Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW1109

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
06-04-2012
Zaaknummer
103975 / HA ZA 09-792
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In geschil is de vraag, of de notaris een of meer beroepsfouten heeft gemaakt door onjuiste prijzen in de akten te vermelden en vervolgens niet mee te werken aan het passeren van ‘herstelakten’ om de verkeerde prijzen te corrigeren. Op grond van de volgende overwegingen beantwoordt de rechtbank deze vraag ontkennend. Aan de notaris valt geen beroepsfout te verwijten zoals door HEG c.s. gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 103975 / HA ZA 09-792

datum vonnis: 28 maart 2012 (wh)

Vonnis van de rechtbank Almelo, meervoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

1. de commanditaire vennootschap

Holland Estate Grond C.V.,

gevestigd te Den Haag,

en

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Holland Estate Grond Beheer B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseressen in conventie, verweersters in reconventie,

verder gezamenlijk aan te duiden als HEG c.s.,

advocaat: mr. C. van Oosten te Leiden,

tegen

1. [gedaagde sub 1]

en

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaats],

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

verder gezamenlijk aan te duiden als de notaris,

advocaat: mr. J.W. van der Horst te Amsterdam.

In conventie en in reconventie:

1. Het procesverloop

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit onder meer de volgende stukken en de daarbij overgelegde producties:

- de dagvaarding,

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie,

- de conclusie van repliek in conventie, tevens wijziging van eis in conventie, en tevens conclusie van antwoord in reconventie,

- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie,

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2. Partijen hebben hun standpunten door hun advocaten doen bepleiten op 5 maart 2012. Beide partijen hebben pleitnotities overgelegd. HEG c.s. heeft daarbij haar vordering verminderd.

1.3. Tenslotte heeft de rechtbank de uitspraak in deze zaak vastgesteld op vandaag.

2. De feiten

2.1. De volgende feiten kunnen als vaststaand worden aangenomen:

- Eiseres sub 1, Holland Estate Grond C.V. (HEG), is op 10 maart 2008 opgericht met het doel om te investeren in percelen landbouwgrond, die een aanzienlijke waardestijging zouden kunnen ondergaan als gevolg van wijziging van de planologische bestemming. De C.V. heeft zich tot doel gesteld om een te investeren vermogen van € 17,5 miljoen te verwerven door middel van de uitgifte van participaties van ieder € 250.000,-. Door het afnemen van een participatie trad de participant als commanditair vennoot toe tot de C.V.

- Eiseres sub 2, Holland Estate Grond Beheer B.V. (HEGB), is op dezelfde datum opgericht en vervulde de rol van beherend vennoot van Holland Estate Grond C.V.

- Vanaf deze datum tot en met 9 februari 2009 waren [H], [H] en [L] (via andere vennootschappen) indirect bestuurders van HEG c.s.

- Ter verwerving van voormeld vermogen heeft HEG een informatiememorandum uitgegeven, waarin onder meer vermeld stond welke gronden (in Dronten, Emmeloord, Hardegarijp, Heerenveen en Sloten) HEG voornemens was aan te kopen.

- Eén van de uitgangspunten van de door HEG in het informatiememorandum afgegeven rendementsprognoses is de vermelding van de bij aankoop van de grond te hanteren vaste prijzen. De gemiddelde aankoopprijs bedroeg € 26,67 per vierkante meter.

- Op basis van dit informatiememorandum heeft HEG van participanten een vermogen verworven van ongeveer € 3,1 miljoen. Met dit vermogen zijn percelen grond aangekocht en overeenkomstig het informatiememorandum geleverd aan de Stichting Holland Estate Grond Bewaar (SHEGB).

- De aktes voor de koop en levering van de aangekochte percelen te Dronten, Emmeloord, Hardegarijp en Heerenveen zijn in opdracht van HEG en HEGB gepasseerd door gedaagde sub 2, [gedaagde sub 2].

- Met verlof van de rechtbank d.d. 19 juni 2009 heeft HEG c.s. ten laste van de notaris conservatoir derdenbeslag gelegd onder ABN AMRO Bank N.V., ING Bank N.V., Fortis Bank Nederland N.V. en de Coöperatieve Rabobank Noordwest Twente U.A.

