Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW6819

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
29-05-2012
Datum publicatie
29-05-2012
Zaaknummer
08/710871-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een langere periode ontuchtige handelingen gepleegd met drie zeer jonge meisjes. Verder heeft verdachte van 1 januari 2008 tot en met 23 november 2011 een gewoonte gemaakt van het verwerven van en het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van de voorlopige hechtenis. Tevens gelast de rechtbank de terbeschikkingstelling van verdachte en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden gepleegd. Daarnaast zal verdachte aan de slachtoffers ruim € 1500,00 schadevergoeding moeten betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Almelo

Sector strafrecht

Parketnummer: 08/710871-11

Datum vonnis: 29 mei 2012

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],

geboren op [1959} in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in PI Overijssel, HvB “De Karelskamp”,

Bornsestraat 333 te Almelo.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 mei 2012. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Nijland-Hermelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw

mr. drs. M. Kramer, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1, 2 en 3: in verschillende periodes buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd met drie meisjes onder de 16 jaar;

feit 4: kinderpornografie heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworden of in bezit heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte – na wijziging tenlastelegging - dat:

1.

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 augustus 2011 tot en met 11 november 2011, in de gemeente Enschede en/althans (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [2007]), die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het betasten/bevoelen/aanraken van de al dan niet ontblote vagina van die [slachtoffer 1];

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 24 november 2011,

in de gemeente Enschede en/althans (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een persoon genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [2004]), die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het betasten/bevoelen/aanraken van de al dan niet ontblote vagina van die [slachtoffer 2];

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 28 november 2011,

in de gemeente Enschede en/althans (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met een persoon genaamd [slachtoffer 3] (geboren op [2004]), die toen (telkens) de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande (telkens) uit het betasten/bevoelen/aanraken van de al dan niet ontblote vagina van die [slachtoffer 3];

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 23 november 2011,

in de gemeente Enschede, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) (een) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, heeft verspreid, aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl

op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet

had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde

gedragingen bestonden uit:

- het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of (een)

vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong van het lichaam van

een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft

bereikt, en/of

- het oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon

door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft

bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en), en/of

- het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet

heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een)

voorwerp(en), en/of

- het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de

borsten van een (ander) persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren

nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een)

voorwerp(en), en/of

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en)

die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft/hebben bereikt,

waarbij deze perso(o)n(en) gekleed en/of en/of opgemaakt is/zijn en/of in een

omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een) (erotisch getinte)

houding(en) poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of

waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of

(waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van de perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling en/of

- het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een

perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet

heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het

gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien

jaar nog niet heeft/hebben bereikt, (waarbij) de afbeelding (aldus) een

onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, al dan niet een gewoonte heeft

gemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest en tot de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging. De vorderingen van de benadeelde partijen dienen volledig te worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente, waarbij de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd. De inbeslaggenomen computer en overige gegevensdragers dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

5.1 De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Evenals de officier van justitie en de verdachte, acht de rechtbank de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. , , , ,

5.2

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode vanaf 4 augustus 2011 tot en met 11 november 2011, in de gemeente Enschede meermalen, telkens met een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [2007]), die toen telkens de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande telkens uit het betasten/bevoelen/aanraken van de vagina van die [slachtoffer 1];

2.

hij in de periode van 1 november 2009 tot en met 23 november 2011, in de gemeente Enschede, meermalen, telkens met een persoon genaamd [slachtoffer 2] (geboren op [2004]), die toen telkens de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande telkens uit het betasten/bevoelen/aanraken van de vagina van die [slachtoffer 2];

3.

hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 23 november 2011, in de gemeente Enschede, meermalen, telkens met een persoon genaamd [slachtoffer 3] (geboren op [2004]), die toen telkens de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande telkens uit het betasten/bevoelen/aanraken van de vagina van die [slachtoffer 3];

4.

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 23 november 2011, in de gemeente Enschede, meermalen afbeeldingen heeft verworven en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde gedragingen bestonden uit:

- het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of vingers en/of een voorwerp van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, en

- het oraal penetreren van het lichaam van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt met de penis, en

- het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en de borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt met de hand en

- het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en de borsten van een (ander) persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger(s)/hand, en

- het masturberen boven het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft,

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 240b en 247 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, 2 en 3

telkens het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden met aftrek van voorarrest en tot de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging. De vorderingen van de benadeelde partijen dienen volledig te worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente, waarbij de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd. De inbeslaggenomen computer en overige gegevensdragers moeten worden onttrokken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte en zijn raadsvrouw verzetten zich niet tegen oplegging van terbeschikkingstelling met verpleging. De raadsvrouw van verdachte bepleit een kortere gevangenisstraf dan geëist.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank neemt in het bijzonder de volgende factoren in aanmerking.

