Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BV6974

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
24-02-2012
Datum publicatie
27-02-2012
Zaaknummer
: 398172 EJ VERZ 807/12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding. Dringende reden afgewezen. Arbeidsovereenkomst ontbonden op subsidiaire grond: wijziging in de omstandigheiden. Vertrouwensbreuk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0191
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector Kanton

Locatie Enschede

Zaaknummer : 398172 EJ VERZ 807/12

Beschikking van de kantonrechter d.d. 24 februari 2012 in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AKO B.V. ,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam

verzoekster

hierna te noemen AKO

gemachtigde: mr. A.F.G. Welten, advocaat te Gilze

tegen

[verweerster],

wonende te [plaats]

verweerster

hierna te noemen: [verweerster]

gemachtigde: mr. A.G. Schouwink, advocaat te Enschede

1. De procedure

1.1 In haar verzoekschrift, ingekomen ter griffie van dit gerecht op 8 februari 2012, vraagt AKO de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden, voor zover deze nog mocht bestaan.

1.2 [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.

1.3 Het verzoek is mondeling behandeld ter terechtzitting van dinsdag 14 februari 2012 om 10:00 uur. Ter zitting verschenen [verweerster] vergezeld van mr. Schouwink. AKO is verschenen bij haar rayonmanager [X], bijgestaan door mr. Welten, en [Y], particulier onderzoeker bij Headline Adviesbureau.

Beide partijen hebben hun respectievelijke standpunten mondeling weergegeven. Tijdens de mondelinge behandeling zijn videobeelden getoond.

Van het verhandelde ter terechtzitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt.

1.4 Beschikking is bepaald op heden.

2. De feiten

2.1 Bij de beoordeling van het verzoek wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend dan wel niet of onvoldoende zijn bestreden.

2.2 [verweerster] is met ingang van 1 oktober 1997 in dienst getreden bij AKO. [verweerster] was laatstelijk werkzaam in de functie van eerste medewerker verkoop van de AKO filialen Enschede NS en Hengelo NS, tegen een salaris van € 1.452,50 bruto per 4 weken, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten, op basis van 32 uur per week.

2.3 Op 1 november 2011 heeft [verweerster] een gesprek gehad met [X], rayonmanager, en [Y] van Headline Adviesbureau. Alvorens het gesprek aan te gaan is [verweerster] een “Verklaring uit vrije wil” voorgehouden. Deze verklaring welke door [verweerster] is ondertekend houdt onder meer in, voor zover hier van belang:

[… .] Ondergetekende [verweerster],

verklaart door ondertekening van dit schrijven, dat aan haar is medegedeeld dat zij niet tot antwoorden is verplicht en dat zij een verklaring aflegt en/of ondertekent geheel uit vrije wil en zonder enige dwang.

Tevens verklaart ondergetekende op de hoogte te zijn van het feit dat haar werkgever, AKO B.V. zich te allen tijde het recht voorbehoudt om aangifte bij de politie te doen, van diefstal of verduistering van geld of goederen door ondergetekende gepleegd.[… .]

2.4 Van het gesprek is door [Y] een schriftelijke verklaring op papier gezet die door [verweerster] per pagina is geparafeerd. [verweerster] heeft, voor zover hier van belang, onder meer het navolgende verklaard:

[… .] Ik weet hoe de kassa’s werken en ben bekend met alle voorkomende procedures en kassa- en huisregels.

U gaf aan dat u een onderzoek heeft ingesteld naar aanleiding van vermissing van goederen en geld en u vertelt mij dat uit dit onderzoek blijkt dat ik mij schuldig heb gemaakt aan het wegnemen en nuttigen van goederen en aan het wegnemen van geld van klanten.[… .]. u heeft mij ook een fragment laten zien waarop ik zie dat ik een telefoonkaart aan een klant verkoop voor € 5,-- en dat geld in mijn zak stop, dit alles zonder aanslag op de kassa.[… .] Heel stom dat ik dat heb gedaan. [… .] Verder heb ik een paar keer wat gesnoept of gedronken en deze artikelen niet afgerekend. [… .] U vraagt mij of ik wel eens krasloten heb gepakt [… .] zonder dat ik deze loten heb afgerekend. Dit heb ik twee keer gedaan. [… .] Ik heb ook een paar keer [… .] een krant niet op de kassa aangeslagen en heb het geld van de klant in mijn broekzak gedaan.

[… .].

