Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BV9810

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
22-03-2012
Datum publicatie
23-03-2012
Zaaknummer
: 399418 CV EXPL 1445-12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzeggen door werkneemster van arbeidsovereenkomst. De opzegging is in dit geval een duidelijke en ondubbelzinnige op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerichte wilsverklaring. Geen onderzoeksplicht werkgever

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0271

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 399418 CV EXPL 1445-12

Uitspraak : 22 maart 2012 (tc)

Vonnis in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [plaats]

eisende partij, hierna ook wel [eiseres] te noemen

gemachtigde: mr. D.S. Verkerk, verbonden aan ARAG-Nederland te Leusden

tegen

[gedaagde]

gevestigd en kantoorhoudende te [plaats]+-

gedaagde partij, hierna ook wel [gedaagde] te noemen

gemachtigde: mr. E.F.M. van den Biesen, advocaat te Enschede

1. Het verloop van de procedure:

1.1 [eiseres] heeft bij dagvaarding, betekend op 29 februari 2012, [gedaagde] in kort geding betrokken. De terechtzitting vond plaats op 12 maart 2012. De standpunten van partijen zijn door de gemachtigden toegelicht. Mr. Van den Biezen heeft dat gedaan aan de hand van pleitaantekeningen.

2. De voorshands vastgestelde feiten:

2.1 [gedaagde] is een bouwonderneming. [eiseres], geboren in 1962, is op basis van een arbeidsovereenkomst met ingang van 1 juli 1989 in dienst getreden bij [gedaagde] en zij bekleedt daar thans de functie van hoofd salarisadministratie, tegen een salaris van € 2.613,65 bruto per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en zulks bij een dienstverband van 2½ werkdag per week.

2.2 Op 22 december 2011 schrijft [eiseres] per mail aan haar direct leidinggevende het volgende:

Na een intensief en weloverwogen beraad, heb ik besloten om

mijn dienstverband met [gedaagde] te beëindigen.

Ik heb nl totaal geen werkvreugde meer en dit slaat op mijn gezondheid en dus ook in mijn privé-leven.

Ik wil graag samen met [J] (ktr.: de echtgenoot van [eiseres]) nog een

paar mooie jaren beleven en daarom kies ik nu voor mijzelf en

mijn gezondheid en dat van [J].

Ik wil je dit middels deze mail laten weten, maar zal voor 1

januari 2012 mijn ontslag schriftelijk aan de directie van

[gedaagde] bevestigen. Morgen, vrijdag 23 december neem ik een

snipperdag en ben dus niet op kantoor aanwezig.

Met vriendelijke groet,

2.3 Op 27 december 2011 spreken [eiseres] en haar leidinggevende met elkaar. Op verzoek van [eiseres] vindt dat gesprek niet plaats op het kantoor van [gedaagde] maar in het Van der Valk motel in Hengelo. Tijdens dat gesprek overhandigt [eiseres] aan de leidinggevende een brief, gedateerd 22 december 2011, waarin zij schriftelijk bevestigt dat zij haar dienstverband bij [gedaagde] beëindigt. De leidinggevende probeert haar te bewegen geen ontslag te nemen, maar dat lukt hem niet. In verband met de eindejaarsdrukte wordt aan [eiseres] gevraagd tot 1 februari 2012 te blijven werken. [eiseres] stemt daarin toe, mits dat niet op kantoor van [gedaagde] plaatsvindt. Partijen komen overeen dat [eiseres] thuis kan werken en [gedaagde] is bereid daarvoor de nodige voorzieningen bij [eiseres] in huis aan te brengen.

2.4 Een dag later, op 28 december 2011, schrijft [eiseres] aan haar leidinggevende:

Ik ga ervan uit, dat zoals gisteren besproken, jij mij ziek

hebt gemeld. Mocht je dit niet gedaan hebben, wil je me dan

alsnog miv 27 december 2011 ziekmelden.

Ik trek het dus echt meer, heb zware hoofdpijnen en ben nu

niet in staat om het e.e.a. op te pakken. De energie is weg.

Met vriendelijke groet.

2.5 Op 9 januari 2012 bevestigt [gedaagde] aan [eiseres] schriftelijk de ontvangst van haar mailbericht van 22 december 2011 en haar wordt daarin meegedeeld dat [gedaagde] akkoord gaat met de beëindiging van het dienstverband per 1 februari 2012.

2.6 Op 27 januari 2012 schrijft de gemachtigde van [eiseres] aan [gedaagde] een brief waarvan de inhoud erop neerkomt dat [eiseres] in een heftig overspannen toestand de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat, mede gelet op het bepaalde in artikel 7: 611 BW, [eiseres] niet gehouden kan worden aan de opzegging. De opzegging(en) worden door de gemachtigde namens [eiseres] vernietigd. In de brief wordt gerefereerd aan een protest van [eiseres] zelf tegen de gang van zaken, waarbij zij haar opzegging ook al zou hebben vernietigd.

2.7 De huisarts van [eiseres] heeft haar op 30 december 2011 verwezen naar een psycholoog wegens burn-out klachten. Deze psycholoog heeft haar voor het eerst ontvangen op 18 januari 2012 en hij/zij heeft in een schriftelijke verklaring, die door [eiseres] in het geding is gebracht, vermeld dat het sturen van de ontslagbrief is te duiden als een actie ontstaan vanuit een paniekaanval.

3. De vorderingen:

3.1 Verkort weergegeven vordert [eiseres], dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] wordt veroordeeld haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst na te komen en in dat kader [gedaagde] onder meer te veroordelen:

a. tot het betalen van haar salaris vanaf 1 februari 2012 tot aan de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd;

b. om haar te melden bij de arbo-dienst van [gedaagde] opdat haar re-integratie kan worden opgevat, zulks onder het verbeuren van een dwangsom als [gedaagde] aan deze veroordeling geen gebruik maakt.

