Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BV8427

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-02-2012
Datum publicatie
09-03-2012
Zaaknummer
126458 KGZA 12-21
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De verhuurder vordert ontruiming van de woning omdat de huurster de woning laat vervuilen; er wordt niet opgeruimd of schoongemaakt, vuil stapelt zich op en de hond wordt niet uitgelaten. De verhuurder heeft jarenlang diverse vormen van begeleiding en hulp aangeboden, maar er werd geen blijvend effect bereikt omdat huurster niet gemotiveerd is haar gedrag aan te passen. Aannemelijk is dat de wijze van bewoning schade oplevert aan de woning en dat bovendien de huren gehinderd worden in hun woongenot. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Burgerlijk Wetboek Boek 6 265
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 213
Burgerlijk Wetboek Boek 7 214
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2012/132
JHV 2012/103 met annotatie van mr. Briedé
JAF 2012/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 126458 KGZA 12-21

datum vonnis: 24 februari 2012 (s.r.)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de stichting

Woningstichting De Woonplaats

gevestigd en kantoorhoudend te Enschede,

eiseres,

verder te noemen De Woonplaats,

advocaat: mr. R.J. Leijssen, Enschede,

tegen

[gedaagde]

wonende te [plaats] en [adres],

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde],

advocaat: mr. D.J.H. Habers, Enschede.

Het procesverloop

De Woonplaats heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding d.d. 6 februari 2012.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 17 februari 2012. Ter zitting zijn verschenen: De Woonplaats vergezeld door mr. Leijssen en [gedaagde], vergezeld door mr. Habers. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

1. In deze zaak staat het navolgende vast. [gedaagde] huurt van De Woonplaats een woning aan [adres] en [plaats]; zij woont daar samen met haar zoon [X]. Vanaf 2009 heeft De Woonplaats met [gedaagde] besprekingen gevoerd over het onderhouden en schoonhouden van haar woning. De Woonplaats heeft [gedaagde] hulpverlening aangeboden en heeft met haar een begeleidingsovereenkomst gesloten, het Wijkzorgteam is ingeschakeld, er is begeleiding geweest door de J.P. van den Bent Stichting en de gemeente heeft gratis een container geplaatst zodat [gedaagde] overtollige spullen af kon voeren. De Woonplaats heeft [gedaagde] vele malen per brief gewaarschuwd, om haar zodoende te bewegen de woning behoorlijk te onderhouden. Vanaf november 2011 wordt de huur niet meer voldaan door [gedaagde].

2. De Woonplaats vordert [gedaagde] te gebieden de woning aan de [adres] en [plaats] binnen 14 dagen te ontruimen en te verlaten, en De Woonplaats toe te staan de ontruiming zonodig te bewerkstelligen met de sterke arm der wet. Tevens vordert De woonplaats [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.Ter onderbouwing van de vorderingen wijst De Woonplaats er in de eerste plaats op dat [gedaagde] als huurder verplicht is de woning en de tuin te onderhouden. Op basis van het Besluit kleine herstellingen is [gedaagde] gehouden tot het schoonhouden van het woonruimtegedeelte van de woning, het wassen en schoonhouden van de binnen- en buitenzijde van ruiten, kozijnen en deurposten en het bestrijden van ongedierte.

De Woonplaats stelt dat ondanks al haar inspanningen en ondanks de vele waarschuwingen de vervuiling van de woning steeds verder toeneemt. Omwonenden klagen over stankhinder en een onhygiënische situatie. Door het slechte onderhoud van de woning brengt [gedaagde] de woning schade toe. De verwaarlozing van de woning vormt een ernstige wanprestatie, die grond oplevert voor ontbinding van de huurovereenkomst. Om verdere (stank)overlast, verwaarlozing en schade aan de woning te voorkomen wordt thans ontruiming van de woning gevorderd; een bodemprocedure kan niet worden afgewacht.

4. De Woonplaats heeft ter onderbouwing van de vordering bij de dagvaarding kopieën van waarschuwingsbrieven gevoegd die in de loop van 2011 aan [gedaagde] zijn gestuurd, alsmede foto’s van de binnen- en buitenzijde van de woning.

Uit de brieven van De Woonplaats blijkt onder meer het volgende:

- In een brief van 15 april 2011 zijn afspraken opgenomen die met [gedaagde] zijn gemaakt over het schoonhouden van de woning, waaronder dagelijks ventileren, ramen wassen, opruimen en het uitlaten van de hond.