De schade die ik heb veroorzaakt met mijn domme handelen zal rond de € 25,00 liggen en zal deze aan AKO terugbetalen.

U zegt mij dat ik ook een deel van de kosten van het onderzoek zoals dit is gedaan door het bureau Headline adviesbureau [..] moet betalen. Ik begrijp dit. U zegt mij dat dit een bedrag is van totaal € 1.500,00.

Ik zal een schuldbekentenis tekenen voor een totaal bedrag van € 1.525,00.

[… .] Hierbij geef ik aan de Manager P&O toestemming deze schuld te verrekenen met mijn huidige salaristegoed. [… .]

U heeft mij een kopie van deze verklaring aangeboden. Ik maak daar wel gebruik van.

Ik heb deze verklaring geheel vrijwillig afgelegd.

2.5 [verweerster] heeft eveneens op 1 november 2011 een handgeschreven schriftelijke verklaring op papier gezet. Zij schrijft, voor zover hier van belang:

[… .] Heb af en toe geld in mijn zak gestopt door niet aanslaan van vloei of krant.

Heb ook wel drinken of snoep genomen zonder te betalen. [… .]

Krasloten krassen zonder te betalen.

De schade door mijn handelen is ong. € 25,--.

Een deel van dit onderzoek ga ik zelf betalen dit bedraagt € 1.500,--.

2.6 AKO schrijft op 2 november 2011 het navolgende, voor zover hier van belang:

In het gesprek is aangegeven dat de directie van AKO, als gevolg van geconstateerde onregelmatigheden, een onderzoek heeft laten uitvoeren in de winkel van AKO Hengelo NS. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat u zich diverse malen schuldig heeft gemaakt aan diefstal c.q. verduistering van geld dat aan AKO toebehoort. We hebben u met de geconstateerde feiten in het gesprek geconfronteerd. U heeft aangegeven dat u zichzelf herkent op de aan u getoonde videobeelden. [… .]

Door deze handelwijze heeft u bovendien de huisregels van AKO meerdere malen op flagrante wijze geschonden.

De omstandigheden vormen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang, voor ons dringende redenen om u op staande voet te ontslaan.

[… .].

3. Het verzoek

3.1 AKO verzoekt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, voor zover deze nog mocht bestaan, te ontbinden wegens gewichtige redenen in de zin der wet, primair bestaande uit een dringende reden en subsidiair uit een verandering van omstandigheden, zonder toekenning van enige vergoeding.

3.2 Primair legt AKO een dringende reden aan haar verzoek ten grondslag. Zij voert daartoe aan dat [verweerster] zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal c.q. verduistering in dienstbetrekking van geld en goederen die aan AKO toebehoren, alsmede een flagrante schending van de huisregels van AKO. AKO verwijst in dat kader naar de hiervoor opgenomen vaststaande feiten.

3.3 Subsidiair verzoekt AKO om ontbinding van de eventueel nog bestaande arbeidsovereenkomst wegens een onherstelbare vertrouwensbreuk, hetgeen betekent dat zich veranderingen in de omstandigheden voordoen op grond waarvan de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden. AKO stelt geen vertrouwen meer in [verweerster] te hebben en in een vruchtbare samenwerking. AKO kan diefstal of verduistering door eigen personeel niet toestaan, evenmin dat een medewerkster de huisregels aan haar laars lapt. Dit geldt ook voor [verweerster]. Zij wist ook of kon weten, zeker als eerste medewerker verkoop, de een na hoogste functie in een filiaal na die van filiaalmanager, hoe strikt AKO met derving en naleving van de huisregels omgaat.

AKO stelt zich op het standpunt dat [verweerster] van de vertrouwensbreuk tussen partijen een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Reden waarom aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen vergoeding dient te worden gekoppeld.

4 Het verweer

4.1 [verweerster] ontkent de beschuldigingen van diefstal en verduistering. Deze beschuldigingen zijn niet vast komen te staan. Niet is aangetoond dat zij zich wederrechtelijk geld of goederen heeft toegeëigend. Met betrekking tot de door haar ondertekende verklaringen stelt zij het navolgende. [verweerster] is geheel onverwacht geconfronteerd met de uitkomsten van een onderzoek, waarbij de woorden diefstal en fraude zijn gevallen. [verweerster] heeft deze hele

