Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBALM:2012:BV0799

Instantie
Rechtbank Almelo
Datum uitspraak
09-01-2012
Datum publicatie
12-01-2012
Zaaknummer
125535 / KG ZA 11-272
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Partijen zijn onlangs gescheiden in Turkije. Vrouw vordert aantal voorzieningen naar analogie van artikel 822 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 125535 / KG ZA 11-272

datum vonnis: 9 januari 2012 (amw en eg)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [plaats],

eiseres,

verder te noemen de vrouw,

advocaat: mr. U. Ugur te Hengelo (O),

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

verder te noemen de man,

advocaat: mr. U. Yildirim te Zwolle.

Het procesverloop

De vrouw heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van een brief van mr. Yildirim d.d.

30 december 2011, met bijlagen.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 2 januari 2012. Ter zitting zijn verschenen:

mr. Ugur namens de vrouw en de man bijgestaan door mr. Yildirim. De vrouw is niet verschenen. De standpunten zijn toegelicht.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

Vaststaande feiten

De vrouw en de man zijn gehuwd geweest. Uit dit huwelijk is geboren: [kind] geboren op [geb.datum] 2007.

Bij vonnis van de rechtbank te Iskenderun (Turkije) van 19 augustus 2011 is de echtscheiding uitgesproken en is de ouderlijke macht over de minderjarige toegekend aan de man en een omgangsregeling tussen de vrouw en de minderjarige vastgesteld. Voormelde rechtbank heeft geen aanleiding gezien tot het toekennen van alimentatie, schadeloosstelling en retourneren van goederen, omdat daartoe geen verzoek is gedaan. Tegen het echtscheidingsvonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan. Op 28 november 2011 is het vonnis ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Almelo.

De standpunten van partijen

De vrouw vordert - kort weergegeven - de man te veroordelen:

a) dat zij bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning gelegen te [plaats] aan de [adres], met bevel aan de man deze woning te verlaten en deze niet meer te betreden;

b) dat zij en de minderjarige de beschikking krijgen over de goederen tot hun dagelijks gebruik strekkend;

c) dat de man geen contact met de vrouw zal opnemen of haar zal benaderen;

d) dat de minderjarige aan de vrouw wordt toevertrouwd;

e) dat hij de hypotheeklasten, de gemeentelijke belastingen, alsmede alle verzekeringen de verband houden met de echtelijke woning voor zijn rekening neemt;

f) dat hij aan partneralimentatie dient te voldoen een bedrag van € 950,-- per maand;

g) dat hij aan kinderalimentatie dient te voldoen een bedrag van € 450,-- per maand;

h) om uiterlijk twee dagen na betekening van dit vonnis gevolg te geven aan al hetgeen daarin is toegewezen;

i) tot betaling van een dwangsom indien hij niet voldoet aan het gevorderde onder a), b), c) en e);

j) in de proceskosten.

De vrouw stelt daartoe dat de man op 18 september 2011 wegens ernstige mishandeling van haar is aangehouden en sindsdien in voorarrest zit. De man heeft de vrouw tijdens de zomervakantie van 2011 in Turkije enkele weken gegijzeld en mishandeld en heeft haar gedwongen om een akte van referte in de door hem aangespannen versnelde echtscheidingsprocedure te tekenen. De echtscheiding is op 28 november 2011 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te Almelo. De vrouw woont nog met de minderjarige in de echtelijke woning en dient daar te blijven wonen totdat er duidelijkheid is over de verdeling van de gemeenschappelijke boedel en/of totdat de vrouw andere woonruimte heeft gevonden. De vrouw heeft in tegenstelling tot de man in Nederland geen familie wonen waar zij met de minderjarige terecht kan. Voorts heeft de vrouw geen eigen inkomsten om in haar levensonderhoud en de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige te kunnen voorzien. De man heeft een zorgplicht voor de vrouw en de minderjarige, ook indien de echtscheiding in het buitenland heeft plaatsgevonden. De man is in staat om de verzochte alimentatie te voldoen. Hij geniet inkomsten uit verhuur van onroerende zaken en heeft daarnaast een WAO-uitkering. Zijn totale inkomsten bedragen ongeveer € 3.000,-- De vrouw heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen.

De man is van mening dat de vorderingen van de vrouw moeten worden afgewezen, omdat het spoedeisend belang ontbreekt dan wel de zaak te ingewikkeld is om daarover in kort geding te oordelen. Hij stelt dat de vrouw in Turkije onder meer afstand heeft gedaan van partneralimentatie en de ouderlijke macht over minderjarige. Hij betwist dat hij de vrouw zou hebben gedwongen tot het tekenen van de referteverklaring en dat er sprake zou zijn geweest van een gijzeling en mishandelingen door hem. De vrouw heeft in Turkije ook geen hoger beroep ingesteld. De man erkent dat hij de vrouw op 18 september 2011 eenmalig heeft geslagen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling van het geschil en de motivering van de beslissing

Partijen zijn het met elkaar eens dat hun huwelijk is ontbonden door een onherroepelijke uitspraak van de Turkse rechter. Wel hebben zij volstrekt verschillende lezingen over de omstandigheden waaronder die uitspraak tot stand is gekomen. De voorzieningenrechter kan zich over de inhoud van de Turkse uitspraak niet uitlaten en dat vindt zijn weerslag in het onderhavige kort gedingvonnis. Met betrekking tot de vorderingen van de vrouw oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.

