Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW3519

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
20-04-2012
Datum publicatie
20-04-2012
Zaaknummer
08/710658-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn mededaders hebben zich schuldig gemaakt aan een brute gewapende overval in een woning waar op dat moment de 81-jarige bewoner en zijn 53-jarige mantelzorgster aanwezig waren.

Verdachte en zijn mededaders hadden een tip gekregen dat in deze woning veel geld lag verstopt in een stoel. De overval is tevoren goed overdacht en voorbereid en de plaats van de overval is een aantal keren afgelegd.

Bij de overval is gebruik gemaakt van een vuurwapen en een stroomstootwapen. Op het moment dat het slachtoffer de deur opent wordt de deur op gewelddadige wijze verder opengeduwd.

Zij krijgt hierbij ook nog een trap tegen haar knie. In de woning wordt het stroomstootwapen meerdere keren tegen haar lichaam gezet. Vervolgens worden de slachtoffers gedwongen om op hun buik op de vloer te gaan liggen, waarbij het vuurwapen voortdurend op hen wordt gericht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Almelo

Sector strafrecht

Parketnummer: 08/710658-11

Datum vonnis: 20 april 2012

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte]

geboren op [geb.datum] 1988 in [plaats],

nu verblijvende in P.I. Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 16 december 2011, 15 februari 2012 en 6 april 2012. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Nijland-Hermelink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. D.C. Keuning, advocaat te Groningen, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen een overval in een woning heeft gepleegd dan wel daaraan medeplichtig is geweest.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 13 november 2010 te Albergen, in de gemeente Tubbergen en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de

[adres]heeft weggenomen een of meer portemonnee('s) en/of een laptop en/of een (mobiele) telefoon en/althans/in elk geval enig (ander) goed en/of (een) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

- de (voor)deur van die woning (met kracht) heeft/hebben open geduwd/gedrukt

en/althans die woning is/zijn binnen gedrongen, en/of

- een stroomstoot wapen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben

geduwd/geplaatst/gezet, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht (gehouden), althans dat (vuur)wapen in de hand(en) heeft gehouden en/althans met dat (vuur)wapen ten opzichte van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gemanipuleerd, en/of

- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen (op de buik) op de vloer van de keuken van die woning te gaan liggen, en/of

- tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen: "Geld, geld, waar is het geld";

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 13 november 2010 te Albergen, in de gemeente Tubbergen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] heeft/hebben weggenomen een of meer portemonnee('s) en/of een laptop en/of een (mobiele) telefoon en/althans/in elk geval enig (ander) goed en/of (een) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

[medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3]:

- de (voor)deur van die woning (met kracht) heeft/hebben open geduwd/gedrukt en/althans die woning is/zijn binnen gedrongen, en/of

- een stroomstoot wapen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft/hebben

geduwd/geplaatst/gezet, en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht (gehouden), althans dat (vuur)wapen in de hand(en) heeft gehouden en/althans met dat (vuur)wapen ten opzichte van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gemanipuleerd, en/of

- die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen (op de buik) op de vloer van de keuken van die woning te gaan liggen, en/of

- tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen: "Geld, geld, waar is het geld", tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 oktober 2010 tot en met 13 november 2010, althans op of omstreeks 13 november 2010 in de gemeente Groningen en/of te Albergen, in de gemeente Tubbergen, en/of elders in Nederland, tezamen en vereniging met een ander of anderen en/althans alleen opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

* die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] (meermalen) in een door verdachte bestuurde auto naar de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf in die door verdachte bestuurde auto te wachten teneinde die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] van de plaats van het misdrijf te kunnen vervoeren en/of (vervolgens/daadwerkelijk) van de plaats van het misdrijf te vervoeren, en/of

* die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] een stroomstootwapen en/of een (vuur)wapen ter beschikking te stellen/te verschaffen, en/of

* die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) (voor het plegen van voormeld misdrijf) te benaderen en/of met elkaar in contact te brengen, en/of

* die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 3] en/of zijn/hun mededader(s) te informeren met betrekking tot de plaats van het misdrijf en/of een aldaar weg te nemen (groot/aanzienlijk) geldbedrag, en/of

* in de (onmiddellijke) nabijheid van de plaats van het misdrijf op de uitkijk te gaan staan teneinde die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] in geval van ontdekking op heterdaad te kunnen waarschuwen.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het primair tenlastegelegde bewezen te verklaren en verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van vijf jaren. Tevens heeft de officier van justitie toewijzing van de vordering van de benadeelde partijen met hoofdelijke veroordeling van verdachte en de mededaders onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd en met onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen pistool en de inbeslaggenomen munitie.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 13 november 2010 te Albergen, in de gemeente Tubbergen tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen een portemonnee en een laptop

en een mobiele telefoon en enig ander goed en geld toebehorende aan [slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en zijn mededaders:

- de voordeur van die woning (met kracht) hebben open geduwd en die woning zijn binnen gedrongen en

- een stroomstootwapen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] hebben gezet en

- een vuurwapen op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gericht en

- die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 1] hebben gedwongen op de buik op de vloer van de keuken van die woning te gaan liggen en

- tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben geroepen: "Geld, geld, waar is het geld".

