Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW2503

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
11-04-2012
Datum publicatie
16-04-2012
Zaaknummer
11 / 501 WW44 W1 A
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betreft reguliere bouwvergunning voor het plaatsen van een bovengrondse waterinjectie-installatie en ondersteunende systemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector bestuursrecht

Registratienummer: 11 / 501 WW44 W1 A

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in het geschil tussen:

[namen],

wonende te [woonplaats], eisers,

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oldenzaal,

verweerder.

Derde belanghebbende: Nederlandse Aardoliemaatschappij B.V., gevestigd te Assen, vergunninghoudster.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder d.d. 30 maart 2011.

2. Procesverloop

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen de aan Nederlandse Aardoliemaatschappij B.V. (NAM) verleende reguliere bouwvergunning voor het plaatsen van een bovengrondse waterinjectie-installatie en ondersteunende systemen aan de Loweg te Oldenzaal deels gegrond en deels ongegrond verklaard. De bouwvergunning is daarbij in stand gelaten met verbetering van de motivering zoals in het advies van de bezwaren-commissie is weergegeven.

Blijkens het beroepschrift kunnen eisers zich niet met dit besluit verenigen.

Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 27 maart 2012, waar eisers [naam] en [naam] zijn verschenen, terwijl verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door B.H.M. Ankoné, medewerker van de gemeente Oldenzaal. Namens vergunninghoudster zijn verschenen [naam] en [naam].

3. Overwegingen

In geschil is de vraag of het bestreden besluit, waarbij het bezwaar van eisers tegen de aan de NAM verleende reguliere bouwvergunning voor een waterinjectie-installatie en ondersteunende systemen deels gegrond en deels ongegrond is verklaard, in rechte in stand kan blijven.

Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht, dat is opgenomen in artikel 1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Wabo, volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn, indien de aanvraag om verlening van een vergunning of ontheffing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel vóór inwerkingtreding van de Wabo is ingediend. Nu hiervan in dit geval sprake is, zal de rechtbank uitgaan van het recht, zoals dit gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreden van de Wabo.

In artikel 40, eerste lid, van de Woningwet wordt bepaald dat het verboden is:

a. te bouwen zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders te verlenen bouwvergunning,

b. een bouwwerk, standplaats of deel daarvan dat is gebouwd zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning, in stand te laten,

tenzij voor dat bouwen op grond van artikel 43 geen bouwvergunning is of was vereist.

Artikel 44, eerste lid, van de Woningwet bepaalt dat de reguliere bouwvergunning slechts mag en moet worden geweigerd, indien:

a. de aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk maken dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 of 120;

b. de aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk maken dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij de bouwverordening of, zolang de bouwverordening daarmee nog niet in overeenstemming is gebracht, met de voorschriften die zijn gegeven bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8, achtste lid, dan wel bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 120;

c. het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld dan wel met een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10, 3.27 of 3.29 van de Wet ruimtelijke ordening of met een besluit als bedoeld in artikel 3.40, 3.41 of 3.42 van die wet;

d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats, waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 45, eerste lid, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel a, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de bouwvergunning niettemin moet worden verleend, of

e. voor het bouwen een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend;

f. het bouwen in strijd is met de regels, gesteld bij of krachtens een verordening als bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 4.3, derde lid, van die wet;

g. het bouwen een bouwplan betreft, dat bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, is aangewezen, en in strijd is met een exploitatieplan of met krachtens zodanig plan gestelde eisen.

Het betreft hier een limitatieve opsomming van weigeringsgronden. Dit betekent dat de beroepsgronden van eisers die betrekking hebben op geluid, archeologie, bodemonderzoek en de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in deze procedure niet aan de orde kunnen komen.

Deze beroepsgronden hebben eisers in de procedures ter zake van de milieuvergunning en/of de bestemmingsplanprocedure naar voren kunnen brengen.

De in artikel 44, eerste lid, van de Woningwet onder a, b, e, f en g genoemde weigeringsgronden doen zich in dit geval niet voor. Derhalve komt te dezen alleen betekenis toe aan de vraag of het bestreden besluit voldoet aan het bepaalde onder c en d.

Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

De NAM wil de locatie Rossum-Weerselo 6 aan de Loweg te Oldenzaal ombouwen van gaswinningslocatie naar waterinjectielocatie. Ten behoeve van dit project is een specifiek bestemmingsplan “Herontwikkeling Olieveld Schoonebeek – Locatie Rossum-Weerselo 6” vastgesteld. Weliswaar loopt tegen dit bestemmingsplan nog een beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar het desbetreffende besluit van de raad van de gemeente Oldenzaal is niet geschorst en derhalve is het plan in werking getreden. Verweerder heeft de aanvraag voor de in geding zijnde bouwvergunning daarom terecht getoetst aan de voorschriften van dit bestemmingsplan.

Eisers stellen dat de waterinjectie-installatie moet worden aangemerkt als een gebouw in de zin van het bestemmingsplan “Herontwikkeling Olieveld Schoonebeek – Locatie Rossum-Weerselo 6” nu deze is voorzien van deuren en toegankelijk is voor mensen. Volgens eisers is de bouwhoogte 4,60 meter, hetgeen meer is dan op grond van het bestemmingsplan is toegestaan voor gebouwen. Het bouwplan is naar hun mening daarom in strijd met het bestemmingsplan.

De rechtbank kan eisers hierin niet volgen. Indien de waterinjectie-installatie geheel of gedeeltelijk als een gebouw in de zin van het bestemmingsplan zou moeten worden aangemerkt, wordt op geen enkel punt de ingevolge artikel 3.2.1, aanhef en onder c, van de planvoorschriften, voor gebouwen toegestane bouwhoogte van 4,50 meter overschreden. Blijkens de gewaarmerkte tekening, nummer EP200905225383002, die onderdeel uitmaakt van de bouwvergunning is het hoogste gedeelte van de installatie, de elektromotor in geluidsomkasting, met geluidsdemper, 4,00 meter. Daarmee blijft de hoogte ruimschoots onder de voor gebouwen toegestane bouwhoogte. Het bouwplan is daarom niet in strijd met het bestemmingsplan.

Inmiddels is de bouw van de waterinjectie-installatie voltooid. Voor zover de daadwerkelijke bouwhoogte meer is dan vergund, kan daartegen handhavend worden opgetreden door verweerder.

Voorts is er ten aanzien van het bouwplan een positief welstandsadvies uitgebracht. Aanvankelijk heeft de welstandscommissie volstaan met een zogenaamd stempeladvies, doch op verzoek van de bezwarencommissie is dit stempeladvies bij brief van 17 februari 2011 alsnog voorzien van een nadere onderbouwing. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij de beoordeling of het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand mogen uitgaan van dit welstandsadvies. Weliswaar hebben eisers gesteld dat het bouwplan niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand, doch zij hebben dit standpunt niet nader onderbouwd. Overigens merkt de rechtbank hierbij op dat, anders dan verweerder van mening is, een positief welstandsadvies ook gemotiveerd kan worden bestreden zonder inbreng van een deskundig tegenadvies.

Door eisers is niet gesteld dat sprake is van strijd met het Bouwbesluit, de Bouwverordening, algemene regels van Rijk of Provincie of een exploitatieplan. Evenmin is er een relatie van het bouwplan met een monumentenvergunning.

Nu zich geen van de in artikel 44 genoemde weigeringsgronden voordoet, moest de door de NAM aangevraagde bouwvergunning door verweerder worden verleend.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit in rechte in stand kan worden gelaten. Het beroep van eisers is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht bestaat geen aanleiding.

Beslist wordt derhalve als volgt:

4. Beslissing

De Rechtbank Almelo,

Recht doende:

verklaart het beroep ongegrond.

Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken na verzending hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag.

Aldus gedaan door mr. J.H. Keuzenkamp, rechter, in tegenwoordigheid van G. Kootstra, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 11 APRIL 2012.

Afschrift verzonden op

AB