- In een brief van 25 juli 2011 wordt een verslechtering van de situatie geconstateerd; de woonkamer staat vol spullen, de ramen zitten dicht, er is vocht te zien aan de muren, in de keuken staat afwas en er zijn overal etensresten. In de bijkeuken ligt een stinkende berg wasgoed, waarop spinrag zit. De hond doet zijn behoefte in de woonkamer. In de achtertuin zitten de vuilcontainers vol, zakken met vuil liggen onder het keukenraam, het onkruid staat hoog. In huis zijn veel dode en levende vliegen.

- In een brief d.d. 29 september 2011 wordt geconstateerd dat de berg met wasgoed en de vaat in de keuken zijn toegenomen en dat het in huis muf ruikt. Er zit spinrag aan het plafond en in de hoeken van de trap, in de slaapkamers liggen overal spullen, tassen, gebruikt servies en verpakkingen met etensresten. De schuur staat vol en de hond wordt nog steeds niet uitgelaten. De Woonplaats concludeert dat [gedaagde] niet zelf een huishouden kan runnen.

- Bij een onverwacht huisbezoek op 3 november 2011 is alles nog minder en viezer. Het is donker in huis, alles zit dicht. Er liggen spinrag en vliegjes op de vensterbank. Vuilniszakken en afval staan in de keuken, het fornuis en de afzuigkap zijn bruin van het vet. [gedaagde] slaapt zelf in de woonkamer. Het halletje met wc en badkamer is vies. Het behang en de stopcontacten zijn bruin. Ondanks de beloften en toezeggingen van [gedaagde] is er geen vooruitgang.

- Bij een huisbezoek op 24 november 2011 heeft [gedaagde] de vieze vaat en de berg wasgoed weggewerkt. Verder is de woning onveranderd; er hangt een penetrante onaangename lucht en er zijn vliegjes. In een brief d.d. 25 november 2011 stelt De Woonplaats dat [gedaagde] beter af is als zij (intern) begeleid woont. Alle hulpverlening die aan [gedaagde] is aangeboden de laatste jaren, is gestopt omdat [gedaagde] geen medewerking verleent. Begeleiding op vrijwillige basis werkt dus niet. De wijze waarop [gedaagde] het huis bewoont leidt tot schade aan de woning en mogelijk zelfs tot schade bij buren. Aan [gedaagde] wordt een procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst aangekondigd. Zij krijgt nog één kans om te laten zien dat zij goed en schoon kan wonen; op 8 december 2011 moet het huis, uitgezonderd de zolder en de kelder, schoon en opgeruimd zijn.

- Op 8 december 2011 heeft [gedaagde] niet de gehele woning schoongemaakt, zo blijkt uit de brief van 15 december 2011. Op één van de slaapkamers liggen nog spullen en afval, op de trap en in de hal ligt viezigheid van langere tijd, de badkamer en het toilet zijn op verzoek van [gedaagde] niet bekeken. In huis hangt nog steeds een bedompte lucht en in de woonkamer lijkt schimmel bij het plafond te zitten. De gemaakte afspraak is dus niet nagekomen.

Uit de verklaringen van omwonenden, die bij de dagvaarding zijn gevoegd, blijkt dat de buren klagen over de verzameling vuilnis achter de woning, de door het raam zichtbare vervuiling van de woning, het niet uitlaten van de hond, en de vieze lucht die naar buiten komt wanneer een raam of een deur openstaat. In de zomer kunnen de buren vanwege de stankoverlast geen gebruik maken van hun eigen achtertuin.

5. [gedaagde] heeft zich tegen de gevorderde ontruiming verweerd en ter zitting aangevoerd dat de hulpverlening aan [gedaagde] medio 2011 is beëindigd omdat verdere indicatie daarvoor werd afgewezen. Vanaf het moment dat de hulpverlening is beëindigd, is de situatie verder verslechterd. [gedaagde] erkent dat tot december 2011 sprake is geweest van passiviteit in het op orde houden van het huishouden, maar na het huisbezoek van 5 december 2011 heeft [gedaagde] zich ingespannen de situatie te verbeteren en de verbeteringen te handhaven. De foto’s geven dan ook geen correct beeld van de huidige situatie in de woning. Van vervuiling rond de woning is geen sprake meer. Het onkruid en afval zijn uit de achtertuin verwijderd en de voorkant van de woning ziet er normaal uit.

