Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW2476

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
13-04-2012
Datum publicatie
16-04-2012
Zaaknummer
401144 CV EXPL 1962/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geen eenzijdige duidelijke en ondubbelzinnige wilsuiting van werknemer gericht op beëinding van arbeidsovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0369

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 401144 CV EXPL 1962/12

Uitspraak : 13 april 2012 ( mvr)

Vonnis in kort geding in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [plaats]

eisende partij, hierna ook wel [eiseres] te noemen

gemachtigde: mr. P. Benders, advocaat te Enschede

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HRNL BV

statutair gevestigd en kantoorhoudende te 5038 AC Tilburg, Heuvelstraat 101B

gedaagde partij, hierna ook wel HRNL te noemen

gemachtigde: prof. mr. H. Loonstein, advocaat te Amsterdam

1. Het verloop van de procedure:

1.1 HRNL is door [eiseres] in kort geding gedagvaard tegen de terechtzitting van de kantonrechter te Enschede van 28 maart 2012. De gemachtigde van HRNL was die dag verhinderd naar Enschede te komen en daarom is de zitting verplaatst naar 4 april 2012. Verschenen zijn [eiseres], bijgestaan door mr C.G. Mensink. Namens HRNL verscheen haar directeur de heer [X]. De vorderingen van [eiseres] werden toegelicht door mr. Mensink. Het namens HRNL gevoerde verweer werd verwoord door de heer [X], zulks mede aan de hand van een pleitnota opgesteld door professor mr. H. Loonstein, advocaat te Amsterdam.

2. De feiten waarvan voorshands vanuit kan worden gegaan:

2.1 [eiseres] is op basis van een arbeidsovereenkomst op 5 juli 2010 voor een periode van zes maanden als Assistant Store Manager in dienst getreden van Mexx Nederland Retail B.V.. De werkzaamheden worden uitgeoefend in een modewinkel van de Mexx keten te Enschede De overeenkomst is vervolgens verlengd voor een periode van 12 maanden hetgeen betekent dat deze eindigt op 4 april 2012. Met ingang van 1 november 2011 wordt de Mexx vestiging in Enschede overgenomen door HRNL en als gevolg daarvan komt [eiseres] in dienst van HRNL. In een brief van HRNL aan [eiseres] van 17 november 2011 wordt vermeld dat haar de kans wordt gegeven Store Manager te worden tegen een salaris van € 2.200,00 bruto per maand. Deze benoeming, zo wordt voorts in de brief vermeld, is tijdelijk tot eind januari 2012. Daarvoor verdiende [eiseres] € 1.800,00 bruto per maand.

2.2 Op 17 december 2011 ontvangt [eiseres] en de andere medewerkster van HRNL in Enschede het bericht dat met ingang van 18 december 2011 een medewerkster van HRNL, wonende in Arnhem, de nieuwe Store Manager in Enschede wordt. Naar aanleiding van deze mail vraagt [eiseres] om een gesprek met de directeur van HRNL. Het verzoek wordt ingewilligd en het gesprek vindt te Enschede plaats op 21 december 2011. De duur daarvan is ongeveer 90 minuten. Tijdens dat gesprek heeft [eiseres] de sleutels van het winkelpand aan de directeur overhandigd en na afloop van het gesprek heeft zij zoenend afscheid genomen van haar collega’s in de winkel. Diezelfde dag heeft [eiseres] zich bij HRNL ziek gemeld. Vanaf 22 december 2011 betaalt HRNL geen salaris meer aan [eiseres]. HRNL neemt het standpunt in dat [eiseres] op 22 december 2011 zelf de arbeidsovereenkomst heeft beëindigd.

2.3 Over november 2011 is door HRNL aan [eiseres] een salaris betaald van € 1.800,00 bruto. In december 2011 is onder de titel salaris € 2311,28 bruto voldaan en onder de titel nabetaling salaris € 123,84 bruto derhalve in totaal € 2.435,12 bruto.

3. De vorderingen:

3.1 Na haar vorderingen te hebben verminderd, vordert [eiseres] dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, HRNL wordt veroordeeld:

a. aan haar te betalen het salaris van € 2.200,00 bruto per maand vanaf 23 december 2011 tot en met 4 april 2012;

b. aan haar te betalen achterstallig salaris over de periode van 1 november 2011 tot en met 22 december 2011 minus de reeds verrichte betalingen;

c. aan haar te betalen de wettelijke verhoging over de ander a en b gemoeide bedragen almede de wettelijke rente te berekenen vanaf de dag dat HRNL in gebreke was tot aan de dag van de voldoening;

d. aan haar af te geven een correcte bruto-netto specificatie betrekking hebbend op vorenbedoelde salarisbetalingen, zulks op straffe van het verbeuren van een dwangsom voor iedere dag of gedeelte van een dag dat HRNL, nadat het in dezen te wijzen vonnis aan haar is betekend, in gebreke blijft met het afgeven van de specificaties.

De vorderingen zijn gebaseerd op de feiten en op de volgende stellingen:

3.2 [eiseres] was al Store Manager bij Mexx en in die hoedanigheid is zij overgegaan naar HRNL. [eiseres] heeft geen ontslag genomen. Tijdens het gesprek met de heer [X] op 22 december 2011 was [eiseres] geëmotioneerd. Het dienstverband is eerst geëindigd op 4 april 2012. Het salaris van [eiseres] bedroeg laatstelijk € 2.200,00 bruto per maand. HRNL verzuimt het salaris over de periode van 23 december 2011 tot en met 4 april 2012 aan [eiseres] te voldoen. Over november 2011 heeft HRNL te weinig salaris voldaan. [eiseres] heeft recht en belang bij het verkrijgen van correcte salarisspecificaties.