3. De vorderingen

In conventie:

3.1. HEG c.s. vordert, na eisvermindering:

- om voor recht te verklaren dat [gedaagde sub 1] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens HEG c.s. uit hoofde van de door HEG c.s. [gedaagde sub 1] verstrekte opdrachten, althans dat [gedaagde sub 1] zich onrechtmatig jegens HEG c.s. heeft gedragen en in dat kader aansprakelijk is voor alle schade tengevolge van die tekortkoming c.q. onrechtmatige daad, en/of

- om voor recht te verklaren dat [gedaagde sub 2] ex artikel 7:404 BW aansprakelijk is voor de toerekenbare tekortkoming van [gedaagde sub 1] en de daarmee verband houdende schade als hiervoor bedoeld, althans dat [gedaagde sub 2] zich onrechtmatig jegens HEG c.s. heeft gedragen en in dat kader aansprakelijk is voor alle schade tengevolge van die onrechtmatige daad, en/of

- om [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten, te veroordelen tot betaling van primair € 395.419,- in hoofdsom, subsidiair een door de rechtbank vast te stellen schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over het primair of subsidiair gevorderde bedrag vanaf 30 mei 2009, althans vanaf een door de rechtbank vast te stellen datum, en met veroordeling van de notaris in de proceskosten, inclusief nakosten.

In reconventie:

3.2. De notaris vordert primair om voor recht te verklaren dat de gelegde beslagen van rechtswege zijn komen te vervallen, en om HEG c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een vergoeding, op te maken bij staat, van de schade die de notaris als gevolg van die beslagen heeft geleden. Subsidiair vordert de notaris opheffing van de beslagen, eveneens met veroordeling van HEG c.s. tot betaling van schadevergoeding als voormeld, en meer subsidiair vordert de notaris om HEG c.s. te bevelen om de beslagen op te heffen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- voor elke dag waarop HEG c.s. hiermee in gebreke blijft, eveneens met veroordeling van HEG c.s. tot betaling van schadevergoeding als voormeld, een en ander met verwijzing van HEG c.s. in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen.

4. De standpunten van partijen

In conventie:

HEG c.s.:

4.1. Aan haar vordering legt HEG c.s. ten grondslag de hiervoor in r.o. 2 opgesomde, vaststaande feiten, alsmede de volgende stellingen. Aan enkele van de door de notaris gepasseerde aktes kleven ernstige gebreken, hierin bestaande dat de daarin genoemde aankoopprijzen onjuist zijn, omdat zij veel hoger zijn dan vermeld stond in het informatiememorandum. De vaste aankoopprijzen, zoals opgenomen in dat memorandum, maken onderdeel uit van de door HEG c.s. aan de notaris verstrekte opdrachten. Het niet hanteren van de juiste verkoopprijzen, vermeld in het informatiememorandum, heeft er toe geleid dat HEG c.s. in totaal € 395.419,- teveel voor de desbetreffende percelen heeft betaald, hetgeen voor haar een schadepost is tot hetzelfde bedrag.

4.2. Meer specifiek heeft HEG c.s. op dit punt gesteld dat voor het perceel in Heerenveen (N], L 1261) een vaste aankoopprijs in het informatiememorandum vermeld stond van € 70,69 per vierkante meter, maar dat de door HEG c.s. betaalde prijs is berekend op basis van € 103,16 per vierkante meter, met als gevolg dat HEG c.s. voor deze grond

€ 103.833,97 te veel heeft betaald. Voor het perceel in Dronten vermeldde het informatiememorandum een vaste aankoopprijs van € 36,80 per vierkante meter, maar de door HEG c.s. betaalde prijs is berekend op basis van € 98,32 per vierkante meter, met als gevolg dat HEG c.s. voor deze grond € 229.705,- te veel heeft betaald. Voor het perceel in Emmeloord (een deel van perceel A 2360) vermeldde het informatiememorandum een vaste aankoopprijs van € 13,08 per vierkante meter, maar de door HEG c.s. betaalde prijs is berekend op basis van € 30,12 per vierkante meter, met als gevolg dat HEG c.s. voor deze grond € 68.003,- te veel heeft betaald. Voor een ander perceel in Emmeloord (een ander deel van perceel A 2360) vermeldde het informatiememorandum een vaste aankoopprijs van

€ 14,39 per vierkante meter, maar de door HEG c.s. betaalde prijs is berekend op basis van

€ 30,12 per vierkante meter, met als gevolg dat HEG c.s. voor deze grond € 72.367,- te veel heeft betaald.

