Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BW0557

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
28-03-2012
Datum publicatie
02-04-2012
Zaaknummer
11 / 605 BESLU V1 A
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betreft einduitspraak na eerdere tussenuitspraak. Gebrek in bestreden besluit niet hersteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector bestuursrecht

Registratienummer: 11 / 605 BESLU V1 A

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in het geschil tussen:

Vereniging Omwonenden Luchthaven Twente e.a.,

eisers,

en

1. de Minister van Defensie,

2. de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

verweerders,

gemachtigde: mr. M. Rus-van der Velde, advocaat te Den Haag.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerders d.d. 4 mei 2011.

2. Procesverloop

Voor het procesverloop wordt verwezen naar de tussenuitspraak die de rechtbank heeft gewezen op 14 maart 2012. In deze tussenuitspraak hebben verweerders de gelegenheid gekregen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Verweerders hebben bij schrijven van 21 maart 2012 meegedeeld dat zij niet voornemens zijn het gebrek te herstellen, omdat zij in hoger beroep willen gaan. Zij verzoeken de rechtbank dan ook een einduitspraak te doen.

Bij brief van 26 maart 2012 heeft de rechtbank het onderzoek in deze zaak gesloten en meegedeeld dat binnen zes weken na de datum van verzending van die brief uitspraak wordt gedaan.

3. Overwegingen

Nu verweerders bij schrijven van 21 maart 2012 te kennen hebben gegeven dat zij geen gebruik zullen maken van de gelegenheid om het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen, zal de rechtbank het beroep van eisers gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Verweerders zal worden opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van hetgeen de rechtbank in de tussenuitspraak van

14 maart 2012 heeft overwogen.

Nu de rechtbank van oordeel is dat het bezwaar van eisers ontvankelijk is, dient op grondslag daarvan alsnog een inhoudelijke heroverweging van de primaire besluiten van 15 november 2010 door verweerder plaats te vinden. Voor finale geschillenbeslechting is daarom in dit geval geen plaats.

Op grond van het vorenoverwogene acht de rechtbank het, gelet op het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, billijk verweerders te veroordelen in de kosten die eisers redelijkerwijs hebben moeten maken in verband met de behandeling van dit beroep, zijnde de reiskosten van [naam] te [woonplaats], die namens eisers is verschenen ter zitting van de rechtbank van 9 februari 2012.

Beslist wordt derhalve als volgt.

4. Beslissing

De Rechtbank Almelo,

Recht doende:

- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerders op een nieuw besluit op het bezwaar van eisers te nemen, met inachtneming van hetgeen de rechtbank heeft overwogen in haar tussenuitspraak van 14 maart 2003;

- veroordeelt verweerders in de door eisers gemaakte proceskosten, welke kosten worden bepaald op € 8,78, door verweerder te betalen aan eisers;

- verstaat dat verweerders aan eisers het griffierecht ad € 302,-- vergoedt.

Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken na verzending hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State te Den Haag.

Aldus gedaan door mr. R.J. Jue, rechter, in tegenwoordigheid van G. Kootstra, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 28 maart 2012.

Afschrift verzonden op

PA