De voorzieningenrechter gaat voorbij aan het verweer van de man dat de vrouw geen spoedeisend belang zou hebben. Tussen partijen bestaat kennelijk onvoldoende overleg en de bestaande feitelijke situatie vraagt wel om de nodige voorzieningen.

a. echtelijke woning

Door de vrouw is onbetwist aangevoerd dat zij op dit moment zonder titel in de voormalige echtelijke woning verblijft. Zij verblijft in de woning met het minderjarig kind van partijen. Door zijn verblijf in het Huis van Bewaring heeft de man voorlopig geen woonruimte nodig. Bovendien is de stelling van de vrouw dat de man elders bij familie onderdak zou kunnen vinden onweersproken gebleven. De vordering van de vrouw kan worden toegewezen

b. goederen dagelijks gebruik

De vrouw heeft op dit moment de beschikking over de goederen die tot haar dagelijks gebruik strekken. Een vordering als deze heeft juist betrekking op de situatie waarin de eisende partij elders verblijft. Deze vordering dient dan ook te worden afgewezen.

c. contactverbod

Deze vordering dient te worden afgewezen nu de vrouw niet of onvoldoende heeft onderbouwd dat de man op onrechtmatige wijze inbreuk maakt op haar privacy door haar hinderlijk te benaderen. Deze vordering is ook niet te plaatsen nu de man onbetwist stelt dat de vrouw hem in het Huis van Bewaring heeft bezocht.

d. toevertrouwing minderjarige

Blijkens de overgelegde vertaling van de Turkse uitspraak is de man belast met het gezag over het minderjarig kind van partijen. Voorlopige toevertrouwing van het kind aan de vrouw stuit daarmee op juridische bezwaren. Ondertussen is de feitelijke situatie zo dat de vrouw het kind van partijen verzorgt en kennelijk stemt de man daarmee in. Voor zover de man op grond van zijn gezag over het kind maatregelen zou willen treffen die naar het oordeel van de vrouw niet in het belang van het kind zouden zijn, heeft zij mogelijkheden daartegen in rechte op te komen. De vrouw heeft verklaard een bodemprocedure te gaan opstarten betreffende het gezag over de minderjarige. De voorzieningenrechter moet de vordering van de vrouw op dit punt afwijzen.

e. betaling vaste lasten

De man heeft met betrekking tot de vaste lasten persoonlijke verplichtingen jegens de hypotheeknemer, de verzekeringsmaatschappijen en zo voort. De vrouw heeft niet gesteld op welke rechtsgrond de voorzieningenrechter de man zou kunnen bevelen aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. Nu echter de voormalige echtelijke woning aan de vrouw is toegewezen, gaat de voorzieningenrechter er wel van uit dat de man het woongenot van de vrouw en het kind van partijen niet in gevaar brengt door niet aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.

f. partneralimentatie

De vrouw erkent de stelling van de man dat zij van partneralimentatie heeft afgezien, zij het dat zij stelt daartoe gedwongen te zijn. Wat daarvan zij, de kort gedingprocedure leent zich er niet voor om in te gaan op het gestelde wilsgebrek van de vrouw. De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw op dit punt moeten afwijzen.

g. kinderalimentatie

De man heeft tegen deze vordering verweer gevoerd met de stelling dat hij het gezag heeft over de minderjarige en dat hem dus geen alimentatieverplichting kan worden opgelegd. De vrouw heeft echter onweersproken gesteld dat de man, na aanvankelijk € 100,-- per week aan de vrouw betaald te hebben, volledig is gestopt met de betaling. Hij onderhoudt zijn kind dus op geen enkele manier hoewel hij wel het gezag heeft en de verzorging van haar aan de vrouw overlaat. De vordering van de vrouw op dit punt dient naar het oordeel van de voorzieningenechter te worden toegewezen. De behoefte van het kind aan een bijdrage als gevorderd is niet bestreden. De man heeft zijn gestelde gebrek aan draagkracht tegenover de betwisting door de vrouw onvoldoende onderbouwd. Tegen de vordering van de vrouw om de kinderalimentatie te doen ingaan op datum van dagvaarding is door de man geen verweer gevoerd. Ook dat deel van de vordering kan dus worden toegewezen.

h. gevolg geven aan het vonnis

Deze vordering is door de vrouw niet onderbouwd en de zin ervan ontgaat de voorzieningenrechter. Het in deze te geven vonnis zal, zoals gevorderd uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard en is dus voor onmiddellijke executie vatbaar. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.

i. dwangsom

Ook deze vordering is niet onderbouwd. Aan een veroordeling tot betaling van een geldsom (kinderalimentatie) kan op grond van artikel 611 a Rv. geen dwangsom worden verbonden. De vrouw verblijft reeds in de echtelijke woning. Deze vordering wordt afgewezen.

j. kostenveroordeling

Omdat partijen ex-echtgenoten zijn en het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning van partijen aan de [adres] te [plaats] met bevel aan de man deze woning niet meer te betreden;

II. stelt de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarig kind van partijen vast op € 450,-- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, dit met ingang van 21 december 2011;

III. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst af het meer of anders gevorderde;

V. compenseert de kosten van de procedure in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. E.V.A. Groener, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 januari 2012, in tegenwoordigheid van

mr. A.M. Witkop, griffier.