4.3. Nadat de notaris hierop was aangesproken, heeft HEG c.s. de notaris enkele malen verzocht en vervolgens aangemaand om voormelde onjuiste aankoopprijzen uiterlijk op

31 december 2008 te corrigeren door het passeren van herstelakten. De notaris heeft hieraan echter, onder opgave van een aantal uiteenlopende gronden daarvoor, geen gevolg gegeven.

4.4. De grondslag van de vordering is, dat de notaris ingevolge de artikelen 17 en 21 van de Wet op het notarisambt, alsmede krachtens de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht op hem rustende verplichtingen jegens HEG c.s., niet is nagekomen. Immers, de notaris had bij de geringste discrepantie tussen de in het informatiememorandum vermelde en de vervolgens in de akten opgenomen aankoopprijzen een onderzoek moeten instellen naar de reden of redenen van zulke verschillen. Op de notaris rustte jegens HEG c.s. als opdrachtgever een zwaarwegende zorgplicht. Het gaat hier om één van de kernverplichtingen van de notaris, namelijk controleren of de in de akte vermelde koopprijs overeenstemt met de aan de notaris verleende opdracht.

4.5. De notaris heeft zulk onderzoek echter niet uitgevoerd, noch HEG c.s. geïnformeerd of gewaarschuwd, en de akten met de onjuiste bedragen gepasseerd, en nadat de notaris daarop herhaaldelijk was aangesproken, heeft hij de fouten ook niet gecorrigeerd door middel van de nodige herstelaktes. De notaris heeft aldus het overeengekomen resultaat, namelijk het foutloos passeren van de nodige aktes, niet behaald. Dit levert niet alleen wanprestatie van de notaris jegens HEG c.s. op, maar ook een onrechtmatige daad. Na deze beroepsfout heeft de notaris nagelaten om de fout te herstellen door mee te werken aan het passeren van ‘herstelakten’, waarmee de in de oorspronkelijke akten vermelde, onjuiste prijzen konden worden gecorrigeerd. Ook dit nalaten valt aan te merken als een beroepsfout.

De notaris:

4.6. De notaris heeft de vordering gemotiveerd betwist als volgt. De notaris ontkent de door HEG c.s. gestelde beroepsfouten te hebben gemaakt. Op de notaris rustte bij de uitvoerig van de onderhavige opdrachten geen bijzondere of verzwaarde zorgplicht jegens HEG c.s. De zorgplicht vindt haar grens daar, waar de notaris goede grond heeft om er op te vertrouwen dat de belanghebbende zichzelf voldoende op de hoogte heeft gesteld of dat deze tevoren reeds voldoende inzicht had in hetgeen nodig was ter bereiking van het beoogde resultaat. HEG c.s. hadden geen bijzondere bescherming nodig. Immers, in het informatiememorandum (pagina 35) hebben de indirecte bestuurders van HEG c.s.

[H] en {L] zichzelf gepresenteerd als deskundig: [H] als accountant, financieel directeur en vervolgens als oprichter van een vennootschap op het gebied van onroerend goed, en [L] als juridisch adviseur, institutioneel vermogensbeheerder, in management- en directiefuncties in de bancaire sector en als oprichter van een onderneming op het gebied van ‘family & investment’. Bovendien werd HEG c.s. bijgestaan door advocaten, hetgeen onder meer hieruit blijkt dat de notaris na het passeren van de leveringsakten deze moesten toezenden aan [T], welk kantoor ook de juridische structuur van Holland Estate Grond C.V. had opgezet.

4.7. Omdat HEG c.s. dus geen bijzondere bescherming nodig had, rustte op de notaris geen verzwaarde zorgplicht, noch een waarschuwingsplicht. De notaris kon volstaan met het opstellen van concepten van de te passeren aktes overeenkomstig de zijdens HEG c.s. verstrekte instructies, en deze na goedkeuring der concepten door HEG c.s. te passeren. De notaris heeft dat, geheel overeenkomstig de opdrachten, ook gedaan. De notaris heeft telkens de conceptakten en de conceptafrekeningen op voorhand aan vertegenwoordigers van de bij die akten betrokken partijen toegezonden. Deze gingen vervolgens (telkens) akkoord met die concepten en zij ondertekenden de voor het passeren van de akten benodigde volmachten. Zowel in de conceptakten, de conceptafrekeningen en de volmachten stonden telkens de desbetreffende koopprijzen expliciet vermeld.