Het interieur van de woning is nog wel rommelig, en in de woning wordt flink gerookt, maar van schimmelvorming of andere schade is geen sprake. [gedaagde] wordt momenteel begeleid door Mee-Twente en twee wijkcoaches. De wijkcoaches van [gedaagde] hebben een verbetering geconstateerd en voorts met betrekking tot de vervuiling opgemerkt dat zij het wel erger hebben gezien.

De gevorderde ontruiming van de woning is een zware ingreep. [gedaagde] zal geen dak boven haar hoofd hebben en haar bezittingen kwijtraken omdat zij geen mogelijkheid heeft deze op te slaan. Vanwege het ontbreken van zelfstandige woonruimte zal [gedaagde] haar WWB-uitkering kwijtraken. Nu er geen sprake is van ernstige overlast of blijvende wanprestatie, heeft de gevorderde ontruiming te zware consequenties; de vordering dient daarom te worden afgewezen.

Wat betreft het niet betalen van de huur brengt [gedaagde] naar voren dat vanwege een misverstand haar uitkering is beëindigd. Hier wordt aan gewerkt en zij verwacht dat de uitkering op korte termijn wordt hervat.

6. Aangenomen kan worden dat De Woonplaats spoedeisend belang heeft bij een beoordeling in kort geding, aangezien er sprake is van een onhoudbare situatie die voortduurt. Het belang van de omwonenden vraagt om een beslissing op korte termijn, zonder dat eerst een bodemprocedure wordt doorlopen, die minimaal enkele maanden in beslag neemt.

7. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen toe en overweegt daartoe als volgt. Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht blijkt genoegzaam dat [gedaagde] sinds jaren niet voldoet aan haar verplichtingen om de door haar gehuurde woning te onderhouden en schoon te houden. In ieder geval vanaf 2009 is sprake van een vuile en rommelige woning, waarin niet wordt schoongemaakt, etensresten rondslingeren en de hond van [gedaagde] zijn behoefte doet. Het spreekt voor zich dat als gevolg van dit alles het leefmilieu in de woning onhygiënisch is; dit blijkt ook uit de voortdurende aanwezigheid van vliegen. De situatie in de woning leidt tot een vieze geur, die bij het openen van de ramen voor de buren duidelijk is te ruiken. Ook de situatie in de achtertuin, waar afval zich ophoopt, leidt er toe dat de buren door stankoverlast worden gestoord in hun woongenot. Ook bestaat het gevaar dat door het vele afval in en buiten de woning nog meer ongedierte wordt aangetrokken, waarvan ook de buren hinder kunnen ondervinden.

Dat [gedaagde] sinds december 2011 daadwerkelijk haar leven heeft verbeterd is niet aannemelijk; de stelling is niet onderbouwd door bijvoorbeeld foto’s. En zelfs indien zou worden vastgesteld dat [gedaagde] onder druk van de aangezegde ontruimingsprocedure enig opruimwerk heeft verricht, is niet aannemelijk dat zij dit voor langere tijd zal volhouden.

De Woonplaats heeft gesteld en met stukken onderbouwd dat sinds jaren door diverse hulpverleners hulp is aangeboden, maar dat geen van deze initiatieven blijvend resultaat had, omdat [gedaagde] niet te motiveren is tot ander woongedrag. [gedaagde] heeft voldoende kansen gehad en heeft ook de aangeboden laatste kans op 8 december 2011 niet benut; een reden daarvoor heeft zij niet gegeven.

Door de wijze waarop de woning wordt gebruikt is sprake van voortdurende wanprestatie door [gedaagde], die de gevorderde ontruiming rechtvaardigt. De gevorderde machtiging de ontruiming zo nodig te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm zal niet worden toegewezen; zij is ingevolge het bepaalde in de artikelen 556.1 en 557 Wetboek van Rechtsvordering overbodig.

De voorzieningenrechter ziet in de situatie van [gedaagde] aanleiding om de ontruimingstermijn te stellen op zes weken.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Veroordeelt [gedaagde] voormeld perceel met aanhorigheden binnen zes weken na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten, met medeneming van al diegenen die, en al hetgene dat zich daarin of daarop vanwege [gedaagde] bevindt, en onder afgifte der sleutels ter vrije en algehele beschikking van De Woonplaats te stellen.

II. Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Woonplaats begroot op € 673,97 aan verschotten en € 527,00 aan salaris van de advocaat.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 februari 2012, in tegenwoordigheid van

de griffier.