteld dat [G] als erfgenaam nog een vordering terzake deze nalatenschap heeft.

4.4. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat bij toewijzing van de vordering sprake is van een restitutierisico. De curator zal het toe te wijzen bedrag immers gebruiken voor het betalen van diverse kosten.

Afweging van de belangen van partijen, waaronder de omstandigheid dat niet is gebleken dat in het onverdeelde vermogen en/of de nalatenschap liquiditeiten in ruime mate beschikbaar zijn, leidt tot het oordeel dat de vordering van de curator zal worden toegewezen tot een bedrag van € 20.000. De voorzieningenrechter heeft hierbij rekening gehouden met de verklaring van de curator ter zitting dat de roodstand van [G] thans rond de € 10.000,00 bedraagt. De voorzieningenrechter zal bepalen dat het voorschot binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis dient te zijn betaald aan de curator.

4.5 De voorzieningenrechter geeft partijen in overweging om in onderling overleg het onverdeelde vennootschapsvermogen en/of de onverdeelde nalatenschap (gedeeltelijk) liquide te maken maken, althans geeft de curator in overweging om de bereidheid te tonen om de in redelijkheid noodzakelijke medewerking daartoe te verlenen, althans bij een vordering tot een aanvullend voorschot aannemelijk te maken dat in het onverdeelde vennootschapsvermogen en/of de onverdeelde nalatenschap voldoende liquide middelen voorhanden zijn om daaruit een aanvullend voorschot te kunnen voldoen.

4.6 Gelet op het vorenstaande wordt de gevraagde voorziening in na te melden zin toegewezen.

4.7 Omdat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt [gedaagde] om binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis een bedrag van € 20.000,00 te betalen aan de curator als voorschot op een te betalen (overname-)som terzake de verdeling van het vermogen van de ontbonden commanditaire vennootschap alsmede het tot de nalatenschap van de moeder behorende vermogen.

II. Compenseert de proceskosten, aldus dat iedere partij de eigen kosten betaalt.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. A.R. van der Winkel, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juni 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.