Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW7423

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
10-05-2012
Datum publicatie
04-06-2012
Zaaknummer
126635 FT RK 125/12 en 123336 FT RK 126/12
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing schuldsaneringsverzoek. Artikel 288 lid 1 onder b Fw. Verzoekers hebben vanaf 2001, na een tussentijds beeindigde schuldsanering, herhaaldelijk in staat van faillissement verkeerd. Gebleken is dat de vrouw, kennelijk op grond van een stilzwijgende afspraak met de man niet werkt en ook niet heeft gewerkt. Beide verzoekers worden daarom niet te goeder trouw geacht ten aanzien van het onbetaald laten van hun schuldenlast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

Zaaknummers: 126635 FT RK 125/12 en 123336 FT RK 126/12

SSR nummers: ALL0211100188 en ALL02111101346

Datum uitspraak: 10 mei 2012

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op het verzoek van:

[verzoeker sub 1],

geboren [1973] te [geboorteplaats] ([land])

en

[verzoeker sub 2],

geboren [1978] te [geboorteplaats] ([land]),

echtelieden,

beiden wonende te [plaats], [adres],

verzoekers.

Het procesverloop

Verzoekers hebben op 8 februari 2012 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Omdat verzoekers op de eerste voor de behandeling bepaalde dag, 3 april 2012, niet zijn verschenen, is een tweede behandeldatum bepaald op 27 april 2012. Verzoekers zijn daar in persoon verschenen.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

De beoordeling:

De feiten, zoals die blijken uit de door verzoekers verstrekte gegevens en de bij de rechtbank berustende dossiers:

1. Ten aanzien van verzoekers is al eerder een schuldsaneringsregeling van toepassing geweest, te weten van 13 december 2000 tot 3 juli 2001 onder nummers R491 en R492/00. Deze schuldsaneringsregelingen zijn door de rechtbank tussentijds beëindigd wegens het benadelen van crediteuren en het laten ontstaan van een nieuwe bovenmatige schuld, welke vonnissen door het gerechtshof te Arnhem zijn bekrachtigd.

2. Vervolgens verkeerden verzoekers vanaf 3 juli 2001 van rechtswege in staat van faillissement. Die faillissementen zijn beëindigd op 15 oktober 2002 wegens het verbindend worden van de enige uitdelingslijst. Alle geverifieerde schuldeisers zijn daarbij volledig voldaan.

3. Verzoekers zijn vervolgens op 7 november 2007 op eigen aangifte failliet verklaard. Dit faillissement is op 8 oktober 2008 opgeheven wegens de toestand van de boedel. Voorafgaand aan dit faillissement hadden verzoekers om toepassing van een wettelijke schuldsaneringsregeling gevraagd, welk verzoek werd afgewezen.

4. Verzoekers zijn in gemeenschap van goederen gehuwd. De schulden in het onder 2 genoemde faillissement konden worden voldaan doordat [verzoeker sub 1] met behulp van vrienden en familie geld in de boedel heeft gebracht om alle geverifieerde schuldeisers te kunnen voldoen. Vervolgens wilden de vrienden en familie het geleende geld terug hebben en zag [verzoeker sub 1] zich gedwongen, gelet op de wijze waarop zijn nieuwe schuldeisers op betaling aandrongen, geld te lenen bij ABN AMRO, Confort Card en Primeline om zijn familie en vrienden te betalen.

5. Voorafgaand aan het onder 3. genoemde faillissement hebben verzoekers een woning gekocht en een lening afgesloten voor een verbouwing. Wegens een gebrek aan belang voor de boedel heeft de curator de eigen woning niet verkocht. Verzoekers wonen nog altijd in die woning. Er is sprake van een kleine achterstand in de hypotheekbetalingen.

6. In 2008 is de man zijn baan kwijtgeraakt, waarna hij nog een paar keer korte tijd heeft gewerkt. De laatste twee jaar heeft de man niet meer gewerkt. De vrouw heeft nooit tegen betaling gewerkt. Zij is huisvrouw. Verzoekers hebben vier kinderen in de leeftijd van 11 tot 1 jaar.

7. Verzoekers hebben thans een schuldenlast van € 52.374,63, waaronder schulden aan ABN AMRO en Santander.

De rechtbank is van oordeel dat de verzoeken moeten worden afgewezen.

De rechtbank acht niet aannemelijk dat verzoekers te goeder trouw zijn geweest bij het onbetaald laten van hun schulden. Verzoekers hebben vanaf 2001 herhaaldelijk in staat van insolventie verkeerd. Het laatste faillissement dateert van 2007-2008.

Ondanks hun jarenlange financiële problemen, die mede voortvloeien uit een, aan verzoekers toe te rekenen, tussentijds beëindigde schuldsaneringsregeling in 2001, is bij verzoekers kennelijk niet het besef doorgedrongen dat het, gelet op de financiële problemen, ook van de vrouw verwacht mag worden dat zij betaald werk zoekt.

Ook op dit moment werkt de vrouw niet en is zij evenmin op zoek naar werk.

Het komt de rechtbank dan ook voor dat, nu de vrouw, kennelijk op grond van een stilzwijgende afspraak met haar man, geen betaald werk verricht en daar ook niet naar op zoek is, beide verzoekers niet te goeder trouw zijn bij het onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaren voorafgaand aan hun schuldsaneringsverzoek, wat een reden is het verzoek af te wijzen op grond van artikel 288 lid 1 onder b Fw.

De rechtbank is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan anders kan worden beslist.

De beslissing:

De rechtbank:

wijst de verzoeken af.

Gewezen door mr. Verhoeven, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 10 mei 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.