- Strafbare feiten

Verdachte heeft gedurende een langere periode ontuchtige handelingen gepleegd met drie zeer jonge meisjes, bestaande uit het betasten van hun vagina’s. Hij heeft doelbewust geprobeerd eerst hun vertrouwen te winnen, om daar vervolgens misbruik van te maken door hen seksueel te betasten. Dit gebeurde veelal in hun eigen huiselijke omgeving, soms zelfs in bijzijn van de ouders. Verdachte heeft door zijn gedrag niet alleen het vertrouwen van die ouders maar met name dat van de meisjes beschaamd. Hij heeft bovendien de lichamelijke en psychische integriteit van de kinderen geschonden.

Verder heeft verdachte van 1 januari 2008 tot en met 23 november 2011 een gewoonte gemaakt van het verwerven van en het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Hij downloadde deze van internet en sloeg ze op zijn computer en andere gegevensdragers op. Bij de vervaardiging van afbeeldingen van deze aard zijn jeugdigen en ook jonge kinderen seksueel misbruikt en geëxploiteerd. Door die afbeeldingen te downloaden, heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit zeer grove seksuele misbruik van minderjarigen.

- Uitgangspunt

De rechtbank neemt als uitgangspunt voor strafoplegging voor feit 4 de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en rechtbanken (LOVS). Daarin staat dat bij het een gewoonte maken van bezit van kinderporno, een gevangenisstraf van één jaar past. Voor de feiten 1, 2 en 3 zijn dergelijke oriëntatiepunten niet ontwikkeld. Bij die feiten gaat de rechtbank uit van de straffen die over het algemeen voor dergelijke feiten worden opgelegd. Gelet op verdachtes recidive is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar.

- In nadeel van verdachte

Ten nadele van de verdachte geldt dat hij blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie van 10 april 2012 eerder is veroordeeld voor het plegen van zedendelicten met minderjarigen, te weten in 1999 en in 2002.

- In voordeel van verdachte

In het voordeel van verdachte geldt dat hij zich bij de politie heeft gemeld, ook al was dit niet geheel op eigen initiatief, hij schoorvoetend openheid van zaken heeft gegeven en hij ter terechtzitting heeft verklaard dat hij behandeld wil worden zodat hij niet langer gevaarlijk is voor de maatschappij. Daarin kwam hij op de rechtbank oprecht over.

- Verminderde toerekeningsvatbaarheid

Twee gedragsdeskundigen hebben een persoonlijkheidsonderzoek bij verdachte verricht en daarover aan de rechtbank gerapporteerd. Psychiater A.P. Duindam heeft onder supervisie van psychiater B. Gotink op 12 maart 2012 rapport uitgebracht. Drs. M. van Heteren, GZ-psycholoog rapporteerde op 3 mei 2012. Beide gedragsdeskundigen concluderen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank houdt daarmee rekening.

- Advies terbeschikkingstelling met dwangverpleging

De gedragsdeskundigen adviseren om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen en daarbij de verpleging van overheidswege (dwangverpleging) te bevelen.

De rechtbank is op basis van de gedragsdeskundige rapportages van oordeel dat aan verdachte in elk geval de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging moet worden opgelegd. Aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan zoals hierna wordt gemotiveerd.

De onder 1 t/m 3 en 4 bewezenverklaarde feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. De veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen eisen bij die feiten de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling van de verdachte. Dat geldt ook voor feit 4: het verwerven en in bezit hebben van kinderporno. Uit het dossier blijkt dat verdachte één van zijn slachtoffertjes heeft gefotografeerd terwijl zij met ontbloot onderlijf op een bank lag. Dat feit, gevoegd bij de veroordelingen voor de feiten 1 t/m 3 én het door de deskundigen beschreven en uit verdachtes strafblad blijkende recidivegevaar voor jonge kinderen, brengen de rechtbank tot het oordeel dat ook feit 4 het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

De feiten 1 t/m 3 zijn misdrijven gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dat geldt niet voor het onder 4 bewezenverklaarde feit (vgl. Hof Arnhem, 7 mei 2012, LJN BW6021).

De rechtbank stelt op basis van de rapporten van de gedragsdeskundige vast dat verdachte ten tijde van het begaan van de feiten leed – en ook nu nog lijdt - aan de geestelijke stoornis van pedofilie/pedoseksualiteit van het exclusieve type. Met dat laatste wordt bedoeld dat hij zich (seksueel) alleen tot kinderen aangetrokken voelt. In combinatie met zijn overige geestelijk stoornissen en de gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, bestaat er daardoor een hoog risico op recidive. Verdachte zal nu voor de derde keer voor zedenmisdrijven met minderjarigen worden veroordeeld: dat onderstreept het recidiverisico.

Ondanks intensieve ambulante behandeling, drie jaar dagbehandeling gevolgd door individuele onderhoudscontacten met psychotherapeuten en begeleidingscontacten met sociotherapeutisch medewerkers, is verdachte gerecidiveerd.