4. Het verweer:

4.1 HRNL is van mening dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Het volgende is naar voren gebracht:

4.2 [eiseres] was bij Mexx Assistant Store Manager. De Store Manager van Mexx had fraude gepleegd en daarom heeft HRNL besloten [eiseres] de mogelijkheid te bieden aan te tonen dat zij bij HRNL Store Manager kon worden. Het salaris van

€ 2.200,00 bruto per mand behoort bij de functie van Store Manager.

4.3 [eiseres] functioneerde niet goed als Store Manager en daarom is mevrouw [Y] aangesteld om haar tijdelijke functie over te nemen. In het gesprek van 22 december 2011 dat werd gevoerd tussen de heer [X] en [eiseres] heeft [eiseres] te kennen gegeven direct te willen stoppen met haar werk bij HRNL en zij heeft daarom de sleutels van de winkel ingeleverd. Tijdens het gesprek heeft [eiseres] aangegeven dat zij verscheidene andere banen kon krijgen. Nu zij bovendien zoenend afscheid nam van haar collega’s moet er – zeker in het kader van een kort geding – van worden uitgegaan dat [eiseres] zelf ontslag heeft genomen. De opzegging was duidelijk en er rustte daarom op HRNL geen plicht te onderzoeken of [eiseres] daadwerkelijk wilde dat er een einde aan het dienstverband kwam. Het gesprek heeft immers ongeveer 90 minuten geduurd en het verliep in een rustige sfeer. De daarna gedane ziekmelding van [eiseres] was zinledig, omdat zij zelf haar dienstverband inmiddels had beëindigd.

4.4 [eiseres] heeft niets meer te vorderen over november 2011. Er was abusievelijk over deze maand € 123,84 bruto te weinig salaris betaald. Dat is rechtgezet.

4.5 HRNL geeft altijd deugdelijke salarisspecificaties af.

5. De beoordeling van het geschil:

5.1 Vooropgesteld dient te worden dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan aanleiding is, indien op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn.

5.2 De vraag moet worden beantwoord of [eiseres] de arbeidsovereenkomst op 22 december 2011 met onmiddellijke ingang heeft opgezegd. Opzegging is de eenzijdige wilsuiting gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst en daaraan wordt in de jurisprudentie de eis gesteld dat deze duidelijk en ondubbelzinnig moet zijn. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is onvoldoende komen vast te staan dat er sprake is geweest van een opzegging. Het verweer van HRNL komt erop neer dat zij uit de handelwijze van [eiseres] heeft afgeleid dat zij heeft opgezegd. Die handelwijze bestaat uit het op 22 december 2011 (a) verklaren dat zij ander werk kan verkrijgen (b) het inleveren van de sleutels bij de heer [X] (c) het zoenend afscheid nemen van andere personeelsleden in de winkel en (d) - zo is gesteld - het meedelen dat zij direct wilde stoppen met haar werk. Deze handelwijze voldoet niet aan de vereisten die aan een opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werknemer worden gesteld. Niet is gesteld of is gebleken dat [eiseres] heeft verwoord dat zij met onmiddellijke ingang ontslag nam. De kantonrechter acht daarom voldoende aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst van partijen heeft voortgeduurd tot 5 april 2012.

5.3 Gelet op de inhoud van de brief van 17 november 2011 heeft [eiseres] daarom recht op doorbetaling van haar loon ad € 2.200,00 bruto per maand te rekenen vanaf 22 december 2011 tot 1 februari 2012. Nu niet is gesteld of is gebleken dat op enigerlei wijze [eiseres] te kennen is gegeven dat zij na 1 februari 2012 eventueel een lager salaris zou gaan verdienen, zal vorenbedoeld loon ook dienen te worden betaald over de periode van 1 februari 2012 tot en met 4 april 2012.

5.4 [eiseres] heeft niet althans onvoldoende afgedongen op het onder 4.4 weergegeven verweer van HRNL. De vordering, weergegeven onder 3.1. sub b , zal daarom worden afgewezen.

5.5 Gelet op de wijze waarop de vordering van [eiseres] is ontstaan en omdat het hier om een kort geding gaat, zijn geen termen aanwezig de gevorderde wettelijke verhoging toe te wijzen. Er is geen onderbouwde aanwijzing dat HRNL geen salarisspecificaties en een eindafrekening aan [eiseres] zal verstrekken. De daarop betrekking hebbende vordering van [eiseres] zal daarom worden afgewezen.

5.6 HRNL zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing:

Veroordeelt HRNL om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.200,00 bruto per maand te berekenen over de periode vanaf 23

december 2011 tot en met 4 april 2012 te vermeerderen met de wettelijke rente over

het maandelijkse verschuldigde bedrag vanaf de respectieve vervaldata tot de dag

van de voldoening.

Veroordeelt HRNL in de kosten van de procedure tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op € 163,64, waarvan een bedrag van € 90,64 te betalen aan de griffier van deze sector en locatie en € 400,-- wegens het salaris van de gemachtigde.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en op

13 april 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.