Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW3366

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
12-04-2012
Datum publicatie
19-04-2012
Zaaknummer
: 402175 EJ VERZ 12-583 (w)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, omdat er onvoldoende zwaarwegende redenen voor zijn. Van een aantal incidenten valt de werknemer niets te verwijten. Op enkele andere aspecten heeft hij weliswaar steken laten vallen, maar hij is nooit gewaarschuwd dat dergelijke voorvallen verstrekkende gevolgen zouden kunnen hebben

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0387

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Almelo

Zaaknummer : 402175 EJ VERZ 12-583 (w)

Beschikking van de kantonrechter d.d. 12 april 2012 in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

de Almelose nachtveiligheids- en bewakingsdiensten B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Enschede

verzoekster

gemachtigde: mr. A.J.E. Riemslag, advocaat te Enschede

tegen

[verweerder]

wonende te [plaats] en [adres]

verweerder

hierna te noemen: [verweerder]

zelfstandig procederend.

1. Procedure

Op 16 maart 2012 is ter griffie van dit gerecht binnengekomen een verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 april 2012. Ter zitting waren aanwezig namens verzoekster [B] en de gemachtigde van verzoekster mr. Riemslag. Tevens was aanwezig [verweerder] en zijn echtgenote [K]

[verweerder] heeft aangegeven dat hij geen gemachtigde heeft ingeschakeld, omdat het voor hem bezwaarlijk is de verschuldigde eigen bijdrage vooraf te voldoen. Na overleg ter zitting over de mogelijkheid om de zitting aan te houden, zodat [verweerder] alsnog een gemachtigde in de arm kan nemen, heeft hij besloten zelf verweer te voeren, en is de behandeling ter zitting aangevangen.

2. Feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

[verweerder], die is geboren op [geb.datum] 1965, is op 5 september 2009 bij verzoekster in dienst getreden in de functie beveiligsbeambte A op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden. De omvang de arbeidsovereenkomst is 32 uur en het salaris bedraagt € 12,61 bruto per uur, plus vakantiegeld en overige emolumenten. Verzoekster heeft vervolgens een nieuwe overeenkomst opgemaakt voor de duur van een jaar, maar die is niet tijdig met [verweerder] besproken en niet door hem ondertekend. De eerste arbeidsovereenkomst is daarom stilzwijgend verlengd tot 5 september 2010, en daarna tot 5 maart 2011. Op 1 maart 2011 hebben partijen een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten voor de duur van een jaar tot 4 maart 2012.

Verzoekster verkeerde in de veronderstelling dat laatstgenoemde overeenkomst de derde overeenkomst tussen partijen was en heeft op 2 februari 2012 aan [verweerder] aangekondigd de laatste overeenkomst niet te willen verlengen. [verweerder] heeft juridisch advies ingewonnen en zich per brief van 15 februari 2012 op het standpunt gesteld dat er vier arbeidsovereenkomsten op een rij zijn gesloten en dat hij op grond van de vierde arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst is getreden.

Vervolgens heeft verzoekster het onderhavige verzoekschrift ingediend.

3. Verzoek

Aan het verzoekschrift wordt het volgende ten grondslag gelegd. Verzoekster maakt onderdeel uit van de RJ Groep. Zij levert in de regio Twente produkten en diensten op het gebied van beveiliging en veiligheid, zoals portiers- en receptiediensten, objectbewaking, mobiele surveillance, alarmopvolging/keyholding, het houden van toezicht in openbaar vervoer en scholen.

Verzoekster stelt dat [verweerder] niet goed functioneert; hij voert zijn werk niet zorgvuldig uit en communiceert niet of nauwelijks met zijn leidinggevenden. Verzoekster wijst daartoe op de volgende incidenten.

In mei 2011 heeft verzoekster geconstateerd dat [verweerder] tijdens bepaalde diensten thuis pauzeert in plaats van op het werk of bij het object waar hij zijn diensten draait. Ook is het voorgekomen dat hij langer dat 30 minuten pauzeert. Thuis pauzeren is niet toegestaan omdat het belangrijk is dat de medewerker bij een melding snel ter plaatse is.

Op 17 juli 2011 is gebleken dat [verweerder] na een dienst op het object Protect het object niet goed heeft afgesloten. Het was de bedoeling dat direct na het lopen van de eerste ronde alle deuren en ramen werden gesloten. Op het nalaten hiervan is [verweerder] al vaker aangesproken.

Op 23 augustus 2011 heeft [verweerder] verzuimd om het originele rapport van een alarmmelding bij het object Thuiszorg achter te laten. Verzoekster had [verweerder] de dag ervoor nog gewezen op het belang daarvan.

Bovengenoemde zaken zijn besproken tijdens een evaluatiegesprek op 30 augustus 2011.