De deskundigen concluderen dat verdachte gebaat is bij een gestructureerde behandelomgeving, gespecialiseerd in de behandeling van zedendelinquenten. Uit het psychologisch rapport blijkt dat er is overwogen om de langdurige behandeling met gecontroleerde uitstroom in een forensische kliniek onder de juridische titel van een terbeschikkingstelling met voorwaarden te laten plaatsvinden. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat liever te willen dan een dwangverpleging. De conclusie van de deskundigen is dat toch verpleging moet volgen. Dat advies is gebaseerd op de vaststelling dat verdachte bij de langdurige ambulante behandeling geen melding van zijn verval in seksueel overschrijdend gedrag heeft gegeven en weinig heeft opgestoken van die behandeling. De rechtbank neemt ook die conclusie over en oordeelt daarom (zie ook hiervoor) dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging van overheidswege eist. Daaraan doet niet af dat de reclassering in het over verdachte op 15 maart 2012 uitgebrachte rapport spreekt over een maatregelenrapport. De rechtbank oordeelt de inhoud van dat rapport achterhaald omdat de reclassering bij het afsluiten van het rapport nog niet de beschikking had over de gedragskundige rapportages.

- Gevangenisstraf

Behalve de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging zal de rechtbank op grond van het voorgaande ook de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf opleggen. Een lagere gevangenisstraf, zoals door verdachtes raadsvrouw bepleit, doet geen recht aan het aantal slachtoffers, hun leeftijd, de duur van het misbruik, het recidiveren door verdachte en het verwerven en bezitten van een aanzienlijke hoeveelheid kinderporno.

8.2 De inbeslaggenomen voorwerpen

De hierna te noemen inbeslaggenomen voorwerpen, die nog niet zijn teruggegeven, behoren aan verdachte toe. Zij zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de begane misdrijven aangetroffen. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met het algemene belang en de wet en zij kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

9. De schade van benadeelden

9.1 De vordering van de benadeelde partij Lindeboom

De wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 2], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.500 (vijftienhonderd euro], vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Dit betreft immateriële schade ter hoogte van € 1.500.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering omdat het formulier niet is ondertekend door de wettelijk vertegenwoordigers. Voorts plaatst de raadsvrouw vraagtekens bij de causaliteit.

De officier van justitie is van mening dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk nu uit het voegingsformulier voldoende duidelijk blijkt dat [naam wettelijk vertegenwoordiger] de wettelijk vertegenwoordiger is van [slachtoffer 2]. Dat [naam wettelijk vertegenwoordiger] haar handtekening in een verkeerde kolom op het voegingsformulier heeft geplaatst dient te worden gelezen als een kennelijke verschrijving.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is voldoende aannemelijk geworden dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde schattenderwijs tot een bedrag van € 500 toewijzen, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf 23 november 2011. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade is voor de overige € 1.000 niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van dat deel niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 2 is toegebracht.

9.3 De vordering van de benadeelde partij Vissers

De wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.523,29 (vijftienhonderddrieentwintig euro en neventwintig cent], vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- reiskosten van € 23,29

- immateriële schade van € 1.500,=.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haarvordering omdat het formulier niet is ondertekend door de wettelijk vertegenwoordigers. Voorts plaatst de raadsvrouw vraagtekens bij de causaliteit.

De officier van justitie is van mening dat de benadeelde ontvankelijk is in haar vordering.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk nu uit het voegingsformulier naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk blijkt dat

[naam wettelijk vertegenwoordiger] de wettelijk vertegenwoordiger is van [slachtoffer 3].

Ook hier geldt dat de in een verkeerde kolom op het voegingsformulier geplaatste handtekening als een kennelijke verschrijving wordt opgevat.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is voldoende aannemelijk geworden dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 3 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde schattenderwijs tot een bedrag van € 523,29 toewijzen, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf 23 november 2011. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde immateriële schade is voor de overige € 1.000 niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van dat deel niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.4 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 3 is toegebracht.

9.5 De vordering van de benadeelde partij

De wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres], heeft zich tijdens het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.500 (vijftienhonderd euro], vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Dit betreft immateriële schade ter hoogte van € 1.500.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is voldoende gebleken dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank zal het gevorderde daarom schattenderwijs tot een bedrag van € 500 toewijzen, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf 11 november 2011. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde schade is voor de overige € 1.000 niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van dat deel niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.6 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 36b, 36d, 37a, 37b, 57 Sr.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, 2 en 3

telkens het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

- feit 4

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van achttien maanden;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte;

- beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege zal worden gepleegd;

- verstaat dat de maatregel wordt opgelegd ter zake van de onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde misdrijven en dat de misdrijven onder 1, 2 en 3 zijn gericht tegen of veroorzaken gevaar voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meerdere personen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 500 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 523,29 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011);

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 523,29 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011) ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 500 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2011);

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2011) ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

beslag

verklaart onttrokken aan het verkeer de voorwerpen vermeld op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en

mr. H. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Krooshof, griffier en is in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2012.

Buiten staat

Mr. Bloebaum is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.