Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW9088

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-05-2012
Datum publicatie
21-06-2012
Zaaknummer
127584 FT RK 284-12 en 127586 285-12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring in verband met niet (tijdig) aanleveren van in oproepbrief opgevraagde stukken. Voorts ter zitting tegenstrijdige verklaringen afgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

Zaaknummers: 127584 FT RK 284-12 en 127586 285-12

Datum uitspraak: 29 mei 2012

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:

[verzoeker]

geboren op [geb.datum] 1971 te [plaats] [land],

en

[verzoekster]

geboren op [geb.datum] 1973 te [plaats] [land],

beiden wonende te [plaats] en [adres]

verzoekers, ook te noemen: [verzoekers].

Het procesverloop

[verzoekers] hebben een verzoekschrift ingediend de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken.

Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 15 mei 2012. Ter terechtzitting zijn [verzoekers] en [X] een vriend, verschenen. [X] heeft vertaald voor [verzoekers]. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling:

De feiten

[verzoekers] zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en hebben twee kinderen. Uit de verklaring ex artikel 285 Faillissementswet met bijlagen blijkt dat [verzoekers] een lening zijn aangegaan bij de Hollandsche Disconto Voorschotbank (HDV) van € 26.700,--, die is aangewend voor de aanschaf van een nieuwe keuken en voor het vieren van vakantie. Na het aangaan van de lening bij HDV waren de vaste lasten van [verzoekers] reeds hoger dan hun inkomsten. In 2008 hebben [verzoekers] de bij HDV aangegane lening overgesloten bij de ABN AMRO Bank en deze verhoogd naar € 50.000,--.

[verzoekers] hebben de woning waarin ze wonen in eigendom. Er is sprake van een hypothecaire lening van € 138.800,--.

De totale schuldenlast (exclusief hypothecaire lening) bedraagt € 54.904,31, waaronder de schuld aan de ABN AMRO Bank van € 53.318,13.

In de oproepbrief van 19 maart 2012 is [verzoekers] opgedragen uiterlijk één week voor de zitting de volgende stukken over te leggen:

- een BKR-toetsing;

- een kopie van de overeenkomst van geldlening (doorlopend krediet) met de ABN AMRO Bank uit 2008;

- een opgave van het gezinsinkomen ten tijde van het afsluiten van de geldlening.

In de oproepbrief is voorts vermeld dat het niet of niet volledig overleggen van de stukken tot gevolg kan hebben dat de rechtbank hen niet ontvankelijk verklaart.

De rechtbank heeft de BKR-toets ter zitting ontvangen. [verzoekers] hebben de overige opgevraagde stukken niet aangeleverd.

De toelichting van verzoekers

[verzoekers] hebben verklaard dat ze van de Stadsbank hebben begrepen dat ze de opgevraagde stukken ter zitting mochten overleggen. Vervolgens hebben [verzoekers] verklaard dat ze de eerste bladzijde van de oproepbrief, waarop is vermeld dat er uiterlijk één week vóór de zitting stukken moesten worden overgelegd, niet hebben ontvangen. Volgens [verzoekers] hebben ze ‘slechts’ de tweede bladzijde, waarop is vermeld wanneer [verzoekers] ter zitting moesten verschijnen, ontvangen. [verzoekers] hebben verklaard dat hen de door de rechtbank, tegelijk met de oproepbrief, toegestuurde kopie van hun verzoekschrift, wel heeft bereikt.

Volgens [verzoekers] hadden ze in 2008 geldgebrek en hebben ze de ABN AMRO Bank gevraagd of ze ‘een beetje’ konden bijlenen. De ABN AMRO heeft vervolgens aangeboden de lening te verhogen naar € 50.000,--. Volgens [verzoeker] was het mogelijk de lening te verhogen, omdat [verzoeker] zicht had op verhoging van zijn salaris en [verzoekster] meer zou gaan werken. [verzoekster] is meer gaan werken, maar deze extra uren waren al snel niet meer beschikbaar.

[verzoekers] hebben verklaard dat de totale hypothecaire schuldenlast € 157.000,--bedraagt, omdat er sprake is van een tweede hypothecaire lening.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat [verzoekers] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun verzoek, nu zij de in de oproepbrief van 19 maart 2012 opgevraagde stukken niet of niet tijdig hebben overgelegd. De redenen die [verzoekers] hebben opgegeven voor het niet (tijdig) overleggen van de stukken, acht de rechtbank niet aannemelijk en tegenstrijdig. Immers, de verklaring dat [verzoekers] er vanuit zijn gegaan dat ze de stukken ter zitting mochten overleggen, strookt niet met hetgeen in de oproepbrief is vermeld over overlegging van de stukken uiterlijk één week voor de terechtzitting. Vervolgens hebben [verzoekers] verklaard dat ze niet wisten dat ze de stukken moesten aanleveren, omdat ze de eerste bladzijde van de oproepbrief niet hebben ontvangen. Deze verklaring is tegenstrijdig met de verklaring dat [verzoekers] er vanuit zijn gegaan dat ze de stukken ter zitting mochten overleggen, aangezien uit laatstgenoemde verklaring blijkt dat [verzoekers] wisten dat ze stukken moesten aanleveren. Ten aanzien van de verklaring van [verzoekers], inhoudende dat de eerste bladzijde van de oproep niet, maar de tweede bladzijde en de kopie van het verzoekschrift hen wel heeft bereikt, overweegt de rechtbank dat laatste genoemde stukken [verzoekers] niet hebben kunnen bereiken als de eerste bladzijde van de oproepbrief zou hebben ontbroken, nu op de eerste bladzijde het adres van [verzoekers] is vermeld en de oproepbrief en de kopie van het verzoekschrift als één pakket zijn verzonden.

De rechtbank overweegt ten overvloede dat, indien [verzoekers] ontvankelijk waren verklaard in hun verzoek, hun verzoek zou zijn afgewezen, nu de rechtbank van oordeel is dat [verzoekers] niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schuld aan de ABN AMRO Bank te goeder trouw zijn geweest. [verzoekers] hebben in 2008 hun (niet hypothecaire) lening immers bijna verdubbeld, terwijl ze al betalingsproblemen hadden. De verklaring van [verzoekers] dat [verzoeker] uitzicht had op een hoger salaris en [verzoekster] meer zou gaan werken doet niet af aan de verwijtbaarheid van het aangaan van de fors verhoogde lening, nu deze verklaring inhoudt dat [verzoekers] hebben gespeculeerd op meer inkomsten en dientengevolge een onaanvaardbaar risico hebben genomen dat zij de aan de lening verbonden financiële verplichtingen niet zouden kunnen nakomen.

De beslissing:

de rechtbank:

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek.

Gewezen door mr. E. Venekatte, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 29 mei 2012, in tegenwoordigheid van de griffier .