Ook daarna heeft [verweerder] steken laten vallen. Zo verzuimt hij dagrapportages als bijlage te voegen bij e-mails, maar plakt hij ze in het bericht zelf, en is hij op 26 november 2011 vergeten het object Cogas te openen, waarover bij verzoekster een klacht is ingediend. De rapportages van [verweerder] zijn vaak te summier.

Tijdens een beoordelingsgesprek op 2 december 2011 is besproken dat [verweerder] niet goed communiceert en dat hij onvoldoende gemotiveerd is om te werken aan eerdergenoemde aandachtspunten. Verder dient hij zijn vakkennis verder te ontwikkelen en zich verantwoordelijker te gaan gedragen.

Ondanks de waarschuwingen die hij krijgt, maakt hij op 13 december 2011 opnieuw een fout door een sleutelbos achter te laten aan de binnenkant van een deur.

Op grond van een en ander concludeert verzoekster dat [verweerder] niet geschikt is voor de functie van beveiligingsbeambte A. Het is niet te verwachten dat [verweerder] op korte termijn wel goed zal functioneren. De gevoerde gesprekken hebben niet het beoogde effect gehad. Voor een vergoeding is in de ogen van verzoekster geen plaats.

4. Verweer

[verweerder] heeft als verweer het volgende aangevoerd. Dat [verweerder] een aantal keren thuis heeft gepauzeerd klopt. Zijn leidinggevende [V] heeft hem destijds te kennen gegeven dat thuis pauzeren toegestaan is, als het werk er niet onder lijdt. Er waren ook enkele andere collega’s die dat regelmatig deden. Nadat [verweerder] is aangesproken op het thuis pauzeren, is het niet meer voorgekomen.

Wat betreft het incident bij Protect voert hij aan dat hij die dag tot 16 uur heeft gewerkt. Omdat er bij het bedrijf werd doorgewerkt tot 18 uur, had het geen zin alles al af te sluiten.

Dat hij bij het project Thuiszorg heeft nagelaten een origineel dagrapport achter te laten klopt; door de drukte is hij dat vergeten. Het gebeurt overigens ook wel eens dat de alarmbonnen op zijn.

Wat betreft de rapportages vanuit Connexxion: het is bij verzoekster bekend dat [verweerder] moeite heeft met de computer. Toen hij langere tijd werkte op een vast object is hij er wel in thuis geraakt. Later is besproken dat hij alleen nog op de mobiele surveillance zou gaan, waarbij minder computerwerk komt kijken. Toen hij vervolgens weer bij Connexxion moest inspringen vanwege vakantie of ziekte van collega’s, was de routine weer verdwenen, zodat het omgaan met de computer inderdaad niet goed ging.

[verweerder] heeft inderdaad door drukte een keer vergeten bij Cogas te openen, gelukkig was een collega snel ter plaatse, dus was de schade voor Cogas beperkt.

Dat hij niet goed zou communiceren, wordt door [verweerder] betwist. Er is hem nooit een computercursus aangeboden.

5. beoordeling

In het verzoekschrift is als adres van [verweerder] vermeld [adres] en [woonplaats], terwijl hij woont aan [adres] en [woonplaats]. Het verzoekschrift heeft [verweerder] hierdoor enkele dagen later bereikt, maar gesteld noch gebleken is dat hij hierdoor in zijn belangen is geschaad, zodat dit bij de beoordeling buiten beschouwing zal worden gelaten.

Vast staat dat [verweerder] in dienst is bij verzoekster voor onbepaalde tijd.

Nu het naar het oordeel van verzoekster niet mogelijk is om tot een vruchtbare samenwerking met [verweerder] te komen, heeft verzoekster een verzoekschrift strekkende tot ontbinding ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst ingediend.

Bij de onderbouwing van het verzoek is gewezen op het feit dat [verweerder] in april en mei 2011 een aantal keren naar huis is gegaan gedurende de lunchpauze. [verweerder] heeft er op gewezen dat hij had begrepen, dat dit onder omstandigheden was toegestaan, dat ook andere collega’s hierop zijn aangesproken, en dat het vervolgens niet meer is gebeurd. Dat ook andere collega’s hierover een brief hebben gekregen en dat [verweerder] na de waarschuwing niet meer thuis pauze heeft gehouden, is door verzoekster niet betwist. De kantonrechter oordeelt daarom dat voornoemde gang van zaken niet aan [verweerder] kan worden verweten.