4.8. De opdracht van HEG c.s. aan de notaris zag niet op enig door de notaris uit te voeren (nader) onderzoek naar de vraag, of de in de akten opgenomen koopprijzen in overeenstemming waren met de in het informatiememorandum vermelde prijzen. Het lag op de weg van HEG c.s. zelf om de koopprijzen, voordat zij met de kopers waren overeengekomen en voordat zij aan de notaris werden doorgegeven, te controleren en om zelf te beoordelen of deze prijzen (voldoende) in lijn lagen met het informatiememorandum. De notaris mocht er op vertrouwen dat de door HEG c.s. aan de notaris doorgegeven koopprijzen naar volle tevredenheid van HEG c.s. tot stand waren gekomen. De notaris mocht ervan uitgaan dat dit telkens het geval was, omdat HEG c.s. telkens uitdrukkelijk heeft ingestemd met de conceptakten en conceptafrekeningen, en HEG c.s. de volmachten, waarin ook de prijzen waren opgenomen, steeds heeft ondertekend.

4.9. Daar komt nog bij, aldus de notaris, dat HEG c.s. nooit vóór of ten tijde van het verlijden van de aktes heeft aangegeven dat de in het informatiememorandum gestelde prijzen moesten dienen als uitgangspunt voor de akte. Integendeel, de in elke akte te vermelden prijs werd door HEG c.s. telkens per akte aan de notaris doorgegeven, en de notaris heeft die bedragen steeds in de akten opgenomen. [H], indirect bestuurder van HEG c.s, benaderde (telkens) de notaris voor de te passeren akten. Hij informeerde de notaris over de overeengekomen koopprijzen, en de notaris nam die prijzen over in de conceptakten. De notaris heeft nooit opdracht gekregen om die prijzen te vergelijken met die in het informatiememorandum. Het lag ook voor de hand dat de notaris dat niet deed, omdat het (behalve wanneer de notaris een bijzondere zorg- of waarschuwingsplicht heeft, hetgeen in casu niet het geval is) niet tot de ambtsverplichtingen van een notaris behoort om de economische redelijkheid van door zijn opdrachtgever met anderen overeengekomen koopprijzen te beoordelen.

4.10. Anders dan zijdens HEG c.s. ten pleidooie is aangevoerd behoefde de notaris zich er in zijn contacten met [H] ook niet van te vergewissen, dat ook de andere (indirecte) bestuurders van HEG c.s., [H] en [L], instemden met de door [H] aan de notaris opgegeven prijzen.

4.11. Ook het verwijt van HEG c.s. aan de notaris, dat deze heeft geweigerd om mee te werken aan “het doen herstellen van de incorrecte aankoopprijzen” treft volgens de notaris geen doel. Partijen hebben overlegd over de mogelijkheid om de in de akte opgenomen koopprijzen aan te passen door middel van het opstellen en passeren van ‘herstelakten’. Na dit overleg heeft de notaris in concept herstelakten opgesteld en deze op 30 december 2008 aan [K], [L] en [H] van HEG c.s. gestuurd, met het verzoek om daarop hun akkoord te geven. Pas op 23 maart 2009 heeft [H] (als laatste) zijn toestemming gegeven.

4.12. Op die datum heeft de notaris aan HEG c.s. geschreven als volgt: “De notarissen zijn van mening dat, om deze herstelakten te passeren, de medewerking van de participanten eveneens noodzakelijk is, aangezien er wijzigingen plaatsvinden in de waarden van de destijds gepasseerde akten en hun dit eventueel zou kunnen raken. Dus dienen van hun kant gelegaliseerde volmachten te komen om de akten ter herstellen”. De notaris heeft het Juridisch Notarieel Bureau geraadpleegd, dat adviseerde om niet over te gaan tot het passeren van een herstelakte indien men de gevolgen van het passeren van die akte niet, of niet geheel, kon overzien. In een dergelijk geval, aldus het JNB, dient de notaris zijn ministerie te weigeren. Daarop heeft de notaris aan HEG c.s. geschreven dat de beide notarissen van het kantoor, [gedaagde sub 1], tot de conclusie zijn gekomen “dat zij de gevolgen van de akten van rectificatie niet kunnen overzien, mede gelet op het feit dat een en ander buiten de participanten in de C.V. omgaat”.