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 312 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte en zijn mededaders hebben zich schuldig gemaakt aan een brute gewapende overval in een woning waar op dat moment de 81-jarige bewoner en zijn 53-jarige mantelzorgster, mevrouw [slachtoffer 2], aanwezig waren. Verdachte en zijn mededaders hadden een tip gekregen dat in deze woning veel geld lag verstopt in een stoel. De overval is tevoren goed overdacht en voorbereid en de plaats van de overval is een aantal keren afgelegd.

Bij de overval is gebruik gemaakt van een vuurwapen en een stroomstootwapen. Op het moment dat mevrouw [slachtoffer 2] de deur opent wordt de deur op gewelddadige wijze verder opengeduwd. Zij krijgt hierbij ook nog een trap tegen haar knie. In de woning wordt het stroomstootwapen meerdere keren tegen haar lichaam gezet. Vervolgens worden de

81-jarige bewoner en mevrouw [slachtoffer 2] gedwongen om op hun buik op de vloer te gaan liggen, waarbij het vuurwapen voortdurend op hen wordt gericht. Dit is zeer bedreigend en beangstigend geweest voor de slachtoffers.

Evident is dat het voorval voor de slachtoffers zeer traumatiserend is geweest en dat zij nog geruime tijd zullen lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen de verdachte en zijn mededaders hen hebben aangedaan. Dit blijkt ondermeer uit de door het slachtoffer [slachtoffer 2] opgestelde slachtofferverklaring, welke verklaring ter zitting ook is voorgelezen.

Bovendien versterkt dergelijk gewelddadig optreden de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtsorde wordt ernstig geschokt door dergelijke feiten. Mensen worden in hun woning, een de plaats waar zij zich het meest veilig moeten voelen, op een brute en gewelddadige wijze overvallen. De rechtbank neemt het de verdachten ernstig kwalijk dat zij zich bij het plegen van het onderhavige feit uitsluitend hebben laten leiden door hun verlangen naar geldelijk gewin en zich op geen enkele manier hebben bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers.

De strafoplegging dient niet alleen in het teken te staan van de vergelding van toegebracht leed, maar ook in het teken van generale preventie. Daarbij baseert de rechtbank zich op de door het Landelijk Overleg van Voorzitters van de Strafsectoren opgestelde oriëntatiepunten voor diefstal met geweld. Deze geven als uitgangspunt voor een overval in een woning waarbij sprake is van geweld, niet zijnde licht geweld of bedreiging, een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

De rechtbank heeft de navolgende feiten en omstandigheden in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een coördinerende rol gespeeld bij de overval. Nadat hij door een mededader was benaderd over een overval, heeft hij twee jongens (junks) geregeld om de overval te plegen en heeft hij het stroomstootwapen en het vuurwapen geregeld en geleverd. Verdachte heeft die twee mededaders voorzien van drugs om ervoor te zorgen dat hun functioneren niet door afkickverschijnselen zou worden belemmerd. Deze mededaders stonden onder invloed van verdachte, nu verdachte de huisdealer van hen was, en zij daardoor afhankelijk van verdachte waren. Verdachte heeft de machtspositie die hij over de twee mededaders had, misbruikt om hen te bewegen om de overval te plegen. Alhoewel verdachte zelf niet in de woning is geweest, heeft hij zowel in de dagen voorafgaand aan de overval als daarna voortdurend contact gehouden met de mededaders.

Als strafverlagende omstandigheid neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte een relatief gering strafblad heeft. Verder zal de rechtbank overeenkomstig het bepaalde in artikel 63 Sr. rekening houden met de veroordeling van verdachte op 24 mei 2011 door de rechtbank Assen wegens bezit en handel van een vuurwapen.

Alles overwegende acht de rechtbank een vrijheidsstraf van vier jaren passend en geboden.

8.2 De inbeslaggenomen voorwerpen

Onder verdachte zijn een pistool en vijf stuks munitie inbeslaggenomen. De rechtbank is van oordeel dat inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien deze aan verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang en deze voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte begane feit, dan wel het feit zijn aangetroffen, terwijl zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

9. De schade van benadeelden

9.1 De vordering van de benadeelde partij

. [slachtoffer 1], wonende te [plaats] en [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 1.500,-- ter zake immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

[slachtoffer 2], wonende te [plaats] en [adres], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 2.321,84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- reiskosten van € 321,84 en

- een immateriële schadevergoeding van € 2.000,--.

Beide benadeelde partijen hebben gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de benadeelde partijen in hun vordering ontvankelijk en zijn de vorderingen gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terecht¬zitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de slachtoffers. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist, voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 1.500,-- aan

[slachtoffer 1] en tot een bedrag van € 2.321,84 aan [slachtoffer 2], en beide bedragen te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf 13 november 2010.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt of zullen maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2 De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit is toegebracht.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36f en 63 Sr.

11. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het primair bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [plaats] aan de [adres] van een bedrag van € 1.500,-- (éénduizend vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf

13 november 2010, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonende te [plaats] aan de [adres] van een bedrag van € 2.321,84

(tweeduizend driehonderd éénentwintig euro en vierentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 13 november 2010, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt telkens de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van respectievelijk € 1.500,-- en € 2.321,84 ten behoeve van de benadeelden, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 25 respectievelijk 33 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoelde bedragen daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partijen het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partijen de verschuldigde bedragen heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van die bedragen komt te vervallen;

de in beslaggenomen voorwerpen

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: 1 pistool (kleur zwart, FEG PA-63 serie AM 377) en 5 stuks munitie (kleur goud, GECO 7.65).

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. G.J. Stoové en

mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2012.