Met betrekking tot het verwijt dat [verweerder] op 16 juli 2011 het object Protect niet goed heeft afgesloten, is het volgende van belang. De interne e-mail d.d. 19 juli 2011 die verzoekster over dit onderwerp heeft bijgevoegd, heeft wel betrekking op het optreden van [verweerder], maar is blijkens de adressering niet aan hem verzonden. Het staat dus niet vast dat [verweerder] toen is aangesproken op het incident; in ieder geval ontbreekt een reactie van hem in het dossier. Ter zitting heeft [verweerder] aangevoerd dat hij die dag gewerkt heeft tot 16 uur, terwijl op het bedrijf tot 18 uur gewerkt werd. Het had dus geen zin om alles al af te sluiten. Dit is ter zitting niet betwist door verzoekster.

Dat [verweerder] over zijn werkwijze op 16 juli 2011 een verwijt kan worden gemaakt, is niet of onvoldoende aannemelijk geworden.

[verweerder] erkent dat hij op 23 augustus 2011 door drukte heeft verzuimd een alarmmelding bij Thuiszorg in Nijverdal achter te laten. Tevens erkent hij dat hij niet goed met computers kan omgaan en daarom wel eens verzuimt een bijlage op juiste wijze mee te sturen met e-mailberichten. Ook betwist hij niet dat hij op 26 november 2011 vergeten is om Cogas te openen.

De kantonrechter zal nu beoordelen of deze tussen partijen vaststaande omstandigheden bij elkaar voldoende zwaarwegend zijn om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen.

Van belang is dat bij verzoekster al langer bekend is dat [verweerder] niet handig is met de computer, maar dat zij daarin kennelijk nooit aanleiding heeft gezien hem verplicht op een cursus te sturen. Over een cursus is wel gesproken maar het is gebleven bij het vrijblijvend aanbieden aan [verweerder]. Er is in ieder geval niet duidelijk gemaakt dat het achterblijven van zijn vaardigheden op dit punt, zou kunnen leiden tot ontslag.

Bovendien overweegt de kantonrechter dat het feit dat de bijlagen op verkeerde wijze met

e-mails worden meegestuurd, geen ernstige tekortkoming oplevert. Niet duidelijk is op welke wijze de bedrijfsvoering van verzoekster hierdoor wordt geschaad. Wat betreft het verwijt dat de rapportages van [verweerder] te kort zijn, is ook niet aangegeven op welk punt de rapportages tekortschieten en wat de gevolgen daarvan (kunnen) zijn.

Dat [verweerder] op 26 november 2011 is vergeten om Cogas te openen kan zeker als slordig worden aangemerkt. Uit het dossier blijkt echter niet dat het incident heeft geleid tot een officiële waarschuwing; het incident is ook niet opgenomen in het beoordelingsformulier gedateerd 2 december 2011. Er kunnen nu dan ook geen vergaande consequenties aan verbonden worden.

Het verwijt dat [verweerder] slecht communiceert met zijn leidinggevende is niet geconcretiseerd en onderbouwd. Niet duidelijk is wat precies op dit punt van [verweerder] wordt verwacht. In ieder geval is niet gebleken dat verzoekster ooit serieuze pogingen in het werk heeft gesteld om de wijze van communiceren van [verweerder] te veranderen.

De conclusie is dat geen sprake is van ernstige tekortkomingen en verwijtbare handelingen, die alles bij elkaar het ontbinden van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen. Het lijkt er op dat de arbeidsprestaties van [verweerder] gedurende de tijd dat [verweerder] in tijdelijke dienst was voldeden; er werd hem immers verschillende keren een nieuw contract aangeboden. Nu [verweerder] tegen de bedoeling van verzoekster in, in vaste dienst is gekomen, worden naar het zich laat aanzien argumenten gezocht om het dienstverband alsnog te kunnen beëindigen.

Het verzoek zal gezien het bovenstaande worden afgewezen. Het voeren van de onderhavige procedure zal de verstandhouding tussen partijen geen goed hebben gedaan, maar er is geen reden om aan te nemen dat samenwerking niet meer mogelijk is. Er is [verweerder] veel aan gelegen om zijn baan te behouden en hij zal als gewaarschuwd mens zijn uiterste best moeten doen om tegemoet te komen aan de eisen van de werkgever. De werkgever op zijn beurt zal duidelijkheid moeten verschaffen over de punten waarop zij een andere arbeidsprestatie van [verweerder] verwacht, en hem in redelijkheid de gelegenheid geven aan die eisen te voldoen, bijvoorbeeld door het geven van begeleiding of opleidingen.

Na de waarschuwing over thuis pauzeren is overigens gebleken dat [verweerder] genegen is om zich te voegen naar de waarschuwingen en instructies van de werkgever.

Het hervatten van de werkzaamheden is dus zeker mogelijk, mede gezien de aard van de werkzaamheden waarbij de werknemer is grote zelfstandigheid zijn werk uitvoert.

Verzoekster zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beschikt:

Wijst het verzoek af.

Veroordeelt verzoekster in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder], tot op heden begroot op nihil.

Aldus gegeven door mr. A.H. Margadant, kantonrechter en op 12 april 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.