4.13. De notaris betwist voorts dat HEG c.s. schade heeft geleden, althans dat enig causaal verband bestaat tussen door HEG c.s. geleden schade en de in dit geding aan de notaris verweten gedragingen. De notaris heeft de schadeberekening van HEG c.s. betwist. Met een beroep op artikel 6:101 BW stelt de notaris dat eventueel door HEG c.s. geleden schade geheel, dan wel gedeeltelijk voor hun eigen rekening dient te blijven, omdat HEG c.s. als deskundige partij geacht moet worden zeer goed te hebben begrepen wat zij deed toen zij de notaris (telkens) bij volmacht opdracht gaf om de akten met de daarin vermelde prijzen te passeren, en de door haar gepretendeerde schade daarom niet ten laste van de notaris kunnen brengen. De notaris verzet zich ook tegen de door HEG c.s. gevorderde uitvoerbaarheid van het vonnis bij voorraad, op grond dat HEG c.s. daarbij geen belang heeft, en omdat uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een veroordelend vonnis in conventie voor de notaris een aanmerkelijk restitutierisico in het leven roept, omdat HEG c.s. riskante investeringen heeft gedaan en wellicht nog doet, met als mogelijk gevolg een penibele financiële situatie, zodat HEG c.s. na vernietiging van dat vonnis in appel niet tot terugbetaling in staat zal blijken.

In reconventie:

De notaris:

4.14. Aan de door HEG c.s. ten laste van de notaris gelegde conservatoire beslagen kleven formele gebreken. HEG c.s. heeft in het beslagrekest de vordering begroot op

€ 1.700.000,-. In de dagvaarding pretendeert HEG c.s. een vordering van slechts

€ 1.357.886,-, dus ruim € 300.000,- minder. Daarom beantwoordt de ingestelde eis niet aan de vordering, waarvoor beslag is gelegd.

4.15. De beslagen zijn voorts ten onrechte gelegd, nu de notaris geen beroepsfout jegens HEG c.s. heeft gemaakt. De beslagen hebben daarnaast ook schade veroorzaakt, nu de notaris als geval van de beslagen niet meer over de beslagen saldi hebben kunnen beschikken, terwijl aan hun relatie met de desbetreffende banken schade is toegebracht.

HEG c.s.:

4.16. Voor opheffing van de beslagen bestaat geen grond. Er is niet ten onrechte beslag gelegd, nu de notaris jegens HEG c.s. één of meer beroepsfouten heeft gemaakt zoals HEG c.s. heeft gesteld. Van formele gebreken aan het beslag is geen sprake. De voorzieningenrechter heeft de vordering van HEG c.s. begroot op € 1.700.000,-, en ook overigens is aan alle formaliteiten voldaan.

4.17. Slechts het derdenbeslag onder de Rabobank heeft doel getroffen tot een bedrag van

€ 4.276,64. Dit bedrag staat in geen enkele verhouding tot de door HEG c.s. als gevolg van de beroepsfouten van de notaris geleden schade. De stelling, dat de relatie tussen de notaris en de banken door de beslagen schade heeft opgelopen, heeft de notaris niet onderbouwd.

5. De beoordeling

In conventie:

5.1. In geschil is de vraag, of de notaris een of meer beroepsfouten heeft gemaakt door onjuiste prijzen in de akten te vermelden en vervolgens niet mee te werken aan het passeren van ‘herstelakten’ om de verkeerde prijzen te corrigeren. Op grond van de volgende overwegingen beantwoordt de rechtbank deze vraag ontkennend. Aan de notaris valt geen beroepsfout te verwijten zoals door HEG c.s. gesteld.

5.2. De rechtbank onderschrijft de stelling van de notaris, dat op hem bij de uitvoering van de onderhavige opdrachten geen bijzondere of verzwaarde zorgplicht jegens HEG c.s. rustte, omdat de notaris goede grond had om er op te vertrouwen dat HEG c.s. zichzelf voldoende op de hoogte had gesteld en tevoren reeds voldoende inzicht had in hetgeen nodig was ter bereiking van het door haar beoogde resultaat. HEG c.s. hadden geen bijzondere bescherming nodig. Immers, in het informatiememorandum (pagina 35) hebben de indirecte bestuurders van HEG c.s. [H] en [L] zichzelf gepresenteerd als deskundig: [H] als accountant, financieel directeur en vervolgens als oprichter van een vennootschap op het gebied van onroerend goed, en [L] als juridisch adviseur, institutioneel vermogensbeheerder, in management- en directiefuncties in de bancaire sector en als oprichter van een onderneming op het gebied van

‘family & investment’. Bovendien werd HEG c.s. bijgestaan door advocaten, hetgeen onder meer hieruit blijkt dat de notaris na het passeren van de leveringsakten deze moesten toezenden aan [T], welk kantoor ook de juridische structuur van Holland Estate Grond C.V. had opgezet.

