Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW6032

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
16-05-2012
Datum publicatie
16-05-2012
Zaaknummer
128413 / KG ZA 12-86
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verstekzaak. Nu eiser de zaak ook bij de kantonrechter had kunnen aanbrengen, waardoor het verschuldigde griffierecht lager was uitgevallen, blijft een gedeelte van het griffierecht voor rekening van eiser. Nadelige financiële gevolgen van de keuze van eiser hoeven niet voor rekening van gedaagde te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 128413 / KG ZA 12-86

datum vonnis: 16 mei 2012

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de stichting

Woningstichting De Woonplaats,

gevestigd te Enschede,

eiseres,

verder te noemen de Woningstichting,

advocaat mr. R.J. Leijssen te Enschede,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

niet verschenen.

1. Het procesverloop

[Gedaagde] is te dienende dage niet in rechte verschenen, waarna tegen hem verstek is verleend. De Woningstichting heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding. De zaak is behandeld ter terechtzitting van 3 mei 2012. Ter zitting is verschenen mevrouw [X], woningconsulent bij de Woningstichting, vergezeld van mr. Leijssen. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

2.1. Bij de dagvaarding zijn de wettelijke formaliteiten in acht genomen.

Vaststaande feiten

2.2. [Gedaagde] huurt van de Woningstichting een woning gelegen aan de [adres] (verder: de woning) in [woonplaats].

2.3. Op grond van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst met bijbehorende algemene voorwaarden is het verboden om in de woning hennep te telen.

2.4. Op 27 maart 2012 heeft de politie in de woning twee hennepplantages opgerold.

De vordering van de Woningstichting

2.5. De Woningstichting vordert – kort weergegeven – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om met al het hare en de haren binnen 14 dagen na betekening van het vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en te verlaten, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. Daarnaast vordert zij de Woningstichting te vergunnen de ontruiming te bewerkstelligen, desnoods met ‘de sterke arm’.

2.6. Ter onderbouwing van de vordering stelt de Woningstichting dat [gedaagde] in strijd met de overeenkomst een hennepkwekerij in de woning heeft geëxploiteerd.

De beoordeling

2.7. Nu [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, moeten vorenstaande feiten en omstandigheden als vaststaand worden aangenomen.

2.8. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter – behoudens het navolgende - niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.

2.9. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge art. 556 lid 1 en art. 557 Rv overbodig is.

2.10. [Gedaagde] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Onduidelijk is echter waarom de Woningstichting de onderhavige procedure heeft aangebracht bij deze voorzieningenrechter, daar waar ook de kantonrechter bevoegd is tot het geven van een voorziening zoals gevorderd. De handelswijze van de Woningstichting brengt met zich mee dat [gedaagde], als de in het ongelijk gestelde partij, geconfronteerd wordt met het totaalbedrag van € 575,00 aan griffierecht, terwijl [gedaagde] bij de kantonrechter “slechts” met een bedrag van € 109,00 aan griffierecht zou worden geconfronteerd. De voorzieningenrechter vindt het onjuist om de nadelige financiële gevolgen van de keuze voor die voorzieningenrechter volledig op [gedaagde] af te wentelen. Met inachtneming van het vorenstaande komt het de voorzieningenrechter billijk voor om een gedeelte van het verschuldigde griffierecht ad

€ 466,00 voor rekening van de Woningstichting te laten.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] met al het zijne en de zijnen te verlaten en te ontruimen;

II. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de Woningstichting begroot op € 199,64 aan verschotten en € 400,00 aan salaris van de advocaat;

III. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.L.J. Koopmans, voorzieningenrechter, en op

16 mei 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.