Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW2497

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
04-04-2012
Datum publicatie
16-04-2012
Zaaknummer
: 118539 HA ZA 11-160
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verkeerde partij gedagvaard

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Civiel

zaaknummer: 118539 HA ZA 11-160

datum vonnis: 4 april 2012 (vdv)

Vonnis van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

inzake:

[eiser],

wonende te [plaats],

eiser,

verder te noemen [eiser],

advocaat mr. K.J. Coenen te Enschede,

en

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [plaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaats],

gedaagden,

verder te noemen [gedaagden] c.s.,

advocaat mr. E.G.M. de Roo van Alderwerelt-Kupers te Weert.

Procesverloop

De vordering van [eiser], het verweer van [gedaagden] c.s., het verloop van de procedure en de verdere standpunten van partijen blijken uit de volgende tussen partijen gewisselde processtukken:

- inleidende dagvaarding van 8 februari 2011

- conclusie van antwoord

- conclusie van repliek

- conclusie van dupliek

- akte

- antwoordakte

Nadien hebben partijen vonnis verzocht.

De beoordeling van het geschil en de gronden van de beslissing

Feiten

1. [eiser] (h.o.d.n. XITE-ALL) heeft blijkens opdrachtbevestiging van 20 augustus 2010 op zich genomen te organiseren de zakelijke bedrijfsopening van GLOBALLED op 8 oktober 2010 (productie 1 dagvaarding).

Deze opdrachtbevestiging is ondertekend door [gedaagden] c.s.

2. Omdat de samenwerking te wensen overliet, heeft [gedaagden] namens GLOBALLED de overeenkomst per email van 2 oktober 2010 (productie 6 CvA) ontbonden en heeft GLOBALLED die opening in eigen beheer georganiseerd.

3. [eiser] vordert in deze procedure een bedrag in hoofdsom van € 5.954,40, zijnde (vergeefs) gemaakte kosten die hij volgens de overeengekomen Algemene Voorwaarden bij annulering in rekening kan brengen.

4. Afgezien van een aantal verweren van [gedaagden] c.s. met betrekking tot de aard en kwaliteit van de dienstverlening van [eiser], voeren zij het preliminaire verweer dat [eiser] ten onrechte [gedaagden] c.s. in plaats van GLOBALLED B.V. in deze procedure heeft betrokken.

5. Dit laatste verweer zal de rechtbank als eerste bezien, waar dit –bij gegrondbevinding- tot gevolg kan hebben, dat de overige verweren van [gedaagden] c.s. geen bespreking meer behoeven.

Procespartij(en)

6. [gedaagden] c.s. stellen dat zij als zodanig ten onrechte door [eiser] gedagvaard zijn, nu zij “slechts” rechtshandelingen hebben verricht namens de (toen nog) in de oprichtingsfase verkerende vennootschap GLOBALLED B.V., waarvan [gedaagden] c.s. bestuurder en aandeelhouder zijn.

[gedaagden] c.s. wijzen erop dat de overeenkomst blijkens de door [eiser] overgelegde opdrachtbevestiging van 20 augustus 2010 is aangegaan door GLOBALLED en zag op het bedrijfsopeningsfeest van GLOBALLED.

Weliswaar is die opdrachtbevestiging door [gedaagden] c.s. ondertekend, doch die opdracht zag niet op enigerlei wijze op hen persoonlijk, maar was uitsluitend gericht op (het openingsfeest van) GLOBALLED.

Het door [eiser] vervaardigde draaiboek (productie 4 CvA) staat op naam van GLOBALLED en regelt de bedrijfsopening van GLOBALLED.

Ook de verdere relevante correspondentie als facturen, sommaties en brieven namens [eiser] zijn aan GLOBALLED gericht.

De (als productie 1 bij CvA) overgelegde Akte van Bekrachtiging d.d. 22 december 2010 leert dat GLOBALLED B.V. per 20 december 2010 definitief is opgericht en uit laatstgemelde akte blijkt dat verbintenissen als de onderhavige door de vennootschap zijn bekrachtigd en dienvolgens ex artikel 2:203 BW de (hoofdelijke) aansprakelijkheid van [gedaagden] c.s. is vervallen en [eiser] zich tot GLOBALLED B.V. (middels een procedure bij de rechtbank Den Bosch) had moeten wenden.

7. [eiser] stelt hier tegenover dat op het moment van het aangaan van de overeenkomst middels de opdrachtbevestiging van 20 augustus 2010 de besloten vennootschap GLOBALLED B.V. (nog) niet bestond, omdat die eerst per 20 december 2010 is opgericht, en voorts tot dat moment GLOBALLED ook niet als B.V.i.o. in het handelsregister was ingeschreven.

[eiser] handhaaft mitsdien zijn stelling dat [gedaagden] c.s. in persoon en hoofdelijk aansprakelijk zijn gebleven.

Beoordeling

8. [eiser] betwist niet, dat [gedaagden] c.s. op 20 augustus 2010 niet voor zichzelf met hem hebben gecontracteerd, maar ten behoeve van GLOBALLED, de per 20 december 2010 opgerichte besloten vennootschap, die de betrokken verplichtingen per 22 december 2010 heeft bekrachtigd.

Naar het oordeel van de rechtbank is het aan [eiser] ook volstrekt duidelijk geweest, dat [gedaagden] c.s. niet voor zichzelf met hem die overeenkomst voor de bedrijfsopening van GLOBALLED aangingen en dient [eiser] na de bekrachtiging blijkens de akte van 22 december 2010 door GLOBALLED B.V. zich ter zake tot die vennootschap te wenden (artikel 2:203 BW).

Het feit dat voor 20 december 2010 geen inschrijving van GLOBALLED als B.V.i.o. in het handelsregister heeft plaatsgevonden, staat daaraan niet in de weg.

Conclusie

9. [gedaagden] c.s. hebben terecht opgeworpen “als verkeerde partij” gedagvaard te zijn en dienvolgens zal de vordering van [eiser], tegen hen gericht, worden afgewezen en [eiser] als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De rechtbank:

I. Wijst af de vordering van [eiser] tegen [gedaagden] c.s..

II. Veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagden] c.s. gevallen en tot op deze uitspraak begroot op € 258,-- aan griffierecht en € 904,-- aan salaris voor de advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en op woensdag 4 april 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.