5.3. Evenzeer terecht stelt de notaris dat hij onder deze omstandigheden kon volstaan met het opstellen van concepten van de te passeren akten overeenkomstig de zijdens HEG c.s. verstrekte instructies, en deze na goedkeuring der concepten door HEG c.s. te passeren, en dat de notaris dat, geheel overeenkomstig de opdrachten, ook heeft gedaan. Onbetwist is, dat de notaris telkens de conceptakten en de conceptafrekeningen op voorhand aan vertegenwoordigers van de bij die akten betrokken partijen heeft toegezonden. Deze gingen vervolgens (telkens) akkoord met die concepten en zij ondertekenden de voor het passeren van de akten benodigde volmachten. Zowel in de conceptakten, de conceptafrekeningen en de volmachten stonden telkens de desbetreffende koopprijzen expliciet vermeld. De rol van de notaris bestond vervolgens slechts in het passeren van die akten waarbij, anders dan zijdens HEG c.s. is betoogd, ook niet ter zake doet of dit al dan niet gebeurde bij volmacht, zoals in casu geschiedde.

5.4. De rechtbank onderschrijft met name ook de stelling van de notaris, dat het niet tot de algemene zorgplicht van een notaris behoort om onderzoek te doen naar de waarde van in zekerheid te verstrekken onderpanden. De notaris wijst er terecht op, dat HEG c.s. met betrekking tot de waarde van de door hem in onderpand te aanvaarden grond, een eigen onderzoeksplicht had, onder meer zich daarbij bovendien heeft kunnen doen adviseren door eigen deskundige adviseurs. HEG c.s. speculeerde in ‘warme gronden’. De waarde van zulke grond kan snel en sterk stijgen als gevolg van wijziging van de planologische bestemming, maar zulke waardestijging kan ook uitblijven, wanneer de verwachte bestemmingswijziging geen doorgang vindt. Gezien het mogelijk hoge risico van waardefluctuaties van zulke grond, droeg HEG c.s. als investeerder zelf het beleggingsrisico. Om dat risico goed te kunnen taxeren beschikten haar (indirecte) bestuurders [H], [H] en [L]blijkens het door HEG c.s. uitgegeven informatiememorandum over ruime kennis en ervaring op dit gebied. Het risico voor de beleggingsresultaten berust daarom geheel bij HEG c.s. zelf. Op de notaris rustte geen verplichting om te onderzoeken of de aan hem doorgegeven koopprijzen beantwoordden aan de in het informatiememorandum vermelde bedragen. Handhaving van de in het memorandum neergelegde uitgangspunten viel slechts onder de verantwoordelijkheid van HEG c.s. en niet onder de taken van de notaris.

5.5. De rechtbank is het ook met de notaris eens dat deze zich er in de correspondentie met HEG c.s. over de te passeren akten niet van hoefde te vergewissen, dat alle (indirecte) bestuurders van HEG c.s., [H] en [L], telkens hadden ingestemd met de door één van hen (H) aan de notaris doorgegeven prijzen. Er is niet gesteld of gebleken dat de notaris ten tijde van de voorbereiding en het passeren van de akten enige reden had om te vermoeden dat [H] niet bevoegd was om HEG c.s. ten deze te vertegenwoordigen, en met name niet waar het ging om de hoogte van de door hem aan de notaris opgegeven koopprijzen. De notaris was ook niet om andere redenen gehouden om in dit verband een (nader) onderzoek in te stellen naar de interne bestuurlijke verhoudingen bij HEG c.s.