De vorderingen zijn gebaseerd op de feiten en op de volgende stellingen:

3.2 In tegenstelling tot hetgeen in de email van 22 december 2011 is vermeld heeft [eiseres] ten gevolge van een burn out en tijdens een paniekaanval [gedaagde] ervan in kennis gesteld dat zij voornemens is de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De burn out is te wijten aan de arbeidsomstandigheden bij [gedaagde]. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is tot stand gekomen onder invloed van een wilsgebrek. [gedaagde] had dienen te onderzoeken of [eiseres] daadwerkelijk tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wilde komen en daarin is zij tekortgeschoten [gedaagde] kan op grond van het voorgaande [eiseres] niet houden aan de opzegging.

3.2 Subsidiair beroept [eiseres] zich erop dat [gedaagde] misbruik heeft gemaakt van omstandigheden als bedoeld in artikel 3:44 BW. [gedaagde] wist of had moeten begrijpen dat [eiseres] in een labiele geestestoestand verkeerde en in feite arbeidsongeschikt was.. Zij had maatregelen moeten treffen die [eiseres] ervan zouden weerhouden de arbeidsovereenkomst op te zeggen. [gedaagde] heeft [eiseres] niet geïnformeerd over de risico’s en de gevolgen van het zelf ontslag nemen.

3.3 Hoe het ook zij, [gedaagde] heeft door aan te sturen op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst zich niet als een goed werkgever gedragen.

3.4 Nu de opzegging van de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is vernietigd, moet [gedaagde] blijven voldoen aan al haar verplichtingen voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst.

4. Het verweer:

4.1 [gedaagde] is van mening dat de vorderingen van [eiseres] moeten worden afgewezen. Het volgende is naar voren gebracht.

4.2 [eiseres] heeft geen spoedeisend belang. Haar echtgenoot heeft voldoende inkomen om in haar levensonderhoud te voorzien.

4.3 [eiseres] heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd terwijl zij in staat was haar wil te bepalen. [gedaagde] heeft geen misbruik van omstandigheden gemaakt. De leidinggevende heeft immers op 27 december 2011 tijdens het gesprek in het motel [eiseres] proberen ertoe te bewegen geen ontslag te nemen. Hij heeft haar voorgesteld de opzeggingsbrief te verscheuren. [gedaagde] heeft zich jegens [eiseres] altijd als een goed werkgever gedragen. [eiseres] wist uit hoofde van haar functie veel van de werkloosheidswet en ziektewet. Zij gaf daarover voorlichting aan werknemers van [gedaagde]. Het was overbodig [eiseres] te wijzen op de risico’s en de gevolgen van het door haar opzeggen van de arbeidsovereenkomst. [eiseres] wist van de hoed en de rand.

5. De beoordeling van het geschil:

5.1 [eiseres] is vanaf 1 februari 2012 verstoken van een inkomen van € 2.613,65 bruto per maand en zij wil weer over een dergelijk inkomen gaan beschikken. Daarmee is voldoende komen vast te staan dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft. Het inkomen van haar echtgenoot is voor de beoordeling van de spoedeisendheid irrelevant.

5.2 Voorop wordt gesteld dat de vorderingen van [eiseres] alleen dan voor toewijzing vatbaar zijn, indien de kantonrechter – voorlopig oordelend – het voldoende aannemelijk acht dat deze in een bodemprocedure zullen worden toegewezen. Dat is gelet op hetgeen onder 5.3 is overwogen niet het geval.

5.3 Voor de beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is voorafgaande opzegging nodig. Opzegging is een eenzijdige wilsverklaring gericht op beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Een opzegging door een werknemer vereist een duidelijke en ondubbelzinnige op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerichte wilsverklaring. Gelet op de redactie van de e-mail van 22 december 2011 en het op 27 december 2011 overhandigen van de ontslagbrief is de kantonrechter van oordeel dat de opzegging aan vorenbedoeld vereiste voldoet. Er kunnen omstandigheden aanwezig zijn op grond waarvan de werkgever moet onderzoeken of de werknemer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst werkelijk wenst. De functie van [eiseres] bij [gedaagde] bracht mee dat zij kon weten welke nadelige gevolgen konden zijn verbonden aan haar opzegging van de arbeidsovereenkomst. Van [gedaagde] behoefde daarom niet te worden gevergd dat zij daarnaar een onderzoek ging instellen. Van belang is dat partijen na 22 december 2011 met elkaar hebben gesproken en dat de leidinggevende [eiseres] ertoe heeft proberen te bewegen geen ontslag te nemen. [gedaagde] mocht daarom het gerechtvaardigd vertrouwen hebben dat [eiseres] overeenkomst haar verklaring en gedragingen daadwerkelijk de arbeidsovereenkomst wilde beëindigen. [eiseres] heeft in het kader van deze procedure onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] wist of had moeten begrijpen dat [eiseres] ontslag nam onder invloed van een abnormale geestestoestand. Van misbruik van omstandigheden is daarom, voorlopig oordelend, geen sprake geweest. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen deelt de kantonrechter niet de opvatting van [eiseres] dat [gedaagde] zich niet als een goed werkgever heeft gedragen. De vorderingen zullen worden afgewezen en [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing:

Wijst de vorderingen af.

Veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure tot op deze uitspraak aan de zijde

van [gedaagde] begroot op € 200,- wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. M.H. van Rhijn, kantonrechter, en op 22 maart 2012 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.