situatie als intimiderend ervaren. Zij was compleet overdonderd. Er werden haar voorgedrukte verklaringen voorgelegd met een belastende inhoud en haar werd gevraagd deze verklaringen te ondertekenen. Tevens diende zij een handgeschreven verklaring op te stellen, welke door [Y] werd gedicteerd. AKO heeft misbruik van de omstandigheden gemaakt en [verweerster] net zo lang gemanipuleerd totdat zij de verklaringen tekende. Zij heeft haar wil tot het tekenen van de verklaringen niet in vrijheid kunnen bepalen en heeft niet begrepen wat de gevolgen hiervan zouden zijn. [verweerster] kan daarom niet aan de verklaringen worden gehouden. [verweerster] erkent in strijd te hebben gehandeld met de bij AKO geldende huisregels, doch een en ander levert geen dringende reden op als bedoeld in de wet. Het gegeven ontslag op staande voet is buitenproportioneel en er had volstaan kunnen worden met een officiële waarschuwing. Primair dient daarom de verzochte ontbinding te worden afgewezen.

Subsidiair stelt [verweerster] dat, indien de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wegens een verandering in de omstandigheden zou moeten worden ontbonden, aan haar een vergoeding moet worden toegekend. Gelet op de lengte van het dienstverband, de ernstige beschuldigingen van de zijde van AKO, het feit dat [verweerster] ten onrechte in een negatief daglicht is gesteld door AKO en het feit dat [verweerster] vanwege de huidige economische omstandigheden niet makkelijk een nieuwe, passende werkkring zal vinden, acht [verweerster] het redelijk dat haar een vergoeding van € 71.370,94 bruto (C=2) wordt toegekend.

5. De beoordeling

5.1 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met enig in de wet neergelegd opzegverbod.

5.2 Voor een goed begrip moet worden vastgesteld dat AKO zich rechtens op het standpunt stelt dat, middels een op 2 november 2011 gegeven ontslag op staande voet, een einde aan het tussen haar en [verweerster] bestaande dienstverband is gekomen. Het voorliggende verzoek is gebaseerd op het uitgangspunt dat er per heden nog steeds een arbeidsovereenkomst zou kunnen bestaan. Dit is slechts denkbaar indien in een bodemprocedure komt vast te staan dat er per 2 november 2011 geen einde aan het dienstverband is gekomen. Dit oordeel is voorbehouden aan de bodemrechter. In een ontbindingsprocedure dient derhalve grote terughoudendheid worden betracht bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dringende reden. Feitenonderzoek is niet mogelijk en er is geen mogelijkheid tot hoger beroep. Dat betekent dat in deze voorwaardelijke ontbindingsprocedure het verzoek niet op de primaire grondslag, te weten een dringende reden, wordt toegewezen.

5.3 [verweerster] is eerste medewerker verkoop en van haar mag in die functie worden verwacht dat zij de huisregels stipt naleeft. [verweerster] heeft erkend dat zij deze huisregels heeft veronachtzaamd. [verweerster] heeft aangegeven dat zij zich gelden uit de fooienpot, welke overeenkomstig de huisregels toebehoren aan AKO, heeft toegeëigend. De tijdens de mondelinge behandeling getoonde videobeelden, met name de kwestie met betrekking tot het niet aanslaan van een verkochte telefoonkaart en het vervolgens in de broekzak steken van het ontvangen biljet van € 5,--, spreken evenmin in het voordeel van [verweerster]. AKO is stellig: het vertrouwen in [verweerster], dat onontbeerlijk is in elke arbeidsrelatie, is weg en mede gelet op de voorbeeldfunctie van [verweerster] acht de kantonrechter dit zeer begrijpelijk. Een en ander levert een gewichtige reden op in de zin van de wet, zijnde een verandering in de omstandigheden die van dien aard is, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbinden met ingang van 1 maart 2012.

5.4 Vraag is of aan de ontbinding een vergoeding dient te worden gekoppeld. Zoals gezegd is er sprake van een vertrouwensbreuk welke in overwegende mate aan de handelwijze van [verweerster] kan worden toegeschreven. Voor de toekenning van een vergoeding is dan ook geen aanleiding.

5.5 De kantonrechter zal de proceskosten tussen partijen compenseren als hierna te vermelden.

6. De beslissing

6.1 Ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, voor zover deze nog mocht bestaan, per 1 maart 2012.

6.2 Compenseert de proceskosten tussen partijen des dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

6.3 Wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus gegeven te Enschede en op vrijdag 24 februari 2012 in het openbaar uitgesproken door mr. A.M.S. Kuipers in aanwezigheid van de griffier.