5.6. De rechtbank komt voorts tot het oordeel dat de handelwijze van de notaris met betrekking tot de door HEG c.s. gewenste herstelakten evenmin een beroepsfout van de notaris jegens HEG c.s. oplevert. De weigering van de notaris om de door hem in concept opgestelde herstelakten te passeren was, zoals de notaris heeft gesteld, gebaseerd op zijn professionele juridische oordeel dat, om deze herstelakten te kunnen passeren, de medewerking van de participanten eveneens noodzakelijk is, aangezien er wijzigingen zouden plaatsvinden in de waarden van de destijds gepasseerde akten en hen dit eventueel zou kunnen raken. Dus dienden van hun kant gelegaliseerde volmachten te komen om de akten te herstellen. De notaris heeft het Juridisch Notarieel Bureau geraadpleegd, dat adviseerde om niet over te gaan tot het passeren van een herstelakte indien men de gevolgen van het passeren van die akte niet, of niet geheel, kon overzien. In dat geval zou de notaris zijn ministerie moeten weigeren. Daarop heeft de notaris aan HEG c.s. geschreven dat de beide notarissen van het kantoor, [gedaagde sub 1], tot de conclusie zijn gekomen “dat zij de gevolgen van de akten van rectificatie niet kunnen overzien, mede gelet op het feit dat een en ander buiten de participanten in de C.V. omgaat”.

5.7. Hiertegenover heeft HEG c.s. niet, althans niet gemotiveerd, aangevoerd dat, en op grond waarvan dit oordeel onjuist, of zelfs kennelijk onjuist zou zijn. De rechtbank komt tot de conclusie dat de notaris zijn beslissing om de akten niet te passeren kennelijk heeft gebaseerd op een toetsing van de desbetreffende opdracht van HEG c.s. aan zijn notariële ambtsverantwoordelijkheid, op basis van een alleszins redelijk argument, namelijk de mogelijkheid van benadeling van rechtmatige financiële belangen van de participanten in de C.V., en in overeenstemming met door hem op dit punt zorgvuldigheidshalve ingewonnen deskundig advies. De beslissing was daarom niet in strijd met de artikelen 17 en/of 21 van de Wet op het notarisambt. De notaris hoefde daarom de desbetreffende opdracht van HEG c.s. niet uit te voeren en die beslissing valt niet te kwalificeren als een beroepsfout.

5.8. Omdat in dit geding dus geen beroepsfout van de notaris kan worden aangenomen is de eis reeds hierom niet toewijsbaar en kunnen de stellingen van partijen met betrekking tot door HEG c.s. geleden schade verder onbesproken blijven.

5.9. Omdat alle vorderingen van HEG c.s. worden afgewezen, dient zij als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten in conventie te dragen.

In reconventie:

5.10. De rechtbank zal de door HEG c.s. in dit geding ten laste van de notaris gelegde beslagen opheffen met toepassing van artikel 705 lid 2 Rv., op grond dat uit dit vonnis voldoende blijkt van de ondeugdelijkheid van de door HEG c.s. ingestelde vordering.

5.11. De rechtbank acht echter geen vergoeding toewijsbaar van door deze beslagen veroorzaakte schade, omdat deze niet of onvoldoende is geconcretiseerd. Voor vergoeding van door de beslagen aan de notaris toegebrachte reputatieschade, bestaat geen aanleiding, omdat het instellen van een rechtsvordering tegen een notaris in verband met via het notariskantoor verlopen betalingsverkeer een zakelijk bedrijfsrisico is, en niet een reeds bij voorbaat onrechtmatige aantasting van de reputatie van het notariskantoor. De notaris kan tegen een beslag, waardoor de reputatie van het notariskantoor bij de banken kan worden geschaad en dat om die reden als onnodig vexatoir en daarom als onrechtmatig kan worden gekwalificeerd, opkomen met een vordering in kort geding tot opheffing van dat beslag.

5.12. De rechtbank zal de proceskosten in reconventie compenseren, omdat beide partijen over en weer op enige punten in het ongelijk worden gesteld.

6. De beslissing

De rechtbank:

In conventie:

I. Wijst de vorderingen af.

II. Veroordeelt Holland Estate Grond C.V. en Holland Estate Grond Beheer B.V. hoofdelijk in de kosten van deze procedure, aan de zijde van de notaris tot deze uitspraak begroot op € 4.951,- voor verschotten en op € 7.740,- voor salaris van zijn advocaat (Tarief VII, 3 punten).

III. Verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

In reconventie:

IV. Heft op de door HEG c.s. in deze zaak ten laste van de notaris gelegde conservatoire derdenbeslagen onder ABN AMRO Bank N.V., ING Bank N.V.,

Fortis Bank Nederland N.V. en Coöperatieve Rabobank Noordwest Twente U.A.

V. Compenseert de proceskosten zo, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

VI. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Hangelbroek, Vermeulen en Lorist, en op woensdag

28 maart 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.